Het is mij somehow gelukt dit nog op 27-10-2019 te uploaden. Like een paar minuten voor 00:00.
Anyway hopelijk kan je genieten van dit hoofdstuk.

3:07 AM 9 October, Ontario, Canada.

{BAM}
      Met een harde plof land ik op de grond. Angstig kijk ik om mij heen, maar nergens zie ik iets wat ik herken. Geen herkenningspunt in de wijde omtrek te bekennen. Niks komt me bekend voor van een plek waar ik eerder ben geweest. Het enige wat ik kan zien zijn bomen. Heel veel bomen en mijn geweer, verder niks. Voorzichtig probeer ik overeind te komen. De eerste poging mislukt, ik val meteen weer op de grond. De tweede poging gaat beter ondanks het harde geklop dat ik in mijn hoofd voel. Heel voorzichtig neem ik een stap naar voren, wanneer deze lukt neem ik nog een stap naar voren. Plots begint de wereld weer te draaien en meteen grijp ik mij vast aan een boom. Zodra het draaien stopt neem ik weer een stap naar voren, deze keer me vast blijven houdend aan de bomen.
      Als ik na, wat voelt als uren maar wat waarschijnlijk een half uur is, ik bij de rand van de bomen kom zie ik meer van waar ik mij bevind. Momenteel blijk ik op een heuvel te staan, achter mij een bos, onder aan de heuvel gaat het bos weer verder. In de verte kan ik verschillende kleine meren zien en riviertjes. Maar nog steeds is er niks te zien dat als een herkenningspunt kan dienen. Moedeloos zak ik op de grond. De cape die ik omheb draai ik op zo’n manier dat hij aan voornamelijk aan de voorkant zit en ik ga op de grond liggen mijn geweer in mijn handen voor mogelijk gevaar.


3:17 AM 23 October, Washington D.C., MD VA, U.S.A.

      Het is onderhand bijna standaard geworden voor mij en Clint om wanneer een van ons niet kon slapen buiten naar de sterren te gaan kijken, tenminste als het weer het toe laat om buiten te zijn. Ik heb veel over voor de gemoedstoestand van een vriend, maar onderkoeld raken door in de regen te zitten, gaat me net wel iets te ver.
‘Clint ik wil niet pushen, ik bedoel dit goed. Maar wat is er gebeurt na je val?’
‘None of your business Celeste.’ Gefrustreerd draait hij zich weg van mij. Ik weet even niet wat ik moet doen, dus ik keer mijn blik weer terug naar de sterren.
‘Clint.’
‘Zodemieter een eind op.’ Uit verbazing weet ik niet wat ik moet zeggen. Mijn gedachtes schieten allerlei kanten op. Geen enkele slaat ergens op.
Na nog een paar minuten te hebben gelegen besluit ik op te staan. Ik werp een blik naar Clint, maar hij ligt nog altijd met zijn rug naar mij toe. Aan zijn lichaamshouding is te zien dat hij wakker is. Ik besluit het voor nu maar te laten zoals het is. Dan negeert hij mij maar. Bij de deur staat Coulson tegen de deurpost te leunen. Ik knik naar hem en hij knikt terug. Zodra ik door de deur loop grijpt hij me bij de elleboog.
‘Hoe is het met hem?’ Zijn stem klinkt bezorgd. Met mijn hoofd knik ik naar de keuken. Hij knikt terug en in stilte lopen we de keuken in. Met een elegante soepele beweging ga ik op het aanrecht zitten.
Coulson daarentegen pakt een van de stoelen en gaat zitten. Verwachtingsvol kijkt hij me aan.

      ‘Het is nu meer dan een maand geleden dat ik hier aankwam. In die tijd heeft hij niks gezegd, alleen maar nachtmerries gehad. Ik begrijp volledig dat hij tijd nodig heeft, maar dit kan niet zo door gaan. Hij gaat hier aan onderuit Coulson.’ Bij S.H.I.E.L.D. heeft iedereen wel een beetje ervaring met PTSD en alle symptomen en gevolgen die dat heeft. Iedereen weet ook dat praten met een psycholoog helpt, in tegenstelling tot het binnen te houden of het eruit te slaan. En natuurlijk vertikt alsnog minstens de helft van de agenten om met een psycholoog te gaan praten.
‘Ik kan niet toekijken hoe hij langzaam zichzelf dood laat gaan, met mij aan de zijlijn.’ Met een diepe zucht spring ik van het aanrecht af. ‘Ik ga terug naar mijn bed. Deze dag is verdomd rot.’ Dat gezegd te hebben loop ik terug naar de kamer met de bank.
Coulson mompelt zachtjes terwijl Celeste wegloopt. ‘De dag is pas net begonnen.’


11:06 AM 23 October, Washington D.C., MD VA, U.S.A.

      In mijn oor kriebelt iets dus beweeg ik met mijn schouder omhoog, tegen mijn oor aan. Mijn oor stopt met kriebelen.


11:12 AM 23 October, Washington D.C., MD VA, U.S.A.

      Opnieuw kriebelt er iets in mijn oor. Mompelend zeg ik dat degene, die in mijn oor kriebelt, weg moet gaan, mij met rust moet laten. Niet dat ik verstaanbaar ben, met mijn gezicht in een kussen. Eventjes stopt het gekriebel in mijn oor, maar na nog geen minuut voel ik alweer gekriebel. Met mijn hand beweeg ik naar mijn oor, waar het vervolgens in contact komt met iets hards. En schubbig?
Onmiddellijk schiet ik overeind. Wat er zojuist ook op me lag, ligt nu op de grond.
‘Schubben?’ zeg ik verwart terwijl ik rechtop ga zitten. Mijn blik op de grond, op zoek naar wat er zat te kriebelen in mijn oor. Tot mijn verbazing zit Crowley, in slang gedaante, op de grond. Met mijn ogen half open kijk ik hem aan, een blik van slaperigheid en irritatie vers op mijn gezicht. De slang doet niks, maar blijft mij aanstaren met zijn gele ogen. Ogen die door mij heen lijken te kijken en mijn donkerste geheimen kunnen zien. Ik werp mijn blik naar de grond, het oog contact verbrekend en daarmee het nare gevoel dat het gaf. Diep slikkend ga ik rechter op zitten en kijk de slang weer aan.

      ‘Crowley, beter heb je een goede reden om mij te storen in mijn slaap.’ Weet ik, gapend, aan hem te vragen. Dat zeggende probeer ik mij weer om te draaien op de bank om verder te pitten. Achter mij klinkt wat raar geluid en onverwachts voel ik ineens een hand op mijn schouder. De hand druk voorzichtig meer druk uit op mijn schouder om ervoor te zorgen dat ik mij omdraai. Grommend draai ik mij in de tegengestelde richting als waar de hand mij heen probeert te krijgen. De hand drukt harder op mijn schouder, niet de druk die pijn doet, nee de druk die duidelijk maakt dat het serieus is. Aangezien ik geen behoefte heb om van dit leven ontdaan te worden, tenminste in ieder geval niet tot het weer beter gaat met Clint, besluit ik om in te geven en mij om te draaien. Eenmaal omgedraaid kijk ik weer in de gele ogen van Crowley, alleen deze keer is hij niet meer in zijn slangenvorm, maar weer als een mensachtige. Er klinkt wat gewapper en langzaam komen de vleugels van Crowley weer tevoorschijn. Opnieuw betrekt zijn gezicht met het openen van zijn vleugels. Hij hoeft geen woord te zeggen, ik weet wat er gedaan moet worden. In stilte werk ik aan de wond op zijn vleugels. Af en toe kreunt Crowley van de pijn
‘Crowley, niet vervelend bedoeld, maar je bent een celestial entity zou jij jezelf niet kunnen fiksen?’ Vraag terwijl ik de wond ontsmet.

      Hij knikt, maar zegt verder niks. Niet dat mij dat wat uitmaakt.
Als een voormalig S.H.I.E.L.D.-Agent weet ik maar al te goed hoe belangrijk het houden van geheimen is. En met die gedachte in mijn achterhoofd ga ik verder met de wond.


7:39 AM 10 October, Ontario, Canada.

      Ik schrik wakker van laag en hard gerommel. Niet onweer gerommel, nee het soort gerommel wat je hoort wanneer er een vliegtuig laag over vliegt of een helikopter of zo’n zwaar uitgeruste militaire wagen. Snel sta ik op, wat beter gaat dan een paar uur geleden, en loop terug richting de bomen waar meer beschutting is.

      Plotseling vliegt er een vliegtuig over mij heen. Alleen lijkt het niet echt op een vliegtuig zoals ik ze ken. Deze heeft een compleet andere vorm dan de commerciële vliegtuigen maar het ziet er ook niet uit als een militair of privévliegtuig.
‘Misschien heeft deze wel fatsoenlijke beenruimte.’ Fluister ik zachtjes tegen mezelf.
Ineens maakt het vliegtuig een 180 graden draai en komt recht naar beneden. Als in recht naar beneden, gecontroleerd naar beneden, niet crashend. Snel trek ik mij nog verder terug het bos in.
Met een lichte ‘Tud.’ land het vliegtuig op de plek waar ik zonet nog lag te slapen.
Een luik aan de onderkant gaat open en er loopt een man uit in een rode jas met een walkman op. Achter hem aan komt een groen wezen en een wasbeer die op zijn achterpoten loopt?
‘Quill waarom zijn we hier? Deze plek is verlaten. Like in een radius van 100 km is er niemand hier.’ Constateert de wasbeer.
      ‘Billions of bilious blistering barnacles.’ fluister ik zodra ik de wasbeer begint te praten. Meteen draaien de drie hoofden mijn kant op. Nog net weet ik mijn volgende vloek binnen te houden.
‘Wie is daar?’ Vraagt de persoon die Quill wordt genoemd. Wijs houd ik mijn mond, mijn positie niet verradend. Quill doet zijn mond opnieuw open om iets te zeggen, maar voordat hij daar aan toekomt haalt het groene wezen een soort van geweer tevoorschijn en begint te schieten op de bomen.
Vlug duik ik naar rechts om niet geraakt te worden, om mij vervolgens te realiseren dat ik midden op het pad ben belandt.
‘Shit Gamora, ik zei nog dat we niet zouden schieten tenzij het echt nodig was.’
‘Het was nodig.’ Kaatst de persoon die Gamora heet terug. De wasbeer staat onder tussen naast hun uitbundig te lachen en zegt iets over het gezicht van Quill. Het gezicht dat er momenteel niet erg amused uit ziet.

      Terwijl ze verder praten probeer ik mij heel voorzichtig uit de voeten te maken. Maar na een stap gezet te hebben klinkt er weer een schot en wordt een boom recht naast mij te raken. Meteen pak ik mijn geweer en schiet ik terug. De drie duiken weg van het pad en hun vliegtuig. Snel ren ik het pad af en kijk naar de bomen om mij heen. Sommige zijn te slap om tegenop te klimmen maar er zijn een genoeg waarbij het moet kunnen. Zonder er verder veel over na te denken begin ik te klimmen en al snel zit ik hoog genoeg in een boom om van boom naar boom te kunnen springen zonder op te vallen. Na wat geklauter en gespring bevind ik mij weer aan de rand van het bos en kan ik de drie op de grond verscholen zien zitten. Geen van hen lijkt door te hebben dat ik mij boven hen bevindt. De drie zijn aan het overleggen wat ze aan het doen zijn. Mijn eigen opties zijn dat ik ze vanaf hier neerschiet en daarna met hun schip hier weg ga. Maar iets in mij zegt dat hun gewoon neerschieten niet het beste idee is. Uit een van mijn zakken haal ik een kleinere versie van mijn geweer. Deze laadt ik en zonder verder nog iets te doen zet ik me af van de tak en spring richting de opening. In mijn sprong schiet ik drie maal richting de drie. Alle drie raak ik ze. Het touw dat uit mijn pistool kwam stevig om hen heen gewikkeld. Glimlachend loop ik naar hen toe. Quill trekt zijn mond open maar voordat hij iets kan zeggen geef ik hem een klap op zijn wang. Hij vloekt naar me en ik glimlach naar hem terug.

      ‘Dude dat deed pijn.’ Als antwoord geef ik hem nog een klap. ‘Damn niemand zei dat je zo gewelddadig zou zijn.’ Mijn glimlach valt van mijn gezicht.
‘Jullie zijn hier voor mij? En waag het niet te liegen, dan krijg je nog een klap.’
‘Oh als je bezig bent sla dan alsjeblieft zijn tanden door zijn bek heen.’ Klinkt de stem van de wasbeer.
‘Hou je bek.’ Zucht Gamora. ‘We kregen een bericht van Stark dat er ongewone activiteit hier had plaatsgevonden en daarna een bericht met dat we hierheen moesten op een man te zoeken. Stark heeft foto’s gestuurd van wie we moeten hebben en jij bent de man van de foto’s.’
‘Ik ben geen man.’ Mompel ik zachtjes.
‘Het enige wat we van je vragen is dat je meegaat naar Stark, waar hij een paar vragen voor je heeft en dan laten we je weer met rust.’ Hardop begin ik te lachen wanneer ik dit hoor.
‘Ik heb letterlijk nog nooit meegemaakt dat iemand nadat hij “een paar vragen moest beantwoorden” weer vrij was om te gaan. Is echt de meest cliché zin ever.’
‘Hij heeft een punt.’ Zegt de wasbeer instemmend.
‘They.’ Mompel ik.
‘Maar we kunnen het bewijzen, dat we je niks aan willen doen.’ Onderbreekt Quill.
Zuchtend stem ik in dat ze het mogen bewijzen, maar omdat ik ze niet volledig vertrouw mag alleen de wasbeer de “bewijzen” halen en laten zien.
Na hun “bewijs” te hebben gezien, besluit ik ze los te maken. Wanneer ik Quill los maak en ik mijn wapen in mijn andere hand doe, duikt hij meteen ineen.
‘Please don’t shoot me again.’ Gamora begint te lachen bij dit tafereel.
‘Rustig man, ik wilde hem alleen opbergen. Waarom verwacht iedereen altijd meteen het ergste van me?’
‘Omdat je zo intimiderend bent en het tijd scheelt.’ Zegt Gamora als antwoord op mijn vraag. Ik glimlach naar haar. Dit zijn mensen waar ik het in andere omstandigheden goed mee zou kunnen vinden.

      Lichtelijk wantrouwig loop ik met ze mee naar hun vliegtuig. Eenmaal binnen gaat het ruim weer dicht en niet veel later vliegen we in de lucht.
‘Dit is echt heel anders dan de meeste vliegtuigen.’ Als reactie op mijn opmerking begint de wasbeer keihard te lachen. Ik kijk hem aan en trek een wenkbrauw omhoog.
‘Dat komt omdat dit geen vliegtuig is jij dimwit. Het is een ruimteschip.’ Zijn hoofdschuddend loopt hij weg naar een ander deel van het schip.
‘Oh.’ Is het enige wat ik zeg. Ik draai mij om naar Gamora. ‘Wat is die wasbeer voor een geval?’
‘Hé! Ik ben geen wasbeer!’ Klinkt het vanuit een van de ruimtes van het schip.
‘Hij heet Rocket en hij is een pain in the ass.’ Antwoord ze, Rocket complete negerend. ‘Hem negeren wanneer er geen dreiging is, is het beste wat je kan doen.’ Met dat gezegd te hebben loopt ze naar Quill in de cockpit. Ik volg haar en neem op een van de bijrijdersstoelen plaats. Quill en Gamora houden fluisterend een gesprek. Normaal gesproken zou ik proberen af te luisteren. Maar na alle hectiek van de afgelopen 48-uur heb ik geen energie daar meer voor. De energie die nu nog over is kan beter bewaart worden voor wanneer het ruimteschip arriveert op de plaats van bestemming. Waar en wat dat ook mag zijn.

      Plotseling staat Quill op. Snel doe ik een schietgebedje dat hij niet naar mij toekomt, maar dat was tevergeefs. Hij stopt met lopen als hij bij mij is en steekt zijn hand uit. Vol verwarring kijk ik hem aan.
‘Ik ben Peter Quill, hoewel de meeste mensen me Star-lord noemen.’
‘Nee dat doen we niet.’ Quill draait met zijn ogen en geeft mij een glimlach. ‘Zooitje ongeregeld is dat. Dat daar is Gamora en die raccoon van daarnet is Rocket. We hebben ook nog wat andere maar die zijn nu niet aanwezig. En welke naam mogen we van jou noteren.’
Eventjes overweeg ik de mogelijkheid om niks te zeggen of een alias op te geven. Maar dat zal waarschijnlijk toch van korte duur zijn, ze zouden er binnen no-time achter komen dat het niet mijn echte naam is en dat ik lieg. En dan zijn we nog verder van huis.
‘Mijn naam is Eldrick Cirdun Fulton.’


4:38 PM 25 October, Washington D.C., MD VA, U.S.A.

      ‘Verassing, ik ben een mens en heb ook gevoelens. And you’ve just hurt them!’ schreeuw ik over mijn schouder het huis in. Na voor de vijfde keer op de dag een discussie met Clint te hebben gehad loop ik de deur uit, het maakt mij niet uit dat deze met een harde klap weer dichtklapt. Eventjes twijfel ik of ik de motor moet pakken en een rondje moet gaan rijden, maar besluit al snel dat een rondje lopen mij meer goed zou doen en een veiligere optie is voor mensen in mijn omgeving. Ik weet dat kwaad worden en weglopen niet de beste manier is om te gaan met een ruzie, maar de spanning in de ruimte werd net iets te veel. Kon er zo ongeveer plakken cake uit snijden. Even weg gaan uit de ruimte is dan de beste optie.

      Na een uur rondlopen voel ik iets trillen in mijn broek. Met wat moeite weet ik mijn mobiel uit mijn broekzak te vissen. Op het scherm staat een bericht van Coulson. Clint heeft blijkbaar zijn hersenen weer gevonden en weet weer hoe een mens zich hoort te gedragen naar andere. Eventjes twijfel ik of ik terug zal gaan. Heb momenteel een heerlijk plekje in het bos gevonden, maar anderzijds is het misschien maar goed om terug te gaan en wat dingen uit te praten.

      Terug aan gekomen bij het huis tref ik Coulson in rep en roer aan.
‘De heck is hier aan de hand?’ vraag ik aan Coulson die vanuit zijn auto met een brandblusser het huis in rent. ‘Coulson?’ Mijn vraag krijgt geen gehoor. Ik loop achter hem aan het huis in naar de keuken. In de keuken doet Coulson een poging de keuken kastjes te blussen. Het brandalarm van de keuken laat ook weten dat het aanwezig is en de batterijen nog goed werken. Ik werp een blik door de keuken en zie dat de rest nog niet in brandstaat. Coulson lijkt het een soort van onder controle te hebben.
‘Waar is Clint?’ roep ik naar Coulson in een poging het gepiep te overstemmen. Weer krijg ik geen gehoor, dus ga ik zelf maar op onderzoek uit.

      Clint vinden is niet zo moeilijk. Die blijkt gewoon op zijn kamer bezig te zijn met het sorteren van zijn kledingkast.
‘Yo dude, de keuken staat in de fik.’ Ook van Clint krijg ik geen gehoor. Ik kijk naar zijn oren en zie dat hij zijn gehoorapparaat niet in heeft. Ik tik hem aan en sein hem gedag. Hij glimlacht terug en seint mij de vraag wat er aan de hand is. Ik herhaal mijn zin, maar deze keer in sein en dat Coulson het onder controle lijkt te hebben.
‘Waarom heb je geen gehoorapparaat in?’ sein ik terwijl ik de komen doorspeur naar zijn gehoorapparaat.
‘Wilde eventjes rust en stilte na de ruzie van daarnet.’ Hij kijkt me verontschuldigend aan. ‘Sorry daarvoor’
‘Het spijt mij ook.’ Voordat ik verder iets kan seinen krijg ik een knuffel van Clint.
‘Zin om cocoa te maken? Mits Coulson nog iets van de keuken heeft overgehouden. Wat was hij überhaupt aan het doen?’ Clint staat meteen op. Die man zou overleven op puur alleen koffie, cocoa en pizza.
‘We moeten wel iets doen aan het brandalarm voor als je niks hoort. Dit is nou niet echt veilig, maar jij moet ook niet geforceerd worden altijd te horen.’ Clint begint plotseling hard te lachen. Verbluft kijk ik hem aan.
‘Let me tell you a story.’


3:07AM 4 November 2015, New York City, NY, U.S.A.

      Midden in de nacht gaat er in de Avengers Tower een alarm af. De Avengers en de gasten, die momenteel aanwezig zijn in de Tower, worden allemaal gewekt door het alarm het schoonheidsslaapje onderbrekend. Bruce Banner komt verbaasd zijn lab uitgerend om te kijken wat er aan de hand is. Slaap is iets waar hij niet elke nacht aandoet. Experimenteren in het lab trekt hem meer aan dan slapen.
Iedereen verzamelt zich in de gezamenlijke ruimte van het gebouw, op de 25e verdieping.
‘Hebben Stark en Banner weer een van de labs in de fik laten vliegen?’ vraagt Natasha terwijl ze haar gaap probeert in te houden. Ze had eindelijk een keertje een nacht rust, na een week vol met missies. In tegenstelling tot Natasha, die kalm blijft, loopt Steve rondt te ijsberen. Zijn gezicht is een grote frons. Op dat moment komt Bruce de ruimte binnengerend, zijn gezicht vol verwarring.
‘Wat is er aan de hand?’ is het eerste wat hij vraagt aan de rest van de groep. Allemaal halen ze hun schouders op of mompelen ze zacht een ontkenning.
Plots klinkt er gekraak door de speakers. Meteen kijkt iedereen naar de speakers, in afwachting van wat er opgeroepen gaat worden. Een van Stark zijn A.I.’s stem klinkt over de speaker en meldt dat een van de ruimtes op de 48e verdieping in brand staat. Aan het blussen van de brand wordt momenteel gewerkt.
      ‘Is het nu dan de bedoeling dat we het gebouw verlaten?’ Vraagt iemand bezorgd.
‘Nee het is de bedoeling dat we hier allemaal blijven wachten op de komende dood en met z’n allen een hoopje as worden.’ Reageert iemand sarcastisch. ‘Natuurlijk moeten we het pand verlaten idioot.’ En met dat gezegd te hebben lopen de twee richting het trappenhuis. De rest volgt snel en niet veel later lopen mensen al babbelend de trappen af.
‘Je zou bijna zeggen dat er helemaal geen brand is. Hoe kalm iedereen hier naar beneden loopt.’ Zegt Natasha tegen Bruce terwijl ze op haar mobiel een appje verstuurd om te vragen of iedereen oké is en waar ze zijn.

      Na een paar minuten komen ze op de begane grond aan en loopt iedereen de straat op. Van de 48e verdieping komen duidelijk vlammen naar buiten, iedereen kijkt als versteent naar de vlammen. In de tussentijd komen er verschillende brandweerwagens aangereden en komen er ook allemaal berichten binnen in de appgroep van mensen die melden dat ze veilig zijn. Bijna iedereen heeft zich gemeld en Jarvis meldt dat alle bezoekers uit het gebouw zijn en de brandweer onderweg naar Stark zijn. Natasha kijkt bezorgt in het rond, op haar tenen staand zodat ze over de lange mensen heen kan kijken.
‘Wie zoek je? Iedereen is toch al buiten afgezien van Stark?’ vraagt hij terwijl hij op zijn mobiel kijkt.
‘Clint heeft zich nog niet gemeld en Jarvis weet ook niet waar hij is.’ Fluistert Natasha tegen Bruce. ‘En zijn kamer ligt vlakbij die verdieping.’
‘Misschien is hij een blokje om gaan lopen? Hij heeft de laatste tijd slaapproblemen, dus het zou mij niet verbazen als hij gewoon even naar buiten is.’ Bruce weet niet wie hij met dit te zeggen meer gerust probeert te stellen, Natasha of het stemmetje achter in zijn hoofd. ‘Ik zal hem proberen te bellen.’
‘Succes daarmee, hij neemt toch niet op.’ Natasha loopt terug naar het gebouw, mensen onderweg zachtjes naar de kant te duwen om sneller te zijn. Tegelijkertijd belt ze Stark, hopend dat hij de brand ondertussen onder controle heeft en ze in het gebouw op zoek kan gaan naar Clint. Pas bij de derde poging om Stark te bellen neemt hij op.
‘Ah Nat, ik zie dat je de brandweer hebt gestuurd.’ Zijn stem klinkt sarcastisch en geïrriteerd.
‘Daar heb ik niks mee te maken Stark. Mocht je het niet doorhebben, maar de vlammen sloegen daarnet uit het raam. Ik neem aan dat je wel kan begrijpen dat dat aandacht trekt en er genoeg mensen zijn die dan het alarmnummer bellen. Of het door superhelden wordt bewoont of niet, een brand is een brand.’ Als antwoord mompelt Stark wat, maar daar kan Natasha niet veel uit opmaken.
‘Maar dat is niet waarvoor je belt neem ik aan?’
‘Heb jij een visual op Clint? Hij is niet buiten, neemt niet op en Jarvis weet ook niet waar hij is. En zijn kamer zit vlakbij jouw lab.’ Natasha is niet vaak openlijk bezorgt, ze kan met gemak een masker opzetten, maar nu er niemand in de buurt is hoeft dat niet.
‘Ik denk dat met de hulp van de brandweer deze brand snel opgelost is en dan help ik je met het zoeken.’

      Na ongeveer een half uur gewacht te hebben krijgt Natasha een bericht op haar mobiel binnen. Een bericht van Stark die zegt dat hij op haar zal ontmoeten op de verdieping van Clint zijn kamer. Snel klimt Natasha de trappen op, aangezien de liften nog steeds een no-go zijn.
‘Zo blij dat ik elke dag een work-out doe.’ Mompelt ze tegen haarzelf. ‘Anders had ik nooit al deze trappen op kunnen lopen.’
Bij de deur van het trappenhuis naar de hal staat Stark te wachten, de helm van zijn suit is af, maar voor de rest heeft hij zijn suit nog aan. Er druppelt zweet van zijn voorhoofd op de grond. Stark zijn blik is vermoeid, valt Natasha op, maar dat is te verwachten als je een brand moet blussen van een formaat als deze.
      ‘De brand is boven onder controle, maar er zijn nog meerdere brandjes verdeeld over de verdieping rondom de 48e.’ Vertelt Stark terwijl hij de deur naar de hal opent. ‘Zoals deze.’ Hij steekt een arm uit opzij, om te voorkomen dat Natasha erdoorheen loopt. Beledigd kijkt Natasha naar de arm voor haar en vervolgens de hal in. Ze snapt nu waarom er een arm voor haar uitgestoken is. De gang voor haar staat in brand. Niet volledig, maar er komt genoeg vuur uit het plafond dat het zich is gaan verspreiden over de zijwand en de vloer. De sprinkler installatie lijkt zodanig beschadigd te zijn dat het verklaart waarom er geen water uit komt. Natasha draait zich om en haalt een brandblusser van de muur. Samen met Stark loopt ze de gang in, richting Clint zijn kamer. Bij de juiste deur aangekomen klopt ze aan. Hoewel er gediscussieerd kan worden over of het aankloppen genoemd kan worden. Ze pakt de brandblusser anders vast en geeft een enorme ram tegen de deur, die meteen openklapt. Stark en Natasha kijken de kamer in, het is volledig donker. Stark maakt als eerste een beweging om door de deur te lopen, Natasha volgt nadat Stark een licht in zijn suit aanzet. In de ruimte is geen vlammetje te vinden, het enige dat het idee kan geven dat er een brand vlakbij is, is de warmte van de ruimte. Natasha werpt een blik naar Stark, hij knikt en ze lopen richting de slaapkamer. Stark draait de deurklink om en loopt naar binnen.
De kamer is bijna volledig donker, net zoals de andere kamer. Maar midden op het bed zit Clint. Op zijn hoofd zit een zaklamp en in zijn handen ligt een boek.

      ‘Meen je dit?’ Natasha loopt stampvoetend naar het bed toe. ‘Je zit verdomme gewoon te lezen terwijl het gebouw in de fuck staat? Jij fricking idioot.’ Er komt geen reactie.
Stark blijft awkward in de deuropening staan, niet echt wetend wat hij nu moet doen.
Natasha zucht diep en moppert tegen Clint, maar die blijft rustig doorlezen.
Stark besluit toch maar de kamer in te lopen. Het licht van suit verlicht de ruimte nog meer, iets wat Clint eindelijk van zijn boek wegtrekt.
‘Hey guys, excuses ik zag jullie niet, zat iets te diep in dit boek denk ik.’ Natasha werpt Clint een blik waarvan Stark spontaan een achteruit doet. Natasha besluit dat haar hele rant opnieuw doen geen nut heeft op de idioot die een agent van S.H.I.E.L.D. moet voorstellen.
‘Clint we moeten nu gaan.’ Beveelt Natasha terwijl ze zich al omdraait naar de deur. Clint kijkt verbaasd richting Natasha en werpt vervolgens een blik naar Stark. Deze is op zijn beurt zo verwart dat hij geen idee heeft wat het nou is dat er van hem verwacht wordt.
‘Komt er nog een beetje vaart achter of blijven we hier wachten tot alles in stort.’ Klinkt Natasha haar stem vanuit de deuropening. Stark maakt meteen een beweging naar de deur, maar Clint blijft zitten. Nu ook compleet verwart met wat er aan de hand is, draait Stark zich weer om, richting Clint. Die zich omdraait naar het nachtkastje om er iets vanaf te pakken. En dan ziet Stark de oorzaak van de verwarring, het gehoorapparaat van Clint ligt op het kastje.
‘Ze zijn kapot dus had ze uitgedaan. Was van plan je morgen te vragen of je ze misschien kon fiksen. En kon de oplader van mijn mobiel niet vinden dus die is leeg.’ Hij strijkt een keer met zijn hand door zijn haren en trekt een schaapachtig gezicht. Voordat Clint nog meer kan vragen roept Stark naar Natasha wat er aan de hand is. Die komt meteen weer de kamer in.
‘Nat, kan je voor mij seinen?’ Stark werpt haar een blik waar de meeste mensen geen nee tegen kunnen zeggen. Ze knikt en seint aan Clint dat ze voor Stark seint.
In een paar korte en krachtige zinnen vat Stark samen wat er aan de hand is en wat het plan nu is. Voordat ze de kamer uitlopen pakt Stark het kapotte gehoorapparaat van Clint aan.

      Met wat moeite weten de drie Avengers, na zo’n driekwartier, buiten te komen. Bruce stond daar onderhand in een halve paniekaanval, niet wetend hoe hij drie vermiste Avengers zou moeten gaan verklaren aan de andere en de pers. Bruce rende hen nog net niet omver toen hij ze uit het gebouw zag lopen. Voordat ze hun wegen scheiden geeft Stark nog iets aan Clint.
‘Ik heb deze voor je eventjes snel gemaakt. Zodat je in ieder geval de komende 24 uur vooruit kan.’
Als antwoord seint Clint ‘thank you’.

      Terwijl Stark wegloopt tikt Clint Natasha aan.
‘Weet je wat ik mij zojuist bedacht?’ Natasha schudt haar hoofd. ‘I am fire! I am deaf!’ Als reactive op de opmerking krijgt Clint een klap in zijn ribben.
‘Als jij nog een reference maakt naar een boek van Tolkien. Dan gooi ik je persoonlijk van de bovenste verdieping van dit gebouw af.

-The next day-

      In de algemene ruimte zit Clint met een mok koffie op de rugleuning van de bank wanneer Stark de ruimte in loopt. Natasha kijkt op van haar gesprek met Coulson, die er was met informatie voor een missie, om te zien wat Stark komt doen. Zodra Stark Clint heeft gelokaliseerd in de ruimte loopt hij met een paar stevige stappen naar Clint. Hij haalt een doosje uit zijn borstzak en overhandigd deze aan Clint.
      ‘Ik ben vannacht meteen aan de slag gegaan met een nieuwe soort gehoorapparaat. Deze is kleiner, dus minder opvallend. De batterij gaat langer mee dan met degene die je nu hebt en kunnen in een halfuur weer volledig opgeladen zijn. Ze zijn natuurlijk volledig bestendig tegen water, vuur, een andere zwaartekracht, noem het maar op. En mocht je ze toch een keer uit willen doen, dan gaat dat heel makkelijk door dit in te drukken.’ Tijdens zijn uitleg gebaart hij meerdere keren naar het apparaatje. Clint staat in tussen met een open mond en een verbaasd blik in zijn ogen Stark aan te staren.
‘Damn Stark, ik weet niet wat ik moet zeggen.’
‘Dankjewel oh mega-fantastische superbe Anthony Stark voldoet.’ Clint glimlacht en pakt de twee apparaatjes uit het doosje om ze in te doen.
‘Oh en mocht er ooit weer een brand zich voordoen in dit geval, of een ander noodgeval. Ik heb lichten aangeschaft die gaan flitsen als er iets gebeurt. Zodat als jij niet kan horen je alsnog weet dat er iets is.’
‘Piz-dets, ik dacht eindelijk een manier gevonden te hebben om van hem af te komen.’ Grapt Natasha vanaf de tafel.


2:13 AM 28 October, New York City, NY, U.S.A.

Steve’s POV

      Er klinkt een dof gering in de buurt van mijn hoofd, maar ik kan niet plaatsen waar het vandaan komt. Met moeite weet ik mijn ogen te openen en te lokaliseren waar het geluid vandaan komt. Het is de telefoon op het nachtkastje naast het bed. Met mijn rechterarm probeer ik de telefoon te pakken, maar blijk net een paar centimeter te kort te komen. Ik werp een blik naar links, naar Bucky. Hij heeft zich zoals een koalabeer zich aan een boom vast klampt zich aan mij geklampt. Als ik de telefoon, op tijd voordat het stopt, wil opnemen moet ik Bucky verhuizen. Maar hij ligt zo vredig te slapen dat ik dat eigenlijk ook weer niet wil doen. Hij heeft nauwelijks van die rustige nachten als deze. Meestal eindigt de nacht in geschreeuw, geschreeuw afkomstig uit zijn nachtmerries. Het doet zoveel pijn om hem zo te zien.

      De gedachte worden onderbroken door het gering van de telefoon, dat nog altijd door blijft gaan. Nogmaals werp ik een blik op Bucky en daarna op de telefoon. Voorzichtig beweeg ik Bucky van mij af. Weer strek ik mijn arm uit naar de telefoon en deze keer kan ik erbij. Meteen klik ik op de opneem knop, maar tot mijn verbazing gebeurt er niks. De telefoon blijft door ringen. Wat had Stark ook alweer gezegd over het opnemen van de telefoon. Terugdenkend aan het moment herinnert hij het zich weer. ‘Omhoog “Swipen”, dat is het.’ Trots kijkt hij om zich heen, wachtend op het trotse applaus dat hij met moderne technologie om kan gaan. Maar natuurlijk komt dat niet. Hij is immers alleen met Bucky op deze kamer, en Bucky is aan het slapen. De gedachtes worden opnieuw onderbroken door het gering van de telefoon, wat hem terugbrengt in de realiteit. Snel beweegt hij de opneemknop omhoog en houdt de telefoon tegen zijn oor.
‘Met Steve Rogers, wie is dit?’ spreekt hij in de microfoon.

      Aan de andere kant van de lijn klinkt de stem van niemand minder dan Celeste Braveheart.
‘Hey Celeste, wat is er aan de hand? Is er iets gebeurt?’ Bezorgd wacht Steve op een antwoord. Het duurt eventjes voordat er een antwoord door de speaker komt.
‘Ik wilde wat vragen.’ Vraagt ze, haar stem klinkt, om het zo maar te zeggen, zwak. ‘Over wat jullie mij eerder hebben laten zien. Je weet wel…’ Mompelt ze zachtjes er achter aan.
‘Uh, ja sure. Wil je dat over de telefoon doen of liever ergens afspreken waar we face-to-face kunnen spreken?’
‘Face-to-face is goed. Wanneer komt het je uit? Heb je een dagje waarop je niet moet shoppen met Bucky of naar de film moet?’
‘Haha, grappig. Ik kan vanmiddag? Om een uur of drie?’ antwoord Steve, de laatste vraag subtiel ontwijkend. ‘Ik heb nog wel een café waar we kunnen meeten. Wilde ik al een tijdje heen om het uit te proberen.’
‘Drie uur is prima. Stuur het adres maar door. Als je weet hoe dat moet tenminste.’ Grinnikend antwoord hij dat dat wel goed komt. ‘Tot zo.’ En met dat gezegd te hebben hangt hij op.


2:47 PM 28 October, New York City, NY, U.S.A.

      Op de een of andere manier had ik zoveel zenuwen door mijn lichaam stromen dat ik veels te vroeg de deur uit was gegaan. Met als gevolg dat ik al tien minuten aan een tafeltje zit in het café en nog minstens tien minuten zal moeten wachten tot Steve arriveert. De serveerster komt voor de tweede keer naar mijn tafel gelopen, om te vragen of ik al een keuze had kunnen maken van wat ik zou willen drinken. Ik bestel een appelsap zodat ik van haar af kan zijn. Begrijp me niet verkeerd, ik heb niks tegen de serveerster heb alleen geen behoefte aan gezelschap behalve dat van Steve. De serveerster werpt me een blik toe niet gelovend dat een persoon zoals ik een appelsap bestel, desalniettemin schrijft ze mijn bestelling op en loopt ze naar de bar toe. Om daar vermoedelijk mijn bestelling door te geven en kort te roddelen met haar collega’s tot ze weer een bestelling kan opnemen of brengen.
      Voor de zevende keer in de afgelopen vijf minuten kijk ik op mijn horloge. Zoals verwacht is de tijd niet veel verder dan de laatste keer dat ik keek. Ik haal een pen tevoorschijn uit een van mijn broekzakken en een boekje uit een ander.
‘Er kan veel gezegd worden over S.H.I.E.L.D., maar ze weten in ieder geval wat goede cargo pants zijn.’ Mompel ik zachtjes tegen mijzelf terwijl ik begin te doodlen in het boekje.
Na een paar minuten komt de serveerster weer aangelopen met op haar dienblad mijn appelsap. Ik bedank haar vriendelijk en ga weer verder met het doodlen. Af en toe neem ik een slok van mijn drinken. Het glas is zo goed als leeg wanneer Steve bij de tafel aanschuift. Hij steekt zijn hand uit die ik aanneem en stevig schudt. Vervolgens steekt hij zijn hand op en roept de serveerster.
‘Twee maal een appelsap graag.’ De serveerster kijkt hem met een open mond aan en daarna werpt ze mij een blik. Ik glimlach naar haar en hang nog wat meer terug in mijn stoel. In de serveerster lijkt nog steeds geen beweging te komen, ze staat als versteent naar Steve te kijken.
Zachtjes mompel ik dat Medusa hier niks bij is. Dat lijkt haar wakker te schudden uit haar gedachte. Ze mompelt zachtjes de bestelling terwijl ze het opschrijft en loopt weg. Zich onderweg nog een paar omdraaiend.

      ‘Dat was random en raar.’ Zegt Steve met een stem vol verbazing.
‘Wat verwacht je dan dat mensen doen wanneer ze gewoon bezig zijn en ineens Captain America appelsap bij ze bestelt.’ Steve knikt zijn hoofd.
‘Maar goed je wilde spreken over wat we je eerder vertelde.’
‘Dat is inderdaad de bedoeling ja.’ Reageer ik sarcastisch. Steve draait zijn ogen en pakt zijn tas van de grond. Nieuwsgierig kijk ik toe hoe hij een map uit zijn tas haalt en deze op de tafel legt. Ik werp hem een blik en hij knikt.
‘Open het maar.’ Meteen pak ik de file van de tafel om het beter te bestuderen. ‘Ik kan niet beloven dat alles wat je leest je aan zal staan. En dat is naast het feit dat een groot gedeelte gecensureerd is.’ Ik knik begrijpend. In mijn maag voelt het alsof iemand er een grote steen in heeft gegooid. Ineens beginnen blijkbaar al mijn zenuwen op te spelen.
      Op de voorkant van de map staat het S.H.I.E.L.D. logo en mijn naam. Nogmaals kijk ik Steve aan ter bevestiging. Hij knikt opnieuw. Met trillende handen open ik de map. Het bovenste gedeelte van de pagina is een zwart blok met weer het S.H.I.E.L.D. logo. Daarnaast ook mijn basis gegevens. Één ding valt mij meteen op.
‘Active agent? Kan me vrij goed herinneren hoe ik mijn ontslag heb genomen na afloop van jeweetwel.’ Steve Knikt.
‘Coulson had er blijkbaar moeite mee dat je weg wilde en heeft je betaald verlof gegeven.’
‘Voor vier jaar? Wow, hij wilt me echt graag houden. Kan blijkbaar niet van S.H.I.E.L.D. afkomen. Zelfs als je je ontslag neemt.’ Ik grinnik even maar lees dan weer verder. Halverwege mijn tweede hand kom ik erachter dat ik nagels aan het bijten ben, een trekje dat ik al lang niet meer had uitgevoerd. ‘Oh fijn dat ze al mijn opvallende littekens benoemen. Maar goed dat is ook waarom ze het identifiable markings noemen, I guess.’

      Mijn ogen komen aan bij het volgende kopje: FAMILY
Met een diepe zucht begin ik te lezen. Wat ik lees kan ik, na het vijf keer na gelezen te hebben, nog steeds niet geloven.
‘Je weet zeker dat deze informatie juist is?’ Steve antwoord met een korte knik.
‘Dat ze geen informatie over mijn ouders hebben begrijp ik volledig, maar hoe zijn ze in godsnaam hierachter gekomen?’ Peinsde ik hardop. Mijn handen heen en weer bewegend.
‘Wist hij het? Heeft hij het ze vertelt? Maar waarom zou hij dan niks aan mij vertellen?’ Mijn hoofd begint vol te raken met allemaal vragen waar ik geen antwoord op weet. Uit frustratie begin ik aan mijn shirt te plukken. Mijn adem wordt kort en raspig.
Steve pakt zijn stoel en zet deze naast mij neer. Hij pakt mijn hand in de zijne en begint zachtjes en geruststellend tegen me te praten. In de hoop mij te kalmeren. Na een paar minuten van hyperventilatie weet ik, met behulp van Steve, mijn adem weer onder controle te krijgen. Soms heeft het zijn voordelen om Steve in de buurt te hebben bij medische problemen. Aangezien hij ooit astma had weet hij hoe zijn adem onder controle moet krijgen. Hoewel misschien sommige dingen tegen ademen en dan specifiek astma niet helpen, zoals het opsteken van een sigaret. Sommige dingen van vroeger waren juist, sommige wat minder.
      ‘Om je vraag te beantwoorden, nee. Hij wist het niet. Vermoedelijk weet hij het nog steeds niet.’
‘Hoe weten ze het dan? Dit is toch niet iets wat je van elke agent uit gaat zoeken?’ Nog altijd verwart neem ik een slok van de appelsap.
‘Het kwam boven water tijdens een bloeddonatie. Dus nee jullie zijn geen van beide een vampier. Hey! Dat is mijn appelsap!’ Lachend steelt Steve zijn glas terug en drinkt het in een keer leeg. Steve is een treasure die ik nooit kwijt wil. Hij is verdomme te goed voor deze wereld.
‘Dankjewel voor me aan de lach brengen.’
‘Voor jou altijd.’
‘Okay, nu mag je stoppen. Je bent al bezet remember.’ Grap ik terug terwijl ik zachtjes hem een stomp op zijn schouder geef. Meteen schiet hij in elkaar alsof het heel pijnlijk was om vervolgens weer overeind te komen met een grote glimlach in afwachting van mijn reactie. Wanneer ik hardop begin te lachen begint hij ook te lachen en niet veel later hebben we de slappe lach. De serveerster kijkt vanaf de bar met haar collega’s toe hoe Captain America met een random duister type de slape lach heeft terwijl ze appelsap drinken. Dat zal voorlopig haar beste verhaal zijn op feestjes.

      Na een tijdje gelachen te hebben en vervolgens over andere dingen gesproken te hebben, wordt het gesprek weer serieus.
‘Mag ik het hem vertellen? Hij zal er anders toch achter komen als hij mijn file opzoekt en misschien is het beter als hij het van een bekende hoort, van mij hoort? Met alles waar hij de afgelopen tijd doorheen is geweest.’ Met een diepe zucht uit ik mijn zorgen.
‘Het is niet aan mij om dat te besluiten, maar mijn persoonlijke mening is ja vertel hem. Hij heeft iets goeds nodig. Tenminste ik mag hopen dat hij dit als goed nieuws beschouwt.’

      Als ik en half uur later terug naar het huis rij kan ik het nog steeds niet geloven. Steve heeft me de map meegegeven zodat ik verder kan lezen en het kan delen voor als hij mij niet gelooft. Maar momenteel heb ik zelf nog moeite met het geloven. Ik heb een half-broer en dat is niemand minder dan Clint Francis Barton.
Who’d had thought? Not me.



Reacties (1)

  • Hyacintho

    Titel: "The shadow passes, the light remains."


    De cape die ik omheb draai ik op zo’n manier dat hij aan voornamelijk aan de voorkant zit en ik ga op de grond liggen mijn geweer in mijn handen voor mogelijk gevaar.

    Cape? What a fashion icon.

    Coulson mompelt zachtjes terwijl Celeste wegloopt. ‘De dag is pas net begonnen.

    Mood. Also dit stuk was best wel goed.

    Onmiddellijk schiet ik overeind. Wat er zojuist ook op me lag, ligt nu op de grond.

    Wow rude Celeste.

    Crowley, niet vervelend bedoeld, maar je bent een celestial entity zou jij jezelf niet kunnen fiksen?’ Vraag terwijl ik de wond ontsmet.

    Hij knikt, maar zegt verder niks. Niet dat mij dat wat uitmaakt.
    Als een voormalig S.H.I.E.L.D.-Agent weet ik maar al te goed hoe belangrijk het houden van geheimen is. En met die gedachte in mijn achterhoofd ga ik verder met de wond.

    Hmm dat klopt, interessant.

    ‘Billions of bilious blistering barnacles.’ fluister ik zodra ik de wasbeer begint te praten.

    Oh wat een toffe alliteratie is dit. Komt me bekend voor...
    ...is Tin Tin canon in dit universum???

    In mijn sprong schiet ik drie maal richting de drie. Alle drie raak ik ze. Het touw dat uit mijn pistool kwam stevig om hen heen gewikkeld. Glimlachend loop ik naar hen toe. Quill trekt zijn mond open maar voordat hij iets kan zeggen geef ik hem een klap op zijn wang. Hij vloekt naar me en ik glimlach naar hem terug.


    What a hottie. I Am In Love.

    ‘Ik heb letterlijk nog nooit meegemaakt dat iemand nadat hij “een paar vragen moest beantwoorden” weer vrij was om te gaan. Is echt de meest cliché zin ever.’

    Big ass mood. Dit valt onder de street smarts lessen, naast nooit mee gaan naar de secondary location.

    ‘Mijn naam is Eldrick Cirdun Fulton.’

    Wat een melodische naam zeg. Ik ben benieuwd hoe je die bedacht hebt.

    ‘Je zou bijna zeggen dat er helemaal geen brand is. Hoe kalm iedereen hier naar beneden loopt.’ Zegt Natasha tegen Bruce terwijl ze op haar mobiel een appje verstuurd om te vragen of iedereen oké is en waar ze zijn.

    What's more stressful: New York getting attacked by aliens or a possible fire 23 floors above you?

    Na een paar minuten komen ze op de begane grond aan en loopt iedereen de straat op.

    Ho, wacht. Hoe lang hebben ze over +20 trappen gedaan?? Ik ben al dood na 6 trappen.

    ‘Je zit verdomme gewoon te lezen terwijl het gebouw in de fuck staat?

    Asjddjw lmaooo

    ‘Weet je wat ik mij zojuist bedacht?’ Natasha schudt haar hoofd. ‘I am fire! I am deaf!’ Als reactive op de opmerking krijgt Clint een klap in zijn ribben.
    ‘Als jij nog een reference maakt naar een boek van Tolkien. Dan gooi ik je persoonlijk van de bovenste verdieping van dit gebouw af.

    Ik zou hier graag 'mood' op willen antwoorden, maar aangezien ik nog nooit iets van Tolkien heb gelezen werkt dat niet helemaal.

    Wat had Stark ook alweer gezegd over het opnemen van de telefoon. Terugdenkend aan het moment herinnert hij het zich weer. ‘Omhoog “Swipen”, dat is het.’

    Oh jeetje lijkt net m'n ouders. Ok boomer.

    De serveerster werpt me een blik toe niet gelovend dat een persoon zoals ik een appelsap bestel, desalniettemin schrijft ze mijn bestelling op en loopt ze naar de bar toe.

    Lol dit heb ik nou precies ook, alleen dan waarschijnlijk om een heel andere reden.

    ‘Twee maal een appelsap graag.’ De serveerster kijkt hem met een open mond aan en daarna werpt ze mij een blik. Ik glimlach naar haar en hang nog wat meer terug in mijn stoel. In de serveerster lijkt nog steeds geen beweging te komen, ze staat als versteent naar Steve te kijken.

    AKJDWJDW GENIAAL

    De serveerster kijkt vanaf de bar met haar collega’s toe hoe Captain America met een random duister type de slape lach heeft terwijl ze appelsap drinken. Dat zal voorlopig haar beste verhaal zijn op feestjes.

    Ik vind dit echt geweldig.

    Ik heb een half-broer en dat is niemand minder dan Clint Francis Barton.

    Aangezien ik dit een maand na dato post zal ik proberen om zo goed mogelijk mijn reactie van toen te recreëren:

    WHAT?! BROER?!

    Weer een lekker lang leuk hoofdstuk! Ik zag dit echt niet aankomen.


    Het nieuwe album van Harry Styles is echt fucking goed trouwens.

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen