Foto bij H44: Zussen ~ Rikku

Een schelle kreet schalde door de nacht en ik keek met opgetrokken wenkbrauwen naar mijn zus. “Wat is er zusje?” vroeg ik terwijl ik op haar hoogte ging vliegen. “Hoe komt het dat we hem nog steeds niet hebben gevonden? ‘Rond de berg Fuji’ stond er in de krant, we zijn al 2 nachten aan het zoeken!” vertelde ze woedend en sloeg even stevig met haar vleugels. “Rustig aan, we hebben nog eventjes tijd… Anders gaan we kijken op de plaats van de foto? Misschien vinden we daar sporen en kunnen we die volgen”, stelde ik voor en ze zuchtte, waarna ze zei: “Je hebt gelijk zuster, laten we dat maar doen.” Ik strekte mijn vleugels uit en zette zo een glijvlucht in, recht naar de richting van de berg Fuji.

“Ik ruik hier iets”, zei Rin met opgetrokken neus en ik kwam bij haar staan. Ze had een iets betere neus dan mij, dus ik vertrouwde haar daar op. Ik liet me op een knie zakken en kneep mijn ogen wat samen. Mijn zicht was in het donker vrij goed en op de grond zag enkele donkere vlekken liggen, waardoor ik grijnsde. “Hij is hierlangs geweest, er liggen nog enkele opgedroogde bloedvlekken hier op de grond…”, vertelde ik en ik hoorde Rin even gniffelen. “Domme kitsune”, zei ze en ik stond op. Net toen ik wat wou zeggen, hoorde ik enkele vleugelslagen en ik hief snel mijn vleugel op, waardoor ik een slag afwendde. “Ga van mijn berg”, gromde de gedaante die geland was en ik trok mijn wenkbrauwen op. “Nee maar… als dat niet Qiuri is!” zei ik op een nep-verraste toon en Rin kwam naast mij staan.

De tengu stond enkele meters voor ons met gekruiste armen en keek ons met samengeknepen ogen aan. “Rin en Rikku… waarom ben ik niet verrast dat jullie weer een regel van de Raad overtreden…”, zei Qiuri met een diepe zucht en liet even zijn hoofd hangen. “Oh, ben je opeens wel fan van de Raad? Dat is ook de eerste keer zeg…”, zei Rin en ik zag Qiuri’s ogen verduisteren. Meteen was ik op mijn hoedde en besloot dat ik hem wat moest kalmeren, waardoor ik met een pruillipje zei: “Kom op Qiuri, waar zijn die goede oude tijden waarin we samenwerkten? Wij vermaakten ons met die monniken en jij maakte hen gek, dat was toch leuk? Het is alleen jammer dat er nu geen monniken zijn, maar er zijn nog mannen genoeg…” “Zwijg me erover, dat was de grootste fout in mijn leven”, gromde hij en hij spreidde zijn vleugels wat. Automatisch spreidden zowel Rin als ik onze vleugels en zo stonden we daar even, elkaar in de gaten houdend.

“Waarom hebben jullie David nodig?” vroeg Qiuri toen met een lichte dreiging in zijn stem en ik siste: “Gaat jou niets aan, tengu.” “Moet ik dit dan melden aan de Raad? Wie weet gaan ze jullie weer opsluiten in die grot”, zei hij toen en meteen sisten Rin en ik terwijl we wat ineen krompen. “Nooit… meer…”, gromde Rin vol ingehouden woede en Qiuri grijnsde. “Vertel op dan”, zei hij en Rin keek me even vragend aan, waarna ik zuchtte en venijnig zei: “Al goed, jij je zin. We moeten erachter komen waar hij momenteel verblijft en ervoor zorgen dat hij niet te ver daar vandaan gaat.” “Rikku!” zei Rin ontzet en ik zei boos: “Wat maakt het uit Rin! Hij zit niet in de Raad voor een reden, weet je nog? Ze vertrouwen en geloven hem niet! Niemand zou hem geloven als hij wat zou vertellen!”

Toen hoorde ik een rauwe kreet en voor ik het wist, was Qiuri op mij afgesprongen met zijn katana in de aanslag. Hij bracht zijn zwaard neer en voor ik het goed kon ontwijken, voelde ik een scherpe pijn door mijn vleugel gaan. Een hoge gil verliet mijn mond en Rin trok mij achter zich. “Blijf van mijn zus af!” schreeuwde ze tegen Qiuri en hij stond weer klaar om aan te vallen. “GA VAN MIJN BERG, NU!” schreeuwde hij toen woest en even krompen zowel Rin als ik ineen, waarna we onze vleugels spreidden. Ik hield een pijnkreet in en zonder wat te zeggen kwam Rin aan mijn gewonde kant staan, waarna we samen opstegen. “En kom nooit meer terug, hoor je! Nooit meer!” schreeuwde Qiuri nog vaag in de verte en ik siste even van de pijn. “Vervloekte tengu… Dit gaat je nog duur komen te staan”, gromde ik en Rin knikte instemmend, waarna we terug naar onze verblijfplaats vlogen. Eerst moest mijn vleugel verzorgd worden, want met een gewonde vleugel kon ik niet veel doen. “Ik zoek morgen wel naar David, ik kan de geur wel volgen, aangezien ik die nu ken. Jij gaat goed rusten zodat je weer fit bent als Halatir komt, oké? Ik zal straks nog wel een geschikte man zoeken zodat je sneller geneest”, zei Rin en met tegenzin knikte ik. “Bedankt zusje, wat zou ik zonder jou moeten…”, zuchtte ik en ze grijnsde. “Daar zijn zussen voor, Rikku, daar zijn zussen voor…”, zei ze toen en we vlogen verder door de nacht.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen