Ik voel me op een vreemde manier beledigd wanneer me wordt vertelt dat ik niet bij het gesprek tussen mijn ouders, Cecilio en Eschieve mag zijn. Ik ben geen ouder, maar toch...
De ochtend is gevuld met het uitzwaaien van de gasten, dus het gesprek met de jonge prinses zal pas later plaatsvinden. Emma heeft het uit mijn hoofd gepraat haar op te zoeken. In plaats daarvan houd ik me bezig met Cecilio - ik laat hem trainen met de jongste rekruten. In eerste instantie leek hij dat niet erg te vinden, maar al snel werd duidelijk dat training voor het leger toch even anders in elkaar zit dan sparren met de commandeur van je wacht die ook nog eens verplicht is om je te laten winnen, want jij bent de prins en jouw verlies zal hem zijn baan kosten. Al snel stond de jonge prins te hijgen en te zweten. Hij houdt overduidelijk moeite om de rest bij te houden. Met een starre blik kijk ik toe. Het is alles wat ik kan doen om hem niet de nek om te draaien, of om te vervallen in een eindeloze circle van doemdenken. Ik focus me op zijn techniek, in plaats van zijn motief.
Als het aan mij zou liggen zou dit precies zijn waar de Portugeese jongen de komende jaren zou doorbrengen. Laat hem maar zweten, leer hem maar wat discipline is. Acties hebben consequenties.
Aan het begin van de training speelde hij enkele keren de "ik ben een prins"-kaart, waarop de sergeant zich bij de vierde keer naar mij draaide en zei: "Dat is een prins. Als je met hem wil trainen, of met hem wil sparren houdt ik je niet tegen."
Het wijselijke besluit om dat niet te doen, volgde. Nu houdt hij zijn mond, al is aan zijn uitdrukking duidelijk te zien dat hij het er niet mee eens is.
Aan de andere rekruten zie ik dat ze hopen dat ze mee gaan doen, maar ik kan het vandaag niet opbrengen. Het liefst zou ik mezelf lamleggen met papavermelk en pas weer wakker worden als dit hele gedoe is overgewaaid. Dat laat het leven helaas niet toe.

Aan de zon te zien nadert het middaguur. Ik stuur Cecilio, onder toeziend oog van drie wachten, weg om zich op te frissen. Ik besluit mezelf bezig te houden met het schieten van een paar pijlen. Net als ik de boog gespannen heb, word ik benaderd door Winoc en ik begin te grijnzen. "Winoc! Zie je het zitten om een potje te sparren? Dat is veel te lang geleden!"
Hoewel hij terug grijnst, is meteen duidelijk dat hij hier niet is als mijn vriend, maar als wacht. Mijn hartslag kruipt omhoog, ik voel mijn lach verdwijnen.
"Het is niet ernstigs." begint Winoc, waardoor ik alleen maar denk dat er iemand dood in de gracht ligt. "Eschieve liet me je halen. Emma is weer flauwgevallen." Hij grijpt mijn pols als ik de boog aan de kant wil smijten. "De arts is aanwezig. Ze is oké, de baby is oké. Maar gezien de vorige keer... Er werd ingeschat dat het goed was je zo snel mogelijk te laten halen."
"Juist." Ik knik. Haal diep adem. Geen reden voor paniek. Winoc zou dat nooit voor me verborgen houden. "Ja. Nee. Goed. Ik ga naar haar toe."
Hij klopt bemoedigend op mijn schouder. "Ik loop met je mee. Kenna is daar ook."

"Hoe vaak heb je al gedacht aan vluchten?" De vraag komt niet geheel onverwacht, want het is Winoc. Over nachtelijke potjes kaart hebben we elkaar van alles verteld. Mijn beste vriend is op de hoogte van mijn mening tegenover kinderen.
"Constant." geef ik toe. "En op hetzelfde moment helemaal niet. Werkelijk, ik ben doodsbang, maar ik zou Emma niet achter kunnen laten."
Winoc knikt bedenkelijk. "Het is ook eng. Ik was ook bang."
"Maar jij wilde kinderen."
Daarop blijft het even stil. "Dat is zo." zegt hij uiteindelijk. "Maar als het eenmaal geboren is, wordt alles anders. Je kan niet anders dan ervan houden."
"Maar wat als dat ook alleen maar is omdat je een kind wilde? Wat als ik niet van het kind kan houden, omdat ik het nooit wilde?" Zoals zovaak de laatste weken duizelt het me. Ik kan niet aan het idee wennen. Ik kan niet voor me zien hoe ik ooit een degelijke vader zou zijn.
"Lucien, ik heb je gezien met Eschieve en Sébastien. Zelfs met Amelie, al zou je me omleggen als ik dat aan Emma vertel."
"Ik wilde oefenen." zeg ik schaapachtig. Winoc lacht.
"Je bent goed met kinderen. Je denkt gewoon teveel na."
"Die kinderen waren niet van mij. Ik kon ze teruggeven als ik het niet meer aankon. Dat gaat niet als het mijn eigen kind is!"
Hij snuift en kijkt me vol ongeloof aan. "Meen je dit nou? Je bent de kroonprins! Je zult kindermeisje te over hebben, zodra jij je kind in de armen hebt zal er altijd iemand zijn om het van je over te nemen. Dat was zelfs bij mij zo, en ik ben slechts commandeur van de wacht." Hij schudt zijn hoofd, lachend. "De eerste maand heb ik Amelie misschien een uurtje vastgehouden, in totaal. Zodra ze ook maar de indruk gaf dat ze ging huilen, werd ze uit mijn armen genomen en aan de borst gelegd."
Daar denk ik over na. Het zit me niet lekker. Hoe graag ik ook oud zou worden zonder kinderen, die mogelijkheid heb ik niet. En de keuze om dan maar een vader te zijn die er nooit is... die staat me ook niet aan.

Aankomst bij onze vertrekken redt me van een antwoord. Stilletjes stappen we naar binnen, voor het geval ze slaapt, maar Kenna zit op de bedrand en vlecht Emma's haar terwijl ze er op los kletsen. Er valt een last van mijn schouders om te zien dat Emma zich goed kijkt te voelen. Als ze me ziet, licht ze op. "Daar ben je."
Ik ga bij haar op bed zitten en pak haar hand. "Ik ben er altijd." beloof ik. "Hoe gaat het met je?"
"Ik ben nog een beetje licht in mijn hoofd, maar de dokter zei dat het niks ernstigs was." Ze trekt haar neus op. "Ik moet alleen bedrust houden tot de baby komt."
Ik trap mijn laarzen uit en ga naast haar liggen. Ze nestelt zich al snel tegen me aan. "Ik hou je gezelschap."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen