Foto bij 189 - Emmeline

De tijd tussen het in slaap vallen en Lucien die me fervent wakker schudt is een waas. Ik herinner me mijn droom, de paniek die me overviel. Maar ik kan me niet voor de geest halen wat er daarna gebeurd is.
Ik herinner me niet dat ik opnieuw in slaap gevallen ben, of dat ik overgegeven heb. Alsof er een gordijn tussen mijn geheugen en die specifieke herinneringen hangt.
Lucien houdt me nog steeds stevig vast. Ik wil niet weten wat hij gedacht moet hebben toen hij me aantrof. Het voelt alsof ik uit een hele diepe slaap gekomen ben, dieper dan ooit tevoren. De sluier is bijna vergelijkbaar met hoe ik me voelde na mijn... ongeluk. Het ongeluk dat tot Aleran's dood leidde.
Misschien was mijn gevoel toen ook wel puur schuld. Ik wist op dat moment al dat alles dat te gebeuren stond mijn schuld was. Als ik niet verliefd was geworden op Lucien, of als ik niets had gedaan met die verliefde gevoelens, hadden Aleran en ik misschien in harmonie samen kunnen leven. Dan was hij nu niet dood.
Paniek slaat me, opnieuw, om het hart en ik merk dat mijn ademhaling versnelt. Ik weet, ergens in mijn achterhoofd, dat er schakels ontbreken in mijn denkpatroon. Aleran had me nooit vergeven voor het niet krijgen van zijn kinderen, ook al lag de oorzaak daarvan volledig bij hem. Harmonie was er tussen ons nooit geweest, maar toch blijven de gedachten door mijn hoofd spoken. Het is jouw schuld, alles dat er gebeurt is jouw schuld.
"S'il vous plaît, essayez de rester calme.." de arts die nog steeds naar me kijkt moet gemerkt hebben wat er aan de hand is. Zijn opmerking zorgt er echter niet wonderbaarlijk voor dat ik rustig kan worden, natuurlijk niet.
Ik sluit mijn ogen en probeer aan fijne dingen te denken. Maar datgene dat me altijd vulde met blijdschap brengt me nu angst. Ons kind. Wat als Aleran gelijk had?
"Emma..," Lucien's stem haalt me uit mijn spiraal van doemdenken en ik voel zijn lippen op mijn kruin. "Ik ben hier. Probeer rustig te ademen."
Ik doe pogingen om de tranen die opgeweld zijn weg te denken, maar ze vinden al snel hun weg naar beneden over mijn wangen. Zonder te praten veegt Lucien ze, een voor een, weg.
Zonder hem zou ik dit niet kunnen, en ik wil er ook niet aan denken wat er gebeurd was als hij me niet gevonden had in onze vertrekken.
Was het puur een paniek-aanval? Flauwgevallen door te veel onrust in mijn lijf en mijn hoofd? Of zit er meer achter? Een ziekte uitbraak in het kasteel, die zich op stiekeme wijze ook mijn vertrekken in geloodst heeft? Een poging van de Portugese alliantie die zich verstopt in dit kasteel om langzaam de Franse bloedlijn uit te moorden, beginnend bij hun jongste toevoeging?
Ik begin in mijn hoofd te bedenken wat ik allemaal gegeten en gedronken heb. Vergif is makkelijk toe te brengen als je weet wat je moet doen.
"Zoals het er nu uitziet," de arts schakelt over naar Engels en vouwt zijn attributen terug in het linnen. "Enkel flauwgevallen. U moet rustiger aandoen, prinses. In uw positie is het belangrijk om opwindende activiteiten te laten, om de baby tijd te geven om te groeien."
Opwindende activiteiten voer ik helemaal niet uit, wil ik zeggen. Ik rijd geen paard, vecht niet, maak nog amper wandelingen. Vandaag deed ik niet veel anders dan eten en lezen. Minder opwindende activiteiten zijn amper te bedenken.
"Blijf uit de buurt van mensen die ziek zijn en laat u veel baden. Wij zullen verder onderzoek doen, maar volgens mij bent u, zoals u vanmiddag ook verteld werd, prima gezond." Hij glimlacht, maar ik voel een sprankje.. ik weet niet wat het is, maar hij klinkt niet oprecht. "En tegen die gezonde zenuwen die u voelt is maar één medicijn: slaap." Hij tikt op een van de flesjes op de tafel. Papavermelk. "Een druppeltje hier van door uw thee als de slaap vatten niet lukt." Gezonde zenuwen, wat denkt deze man wel niet?
Hij laat zich door een van de wachten naar de deur begeleiden. "Goede avond, Hoogheden."
      Ik weet niet wat ik Lucien moet vertellen over wat er gebeurd is. Ik weet zelf niet eens wat er gebeurd is.
Ons bedlinnen is verschoond, in opdracht van Lucien die gezien moet hebben dat ik er in heb liggen piekeren, en ruikt naar lavendel als ik ga liggen.
Ik denk niet dat ik de slaap kan vatten, maar sluit toch mijn ogen, in de hoop dat we er niet over hoeven te praten. Niet nu, in ieder geval.
Lucien voelt me, meestal, heel goed aan, en ik hoop dat hij begrijpt dat ik er niet over wil praten. Niet over kan praten.
Ik lig op mijn rug, ogen gesloten. Mijn handen liggen langs mijn lijf, ik kan het niet opbrengen om ze op mijn buik te leggen.
Als God me aan het testen is weet ik niet of ik het goede doe. Zou Hij willen dat ik van mijn kind houd, ook als het door mijn zonden besmet is? Of zou Hij willen dat ik de zonde afwijs, laat zien dat ik voor het goed kan kiezen?
Lucien draait zich naar me toe. Ik voel zijn lichaamswarmte dichtbij, ruik zijn geur.
Even gebeurt er niets. Dan voel ik hoe hij zijn hand op mijn buik legt, net zoals de avond hiervoor. Maar vanavond voelt het niet goed.
Hoe kan ik deze man dwingen om van een kind te houden dat ik bezoedeld heb? Een kind dat hij al niet wilde?
"Niet doen," het komt uit mijn mond als een fluistering, maar ik weet dat hij het gehoord heeft, want als door een wesp gestoken trekt hij zijn hand terug.
"Emma?" Hij noemt mijn naam, vragend, verbaasd. Ik reageer niet meteen, laat de stilte even op ons beiden indringen.
"Ik lig niet lekker," mompel ik dan maar, en draai me om. Ik lig met mijn gezicht naar hem toe, om hem niet het gevoel te geven dat ik boos op hem ben. Dat ben ik ook niet. De enige op wie ik boos ben is mezelf. Ik pak zijn hand en houd hem stevig vast in de mijne. "Welterusten."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen