Foto bij 10.

De laatste dagen kan ik mijn gevoelens over Harry niet los gelaten. De manier waarop hij tegen mij had gepraat was zo dreigend, zo bezitterig. Ik weet niet zo goed hoe ik mij hier onder moet voelen, bang? Bedreigd? Of misschien zelfs een beetje gevleid?"
Wat Jace mij een tijdje terug heeft verteld over hem, zit mij ook dwars en dan natuurlijk vooral het stuk dat hij Jace het ziekenhuis in geslagen heeft.
Voor mishandeling vastgezet? Normale mensen doen zo iets niet, dat weet ik zelf ook wel. Maar toch laat hij me niet los, ik weet dat het stom is, maar ik wil het van hem horen.
Zoals Harry mij aangekeken heeft en aan geraakt heeft, kan ik amper geloven dat het echt waar.

Mijn vingers glijden over het scherm van mijn telefoon en vinden de naam van Jazz. Wat ik nu ga doen is dom, stom en egoïstisch.
"Hey Jazz, zal ik vanavond bij je langs komen?"
Een verraste blije Jazz stemt toe en hij geeft mij zijn adres door, het enige wat ik nodig had was zijn woonplaats. Jazz heeft verteld dat Harry in de zelfde buurt als hem woont, Harem is die buurt.
Zelf komen we er eigenlijk nooit, wat hebben we daar ook te zoeken?
Ik ben helemaal niet van plan naar Jazz te gaan, Jazz heeft mij nadat we uit geweest zijn me nog een paar keer geappt, maar hij is mij veel te glad.

Nadat mijn dienst erop zit en ik samen met Jace en zijn ouders gegeten heb, zeg ik naar Jazz te gaan. Ze zouden mij nooit laten gaan, als ze wisten waar Jazz woont. Het is niet bepaald een buurt waar je laat nog over straat gaat, of je nu een man of vrouw bent.
Ik haal mijn fiets uit de opslag en fiets naar Harem, als ik eraan kom, weet ik ook meteen dat er een rede is waarom ik er nooit kom. De flats zien er oud en vervallen uit, de straat is niet bepaald schoon en er hangen veel groepjes jongeren op de straat. Gelukkig laten ze mij met rust en ga ik opzoek naar het appartement waar Harry zijn naam opstaat.
Maar hij kan overal wonen, dit is een onmogelijke zoektocht lijkt wel.

"Kunnen we je helpen?" Verrast draai ik me om naar de stemmen achter me, er staat een groepje jongens mij nieuwsgierig aan te kijken.
"Ik zoek Harry Styles, weet iemand van jullie waar ik hem kan vinden?"
Ze kijken elkaar even aan, wenkbrauwen vliegen omhoog op hun gezichten en sommige schudden hun hoofd. Maar 1 iemand antwoord, "aan het einde van deze de straat, complex naast een kroeg".Hij wijst een smalle straat aan met vervallen flats.
Ik bedank ze en loop de straat, die de jongen mij gewezen heeft in. Ik hoop met elke vezel in mijn lichaam dat hij thuis is, want ik moet hem zien.

Een ongemakkelijk gevoel overvalt mij als ik het trappenhuis inloop, hier moet het wezen, kan niet anders. De sfeer is iets waar Harry prima tussen past, grimmig en niet erg prettig.
Hier en daar zitten mensen te drinken en te roken, op de stoepjes voor de deuren van de appartementen.

"Mag ik wat vragen?"
Ik loop naar een meisje toe die samen met een jongen op het stoepje van de voordeur zitten.
"Wat is er? Ben je je pappie kwijt?"
Blozend kijk ik ze aan, "nee helemaal niet. Ik zoek Harry Styles".
De jongen laat van verbazing zijn sigaret zakken, "welke situatie heb jij je verkeerd dat je hem opzoekt? Ben je gek ofzo? Draai je om en rot op".
Het meisje maant hem tot stilte en kijkt mij aan, "waarom wil je naar hem toe?"
"Ik heb een appeltje te schillen met hem", uit de hoogte kijk ik ze aan, hopend dat ik zelfverzekerd genoeg over kom. Maar ze lacht me uit, wat ik ze niet heel kwalijk neem.
"Als ik jou daar heelhuids terug zie keren, trakteer ik je op heel veel drank. Hij woont op nummer 77, toepasselijk is het niet?" Ik probeer er niet meer van te maken dan het is en draai mij om, zonder ze te bedanken.

Snel loop ik door en klop aan bij een oud uitziende deur, de verf bladert eraf en overal zitten spinnenwebben. Walgend veeg ik mijn hand af aan mijn rokje, als de deur open gaat hap ik naar adem.
Daar staat hij met natte haren en alleen een handdoek om zijn middel, zijn lichaam glimt nog van de vochtdruppels, hij is een soort God op de verkeerde planeet.

"Godverdomme Katherina, hoe haal je het in je hoofd hier te komen". Gelach klinkt in de gang, het meisje van eerder is me gevolgd en zwaait uitdagend naar ons.
Harry grijpt me bij mijn bovenarm en wil me naar binnen trekken, maar ik geef me niet makkelijk gewonnen, het enige wat ik wil zijn antwoorden.
"Laat mij los Harry, ik wilde je alleen wat vragen." Ik stribbel vergeefs tegen als hij me naar binnen trekt en de deur dichtslaat.
"Ben je helemaal gek geworden, hoe haal je het in je kop om zo naar deze buurt te komen? Had verdomme een coltrui en wijde broek aan getrokken, maar nee, mevrouw loopt erbij alsof ze een eerste klas hoer is".
Hij kijkt mij woest aan en zijn hand gaat een paar keer door zijn natte haar, ik sla mijn hand voor mijn mond, ik ben hier nog geen 5 minuten, of hij heeft mij al uitgescholden.
Ik schud mijn hoofd en draai me om, "Dit was een vergissing, sorry dat ik je lastig viel".

Maar zijn arm klemt zich om mijn arm en trekt mij terug, weg van de deur waar ik me alweer naartoe gedraaid heb. Instinctief hef ik mijn hand op om hem een klap te verkopen,
"godsamme jij klein kreng!" Roept Harry uit als mijn hand dit keer wel zijn doel raakt, ik raak hem vol in zijn gezicht.
"Laat me los en waag het niet mij nog eens aan te raken", mijn stem vliegt een paar octaven omhoog en ik kijk hem kwaad aan. Dan grijpt hij mij en gooit me over zijn schouder, zijn hand slaat hard op mijn achterste.
"Auw, zak, laat me los, laat me los".
Ik trappel opstandig met mijn benen en sla hem op zijn rug.

Met een klap legt hij mij neer op een stoffen oude bank, "vergeten dat ik bijt als je mij slaat, liefje?" De spot drijft van het woord liefje.
Hij leunt over mij heen en laat zijn tanden zien, dan voor ik hem kan tegenhouden duwt hij zijn lippen op die van mij. Zijn natte haar komt in mijn gezicht en ik voel een paar vochtdruppels op mijn gezicht belanden.
Dan bijt hij hard op mijn onderlip, mijn protestkreet word gesmoord door zijn lippen die hij nog steeds op de mijne gedrukt heeft.
Ik word woest, ik probeer hem opnieuw te slaan, schoppen of te krabben. Maar ik lig gevangen onder zijn lichaam.
Dan glijden zijn lippen naar mijn nek en zuigt hard aan mijn huid tot het gevoelig word, opnieuw bijt hij mij, maar nu op het gevoelige plekje in mijn nek.
Ik begin te schreeuwen en woest spartelend probeer ik opnieuw mijzelf los te krijgen.

"Het kan niemand hier wat schelen dat ze je horen schreeuwen, al gil je de hele tent bij elkaar, niemand boeit dat wat". Even hijgend kijk ik de woesteling aan, maar dan ga ik verder met mijn protesten. "Laat mij alsjeblieft los, hou op".
Ik raak lichtelijk in paniek nu, de geruwde zachtheid die hij mij getoond had woensdag te nergens bekennen is, "het spijt me dat ik hier heen ben gekomen, laat mij alsjeblieft los. Sorry dat ik je sloeg, ga van me af".

Hij aait over het gevoelige plek in mijn nek, mijn woorden totaal negerend. Het maakt hem niet uit blijkbaar, wat hij met mij doet.
"Weet je wat dit is kleintje?" Ik krimp ineen als hij me 'kleintje' noemt, als ik zachtjes nee knik grijnst hij.
"Natuurlijk weet je dat niet, het is een zuigzoen, het ideale daarvan is om te laten zien dat je van iemand bent".
Hij neemt even een pauze en strijkt 1 van mijn blonde plukken haar achter mijn oor, "dus als jij straks het trappenhuis uitloopt, en weer langs al die junkies gaat, hoef je niet bang te zijn dat iemand je ook maar zal aanraken".
Ik sluit mijn hand om mijn nek, het lijkt een plekje, dingetje van niks voor mijn gevoel, maar die plek heeft heel wat meer achter zich dan ik zou kunnen bedenken.

"Het bedekken met je hand heeft geen zin, iedereen heeft dat zo door. Nog bevriend met die jongen waarmee ik je tegen kwam? Hij zal dit niet op prijs stellen, maar ik wel". Hij duwt mijn hand weg en opnieuw schraapt hij met zijn tanden langs mijn nek, wat mij rillingen oplevert.
"Maar ik vraag mezelf af, ben ik al klaar met bijten?"
Mijn lichaam verstart onder die van hem, ik was te druk bezig met wat hij vertelde, kijkend naar zijn perfecte lippen, me zorgen maken over wat hij had gedaan, niet verwacht dat hij verder zou gaan.
"Maar, ik ben niet van jou, ik ben van niemand. Ga nu van me af en laat me gaan".
Mijn stem klinkt alles behalve sterk, hoe hard ik ook mijn best doe, wel sterk te klinken, maar mijn stem breekt bij de laatste woorden.

Harry begint te lachen, dit was een fijn gezicht geweest als ik had geweten dat hij nu niet om mij lachte.
"Ik laat je nog niet gaan, je hebt mij verdomme erg kwaad gemaakt kleintje". Hij gaat verzitten zodat ik meer ruimte krijg en mijn beide armen weer goed kan bewegen.
"Weet je wel zo zeker dat je niet van mij bent? Wat doe je hier anders?" Ik pers mijn lippen op elkaar en probeer mijzelf van hem weg te duwen, maar zijn benen houden mijn heupen vast, waardoor ik niet onder hem vandaan kom.

"Sorry Harry, ik wilde echt alleen wat vragen. Ik had wat gehoord, ik wilde niet," ja wat wilde ik niet? Hem storen, hem lastig vallen? Natuurlijk wilde ik dat, anders was ik hier niet.
"Ik wilde geen inbreuk op je privacy maken".
Zijn ogen knijpen even samen, dan gaat hij van me af en loopt naar een ander deel van het kleine appartement, "waag het niet van de bank te komen Katherina". Zegt hij, terwijl hij wegloopt en niet eens naar mij kijkt.
Wachtend tot hij terug komt voelen mijn vingertoppen aan mijn lippen, hij beet me hard, maar toch voelen ze nog heel. Hoe het komt dat ik me nu al weer rustig voel weet ik niet, eerder kreeg ik haast een paniek aanval en nu verlang ik stiekem al weer naar zijn lippen.
Snel probeer ik afleiding te zoeken van mijn dubbele en rare gedachten. Als ik om mij heen kijk, snap ik niet dat Anna hier heen durfde te gaan, ik bedenk me dat ik nu net zo stom doe.

Harry komt weer aanlopen, nu aangekleed dit keer, hij geeft me een glas water aan en gaat voor me zitten op een versleten salon tafeltje.
"Nou, vertel mij waarom je hier heen kwam om 'inbreuk op mijn privacy' te maken Katherina".

Ik kijk argwanend naar het water voor me en zet het aan de kant.
"Jace vertelde me waarvan jullie elkaar kennen, maar ergens geloofde ik hem niet, ik wil hem niet geloven, maar nu, nu lijkt het al geloofwaardiger".
Hij haalt een sigaret uit een pakje en steekt deze aan, zijn lippen sluiten zich erom, als hij een hijs neemt worden zijn gezichtslijnen nog iets sterker.
Ik hoest als hij de rook in mijn gezicht uitblaast, "hij heeft het je verteld, niet zo slim van hem om te doen. Maar goed, ik moet je nu vragen, wat heeft hij je verteld?".
"Dat je een meisje niet kon krijgen en hem daarvoor het ziekenhuis ingeslagen hebt".
Tot mijn verbazing begin Harry heel hard te lachen, "en dat geloof jij nu natuurlijk helemaal".
Ik schut mijn hoofd, "nee Harry, daarom ben ik hier".
De oprechte verbazing is van zijn gezicht te lezen.
Harry buigt naar voren, "die Jace van jou heeft me zwart gemaakt, daarvoor heb ik hem het ziekenhuis in geramd. Hij zit nu zwaar in de shit dat hij je dit verteld heeft, bereid je maar voor op het ergste nu. Ik ben Harry Styles, geen lieverdje, dat kan iedereen hier beamen. Dat jij je mond voorbij gepraat hebt tegen Anna, heb je betaald met je maagdelijkheid. Dat je mij geslagen hebt, die klap heb je net betaald. Dus Jace, hij heeft een strippenkaart eerste hulp 'kleintje'".

Ik verstijf, mijn mond staat open van verbazing. Heftig schud ik mijn hoofd, voor ik mezelf kan tegenhouden, grijp ik zijn haren vast.
Ik trek hem ruw naar mij toe, wat een woeste grom oplevert. Mijn voorhoofd duw ik tegen die van hem, "ik geloof er helemaal niks van, je liegt. En dan nog wat," ik ga bij hem op zijn schoot zitten en duw mijn lichaam tegen hem aan. Trek zijn hoofd nu naar achteren en kwaad fluister ik in zijn oor, "ik ben ook niet zo klein als jij denkt".
Hij gromt opnieuw als hij zijn hoofd recht trekt, want ik heb nog steeds zijn haren vast en als hij mij aankijkt versnelt mijn ademhaling zich.
Zijn groene ogen boren zich in die van mij, hij duwt mij van zich af en gaat staan. Ik sta voor hem en ik kijk naar hem op, hij pakt mijn kin vast en duwt mijn hoofd nog iets verder omhoog.
"Je bent klein Katherina, mijn kleintje, maar waar verdomme nog veel pit in verborgen zit".
Kwaad duw ik hem tegen zijn borst, "hou op me zo te noemen, ik heet Katy of Kat je mag kiezen, maar waag het niet om bijnamen voor me te verzinnen".
Hij komt nog dichter bij me staan, de spanning tussen ons is te snijden, tot mijn telefoon gaat af.
Mijn tasje ligt nog bij de voordeur. Maar Harry duwt mij neer op de bank en loopt er naar toe, hij begint te lachen, "ow dit is vermakelijk".

Hij drukt mijn telefoon niet uit, maar beantwoord hem juist.
"Jace, leuk jou weer te spreken". Ik hoor een verbaasde kreet aan de andere kant van de telefoon komen, Harry heeft hem op de luidspreker gezet, zodat ik alles kan horen.
"Geef Katherina aan de telefoon", de stem van Jace klinkt woedend.
"Nee Jace. Ik heb gehoord dat je ons geheimpje hebt gedeeld, ik zal het kort houden, je hebt mijn plannetje opnieuw verkloot, wist je dat? Eerst verkloot Katherina het, nu jij.
Dus nu kom ik meteen maar ter zaken".
Jace hijgt zwaar aan de telefoon, "wat heb je gedaan? Vertel op, wat heb je gedaan? Waar is Kathy".
Jace schreeuwt haast door de telefoon, "je kunt beter vragen wie ik heb gedaan. Ik heb je schatje geneukt Jace, ze kan geen wit meer dragen op jullie trouwerij, die heb jij vast al wel geplant, of ben je gestopt, omdat ze een ander heeft ontmoet?"

Jace vloekt zoals ik hem nog nooit heb horen doen, zelf voel ik mij steeds bozer worden.
"Jij klootzak", maar verder weet ik wat ik moet doen of zeggen. Ik sta daar maar, naar hem kijkend, alle touwtjes in handen te hebben. Mijn handen vliegen in mijn haren en ik voel mijn ademhaling versnellen. Het word licht in mijn hoofd en begin raar snel te ademen.

"Jij, je", maar ik krijg amper nog woorden uit mijn mond. Ik laat me op de vloer zakken en grijp richting mijn hart die overuren maakt. Mijn handen en benen beginnen te tintelen en ik begin sterretjes te zien.
Harry komt naast mij zitten en ik hoor hem tegen mij praten, maar ik kan er niet op reageren. Met 1 hand probeer ik hem nog weg te duwen, maar hij pakt hem vast en trekt mij naar zich toe.
Hij tilt mij op en zet mik op de bank, hij duwt mijn hoofd richting mijn benen en dwingt mij nu rustiger adem te halen.
"In door je neus, uit door je mond. Kom op Kathy, focus op je adem, je komt hier wel weer uit. In door je mond, lange inademing, goed zo. Nu rustig weer uit, in, uit, in".

Ik voel dat ik weer wat controle krijg en kom een beetje omhoog, hij legt mij neer op de bank en loopt weg. Hij komt terug en legt een koud washandje op mijn voorhoofd.

"Ik haat je", zijn de woorden die mijn lippen weten te verlaten. Ik voel een enorme afkeer voor de jongen naast me, "ik weet helemaal niks over je. Niet hoe oud je bent, of je familie hebt, of je een honden of katten mens bent, helemaal niks. Alleen dat je in de gevangenis gezeten hebt en dat je waarschijnlijk nog veel meer slechte dingen doet, de mensen hier in het trappenhuis te begrijpen. Ze waarschuwde mij voor jou, Jace waarschuwde mij voor jou. Waarom liet je mij niet met rust? Waarom liet ik jou niet met rust? Wat is er mis met je, wat is er mis met mij?"

Meteen voel ik dat ik weer terug glij, mijn ademhaling heb ik weer niet onder controle.
"Jou schuld", weet ik nog uit te brengen en dan moet ik me weer over geven en luister naar Harry zijn woorden.

"Luister Kat, focus je verdomme".
Opnieuw voor de zoveelste keer schud ik mijn hoofd, de heleboel word wazig en ik voel dat ik weg glijd. Hopeloos grijp ik Harry zijn t shirt vast, het enige stukje houvast dat ik kan vinden.
Dan voel ik een brandende pijn tegen mijn wang, ik sper mijn ogen ver open.
"Rustig, rustig adem Katherina". Rustig haal ik adem en kijk hem verward aan.

"Weet je waar je bent?"
Ik knik, "bij jou, je appartement".
Hij stelt me een paar rare vragen, hoe oud ik ben, waar ik woon, mijn geboortedatum.
2 vingers rusten op mijn pols en hij blijft naar mijn gezicht kijken.
"Oke, je lijkt jezelf weer controle te. Drink," beveelt hij mij en geeft me het water aan wat ik heb weg gezet.

Ik hijs mezelf overeind en neem een paar grote slokken water, "je sloeg me". Mijn hand gaat over de wang die hij net geraakt heeft, niet heel hard, maar toch. "Klopt, maar anders was je denk ik echt weg gevallen". Voorzichtig neem ik een slokje van het water.
"Hoe weet je dit allemaal?" Ik wijs naar het washandje, "ik heb een tijdje gestudeerd voor verpleegkundige".
Mijn mond zakt open van verbazing, maar Harry gaat door met vertellen.
"Ik ben 25 en woon in dit kut appartement. Mijn ouders wonen in London, mijn vader drinkt, mijn moeder is een crack verslaafde. Ik heb 1 jong broertje die in een instelling zit wegens geweldpleging. Thuis zijn wij heel goed opgevoed Katherina, opgevoed met geweld, verwaarlozing en honger".

Mijn wangen branden, na alle informatie die ik in mijn hoofd opsla.
"Waag het niet medelijden met mij te hebben Kathy, ik heb net tegen je vriend beweerd dat ik je misbruikt heb voor seks. Ik ben niet goed voor je, ik ben slecht, zeer slecht voor je. Jij moet mij inderdaad haten en hier snel weg gaan, mij met rust laten en hier niet nog eens voor de deur staan.
Als je het nog niet door hebt, ik heb je zo net kapot gemaakt, Jace laat dit vast niet rustig op zijn beloop, ik wil wedden dat je ouders al op de hoogte zijn van ons. En dat leuke vriendje van je. Dus bereid je maar voor op het ergste, ik heb dit gepland, dit is wat ik doe en wie ik ben. Ik ben verdomme hier 1 van de mensen die nog op afstand gehouden word door mijn reputatie, die laat ik mij niet door jou afnemen. Dus ik wil dat je jankend hier weg gaat, zodat iedereen je kan zien. Iedereen kan zien dat ik, nog steeds mezelf ben en geen nette kutjes over de vloer krijg. Nu, rot op, rot op Katherina. Sodemieter op, blijf uit mijn buurt en rot op".

Hij schreeuwt tegen mij en ik sta op en loop naar de deur, ik grijp mijn tasje en telefoon van de vloer en loop het appartement uit en klap de deur dicht. Even sta ik er tegen aan en laat mijn tranen lopen, precies zoals hij wou. Uit het appartement hoor ik dingen breken, hij vloekt hard. Dan voel ik hoe hij de deur open trek en ik val tegen Harry aan.

"Wat zei ik je nou? Weg, vieze kleine slet. Of ik neuk je hier opnieuw, tegen de muur". Vanuit het trappenhuis klinkt gelach, "geef je geld, ik zei toch dat ze er niet goed uit zo komen".
De 2 mensen van het stoepje komen tevoorschijn en lachen me uit. Ze hebben zo te zien om geld gewed, hoe de situatie zou eindigen.
Even kijk ik naar Harry, hij leunt tevreden tegen de deurpost en bekijkt de situatie. Door de herrie die hij veroorzaakt heeft zijn er meer nieuwsgierige die een kijkje komen nemen, "je bent een verrotte appel Harry. Ik zal zeker geen medelijden met je hebben, maar ik hoop dat je de beesten uit je hoofd kunt halen voor ze je helemaal opgevreten hebben en er niks meer van je over is".
Hij stapt op mij af en pakt mijn arm vast.

"Het is zo fijn om gek te zijn, maar alleen de gekken weten waarom. .
Snap je hem al Katherina? John Dryden, zoek maar eens op".
Dan duwt hij me van zich af en loopt naar binnen en slaat de deur dicht.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen