HEDEN

Het was alsof er een hete drab door haar longen gleed die alle zuurstof blokkeerde. Scherpe steken teisterden haar hoofd. Paniekerig liet ze de herinneringen los – op zo’n fysieke manier dat ze achterover op het bed viel. Hijgend bleef ze liggen.
      Wat was er net in vredesnaam gebeurd? Ze had niet alleen vastgezeten in Shades’ herinneringen, het was alsof hun geesten zich verstrengeld hadden. Alsof hij haar eigen herinneringen naar de oppervlakte had getrokken. Bewust of onbewust.
      Naast zich hoorde ze Shades zacht kreunen. Ze twijfelde er niet aan dat hij dezelfde pijn voelde als zij. Nooit eerder had ze zo een hevige hoofdpijn gehad, ze kon het wel uitschreeuwen. Het voelde alsof haar herinneringen zich weer ruw ingroeven.
      Een tijdlang kon ze zich nauwelijks verroeren. Ze lag daar maar, in het bed van een moordenaar. Starend naar het plafond. Zeker een uur ging voorbij voordat ze moeizaam overeind ging zitten. Ze voelde zich uitgewrongen, alsof haar een weeklang slaap was onthouden. Een van de ergste martelmethodes.
      Shades keek naar haar op. Toen hun blikken elkaar kruiste, zei hij: ‘Zo te zien ging het niet helemaal zoals gepland?’
      ‘Jawel,’ loog ze. ‘Ik heb wat herinneringen terug. Over onze ontmoeting. Ietsje anders dan je beweerde.’
      Hij haalde zijn schouders op. ‘Ik dacht dat het geen kwaad kon om de scherpe randjes van ons liefdesverhaal wat bij te schaven.’
      Norah. Dat was dus wie ze was. Wie ze écht was.
      Ze wreef over haar gezicht. De eerste steken waren uit haar hoofd weggetrokken, maar het voelde alsnog alsof haar hele schedel gekneusd was.
      ‘Dus je was vroeger al een meeloper. Een pestkop. Het verbaast me niets.’
      ‘Mijn survivalinstinct was al vroeg aangeboren.’
      ‘Je bent een lafaard.’
      ‘Dat is slechts een kwestie van perspectief,’ antwoordde hij onverschillig.
      Norah liet het maar rusten, ze voelde al aan dat discussies met deze man eindeloos konden voortduren. ‘Wie was die jongen?’
      ‘Clive.’
      De naam liet een ijzige kou over haar huid razen. Ze kromp ineen. ‘Heeft hij me iets aangedaan?’
      Shades keek weg. ‘Ja.’
      Ze beet op de binnenkant van haar wang. Als een man als Shades al wegkeek, moest het wel iets heel heftigs zijn. ‘Wat heeft hij gedaan?’
      Met een zucht ging hij rechtop zitten. ‘Sommige herinneringen kunnen beter begraven blijven.’
      ‘Dat bepaal ik zelf wel.’
      ‘Nou ik ga ze je in ieder geval niet vertellen. Je komt ze dan vanzelf wel tegen tijdens je speurtocht.’
      Haar kaak verstrakte. Dit was onbekend terrein voor haar, ze wist niet welke invloed het had om aan de hand van zijn brein haar eigen herinneringen op te diepen. Straks zat ze vast in zijn hoofd, of hij in het hare – wie zou het zeggen? Ze kende deze vent niet en de paar herinneringen die ze nu wel aan hem had, geven haar een bittere smaak in de mond.
      Het was duidelijk dat hij vooral zijn eigen hachje belangrijk vond. Wie weet vond hij het wel interessant om haar geest te verdringen en zelf een lichaam te hebben met zulke krachten. Bovendien voelde ze zich nu uitgeput; ze had geen flauw idee wat voor invloed dit op haar gezondheid had. Maar toch… het was misschien wel de enige manier om te ontdekken wie ze was…
      Maar niet vanavond. Nu had ze rust nodig.
      Toch bleef de naam Clive als een serie stickers aan haar huid kleven, waarvan ze wist dat het niets dan pijn zou veroorzaken eens die stickers eraf werden getrokken. ‘Kun je me meer vertellen over Clive?’
      ‘Liever niet,’ bromde hij. ‘Hij is dood. Dat is het enige wat belangrijk is.’
      Ze keek hem peinzend aan. ‘Heb jij hem vermoord?’
      ‘Ja,’ antwoordde hij zonder blikken of blozen.
      Met een schuin hoofd bestudeerde ze zijn gezicht. Het was niet moeilijk om de zeventienjarige jongen in hem terug te zien. Zijn gelaatstrekken waren harder, zijn kaak mannelijker en zijn ogen killer, maar alles was verder hetzelfde. Zelfs zijn kapsel. ‘Weet je zeker dat hij dood is? Je dacht ook dat ik dood was.’
      Hij gaf niet meteen antwoord. Zijn ogen gleden onderzoekend over haar gezicht. ‘Denk je dat hij achter die organisatie zit die je geheugen heeft gewist?’
      Ze haalde haar schouders op. ‘Het moet iemand zijn die ik een hekel aan me had. Had hij dat?’
      ‘Ja,’ antwoordde hij zonder twijfel. ‘Maar aan mij niet minder. Dan had hij mij net zo goed kunnen “doden”.’ Hij maakte twee aanhalingstekentjes met zijn vingers.
      ‘Misschien stond dat nog op zijn to-do-lijstje.’ Ze ging iets rechterop zitten en vouwde haar benen onder zich. Ondanks dat ze hem niet volledig vertrouwde, was het makkelijk om met hem te praten. ‘Ze maakten een soort supersoldaten van ons. We ontsnapten voordat het project was afgerond, wie weet had hij me wel op je afgestuurd als hij mijn brein beheerste.’
      Hij bleef even stil.
      Het was vergezocht. Mensen konden ook gewoon dood blijven.
      ‘Hoe groot denk je dat de kans is dat hij het toch een op andere manier overleefd heeft?’
      ‘Net zo groot als de kans dat jij het overleefd hebt. Dat is net zo onmogelijk.’
      ‘Niet onmogelijk dus,’ mompelde ze. Ze masseerde haar slapen. Veel maakte het ook niet uit. Of het Clive was of iemand anders die aan het hoofd van de organisatie stond; diegene zat toch achter haar aan.
      Ze verstijfde toen zijn hand over die van haar gleed en hij erin kneep. ‘Vanavond zal hij ons heus niet vinden. Probeer wat te slapen.’
      Norah trok met een ruk haar hand terug. Het was dat ze in zijn herinnering had gezien dat ze op het punt hadden gestaan te trouwen, anders had ze het nooit geloofd. Ze wilde niet dat hij haar aanraakte, op dit moment was hij nog steeds een pestkop. Een meeloper.
      Maar hij had wel gelijk. Het was beter om te slapen; haar hele lichaam deed pijn door de inspanning die het een uur geleden had geleverd. Wetend dat ze hier beter zou slapen dan op de bank of op de grond, ging ze op het uiterste randje van het bed liggen.
      ‘Raak me niet aan,’ waarschuwde ze.
      Maar de volgende ochtend voelde ze toch een ademhaling in haar nek en lag er een zware arm over haar zij.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen