Foto bij 2.

Maandag 8:30
"Goede morgen Kathy, lekker geslapen? Ik heb wafels gemaakt, ze staan op het aanrecht op je te wachten, Jace zit al aan tafel".
Ik wens Luci goede morgen en ga met 2 wafels bij Jace aan tafel zitten, "beetje uitgerust? Vandaag weer aan het werk". Knipogend neemt hij een hap van zijn wafel.

De maandag is meestal een rustige dag, vaak maken we een inventaris op en checken we de boekenkasten en doen we wat overig werkt voor de week die komt. Gelukkig ben ik de gene die de boeken en de voorraad daarvan in beheer heb deze zomer. Jace werkt meer in de bediening en kan de lekkerste koppen koffie zetten.

"Zo jongens, ik vertrek alvast. Doe rustig aan, 10 uur is vroeg genoeg". Lachend zwaaid Richard naar ons en kust zijn vrouw gedag. De familie van Jace straalt zo veel warmte uit, bij mij thuis is het vooral formeel.
Mijn ouders, Jane en Micheal zijn beide advocaten hebben zelf een kantoor.
J&M advocaten Washington DC, daar hebben ze een prachtig kantoor aan huis. Maar ik mag eigenlijk niet klagen, mijn ouders geven me letterlijk alles. Ik zit niks voor niks op Harvard, kan niet voor niets bij Channel winkelen en hoef me nergens zorgen ol te maken. Zo lang ik netjes de regels opvolg die mijn ouders me geleerd hebben, dat is voornamelijk dat ik mezelf keurog moet presenteren aan de wereld.

A het ontbijt excuseer ik me en loop naar de logeerkamer dat deze zomer mijn kamer is.
De logeerkamer heeft een eigen badkamer, grote inloopkast en heerlijk grote ramen waar de zon doorheen valt. Na een douche duik ik de kast in. Ik haal een witte kokerrok en een lichtblauwe blouse tevoorschijn.
De kleding die ik draag is altijd netjes, mijn moeder heeft er voor gezorgd dat ik er altijd verzorgt bijloop, al is het maar naar de pizzeria.
Dit betekend, knoopjes van een blouse netjes gesloten en de rok tot aan de knie of langer.

Ik trek er open witte hakken bij en doe aan de kaptafel mijn make up, verzorg mijn blonde krullen en smeer nog een beetje rode lippenstift op. Tevreden kijk ik in de spiegel, dit moet voldoen voor deze dag.

Beneden tref ik Jace aan, ook hij is opgefrist, ik moet bekennen, hij is knap. Zijn brede schouders komen goed uit in het overhemd dat in zijn zwarte broek is gestoken, welke vrouw vind een goed geklede man nu ook niet aantrekkelijk? "Klaar voor? We nemen de Taxi, hij staat al voor". Ik zie hem naar me kijken, zijn blik stopt bij mijn hakken, lachend kijkt hij op, "dat is maar goed ook, want je kunt niet zo ver lopen op die schoenen". Plagend geeft hij me een duwtje tegen mijn schouder.

"Fijne dag vandaag Luci, tot vanavond". Ik zwaai naar Luci voor ik de deur uit stap en voorzichtig de trap afloop, zo onhandig als ik ben.
"Doeg lieverds, tot vanavond, denk erom, jullie koken".
Lachend stappen we de deur uit de taxi in. De dag verloopt soepel, na de lunch heb ik de inventaris van de boeken collectie weer bijgewerkt. Nu de boekenplanken controleren, of de boeken nog goed staan en bijvullen. Er staan bijzondere boeken bij, in een speciaal gedeelte, waar je niet zo kunt komen staan bijzondere klassiekers en 1ste drukken.
Van de kar haal ik net een filosofisch boek, zoek het plekje en dan valt mijn mond een beetje open.

"Ga je vandaag je gasten netjes te woord te staan?" Zijn accent klinkt sterk door, zijn lange haren vallen met lichte slagen op zijn schouders. Door zijn witte shirt is te zien dat vanaf zijn armen tot over zijn hele buik tattoo's zitten. Hij leunt aandachtig naast me tegen de boeken aan, onderzoekt me met zijn blik.
Zijn zwarte broek heeft meerdere gaten, die mode heb ik nooit gesnapt. Maar ergens maakt het voor deze jonge man zijn look compleet.

"Ah ik snap het al, je bent je tong verloren. Zo word het nooit wat met je he".
Hij schut zijn hoofd en stapt nog een stuk dichterbij. Ik daar in tegen loop juist naar achteren, ik voel mijn billen de kar raken, het duurt even maar dan weet dan mijn stem weer te vinden.

"Ik ben prima in staat klanten netjes te word te staan als ze zich dan ook netjes gedragen, met je voeten op de dure tafels, waar mensen van eten en drinken en niet reageren op personen, nee daar ben ik niet uiterst beleeft tegen".
Mijn woorden zijn scherp en ik ben vast besloten dat deze persoon mij niet op de kast laat jagen.

Mijn gedachten worden ruw verstoord door zijn hand die zich om mijn arm sluit. Zijn gezicht is dicht bij, zijn adem strijkt over mijn gezicht. Ik ben me raar bewust van de muntgeur, met een vleugje van iets wat ik nog niet weet te plaatsen.
Ergens ben ik meer bezig met wat mijn zintuigen opvangen dan zijn hand die om mijn arm gesloten is en de kleine afstand tussen onze lichamen die heel snel en onverwachts flinter dun geworden is. Ik hap naar adem, als hij me tegen de boekenkast duwt, mij nogsteeds vast houden. "Laat me los, alsjeblieft". Een soort gepiep komt uit mijn mond, als ik hem aan kijk. Om hem aan te kijken moet ok mijn hoofd optillen, want de jongen torrent over me heen. Zijn vinger veegt een pluk haar achter mijn oren, die los geschoten was uit mijn knot.
"Je bent zo fucking onschuldig he".

'Oke focus Kathy, help je uit deze belachelijke situatie'. Even sluit ik mijn ogen en zucht diep, ik voel mijn benen trillen, bang voor de grote en dominante verschijning voor me.
"Zou je zo vriendelijk willen zijn, je hand weg te halen?
Laat mij je dan helpen met het uitzoeken van, voor jou passende literatuur. Misschien ook trek ik een kop koffie?"
Een trilling valt over de woorden, ik zie hem genieten van de duidelijke invloed die hij op mij heeft.
Zijn grijns vergroot zich "kijk zo moeilijk is dat toch niet, Katherina?" Zijn hand die om mijn arm gesloten zat stop hij in zijn broekzak, stapt naar achter en kijkt me aan, wachtend.

"Alles goed hier Katy?"
Jace komt aanlopen met een mok in zijn handen. "Ik heb koffie voor je gezet, ik dacht dat we samen wel even konden zitten". Zijn ogen flitsen tussen mij en de jonge man, het bevalt hem niet zo te zien. Hij gaat naast me staan en geeft me de mok aan.
"Kunnen we u helpen?"
Jace is altijd beleeft, in elke situatie, dat is iets wat ik toch wel aan hem bewonder. Toch is er iets in zijn blik dat ik niet herken.
"Nee, dat heb ik al besproken met Katherina. Welk boek raad je me aan?" Ik hoopte eigenlijk dat de conversatie tussen de jongen en mij over zou zijn nu Jace er tussen kwam, maar helaas. Hij boort zijn groene ogen in die van mij, maar het is moeilijk ze te doorgronden.

" Misschien iets wat bij je karakter pas, Wuhthering heights? Je kunt je vast prima plaatsen, meneer Heathcliff".
Ik zie zijn wenkbrauwen wronsen, en zijn ogen iets donkerder worden. Waar haal ik ook het lef vandaan, hem zo aan te spreken.
Jace kijkt me verbaast aan, maar zegt niks.
"Sorry, sorry. Neemt niet weg dat het een prachtig boek is, maar dat maakt mijn gedrag niet goed. Ik kan hem wel even voor u halen?"
De jongen schut zijn hoofd, zijn krullen gaan heen en weer en ik zie een ketting bewegen onder zijn shirt.
"Nee, ik ken dat boek goed genoeg. Bedankt voor het proberen Katherina, maar ik pass".
Dan richt hij zijn aandacht op Jace, vel kijken de jongens elkaar aan.
"Kijk niet zo dom jij, je krijgt het niet voor elkaar haar te neuken door haar steeds koffie te brengen, watje".
Hij draait zich om met nog 1 donkere blik op zijn gezicht en loopt de winkel uit, ons stom verbaast achterlatend.

"Zullen we dit vergeten?" Jace kijkt me blozend aan, zelfs een beetje ongemakkelijk. "Tuurlijk, hij weet duidelijk niet hoe je een normaal gesprek voert. Momentje goed? Ga maar alvast zitten, drinken we zo samen de koffie".

Ik moet hem vinden, dit moet geen gewoonte worden dat hij op deze manier bij ons komt. Ik kijk links en rechts of ik hem nog kan zien, gelukkig zie ik hem net de hoek omslaan. Rennend op mijn hakken probeer ik hem in te halen, "hé jij!" Hij stopt en draait zich om, hij trekt 1 wenkbrauw op en slaat zijn armen over elkaar. Ik stop met rennen en loop nu rustig, nog een beetje hijgend, op hem af. "Waarom zou je zoiets zeggen? Dat doe je toch niet, Jace en ik zijn totaal niet op die plek. We zijn vrienden. En dan nog even wat, blijf uit de winkel."
Een hand gaat door zijn krullen, en even kijkt hij me onderzoekend aan, "verdedig je je zelf nu, ben je me daarom achterna gekomen?
Geïrriteerd kijk ik hem aan, ook ik sla mijn armen over elkaar en kijk hooghartig in zijn ogen. "Nee, om je erop te wijzen dat je niet zomaar een winkel kunt binnen stormen en mensen zo kunt behandelen. Ja ik had netjes tegen je moeten praten zaterdag, maar dat betekend niet".
Hij maant me tot stilte door zijn hand op te steken.
"Ik zal je niet meer lastig vallen en je zielige vriendje, dag Katherina".

Dit gedrag van hem maakt me boos en nog meer geïrriteerd, "het ik Kathy, stop met me Katherina te noemen".
Om mijn woorden kracht bij te zetten, loop dichter naar hem toe. Dan zie ik de sigaret achter zijn oor, die meteen mijn aandacht trekt en ik bedenk dat, dat de nog niet bekende geur was die ik rook.

Nu ik voor hem sta, dingt het pas tot me door hoe belachelijk ik mezelf maak. "Goed, fijne dag nog jij". Ik draai me om en loop terug in de richting naar het Café. "Harry". Roept hij me na en ik kan er niks aan doen, maar hoe onbeleefd en hoe hij mijn gedrag ook beïnvloed. Er verschijnt een lach om mijn lippen toen hij zijn naam naar me toe riep. Ik draai me expres niet om en loop door,

'tot ziens Harry'.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen