Foto bij 185 - Emmeline

Hij kust me en mijn lijf stroomt over van de liefde die ik voel.
Ik was bang dat het hem zou afschrikken, dat hij met moeite en angst zou reageren. Dit maakt ons kind nog echter, nog meer een werkelijkheid.
Maar hij lijkt mijn opwinding, mijn geluk, te delen. Ik zie zijn grijns, en die zorgt er voor dat ik alleen nog maar meer ga grijnzen.
"Onze zoon..," ik leg Lucien's handen opnieuw tegen mijn buik en kijk hem aan. In zijn mooie ogen, waarvan ik hoop dat onze zoon ze ook zal hebben.
"We weten niet.." Ik onderbreek hem voordat hij kan uitspreken wat ieder ander ook zou zeggen. We kunnen niet weten wat het geslacht van ons kind is, wat alle mensen ook zeggen. Maar ik ben zijn moeder, en ik weet het zeker. Vanaf het moment dat ik hem voelde bewegen was er geen twijfel mogelijk.
Mijn zoon leeft.
"Onze zoon." Lucien schudt, lachend zijn hoofd. Zoals hij vaker doet als ik koppig ben. Als ik weer eens niet wil luisteren naar iets dat hij te vertellen heeft, omdat ik het beter weet.
Maar deze keer wéét ik het ook beter.
"We zullen het zien, Emma. Ik houd niet van speculeren... Maar ons kind," hij legt nadruk op kind, zonder te vermelden wat zijn geslacht is. "Beweegt." Hij zegt het alsof hij het nog niet helemaal kan geloven, en ik zie zijn ogen oplichten als er opnieuw een teken van leven voelbaar is in mijn buik.
"Hij beweegt." We glimlachen en kussen.

Die nacht droom ik over onze zoon. Hij is prachtig, met donkere krullen en donkere ogen, zoals zijn vader. Zijn glimlach laat me duizelen en hij straalt wijsheid uit. Ik zie hem in mijn droom opgroeien van een baby naar een peuter, en een kind.
Ik zie hem kruipen, lopen en dansen. Ik zie hem in bomen klimmen en op zijn vader's schouders door de sneeuw gedragen worden.
Hij leert lezen, in het Engels en het Frans. Hij is het slimste kind dat ik ooit gezien heb.
En hij is dol op zijn vader. Hij lijkt niet alleen als twee druppels water op hem, hij heeft ook alles van hem geërfd dat er voor heeft gezorgd dat ik zoveel van hem houd. Zijn intelligentie, zijn charisma, zijn goedaardigheid.
Maar als hij schaakt, zijn kleine wenkbrauwen in een frons, zie ik mijn broer. Ze hebben dezelfde handbewegingen, en dezelfde denkrimpel in hun voorhoofd.
En ze reageren allebei hetzelfde op tegenslag in het spel, een lichtelijk gefrustreerde handbeweging en het uitblazen van de adem.
Zelfs in mijn droom zou ik dat uit duizenden herkennen. Ik mocht nooit met mijn broers schaken, maar ik keek wel vaak naar het spel. Ze konden beiden slecht tegen hun verlies, maar waar Louis rustig bleef, ging Charles vaak met het bord gooien. Tot mijn moeder's frustratie, natuurlijk. Ze weigerde een nieuw spel voor ze te kopen, waardoor het ding op een gegeven moment van ellende uit elkaar viel. Dat was voor Louis stierf.
Hij overleed plotseling. Hij werd erg ziek, en nog voor er een arts naar hem kon kijken stierf hij. We hebben nooit echt afscheid van hem kunnen nemen.
Ik heb al zo lang niet meer over hem gedacht, laat staan gedroomd. Maar hier is hij, herkenbaar in een minuscule beweging van mijn droom-zoon.
Hij is het niet écht, maar toch.. is hij er. Alsof hij me wil laten weten dat hij er is, dat hij me ziet.

Als ik ontwaak is Lucien al wakker. Hij ligt naast me te lezen, al gekleed. Ik rek me uit als teken dat ik wakker ben, en word begroet door een glimlach terwijl hij zijn boek weglegt.
"Heb je goed geslapen?" Ik knik en moet een gaap onderdrukken. "Dat dacht ik al. Toen ik wakker werd lag je te glimlachen."
Hij drukt een kus op mijn wang en streelt me even door mijn haren. Daarna tilt hij de dekens op, en legt hij zijn hand op mijn buik. Een beeld waarvan ik enkel gehoopt had dat ik het zou zien - geen teken van angst. Als hij het wél voelt, houdt hij het goed verborgen.
"Jij bent vroeg wakker," ik leg mijn hand op de zijne. "Heb je plannen?"
Hij knikt en kust mijn kruin. "Moeder en ik gaan thee drinken. Ik wil bloemen voor haar plukken, en ik had tijd nodig om me voor te bereiden.. Je weet hoe ze kan zijn."
Ja, dat weet ik zeker. Ik ben van Madeleine gaan houden, de afgelopen jaren, maar ze kan ook vreselijk intimiderend zijn. Van die vrouw valt niets geheim te houden. Ze lijkt je geheimen bijna uit je te kunnen trekken, zonder ook maar één keer te dreigen. En dat is gevaarlijk.
Ondanks haar intimiderende houding is ze echter de beste schoonmoeder die ik me had kunnen wensen. Ze was er meer voor me dan mijn eigen moeder, de afgelopen jaren, en het is dankzij haar dat ik er nog ben.
"Je moeder is... een schat." Ik geef hem een kus op zijn lippen. "En het is goed voor jullie om bij te praten. Dat hebben jullie al lang niet gedaan."
Hij maakt aanstalten om op te staan uit het bed. "Het is tijd dat ik ga.." Net op het moment dat hij zich af wil zetten om werkelijk op te staan leunt hij nog even terug, en drukt hij een kus op mijn bollende buik. De buik waar onze zoon in woont, onze prachtige zoon met de krullen en de denkrimpel.
"Lucien?"
Hij staat in de tijd dat ik aan het nadenken was al bij de deur.
"Emma?"
"Ik was aan het nadenken.. over namen, voor onze zoon..."
Hij schudt, vol ongeloof maar met een glimlach, zijn hoofd. "Emma, we weten nog niet of ons kind een jongetje is. En een kind krijgt pas een naam als het geboren is, dat hoort zo."
"Maar..." Ik houd wijselijk mijn mond als Lucien me een liefdevolle maar vernietigende blik toewerpt.
"Oké.. Ik houd er al over op."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen