Foto bij 191 - Emmeline

Als ik ontwaak ligt Lucien niet naast me.
Ik herinner me, vaag, hoe hij opstond en me instopte. Maar ik dacht dat hij terug zou komen. Ik hoopte dat hij terug zou komen.
De dekens waarmee hij me instopte voelen te warm, drukkend.
Ik werp ze van me af met een zucht en wil mijn ogen opnieuw sluiten als het me opvalt dat een klein stuk van onze onderlakens, die net gewassen waren, rood is gekleurd.
De vlek is ter grootte van een schoteltje, en was me eerst niet opgevallen omdat mijn nachtjapon het bedekte.
Het eerste dat ik kan bedenken is dat dit slecht nieuws is. Maar dan, als een donderslag, keert de droom die ik had terug. Misschien is dit deel van God's test. Misschien wil Hij zien hoe ik omga met tegenslagen die op mijn pad komen.
Mijn buik doet geen pijn, de krampen die ik in eerdere zwangerschappen ervoer zijn niet aanwezig. Het enige dat aanwijst dat er iets aan de hand is is het bloed, dat de lakens en een deel van mijn onderlichaam bedekt.
Ik was het van mijn lijf met een natte lap en werp het onderlaken in de daarvoor bestemde mand met was in de hoek van onze kamer. Ik zal morgenochtend in alle vroegte iemand verzoeken het weg te brengen, iemand die geen vragen stelt.
Als ik weer in bed ga liggen spoken er honderden gedachten door mijn hoofd. Het lijkt wel alsof wijze Emma, de Emma die altijd goed nadacht, vertrokken is. Net zoals de keer dat ik dacht dat Lucien een affaire had. Ik kan niet meer helder nadenken, al mijn gedachten springen en draaien over elkaar en ik word er geen wijs meer uit.
De slaap vatten lukt me niet meer. Ik zie hoe het buiten licht wordt, lig bewegingsloos met mijn armen naast mijn lichaam in het bed.

"Vader..," de heilige met het kruis dat bungelend om een ketting om zijn nek hangt buigt voorover over zijn bureau.
Biechten kan tegenwoordig in een hokje, zodat anonimiteit gewaarborgd kan worden. Maar ik verdien geen anonimiteit. Ik wil deze dienaar van God in zijn ogen aan kunnen kijken als ik mijn zonden opbiecht. Misschien, heel misschien, kan ik dan nog vergiffenis krijgen.
"Prinses Emmeline," hij leunt achteruit in zijn stoel. "Ik hoorde dat U mij met spoed wilde spreken. Wat kan ik voor u betekenen?"
"Ik wil biechten, Vader. Ik...," ik haal diep adem. "Ik ben zonden begaan, onvergeeflijke zonden. En ze wegen zwaar op mijn hart."
Hij knikt. "Spreek, mijn kind."
"Ik.. ik ben ontrouw geweest aan mijn vorige echtgenoot. Heb overspel gepleegd met diens broer, nu mijn echtgenoot. Mijn huwelijk was ongelukkig en liefdeloos, ja, maar ik had het recht niet om mijn echtgenoot te bedriegen."
Ik wacht tot de man tegenover me reageert, maar besef dat hij dat niet mag doen. Dit is geen gesprek, het is een biecht. Iets dat ik nog maar een keer eerder heb gedaan, als jong meisje. Toen ik voor het eerst verliefd dacht te zijn, op een simpele jongen uit het kasteel. Hij hielp in de keukens, en ik viel als een blok voor hem. Maar ik wist dat het fout was, en besloot te biechten.
Ik kwam er makkelijk van af, drie keer een gebed aan mijn rozenkrans en ik was vergeven. Ik denk niet dat ik er deze keer zo snel vanaf ben, als ik al vergiffenis krijg.
"Ik raakte in verwachting tijdens dat huwelijk, drie maal. Maar ik verloor de kinderen, alle drie. De eerste twee op natuurlijke wijze, de derde na een ongeluk. Ik volgde mijn... ik volgde Prins Aleran van de trap. We hadden ruzie. En ik bleef aan hem trekken en duwen, en het volgende dat ik me herinner lag ik in een bed zonder mijn kind. Mijn kind dat niet van Aleran was. Aleran was.. niet in staat om levende kinderen te verwekken. Zijn broer wel." Ik vouw voor het eerst in de afgelopen uren mijn handen op mijn buik. "En ik had met hem overspel gepleegd.. Ik was zwanger van zijn broer."
Nog steeds geen enkele reactie van de man, ook niet op zijn gezicht. Er valt niets van hem af te lezen.
"En na mijn ongeluk overleed Prins Aleran. Hij dronk zichzelf de dood in, en dat was... mijn schuld. Als ik niet zo zondig was geweest in ons huwelijk was dat niet gebeurd.." Ik merk dat er tranen in mijn ogen opwellen. "En nu ben ik zwanger, en gehuwd met de liefde van mijn leven, maar het lukt me niet om gelukkig te zijn. Hoe kan ik zoveel moois verdienen als ik zo veel slechte dingen gedaan heb, Vader? Ik ben zo bang dat het een test is. Dat ik moet boeten voor alle slechte dingen die ik heb gedaan."
De man vouwt zijn handen over elkaar en ik zie zijn gezichtsuitdrukking veranderen.
"Prinses, het is niet mijn plaats om te oordelen over de zondes van de mensen die voor mij zitten," hij schuift het kettinkje rond zijn hals recht, "dat mag alleen Hij," en wijst naar boven, "maar ik denk dat u uzelf te veel verwijt. Uw huwelijk was ongelukkig en liefdeloos. U huwde tegen uw zin een prins die door heel Frankrijk bekend stond als een harteloos man. U vond daarin uw liefde bij een andere man, dat is een zonde, zeker. Maar u heeft daarvoor al veel geboet, denkt u niet?"
Ik kijk hem vragend aan. Ik heb net toegegeven dat ik zondig ben, en deze man probeert mijn zondes goed te praten?
"U hebt drie kinderen moeten verliezen, en een echtgenoot aan een noodlottig einde zonder uw toedoen. U bent aangevallen in Portugal en heeft veel mensen om u heen zien sneuvelen. En ondanks alles bent u blijven geloven in Hem, en bent u met Zijn toestemming opnieuw getrouwd. God heeft u en uw man nu een kind geschonken. Dat zou Hij nooit doen als test, maar als beloning."
Hij schuift een rozenkrans, eentje die lijkt op die ik als kind had, over het bureau naar mij. "En daarnaast toont u nu berouw. Ik kan aan u zien dat u uw leven wilt veranderen, dat u dat zelfs al heeft gedaan."
Ik neem de rozenkrans aan.
"Als u deze gevoelens van berouw blijft ervaren kan ik u aanraden een rozenhoedje per dag te doen." Hij knikt goedkeurend terwijl ik nog steeds verbaasd naar de ketting in mijn handen kijk. "Ik ontsla u van uw zonden in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen