POV Janne:

Twijfelend lopen we in de richting van waar we vandaan kwamen, maar hebben het gevoel dat we al uren lopen. Mijn voeten beginnen pijn te doen en mijn oogleden voelen zwaar. Mijn maag is leeg en rommelt en mijn keel is droog. Even kijk ik over mijn schouder. De anderen zien er ook vermoeid uit en ik kan hun ribben haast tellen. Ik slaak een zucht van opluchting wanneer ik onze slaapplek zie verschijnen tussen de bomen en trek nog een laatste sprintje. Ik open de deur en loop meteen naar de keuken om wat eten te zoeken.
'Eindelijk!' zeg ik. 'Voedsel!'
Ik pak een boterham met pindakaas die op het aanrecht ligt en prop het in mijn mond. De anderen volgen me en voor ik het weet hebben we onze buik vol.
'Dat had ik echt even nodig!' roept Floor, een van mijn andere beste vriendinnen. 'Noëll en Nina hadden echt met ons mee gemoeten!'
Ik zucht en kijk haar aan. Ze heeft ijsblauwe ogen en haar haar is haast wit.
'Yeah, I know right.' zucht ik. 'Maar ze zijn gewoon te koppig om hulp van anderen te accepteren.'
Floor haalt haar schouders op. 'Boeien.'
Ze draait om en gaat slapen. Ik kijk naar buiten en besluit dat het ook voor mij tijd is om mijn ogen te sluiten, dan hebben we morgen genoeg energie.

POV Nina:

'Volg mij, meiden!' roep ik en mijn zus gaat naast me lopen. Noëll lijkt precies op mij, blonde haren en donkere ogen. Wij zijn net echte topmodellen.
'Hey, Nina.' zegt ze ineens weifelend. 'Weet je dit wel zeker? Misschien mag de bewoner van dat huis ons helemaal niet of verdwijnt het ook weer van Google Maps.'
Ik kijk haar verontwaardigd aan. Dat kan ze niet maken! Ik ben haar fucking zus! Ze moet me vertrouwen!
'Rustig, zussie.' antwoord ik. 'Je hoeft je geen zorgen te maken, ik heb alles onder controle.'
Geen minuut later komen we aan bij een klein huisje. Het is van hout en heeft ogenschijnlijk twee verdiepingen; de begane grond en de eerste etage. Ook heeft het een paar ramen en ziet het er zo slecht nog niet uit. Als er hier niemand woont, kunnen we hier meteen de nacht doorbrengen.
'Noëll, bel jij maar aan.' beveel ik haar. 'Ik ga mijn nagels niet vies maken aan zo'n smerige deurbel.'
Noëll gehoorzaamt en ik moet een huivering onderdrukken wanneer de bel te horen is. De deur gaat krakend open, maar er is niemand die hem opendoet.
'Wat?' piept een van de meiden. 'Dat hoort niet te kunnen.'
'Maak je maar geen zorgen,' stel ik ze gerust. 'Het zal wel gewoon de wind zijn.'
Alle meiden gaan achter mij staan, als teken dat ik voor moet. Ongelofelijk, maar ik klaag niet. Per slot van rekening ben ik de leider. Voorzichtig loop ik naar binnen en moet ik kokhalzen van alle spinnenwebben. Dit is de meest onhygiënische plek die ik ooit gezien heb, gadverdamme.
'We splitsen ons op.' besluit ik op het gegeven moment. 'Noëll gaat met mij mee en de anderen zoeken het maar uit.'
De meiden kijken elkaar angstig aan, maar protesteren niet. Noëll loopt achter me aan wanneer ik de trap op ga naar de bovenste verdieping. Het huis is oud en staat op instorten, maar toch hopen we iets te vinden. Nadat we de trap opgelopen hebben, kijk ik de ruimte rond. Er zijn twee andere kamers hier, een slaapkamer en een badkamer. Aan de muur hangen een heleboel foto's, ik wil dat ik ze nooit gezien heb. Noëll onderdrukt duidelijk ook een huivering terwijl ik misselijk wordt. Op iedere foto zie je een kind. Een kind van onze leeftijd en een paar volwassenen. Ze zijn bleek en sommige bloeden verschrikkelijk. Er zit er eentje bij die ik herken. Een meisje met lange, blonde, golvende haren en een wit jurkje drijft op een meertje op haar buik. Haar lichaam is levenloos en ondanks dat we de lege ogen niet kunnen zien, is het huiveringwekkend.
'Jennifer.' ademt Noëll. Wie hier ook woont, het is duidelijk dat hij geen goede bedoelingen heeft, maar dat weiger ik te bevestigen.
Terwijl ik mijn zus negeer, loop ik naar de slaapkamer om op zoek te gaan naar eventuele hints. Het bed is netjes opgemaakt en de kast staat open. Eerst denk ik dat er veel kleding in zit, maar als ik kijk, zie ik een meisje. Haar lange, bruine haren hangen langs haar borsten en ze kijkt me aan met haar donkere ogen. Haar donkere ogen vol leegte. Ze zit onder het bloed en ook nu weet ik wie het is.
Lotte.
Angst grijpt me bij het hart en mijn ademhaling stijgt.
Nee, nee, dit kan niet waar zijn.
Dan zie ik iets dat me opvalt. Het bureau. Het is rommelig en zit onder de papieren. Een kaart van het bos, dat kan onze redding zijn! Ik wil net Noëll roepen, maar dan voel ik een grote hand mijn mond pakken en snak ik naar adem. Ik doe mijn best te gillen, maar het lukt niet, want ik voel hoe een scherp oppervlak zijn weg vindt door mijn buik. Een onbeschrijfelijke pijn schiet door mijn hele lichaam en het oppervlak draait rondjes in mijn lichaam waardoor het nog meer pijn doet. Ik probeer mijn aanvaller te krabben met mijn lange, gelakte nagels, maar het werkt niet. Ik sluit mijn ogen en voel me zwak worden. Liters met bloed verlaten mijn lichaam en wanneer mijn tegenstander me loslaat, val ik roerloos op de grond. Ik kan niet meer opstaan, al mijn energie is vervaagt. Ik tril van top tot teen en hou mijn ogen gesloten. Ik laat nog een laatste keer adem en voel hoe mijn hart stopt met kloppen.

POV Noëll:

Nog steeds sta ik te staren naar de foto van Jennifer. Wie heeft dit gedaan? Waarom zou je een foto maken van een lijk? Zou de bewoner hier een rechercheur zijn? Zo ja, waarom hang je de foto's dan aan de muur? Ik knipper even een paar keer met mijn ogen en ren naar de badkamer om in de WC over te geven. Ik had moeten wegkijken, ik had moeten wegkijken. Ik blijf het herhalen in mijn hoofd tot een geluid mijn aandacht trekt. Het lijkt op dat geluid van wanneer je onder water uitademt. Ik kijk de kamer rond, zoekend naar de bron van het geluid, maar vind niks. Het ziet er prima uit. Te prima, voor dit huis. De douche is mooi schoon en ook de wastafel ziet er prima uit. Ik loop naar het bad toe en hijg. Het bad is gevuld met iets dat me nog misselijker maakt dan de foto. Bloed. Het is letterlijk een bloedbad. Ik begin te gillen en ren paniekerig de badkamer uit. Ik negeer alle foto's aan de muur en wil meteen de trap afgaan, maar wordt tegengehouden door rode vlammen. Het vuur blokkeert mijn weg naar beneden en de geur van rook brandt in mijn neusgaten.
'Help!' roep ik uit volle paniek, maar er is niks dat antwoordt. Dan besef ik dat Nina nog in de slaapkamer is. Ik wil er zo snel ik kan naar toe vluchten, maar het vuur heeft me ingesloten. Ik sta in een hete ring van vuur.
'Help!' roep ik nogmaals zonder resultaat. Ik draai me weer om naar de trap. Zou ik het doen? Het is wel een heel groot risico.
Niet over nadenken, gewoon doen
Ik sluit mijn ogen en denk niet na over wat dan ook.
Kom op, Noëll. Je kan dit.
Ik neem een aanloop en ren recht door de vlammen heen. Mijn huid brandt als een gek en ik schreeuw het uit van de pijn. Plotseling verdwijnt het vuur en ook de pijn. Ik draai me om en kijk naar waar eerst het vuur gebrand had. De vuurzee is vervangen door twee, kwaadaardige ogen. Een silhouet zwaait naar me terwijl ik ter plette val. De pijn schiet weer door mijn hele lichaam en ik val van de trap af. Wanneer ik op mijn rug val, lukt het me neit meer adem te halen en kijk ik doelloos voor me uit. Uiteindelijk verlies ik mijn zicht, en mijn leven.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen