Eerst waren we met zo'n dertig kinderen, maar al snel stierf een groot deel. Hun geesten jagen me nog steeds achterna, zo voelt het. En de moordenaar is nog steeds op vrije voeten.

POV Janne:

Ongelofelijk dat we nog maar met zijn drieën over zijn. En met zijn drieën bedoel ik: ze sluiten me buiten en ik moet alles maar alleen uitzoeken. Wat als ik nou eens naar buiten zou gaan, op zoek naar de anderen? Dat zou onze redding kunnen zijn! Ik pak wat handige spullen bij elkaar en loop naar buiten.
'Jennifer! Anna! Lotte! Zijn jullie daar ergens?'
Er is geen teken van leven te bekennen, maar wel zie ik iets dat alles verandert. Een meertje. Het water is duister door de nacht en de sterren fonkelen helder in het spiegelbeeld. De maan is bijna vol, dus over een paar nachten is het zover. Maar in het water is ook iets wat het vredige landschap verpest. Een meisje. Meteen herken ik haar als een van mijn klasgenoten. Jennifer. Ze drijft op haar buik en heeft haar armen en benen uitgestrekt. Haar huid is een heel klein beetje groen en het is duidelijk dat ze niet zo lang geleden haar eind heeft gevonden. Waarschijnlijk is ze nog maar een dag of twee dood. En dit is nog maar de derde avond van het kamp, terwijl ik het gevoel heb dat we al eeuwen aan het kamperen zijn. En waar de fuck zijn de meesters!? Een huivering loopt een rondje op mijn rug terwijl ik verder loop.
'Janne, Janne!' hoor ik plotseling. Het is een akelige, vrouwelijke stem en klinkt eerder als een klein meisje.
'Hallo?' vraag ik. 'W-Wie is daar?'
'Ik ben een vriend,' antwoordt de stem. 'Ik wil je helpen.'
'Wat bedoel je? Hoe kan je me helpen?'
De stem lijkt van overal te komen. Terwijl angstig om me heen kijk, zoekend naar de bron van het geluid, zie ik een schim.
'Ik kan je laten genezen.'
Haar stem echoot door de bossen en ze loopt van me weg. Ik moet haar volgen. Mijn voeten wijzen de weg en ik volg de duistere schaduw. Na een paar minuten lopen, die wel uren lijken, kom ik aan bij een grot.
'Kom binnen,' zegt ze verwelkomend. Ik zou geen idee hebben waarom dit een slecht idee is. Bovendien kan ik toch maar beter voor de zekerheid naar binnen gaan, voordat mij hetzelfde overkomt als Mindy. Twijfelend enter ik de grot. Er hangen een aantal kruizen aan de muur en middenin de ruimte is een tafel met een boek.
'Je hoeft enkel de woorden te lezen.' fluistert het meisje. Zelf is ze verdwenen, maar ik vertrouw haar. Ik loop naar het open boek en lees de woorden voor. Het lijkt haast Chinees, maar uiteindelijk lukt het toch. Ik voel hoe al het snot in mijn neusgaten wegbrandt en voel me ineens een stuk minder misselijk. Mijn huid krijgt weer kleur en mijn buik doet ook minder pijn.
'Dankjewel, hoe kan ik je ooit bedanken?' vraag ik terwijl ik om me heen kijk.
'Door hier te blijven.'

POV Mikai:

Iedereen slaapt, alleen ik ben nog wakker. Ik ben al even in slaap gevallen, maar ik blijf liever in de echte wereld. Dromenland, is nu voor mij een grote nachtmerrie. Steeds zie ik de lijken weer opnieuw. Ik zie Rojvan die doodsbang aan het rennen is voor zijn leven, Anna die haar leven verloor, Nina, Noëll en Sofie die allebei stierven in hetzelfde huis, Lana die ook daar stierf alleen in de kelder en nog zoveel meer bloed. Ik sterf liever aan vermoeidheid dan ooit nog een oog dicht te doen. Ik hoor even het geluid van bewegende bladeren en dan zie ik in een ooghoek hoe Isabel een beetje beweegt in haar slaap. Gelukkig, ik dacht net dat er iemand ons aan het bespioneren was of iets dergelijks. Dan blijkt mijn gedachte waarheid te zijn, want ik hoor een takje breken terwijl we allemaal doodstil liggen. Ik kijk in de oneindige duisternis in de hoop dat ik iemand zie bewegen, maar zonder resultaat. Behoedzaam sta ik op en loop ik stilletjes richting het geluid.
'Mikai? Wat ga je doen?'
Isabel heeft me kennelijk gehoord. Kut, wat moet ik zeggen?
'Effe plassen.'
Isabel reageert niet, dus ga ik er van uit dat ik mag gaan. Ik snel de bosjes in en hoor uiteindelijk hoe de voetstappen die ik eerst hoorde, achter me zijn. Ik ren nog harder en besef dat degene die ik wilde achtervolgen, nu mij op de hielen zit. Te gek. De angst grijpt me bij het hart en ik heb het gevoel dat ik ieder moment kan sterven. Ik begin de hoop al gauw te verliezen en stop. Het eind is nabij.

POV Rojvan:

Mijn voeten beginnen te kloppen en ik heb het gevoel dat ik ieder moment in kan zakken. Waarom moet dit mij gebeuren? Hoe gaat het met de anderen? Is er een kans om hier levend uit te komen? Ik kijk achter me en stop met rennen. Dat grote ding dat op een spin leek is weg en ik word niet meer achtervolgt. Eindelijk kan ik even rusten. Ik ga tegen een boom aan en zak ineen. Eigenlijk wil ik niet mijn ogen sluiten, bang om nooit meer wakker te worden, maar ik voel hoe mijn oogleden te zwaar zijn om het nog langer vol te houden. Ik geef het op en val in slaap. Met nachtmerries. Het is een van de donkerste nachten van mijn leven.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen