Foto bij Scar 79

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Het enige wat ik wil, is haar in mijn armen houden, zodat ik weet dat ze weer bij mij is, dat ze veilig is. Ik vraag me af of het geluid maakt wanneer iemands hart breekt. Ik heb in ieder geval niks gehoord.

Ik sleep mezelf 's ochtends uit bed. En dan zie ik op de grond een van mijn shirts liggen; degene die Paige altijd aantrekt om mee te slapen. Ik raap het voorzichtig op en ga met het stuk stof in mijn handen op de rand van het bed zitten. Heel lang zit ik daar maar, starend naar het shirt dat ze misschien nooit meer aan zal hebben. Na een tijdje ruik ik eraan. Het ruikt nog naar haar. Heel lang zit ik er nog naar te kijken en het voelt alsof alle lucht uit mijn longen wordt geperst. Aan de ene kant voel ik niks meer - kán ik niks meer voelen - en aan de andere kant beven mijn handen terwijl ik het shirt vasthoud. Met onvaste ademhaling knuffel ik het tegen mijn borstkas en ik sluit mijn ogen.
'Oh God,' stoot ik uit als in een snik en de pijn golft door mijn lichaam. Iets binnenin me is gebroken. Alles binnenin me is gebroken.
Ik kan onze laatste kus niet meer specifiek herinneren. En het maakt me banger dan ik ooit uit zou kunnen leggen, want het was misschien wel onze laatste. En dan herinner ik het me weer. Het was op de bank, vlak voordat Vadìm aanbelde. Ik had niet open moeten doen. Ik had moeten blijven in het moment waarop Paige perfect in mijn handen paste en ik had haar moeten blijven kussen tot onze adem op was.
Een golf woede neemt me over en ik trap het nachtkastje omver. Het tweede-, derde-, of vierderhande ding breekt en ik gooi een van de brokstukken door de kamer. Ik val op mijn knieën op de grond en schreeuw, mijn handen klauwend naar mijn haar. Ik vloek en ik roep allemaal onafgemaakte woorden die het de adem niet waard zijn en ik begin te huilen. Ik val op mijn rug op de vloer en breek in duizend stukken en het kan me niet meer schelen of ik ooit nog ga helen of niet. Ik wil gewoon weten of ze dood is, want als zij dood is, ben ik dat ook. Ik snik zo hard dat het pijn doet aan mijn borst en ribben en longen en het voelt de moeite niet meer waard om adem te halen.
Plotseling schiet ik half overeind. Er komen een paar paniekerige geluiden uit mijn mond. Ik heb het shirt ergens laten vallen, realiseer ik me. Half verblind door verdriet voel ik wat om me heen, tot ik het uiteindelijk weer vind en nog altijd huilend klem ik het tegen mijn borst. Ik rol op mijn zij en rol me schokschouderend op, zo klein mogelijk, zodat ik kan verdwijnen.
Laat het ophouden. Laat het ophouden. Oh God, laat het ophouden.
Ik weet niet hoe lang ik daar precies lig, maar ik weiger de hele tijd om het shirt los te laten, alsof ik op die manier haar ook nog kan vasthouden.
'Kom terug,' hoor ik iemand snikken en door alle emoties heen duurt het even voordat ik besef dat ik het zelf ben. Ik herkende mijn eigen stem haast niet, zo verwrongen dat die klinkt. 'Kom terug. Alsjeblieft.'
De hele wereld voelt koud zonder haar warmte en hard zonder haar zachtheid. Ze kan me niet achterlaten in deze hel.
Na een tijdje zijn de tranen op en ben ik alleen maar leeg. Met pijnlijke spieren weet ik mezelf overeind te krijgen en ik veeg de tranen weg. Dan breng ik het shirt naar mijn gezicht om weer een vleug van haar geur op te kunnen vangen. Even sta ik stil, met tranen in mijn ogen. Dan trek ik het shirt aan, vis ik ergens een broek en een paar sokken vandaan en loop ik de slaapkamer uit, naar de keuken, waar ik als ontbijt wat cornflakes maak. Ik lepel het met moeite naar binnen en halverwege komt er opeens, haast uit het niets, een verschrikkelijk beeld in me op van Paige, met een lijkbleek gezicht en kleurloze lippen en lege ogen en bedekt onder het bloed. Het ziet er bijna uit alsof ze dood is, want, besef ik, dat is ze ook. Het idee alleen al is zo afschuwelijk dat ik naar het toilet ren en mijn hele ontbijt er weer uitgooi. Ik begin weer te huilen en na een tijdje weet ik mijn telefoon te pakken.
'Nathan? Hallo?' klinkt Marco's stem na drie en een halve keer van overgaan.
'Ik voel me niet zo lekker,' snik ik en ik klink kleintjes, als een kind, ook al heb ik teveel meegemaakt om me ooit nog kinderlijk te voelen.
Even klinkt er een gedempt gesprek aan de andere kant van de lijn. Dan zegt Marco: 'Blijf thuis vandaag, oké? Je kan zo niet werken. Je moet jezelf niet forceren. Hailey komt nu naar je toe.'
Het duurt niet lang voor ze er is. Met de reservesleutel van mijn appartement die ik aan ze gegeven hebt komt ze naar binnen en het duurt niet lang tot ze me vindt, zittend tegen de muur van het toilet. Ze zegt niets en pakt en nat doekje om mijn gezicht schoon te maken, waarna ze me wat water geeft. Ik kan me er in eerste instantie niet toe zetten haar aan te kijken, maar na een tijdje til ik toch mijn blik op om de hare te ontmoeten. Ze ziet eruit alsof ze nauwelijks geslapen heeft, wat niet heel onwaarschijnlijk is. Marco heeft me wel eens laten weten dat, als Hailey van streek is, ze direct heel slecht begint te slapen en eten. Ze slaat volledig dicht. Hij zei dat hij na al die jaren nog steeds niet wist hoe hij het beter moet maken, maar dat hij haar altijd maar gewoon smeekt om iets van eten naar binnen te werken en haar 's nachts maar gewoon zo stevig mogelijk vasthoudt om ervoor te zorgen dat ze in ieder geval blijft liggen.
Ze komt bij me zitten en steekt aarzelend een hand naar me uit. Het duurt een paar onzekere seconden voordat ze die op mijn onderarm durft te leggen, trillend maar zeker. De gekrenkte blik in haar ogen is ondraaglijk.
'Is ze weer ontvoerd door de man die haar verkracht heeft?' vraagt ze ademloos.
Mijn wereld staat stil.
Daar had ik nog helemaal niet aan gedacht. Het voelt als een klap in mijn gezicht. Ik bleef maar gefocust op haar familie en de vijanden van haar familie, maar dit is net zo goed mogelijk. Ze had het immers over een week en de vorige keer had hij haar ook een week lang ontvoerd. Zou het toeval kunnen zijn? Wil ik dat het toeval is?
Wat als ze op dit moment verkracht wordt? Wat als ze ergens op deze wereld is, bang en wanhopig en misschien wel gewond, wetend dat haar verkrachter haar een tweede keer gevonden heeft? Wat als hij haar nog een litteken geeft, even gruwelijk en pijnlijk als de eerste? Toen in Parijs vertelde ze dat hij haar gevangenhield in een kelder, dat hij aantekeningen maakte, dat hij constant foto's van haar maakte, dat het zoveel pijn deed, dat ze zich zo vies voelde. Wat als dat haar nu weer overkomt?
Nog voor mijn gedachten een duidelijk beeld hebben kunnen vormen, voel ik het gal opkomen en het duurt maar een paar seconden voordat ik me weer vastklamp aan het toilet en de laatste restjes braaksel in mijn maag eruit kots. Ik voel Haileys hand over mijn rug wrijven, maar dat maakt het niet eens beter, want het is niet Paige. En Paige is nu het enige wat me nog gerust kan stellen.
'Ik weet het niet,' weet ik na een tijdje jammerend uit te brengen, tranen rollend over mijn wangen. 'Ik weet niet wat er gebeurd is. Ik weet het niet.'
Ik kokhals weer, maar er komt niets meer uit. Mijn hele lichaam trilt en ik weet niet of dat komt door de misselijkheid of de angst.
Hailey geeft me weer wat water en ik spoel mijn mond. Ze legt de beker voor me weg en trekt me in een omhelzing, ook al geeft zij ook om Paige en is zij ook bang. Ze is altijd al sterker geweest dan ik. Ik klamp me aan haar vast alsof ik nog maar een jongetje ben en huil met mijn gezicht in haar hals gedrukt. Vaag ben ik ervan bewust dat ik haar ook hoor sniffen en ik besef dat we al rouwen voordat we het weten. En ik besef ook hoe oneerlijk dat is. Het voelt alsof ik moet blijven geloven in haar terugkeer, want anders zal het niet gebeuren. En ik vergrijp me angstig aan die hoop alsof het heilig is.
'Ik dacht echt dat het eindelijk allemaal goed zou komen,' snik ik.
'Ik ook,' zegt ze met krakende stem.
Ze houdt me vast tot ik weer gekalmeerd ben en helpt me dan overeind.
'Kom, je moet weer even proberen wat te slapen. Je ziet eruit als een lijk.'
Ik strompel maar een beetje achter haar aan, niet in staat zelf iets te ondernemen. In de slaapkamer draait ze zich even met haar rug naar me toe zodat ik me om kan kleden en ik ga onder de dekens liggen. Ze loopt naar me toe gaat op de rand van het bed zitten. Ik zie de pijn in haar blik en ik voel me ineens ontzettend schuldig dat ik niets kan doen om voor haar te zorgen, maar ik kan nu eenmaal niet ontkennen dat ik niet eens voor mezelf kan zorgen.
'Ik zal zo even een teiltje halen voor het geval je weer moet overgeven. Is er nog iets anders wat ik voor je kan doen?' vraagt ze.
Ik schud mijn hoofd. 'Je mag gewoon naar huis gaan. Ik wil niet dat je hier alleen blijft omdat arme kleine Nathan niet voor zichzelf kan zorgen.'
'Ik wil blijven. Alleen zijn heeft nu toch geen zin. En je hebt een tv, dus ik vermaak me wel,' drukt ze me op het hart. 'Echt, zeg het als ik iets voor je kan doen.'
'Oké,' zeg ik met tegenzin, ook al ben ik het niet van plan.
Ze knikt, strijkt de lakens recht, en staat op.
Net wanneer ze bij de deur is, zeg ik als vanzelf: 'Ik weet niet wat er van me wordt als ze niet terugkomt.'
Ze blijft aarzelend staan, half van me afgekeerd. Ze slikt en ik kan zien dat ze moeite heeft de tranen binnen te houden. Dan haalt ze trillerig adem en antwoordt ze: 'Paige is een sterke vrouw. We moeten erop vertrouwen dat ze alles doet om terug te komen, wat er ook aan de hand is.' Er valt een stilte en ik zie haar weer slikken. Ze knippert de tranen uit haar ogen. 'Ze verdient dat vertrouwen.'
Ze heeft gelijk. Paige is sterk. En fel, als het nodig is. En veerkrachtig. Ik, echter, ben dat niet. Ze verdient dat vertrouwen, maar ik heb haar nooit kunnen geven wat ze verdient.
Hailey loopt weg en ik lig daar maar, klaarwakker en halfdood tegelijk. Na een tijdje komt Hailey weer binnen met een teiltje en we zeggen allebei niets. Ik doe alsof ik slaap en ik denk dat ze erin trapt, maar in werkelijkheid voelt het alsof ik nooit meer mijn rust zal vinden. Ik zou moeten gaan slapen, maar ik vertrouw mijn dromen niet, dus ik pak mijn telefoon en probeer Paige weer te bellen. De telefoon gaat over. Na een halve minuut schakelt hij over op voicemail.
'Paige?' zeg ik vragend, mijn stem hees en zwak. Ik voel de tranen al opkomen, maar slik ze met een trillerige zucht weg. 'Paige, ik-ik weet niet waar je bent. Je... Ik... Je moet terugkomen. Alsjeblieft. Ik... Ik weet niet wat ik met mezelf aan zou moeten als je niet terugkomt.' Ik duik ineen, maak mezelf klein, alsof er dan ineens ruimte voor haar in mijn wereld zou zijn. Mijn ogen branden, maar ik wil niet huilen. Ik denk niet dat ik zou kunnen stoppen. 'Ik wil de hele tijd gaan drinken, maar ik durf het niet. Ik... Ik hoop steeds dat je weer terugkomt en dan wil ik niet dat ik dronken ben. Dan wil ik er voor je kunnen zijn. Maar... Je moet dan wel naar huis komen. Anders... anders kan ik me net zo goed dood zuipen. Zonder jou maakt het me echt geen fuck uit wat er met me gebeurt. Ik... Ik wil... Ik wil alleen maar een leven met jou. Ik denk niet dat ik verder kan gaan. Ik denk niet dat ik dat wil.'
Ik veeg de ontsnapte tranen van mijn gezicht en hoewel ik niet snik, weet ik bijna zeker dat het aan me te horen is dat ik ben gaan huilen. Ik probeer met alle macht te blijven ademen en even denk ik dat ik een paniekaanval heb en misschien is dat ook wel zo, maar al vrij snel heb ik me weer onder controle en het kan me toch niet schelen.
'Ik vind de tatoeage op je schouder mooi,' zeg ik dan uit het niets, alsof dat het belangrijkste is wat ik te zeggen heb. 'Ik weet dat het je Russische naam is en zo en dat de betekenis niet heel leuk is, maar ik vind dat het je mooi staat. Ik heb het nooit gezegd. Het voelde altijd zo onbenullig en onbelangrijk, zeker als je kijkt naar de context. Ik vind het mooi. En ik vind jou mooi. Dat had ik vaker tegen je moeten zeggen. Ik zal het vaker tegen je zeggen, als je terugkomt. Nog een miljoen keer. Een miljard, als het zou kunnen. Het... Het kan me niet schelen hoe donker je verleden is. Jij bent mijn licht.'
Ik sluit mijn ogen en zucht even. Een voicemail mag maar drie minuten duren en mijn tijd raakt op.
'Het spijt me. Ik had je moeten beschermen. Ik weet niet wat er gebeurd is, maar wat het ook is: ik had je moeten beschermen. Het spijt me zo. Ik... Ik mis je.'
En ik beëindig het bericht.
Ik lig in stilte op bed, met de telefoon tegen mijn borst gedrukt, alsof ze ergens op deze wereld iets tegen me terugzegt en dit de enige manier is waarop ik het kan horen. Ik sluit mijn ogen in de stilte die volgt.
Het duurt een tijdje voordat ik besef dat, als iemand het bericht al hoort, het niet Paige, maar de ontvoerders zullen zijn. Ik bel weer en wacht op de voicemail.
'Doe haar alsjeblieft geen pijn,' zeg ik met schorre stem en mijn stem breekt op hetzelfde moment als mijn hart. 'Laat haar alsjeblieft gaan.' Even ben ik stil, maar wanneer ik me realiseer dat ik niets meer te zeggen heb, leg ik mijn telefoon weer weg.
Als politieagent heb ik wel vaker met verdwijningen of ontvoeringen te maken. Ik herinner me nog een man wiens eerste vrouw verdwenen en doodgewaand was. Het was op het nieuws toen ik klein was. Na twaalf jaar, toen hij weer opnieuw getrouwd was, kwam ze terug. Ze was ontvoerd en jarenlang opgesloten door een of andere psychopaat. Toen hij op het politiebureau was om nogmaals een verklaring af te geven, heeft hij verschrikkelijk huilend op een plastic stoeltje gezeten. Hij snikte dat hij een slecht persoon was, want jarenlang heeft haar naar terugkeer verlangd en nu ze terug was, wilde hij eigenlijk dat ze dood was. Ik hoor het hem nog zeggen: ‘Ik zou willen dat hij haar vermoord had.’ Hij hield van haar. En hij hield ook van zijn huidige vrouw. En nu moest hij kiezen. En hij wilde niet kiezen. Uiteindelijk heeft hij zelfmoord gepleegd. En een paar dagen later zijn eerste vrouw ook. Het was één groot slagveld. Ik hield me altijd voor dat als mij zoiets zou overkomen, ik nooit zou hertrouwen. Ik geloof dat het gezonder is om verder te gaan, en ik snap dat mensen het doen, maar ik weiger het überhaupt te overwegen. Maar wat als ik toch verderga, toch weer gelukkig word? Wat als ze dan terugkomt? Lieve, gecompliceerde, gefolterde Paige, voor wie ik door het vuur zou gaan.
Even dwing ik mezelf om erover na te denken. Wat als ze echt dood is? Wat zou ik doen? Ik ben er niets trots op, maar het schiet toch even door me heen: Ik ben een politieagent. Ik heb toegang tot wapens. Een schot en het kan allemaal over zijn.
Ik schud mijn hoofd, ook al verdrijft het de gedachte niet.
Een schot en het kan over zijn.
Mijn maag verkrampt en mijn borstkas voelt te klein.
Ik ben bereid voor haar te sterven, maar ben ik bereid om voor haar te leven?

De dag erna ga ik weer naar werk, maar Marco geeft me bewust alle makkelijke, niet-belastende klusjes en alles gaat in een waas aan me voorbij. Ik kom thuis en probeer haar keer op keer weer te bereiken. Ik spreek de ene na de andere voicemail in. De enige reden dat ik iets van avondeten naar binnen werk, is omdat Marco me belt en me laat beloven dat ik iets zal eten. Die nacht ga ik uren later dan normaal pas slapen, want ik kan er niet tegen om in een leeg bed te moeten gaan liggen. Bijna aarzelend ga ik aan Paiges kant aan het bed liggen, hoe onvertrouwd het ook voelt. Misschien hoop ik onbewust dat ze binnen zal komen en zal gaan klagen dat ik maar naar mijn eigen kant moet gaan.
Woensdag gaat ongeveer hetzelfde - en als het wel anders was geweest, was het me niet opgevallen, want alles gaat langs me heen. 's Nachts ga ik gewoon aan mijn eigen kant in het bed liggen en ik houd de hele nacht lang Paiges kussen vast alsof zij het is. Ik duw mijn gezicht ertegenaan en ik denk dat ik mezelf in slaap heb gehuild, maar ik weet niet zeker of ik überhaupt geslapen heb.
Donderdag begin ik aan de routine te wennen. Ik sta op. Ik dwing mezelf wat te eten. Ik ga naar werk. Ik handel alle betekenisloze klusjes af. Ik probeer te lunchen. Ik ga verder met de betekenisloze klusjes. Af en toe kijkt Marco me bezorgd aan, of vraagt hoe het gaat, waar ik geen antwoord op weet. Tegen de tijd dat ik thuis aankom, zijn de details me al ontgaan en wordt alles wazig. Ik werk 's avonds in mijn lege appartement iets van eten naar binnen. Ik probeer tevergeefs Paige weer te bereiken.
Net wanneer ik wat drinken wil pakken, word ik gebeld.

Reacties (1)

  • BethGoes

    Nathan geeft echt om Paige! En jezus mina WAAROM DIE CLIFFHANGER?

    1 maand geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen