‘Is het waar?’ Amy greep haar arm zo stevig vast dat het pijn deed. ‘Heeft hij… toen je…’
      Dana zuchtte. Stilletjes vervloekte ze Juice, die precies de gevoelige snaar had weten te raken. ‘We waren heel close,’ zei ze. ‘Ondanks het leeftijdsverschil. Het initiatief kwam van mij en hij heeft nooit verder geprobeerd te gaan dan zoenen. Hij is een goed mens, Amy. Niet perfect, dat is niemand, maar hij is absoluut geen pedofiel. De enige reden dat Juice dat snauwde, is omdat hij boos is dat Kozik hem nooit verteld heeft dat ik nog leefde.’
      Aan Amy’s gezicht zag ze dat de vrouw haar twijfels had en Dana voelde aan dat zij niet degene was die ze kon wegnemen. Ze vertrouwde haar niet, door Juice’ woorden was ze bang dat Kozik wel degelijk wat voor haar voelde. Het was Kozik die haar van het tegendeel moest overtuigen, zij kon dat niet.
      Ze draaide haar gezicht weer naar de twee mannen toe die een eindje bij hen vandaan stonden, beiden met verhitte gezichten. Uiteindelijk beende Juice naar buiten en keerde Kozik naar hen terug. Gelijk bekommerde hij zich om Amy, maar die wilde niet eens meer door hem aangeraakt worden. Het zien van de gekwetstheid op Kozik gezicht sneed door haar heen; niet alleen door Amy’s plotselinge afwijzing, ook doordat Juice hem zoiets geflikt had, na alle moeite die Kozik had gedaan om hem uit zijn ellende te trekken.
      Dana wist niet of het verstandig was, toch ging ze naar buiten toe. Het voelde alsof Juice een op hol geslagen trein was die overal schade veroorzaakte zonder dat iemand hem kon stoppen en Dana wilde er niet voor opzij stappen. Dat voelde laf.
      Even zag ze hem nergens, maar toen ze zijn motor nog staan en wat beter rondkeek, zag ze hem een eindje verderop in de schaduwen zitten; met zijn rug tegen de muur en een sigaret tussen zijn lippen. Dana liep naar hem toe en zakte naast hem neer. Hij deed net alsof hij het niet zag en staarde voor zich uit, maar aan de manier waarop al zijn spieren aanspanden merkte ze dat hij heel goed wist wie er naast hem zat.
      ‘Waarom laat je me niet gewoon met rust?’ snoof hij na een tijdje. ‘Elke keer dat ik door het lint ga lijk jij het nodig te vinden om naar me toe te komen en dan maak je alles tien keer zo erg! Wat denk je er in vredesnaam mee te bereiken? Je bent mijn vriendin niet meer, Deen!’
      ‘Ik mag inderdaad hopen dat je niet over je vriendin praat zoals je net over mij praatte.’ Ze zuchtte. Haar vingers jeukten om zijn hand vast te pakken, maar ze deed het niet. ‘Ben je jaloers op me?’ vroeg ze na een tijdje.
      Hij snoof opnieuw, nog steeds staarde hij grimmig vooruit. ‘Waarom zou ik in vredesnaam jaloers op je zijn.’
      ‘Omdat je denkt dat ik overal zo goed mee deal. Omdat ik op een betere manier uiting geef aan mijn pijn en mijn verdriet dan jij. Omdat je denkt dat ik sterk ben en jij zwak.’
      De laatste woorden sprak ze expres uit, zelfs al wist ze dat hij het niet wilde horen. Zijn hand balde zich tot een vuist. Zijn zwijgen duurde voort.
      ‘Ik slaap bijna niet ’s nachts,’ gaf ze toen toe. ‘Ik droom steeds over Tabitha. En over Casper. Dat Maddox het overleefd heeft en wraak op me wil nemen door mijn zoontje te doden. Voor mijn ogen, net als de eerste keer.’
      Zijn handen gleden over zijn hoofd, hij kromde zijn vingers rond zijn oren en drukte zijn ellebogen tegen elkaar aan alsof hij daarmee haar woorden zou kunnen buitensluiten. ‘Ik wil het niet horen,’ gromde hij.
      ‘Waarom niet?’
      Hij klemde zijn kiezen op elkaar.
      Ze wist best waarom. Horen hoeveel pijn zij had, deed hem ook pijn, zelfs al wilde hij dat haar niet laten merken.
      ‘Ik heb binnenkort mijn eerste therapiesessie,’ vertelde hem. ‘We zouden er ook samen naartoe kunnen gaan.’
      ‘Nee. Ik ben naar genoeg van die zielenknijpers geweest. Het heeft me geen moer geholpen.’
      ‘En als het mij nou wel zou helpen?’
      Voor het eerst gleed zijn blik opzij. Haar hart huilde toen ze zijn gebroken blik zag; hij probeerde zo hard zich sterk voor te doen maar ze zag dat hij volledig verwoest was.
      ‘Ik weet dat je nog steeds van me houdt,’ zei ze tegen hem. ‘Je kan me voor van alles uitmaken, maar ik ken je Juice en ik weet dat je van me houdt. Ik geloof niet dat ik iets kan doen waardoor je minder van me zou gaan houden, net zoals ik niet minder van jou zou houden, hoe naar je je ook gedraagt.’’
      Hij boog zijn hoofd en zei niets. Verslagen zakten zijn schouders naar beneden, alsof hij zijn verzet opgaf. Voorzichtig liet ze haar vingertoppen over zijn hand glijden. Toen hij die niet wegtrok, sloot ze haar vingers eromheen en gaf een kneepje.
      ‘Kun je me een eerlijk antwoord geven? Hou je van Fye? Geeft zij je hetzelfde gevoel dat ik je vroeger gaf?’
      ‘Wat maakt het uit?’ bromde hij. ‘Jij en ik… dat gaat toch niet meer gebeuren.’
      Ze voelde hoe zijn vingers zich aanspanden, maar het was alsof hij ze niet van de hare kon wegtrekken.
      ‘Het gaat even niet om ons, Juice. Het gaat om jou. En om haar.’ Even viel ze stil, op zoek naar woorden. ‘Ik heb gevoelens voor Kip,’ zei ze toen. ‘Ze zijn niet zo sterk als voor jou, maar ik voel wel íéts voor hem en ik denk dat jij hetzelfde ervaart met Fye. Toch vind ik het niet eerlijk om met hem een relatie aan te gaan als ik zulke heftige gevoelens voor iemand anders heb. Die moeten eerst minderen, voordat ik oprecht iets met hem kan opbouwen. En ik denk – ik denk dat dat ook voor jou geldt. Voel jij je niet schuldig tegenover Fye? Als je ’s nachts naar mijn armen verlangt in plaats van naar die van haar? Want ik weet dat je dat doet, Juice. Net zoals ik naar jou verlang. Misschien moet je… net als ik gewoon even een tijdje single zijn. Aan jezelf werken, je verdriet een plaatsje geven, je oude zelf weer terugvinden… We zouden elkaar ermee kunnen helpen, er beiden sterker van kunnen worden. Dan kun je daarna een betere man voor Fye zijn.’
      Hij was even stil terwijl hij naar beneden staarde. Toen hij bleef zwijgen, legde ze een hand tegen zijn wang richtte zijn hoofd op zodat ze hem kon aankijken, zoekend naar de worsteling in zijn hoofd waar hij niet over kon of durfde te praten.
      Zijn blik was onrustig, een mengeling van iedere denkbare emotie.
      ‘Ik kan het niet,’ fluisterde hij toen. ‘Ik kan niet alleen zijn.’
      ‘Dat kan je wel, lieverd. Je bent sterker dan je denkt.’
      Hij scheurde zijn blik weer los en keek een andere kant uit. Zijn stem trilde. ‘Nee, ik ben helemaal niet sterk. Fye is – Fye is het enige wat voorkomt dat ik – dat ik…’
      Bemoedigend kneep in zijn hand. ‘Dat je wat, Juice. Probeer niet de hele tijd tegen je gedachten te vechten, laat ze er nu gewoon uit.’
      Hij haalde diep adem. ‘Fye is het enige wat me bij je weghoudt. En ik kan niet – ik wil niet…’ Plotseling brak hij weer en begon hij te huilen. ‘Ik ben een monster Deen. Ik wil niet… ik wil niet dat je weer…’
      ‘Oh lieverd…’ Zuchtend sloeg ze haar armen om hem heen. Hij stribbelde niet meer tegen, in plaats daarvan leunde hij tegen haar aan. Hij rilde over zijn hele lichaam. Een tijdlang streelde ze zijn hoofd, zijn gezicht totdat zijn ademhaling rustiger werd en het beven ophield. Daarna liftte ze voorzichtig weer zijn hoofd op om hem aan te kijken. ‘Er zit een duisternis in je. Het heeft geen zin om te doen alsof dat niet zo is. Je bent beschadigd, misschien wel permanent. Maar dat maakt je geen monster lieverd. Niet zolang je er tegen vecht. En dat doe je, constant.’ Ze streelde langs zijn wang. ‘Je wordt niet meer dezelfde jongen als vroeger. Die onschuld is weg. Maar een monster? Nee, dat ben je echt niet schat. Kijk naar mijn broer. Ook hij heeft een duisternis in zich; hij geniet ervan mensen te martelen – mensen die hem geschaad hebben, mensen die zijn geliefden geschaad hebben. Maakt dat een monster van hem? En zelfs al zeg je ja – dan is het een monster waar je van kan houden.’ Ze glimlachte bemoedigend naar hem. ‘Ik hou van je, Juice. Fye houdt van je. Maar ik denk niet dat het op dit moment onze liefde is die je nodig hebt… ik denk dat je eerst weer van jezelf moet leren houden. Als je niet van jezelf houdt, kun je ook niet ten volle de liefde van anderen ontvangen, noch kun je anderen liefde geven. Je moet jezelf vergeven voor de dingen die je jezelf kwalijk neemt, en als je daarin bent geslaagd moet je leren anderen te vergeven. Mij. Kozik. Misschien hebben we verkeerde keuzes gemaakt, maar we deden het omdat we van je hielden. Dat moet je geloven.’
      Zijn ogen stonden vol tranen toen hij ze weer opsloeg. Zijn lip trilde. ‘Ik verdien jou niet, Deen. En Fye evenmin.’
      ‘Nee,’ gaf ze toe. ‘Dat is precies wat ik bedoel. Leer eerst weer van jezelf houden, Juice. Ga, net als ik, aan jezelf werken totdat je gelooft dat je Fye of mij verdient. Anders wordt je nooit gelukkig. En ik wil niet zeggen dat je je nu als een kluizenaar moet gaan opsluiten. Juist niet. Breng tijd met mij door, zodat ik je kan overtuigen van de redenen waarom ik van je hou. Doe hetzelfde met Fye, met je broeders. Ga weer leven, lieverd. Ga weer lachen. Maddox is misschien wel dood, maar we hebben nog niet gewonnen.’ Ze pakte zijn hand vast en kneep erin. ‘We zijn zo ver gekomen, we mogen niet opgeven. Misschien dat hij een toekomst voor ons heeft verwoest, maar dat betekent niet dat er geen andere mogelijkheden meer zijn. Fye is een lieve meid, Juice. Ze verdient een kans – een echte kans. Ze verdient liefde, ze zou geen afleiding mogen zijn.’ Ze hield zijn blik even vast, wachtte tot haar woorden tot hem doordrongen. ‘We waren meer dan alleen geliefden. Ik was ook je beste vriendin, iemand die je door en door kende. Je zielenmaatje. Dat we nu geen geliefden meer zijn, betekent niet dat we niets meer voor elkaar kunnen betekenen. We hebben samen zoveel doorstaan lief. Misschien dat onze relatie er niet bestand tegen was, maar onze liefde wel. En als je niet meer samen met me kan zijn op de manier dat we vroeger samen waren, dan moeten we die liefde in een nieuwe vorm gieten. Nu Maddox dood is, kunnen we hem niet alsnog laten winnen, oké?’
      Een traan gleed langs zijn wang toen zijn voorhoofd naar voren zakte tot het tegen dat van haar rustte. ‘Oké,’ fluisterde hij.
      Ze veegde de traan met haar duim weg. ‘Goed zo. Ik hou van je, Juice. Ik ga je helpen ook weer van jezelf te houden.’
      Hij keek op, zijn ademhaling trilde op haar lippen. ‘Ik hou ook van jou. Het is – het is het enige wat me ervan overtuigt dat ik nog niet verloren ben. Het is de enige warmte die ik nog voel.’
      Aarzeling schoot over zijn gezicht, toen drukte hij zachtjes zijn lippen tegen haar onderlip aan. Even bleven ze daar rusten, tot ook haar lippen zachtjes tegen die van hem drukten.
      Daarna trok hij zijn gezicht terug, een zweem van roze op zijn wangen.
      Ze wist wat dat betekende. Een laatste kus – een afscheidskus.

Reacties (2)

  • NicoleStyles

    Ik vind Dana zo'n sterk en mondig karakter echt wow!

    4 maanden geleden
  • Sunnyrainbow

    Awh zo lief!

    4 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen