Naar aanleiding van deze prompt
“Don’t start a tickle fight when I’m supposed to be mad at you!”

Raymond Palmer was een bekend man in Star City. Met Palmer Technologies had hij al veel bereikt en daar was hij trots op. Esmée Morgan, zijn huidige vriendin, had hem een jaar geleden leren kennen tijdens een borrel bij zijn bedrijf. Ze werkte als computertechnicus en Ray had al meteen interesse gehad in haar. Een maand later had Ray eindelijk tijd gehad om haar op date te vragen. Komisch genoeg nadat hij haar een baan had aangeboden binnen zijn bedrijf. Waar Esmée nu nog steeds werkte. Ze hield van haar werk. Vooral nu ze Ray zo vaak zag. Ze werd geprezen door de helft van de werknemers. De andere helft was jaloers.
Maar af en toe ontstonden er ook wel eens oneffenheden tussen Esmée en Raymond. Zo was hij bijna, in een dronken bui, een keer vreemd gegaan voor Esmée haar ogen. Zij had hem nog net naar achter kunnen doen. Een week of twee had Esmée amper iets tegen haar gezegd en had ze de tijd gespendeerd in het huis van haar beste vriendin Lieke Tennant.
Af en toe gingen de ruzies over werk. Maar vandaag ging het om iets heel anders.

Raymond was al sinds het begin van zijn werkleven bezig met het ontwikkelen van The Atom-suit. Hij had toen Esmée er een maand of vier werkte laten zien wat het allemaal in hield. En Esmée was onder de druk van wat ze allemaal zag. Haar vriend was een genie. Dat was nu wel duidelijk.
Hij zou met dit pak zoveel kunnen doen. Maar dat hij samen zou gaan werken met de Arrow was het minste wat ze had gewild. Ze haatte de vigilante, omdat ze zelf een keer onschuldig door hem was aangevallen. Ze had een week in het ziekenhuis gelegen met een pijlwond in haar zij. En een gekneusde rib door de val die ze had gemaakt.
Nu dat Ray had besloten dat hij hem zou gaan helpen, was ze over de rooie heen.

“Raymond, ik wil niet dat je dit doet. Ik heb je toch verteld wat er is gebeurd? Ik haat die man.” zei Esmée boos, terwijl ze met volle kracht haar koffiemok op het aanrecht zette. Het viel nog mee dat hij niet kapot viel.
“Dat weet ik, schat, maar hij heeft mijn hulp nodig. Als ik dit niet doe loopt hier een seriemoordenaar vrij rond.” legde hij uit.
Esmée lachte schamper.
“Die loopt hier al drie jaar rond.”
Rays mond trok tot een streep. Hij wist niet dat Esmée zo erg zou reageren. Het leek hem echt het beste idee, maar Esmée dacht daar duidelijk anders over.
“Ik wil het niet.” zei ze daarom grondig.
“Ik heb al ja gezegd, Esmée. Ik kan nu niet meer terug. Ik moet er vanavond al heen.” zei hij bijna hulpeloos. Esmée besloot het over een andere boeg te gooien.
“Heb je dat pak ooit aan gehad? Heb je het ooit geprobeerd te gebruiken?” vroeg ze, terwijl ze haar handen over elkaar deed en tegen het aanrecht aan ging staan.
“Ik.. ja.. af en toe.”
Esmée zuchtte en schudde haar hoofd.
“Ik wil het gewoon niet. Straks vermoord je jezelf nog.”
“Dat zal heus niet gebeuren.”
“Oh nee!” riep ze ineens hard. Hij was zo naief. “Nee, je denkt dat je met die gek niet gewond zal raken. Schei toch uit, Ray!”
Ze stond op en loop met grote passen de trap op naar boven. Eenmaal boven liep ze naar hun slaapkamer en zakte neer op het uiteinde van het bed. Hij kon hij nou denken dat ze dat allemaal maar goed zou vinden. Dat ze het wel zou snappen. Tuurlijk snapte ze dat Ray een held wilde zijn, daarom was hij aan dat pak begonnen. Maar helden en Arrow gingen niet samen. God, wat haatte ze die man.

Na een aantal minuten hoorde ze de voetstappen van Ray op de trap. Ze probeerde niet op te kijken, maar deed het toch toen Ray de kamer binnen kwam lopen.
“Sorry.” mompelde hij. “Ik had het eerst moeten overleggen hè?”
“Ja, dat moest je zeker.” gromde Esmée.
“Wat kan ik doen om dit goed te maken?” zei hij, terwijl hij naast haar op het bed zakte. Esmée veerde lichtjes om hoog.
“Op dit moment, Ray? Helemaal niks. Ik ben er even klaar mee als je het niet erg vind.”
Hij beet op zijn lip. Dit had hij niet verwacht. Hij had Esmée ook nog nooit zo boos gezien.
Een stilte viel door de ruimte. En toen kwam er ineens iets in Ray op. Hij wist dat Esmée niet tegen kietelen kon. Misschien als hij..?

Hij zette langzaam zijn handen in haar middel en begon haar te kriebelen. Ze schrok meteen op.
“Ray, alsjeblieft!” riep ze meteen uit.
“Doe het terug dan.” zei hij lachend. Maar ze schudde verwoed haar hoofd.
“Geen kietelgevecht starten als ik boos ben. Dat is oneerlijk!”
Maar toch ging Esmée het gevecht aan. En al snel lag ze onder Ray en kon ze niks meer doen.
Ze lachte uitgeput en staarde in zijn bruine, grote ogen.
“Sorry.” zei hij nogmaals. “Ik zal het wel afzeggen. Ik wilde gewoon de stad helpen. Je weet hoe graag ik dat wil.”
Esmée knikte en duwde hem zachtjes van haar af. Ze ging rechtop zitten en pakte zijn hand vast.
“Dat weet ik wel. Maar dat maakt het niet minder moeilijk.”
Ze dacht even na en kreeg toen een goed idee.
“Ik wil hem ontmoeten.”
“Wie?” vroeg Ray.
“Wie! De Arrow natuurlijk. Als hij zijn excuses aanbied dan mag je mee. Zo niet, dan blijf je hier.”
Daar zag Ray de redelijkheid wel van in.

Dus zo gezegd, zo gedaan. Zo'n tien minuten later ging de deurbel en zat Esmée zenuwachtig op de bank.
Raymond liep haastig naar de deur. De tijd begon te dringen en hij wilde graag dat dit goed ging.
“Hey.” zei hij tegen de man die voor hem stond. Esmée kon hem niet zien.
“Goedemiddag, Raymond.” hij leek afstandelijk, dacht Esmée meteen.
De man zette een stap naar binnen en een schrok ging door Esmée haar lichaam.
“Oliver Queen.” mompelde ze.
“In levende lijven.” antwoordde hij. “Lange tijd niet gezien hè.”
“Ik dacht dat je dood was.” mompelde ze zacht. “Hoezo? Waarom?”
Oliver ging tegenover haar zitten en keek haar aandachtig aan.
“Mag ik vragen wat ik jou heb aan gedaan om mij neer te schieten? Was ik niet goed genoeg voor je, die ene avond die we samen hebben gehad.”
Daarom leek Ray even van te schrikken. Maar Ray kende Oliver en Esmée had ook een verleden. Ze kende elkaar dus al een lange tijd.
“Ik dacht dat je bij een zaak betrokken was. Dat je boos was op mij en die vrouw, hoe leg ik dit uit, ze was ook een ex. Ze had het op mij gemunt en ik dacht echt dat jij er ook mee te maken had.”
“Maar dat was niet zo.” gromde ze.
“Nee, dat was niet. En daarom ben ik ook gekomen toen Ray mij belde. Ik wil inderdaad mijn excuses aanbieden. Nu dat ik Rays hulp nodig heb, had je waarschijnlijk binnenkort toch wel geweten wie ik ben.” legde hij uit.
“Maar je had het ook eerder kunnen doen..” zei Esmée.
“Ik wist niet hoe. Je dacht dat ik dood was.”
“Ja, jij. Oliver Queen. Maar ik wist dat je alterego bestond. Had mij een briefje gestuurd. Had één van je vriendjes gestuurd. Had in ieder geval je best gedaan.”
Oliver wist dat hij fout zat en dus knikte hij keer op keer terwijl zij hem de les leerde.

Toen de avond viel moesten Oliver en Ray toch echt weg. Esmée had zich er bij neergelegd en had Oliver erop gewezen dat als Ray iets over kwam, hij nog lang niet jarig was. Hij had haar verzekerd dat het goed zou komen. Al helemaal omdat Ray echt wel wist wat hij moest doen.
Terwijl Oliver al richting de auto liep, liep Esmée naar Ray toe. Ze drukte een lange kus op zijn mond en zuchtte toen.
“Beloof je mij meteen terug te komen. Je bent nog te jong en te knap om nu al in gevaar te komen.”
Hij lachte zacht en knikte.
“Zo snel als ik kan.” zei hij en drukte een kus op haar voorhoofd.
“Duim je voor mij?”
Esmée begon te lachen en drukte haarzelf enkele tellen stevig tegen zich aan, voordat ze losliet.
“Ik duim voor je, Ray. Je mag eindelijk de held zijn die je altijd al had willen zijn.”

Reacties (3)

  • AckIes

    SO CUTE AAAH

    1 jaar geleden
  • AckIes

    OH I SEE RAY PALMER I LOVE IT ALREADY

    1 jaar geleden
  • Long

    AAAH DAT EINDE IS ECHT CUTE I LOVE IT OMG

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen