Foto bij 200. - Lucien

Er gaan vijftien minuten in een waas voorbij, waarna ik voor een gesloten deur sta. Onder geen beding laten ze me terug naar binnen, naar mijn vrouw die ligt te bevallen. Het woord van de vroedvrouw en de arts gaat boven dat van de prins, blijkbaar.
Als ik nogmaals de discussie wil aangaan met het jonge meisje dat de vroedvrouwen ondersteunt, komt Winoc net aangelopen. Ik probeer me te herinneren of ik iemand heb gestuurd om hem te halen, maar het laatste dat me helder voor de geest staat is Emma die zegt 'Het is tijd, denk ik.' Het zou me niks verbazen. Mijn oergevoel valt al jaren terug op Winoc. Hij leidt me weg van de deur, naar een plek waar ik niet elke drie seconden boos naar de houten planken kan kijken alsof ze op pure wilskracht weer opengaan.
"Kenna komt er aan. Zij mag waarschijnlijk wel naar binnen." zegt hij kalm. Zijn ogen staan echter alert en als je goed kijkt zie je hoe alle zichtbare (en daarbij dus ook onzichtbare) spieren zijn aangespannen. Een commandant die zijn leger toespreekt voordat de strijd losbarst. Het duizelt me als ik me realiseer dat Emma die strijd alleen aan moet gaan.
"Hoe ging het met haar voordat je de kamer uit moest?"
"Goed... denk ik. Ik weet het niet. Het ging zo snel, ik reageerde puur op adrenaline. Ik weet amper nog wat ik heb gedaan of gezegd." Ik schud mijn hoofd. "Ik wil naar binnen."
"Ze laten je niet naar binnen." zegt Winoc stellig. "Dus laat dat maar zitten. Als Kenna er is, kan zij tussen jullie communiceren."
"Was dat bij jou ook zo?"
Hij aarzelt. "Nee."
Nog voordat de galm van het woord goed en wel de gang uit is, moet Winoc me bij mijn schouder tegenhouden voordat ik weer tegen de deur ga staan rammen totdat ik naar binnen mag.
"Ik ben geen prins. Ik was nog geen commandant. In de ogen van de staat was ik een simpele burger. Het feit dat we een vroedvrouw tot onze beschikking hadden is puur omdat we de mazzel hebben gehad allebei goed bevriend te zijn met mensen van het hof." Hij klinkt nu een stuk minder kalm. "Laten we eerlijk zijn, Lucien. Als ons kind de geboorte niet had overleefd, was dat geen nationale ramp geweest."
Nationale ramp.
Als mijn kind de geboorte niet overleefd, zal het hele land rouwen. En het hele land zal een stukje vertrouwen verliezen in haar toekomstige koningin. Als ze ook met haar tweede man geen kinderen kan krijgen, wat voegt ze dan toe aan het koningshuis? Mijn hart voelt zwaar bij de gedachte alleen al.
"Ze nemen het zekere voor het onzekere. Als jij onnodig stress bezorgd bij Emma, kan dat gevolgen hebben voor het kind."
"Ik zou nooit..."
Hij houdt een hand op. "Ik zeg ook niet dat je dat express zou doen. Ik zeg alleen maar dat ze het op deze manier met zekerheid voorkomen." Hij gebaart me te gaan zitten in de vensterbank. Bij de realisatie dat hij gelijk heeft en dat ik niks aan de situatie kan veranderen, gehoorzaam ik.

De ochtend komt. De lucht kleurt met eindeloos veel kleuren, maar van geen enkele kan ik op de naam komen. De familie is langs geweest. Eschieve zit op de vloer tegen mijn benen aan, knieën tegen haar borst getrokken. Toen ze na een kwartier aan één stuk praten geen antwoord van me kreeg, gaf ze het op. Nu is ze er puur voor de mentale steun. En om me af en toe wat te laten eten. Eailyn komt regelmatig bij me checken, terwijl Pascale paraat staat om eventueel bij te springen en zo oog te krijgen wat er binnen allemaal gebeurd. Kenna komt met enige regelmaat naar buiten om te vertellen hoe het gaat, maar onder geen beding mag ik naar binnen. Ook als het even rustig blijft. Wat ze me vertelt over Emma doet de waarheid waarschijnlijk geen ere aan, maar het idee dat Emma de hel op aarde heeft gebracht toen ze erachter kwam dat ik niet naar binnen mocht, doet me goed. Uiteindelijk werden de weeën te heftig om ruzie te blijven maken. Ik vertel Kenna door te geven dat ik dat wel voor haar doe.
De tijd tikt weg. Mijn moeder komt langs, probeert niet te trots te kijken als zij wél naar binnen mag en probeert dat vervolgens goed te maken met een kus op mijn voorhoofd. Het doet me denken aan iets dat mijn vader me jaren terug zei: een koningin is nog machtiger dan de koning.
Ik leun tegen het raamkozijn, ogen gefixeerd op de deur terwijl ik wacht op nieuws.

Ik was zestien toen Sabastien werd geboren. Het kasteel was in rep en roer. Het duurde twee dagen voordat de rest van de familie bij hem en bij onze moeder mocht. Pas later realiseerde ik me dat dat was omdat moeder de bevalling maar ternauwernood had overleefd.
Ze oogde nog steeds zwak toen we haar eindelijk weer zagen, maar op hetzelfde moment zag ik een geluk in haar ogen dat ik sindsdien maar zelden heb gezien. Ze keek neer op een hoopje mens alsof het het allerbeste was dat haar had kunnen overkomen. Eenmaal weer buiten zei Aleran dat hij niet snapte waarom. Ze had immers hém toch al? Ik zei niets en ontfermde me over Eschieve van zes, die maar niet snapte waarom ze niet bij mama mocht.
De dagen duurden eindeloos lang.
Vandaag duurt nog langer.
Maar uiteindelijk gaat de deur open en staat daar Kenna met een stralende glimlach. Het laatste bloed van haar handen veegt ze af aan een al ruim bebloedde handdoek. "Je mag naar binnen." zegt ze zachtjes.
Ik weet niet hoe mijn knieën me dragen, of hoe ik de afstand overbrug, of hoe ik recht loop. Maar ik kom er.
Ze is nog steeds mooi, zelfs na een bevalling die uren heeft geduurd, nadat ik haar door de deur heen hoorde schreeuwen en ik door drie wachters in bedwang moest worden gehouden. Ze is nog steeds mijn Emma, en ik zou niets liever doen dan haar in mijn armen nemen en de tijd stilzetten.
Maar dan valt mijn oog op een bundeltje in haar armen, en twee kleine handjes tegen Emma's blanke borst. De tijd komt werkelijk stil te staan.
Emma zegt iets. Ik hoor het niet. Met moeite trek ik mijn ogen los van het bundeltje en kijk haar aan. Haar glimlach is nog stralender dan die van Kenna. Als ik geen antwoord geef, lacht ze zachtjes. Voordat ik omval ga ik naast haar op het bed zitten, schiet weer overeind als ik haar ineen zie krimpen van de pijn en kniel er dan maar naast. Ze kijkt me streng aan, maar dat negeer ik. Haar blik verzacht, glijdt naar dat bundeltje in haar armen. Het kind ligt aan de borst, zie ik nu.
"Je hebt een zoon." fluistert ze. "Wij hebben een zoon."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen