Foto bij H48: Het kampement ~ Nick

Voor het eerst in enkele eeuwen tijd, voelde ik me echt misselijk. Mijn maag leek alles behalve mee te werken en ik had het opeens extreem koud gekregen. Ik legde mijn hoofd met een kreun op mijn armen en onderdrukte een nieuwe neiging tot braken. Wat was er aan de hand? We lagen recht in de zon en hoewel het minimum 40 graden moest zijn, had ik het gevoel te bevriezen. Opeens voelde ik een sterke greep rond mijn enkel en met grote ogen keek ik naar mijn voeten. Een zwarte, uitgedroogde, oude hand stak uit het zand en had zich stevig rond mijn enkel geklemd. Meteen voelde ik mijn maaginhoud omhoog komen en ik kon het nog maar net inhouden. Ik probeerde een vlam te maken om die hand weg te branden, maar ik kon me daar niet op concentreren door de misselijkheid en koude. Khana leek op het randje van bewusteloosheid te balanceren en had niet echt door wat er zich aan mijn kant afspeelde. Ondertussen kwam er uit het zand een hoofd in windels tevoorschijn en twee lege gaten keken mij recht aan, waarna een grijnzende mond tevoorschijn kwam. Toen pas zag ik dat er rond Khana en mij meerdere gelijkaardige hoofden tevoorschijn kwamen en hun handen begonnen aan mijn lichaam te klauwen. We waren letterlijk omsingeld door mummies…

Eén van de handen ging in mijn broekzak en toen ik om keek, zag ik hoe de handen iets aan het doorgeven waren richting mijn gezicht. Ik kon mijn hoofd niet draaien omdat er een hand mij bij mijn haren vast had en een ander kneep pijnlijk in mijn nek. Vlak bij mijn kin kwam er een hand uit het zand en pakte voorzichtig tussen twee vingers iets vast uit de hand voor hem. De hand rond mijn nek liet los en ik voelde hoe ze iets rond mijn nek deden, maar ik kon niet zien wat. Opeens leek de misselijkheid te verdwijnen en begon ik het terug warmer te krijgen. Verbaasd schudde ik even met mijn hoofd en de handen verdwenen gehaast weer in het zand. Ik hoestte even door het opwaaiende zand en keek toen naar Khana, die moeizaam overeind kwam. “Wat… wauw, ik dacht echt even dat er allerlei mummiehanden om ons heen waren”, zei ze toen en wreef over haar keel. Daardoor zag ik dat ze opeens een ketting aan had en meteen kwam hij mij bekend voor. “Khana, om je nek…”, zei ik en net op dat moment keek ze ook naar mijn nek. “Je draagt die amulet van Qasim”, zeiden toen Khana en ik tegelijkertijd en ik trok een verbaasd gezicht. “Wacht, hebben die mummies ons nu geholpen?” vroeg ik en we keken elkaar verward aan. Net toen ik iets wou zeggen, klonk er weer een geweerschot.

“Kunnen jullie echt niets goed doen?” schreeuwde een man en hij laadde zijn geweer opnieuw. Ik zag dat de geweren van de mannen gericht waren op vage gestaltes en ik vermoedde dat die gestaltes de woestijngeesten waren. “Wat is er aan de hand?” vroeg Khana terwijl we ze in de gaten hielden. “Geen id…”, begon ik, maar toen zei één van de geesten: “Maak je niet zo druk, die Khana en Nick komen nooit door de barrière van dit kamp zonder amuletten. Kunnen wij er aan doen dat ze onze storm overleefd hebben? Daarbij, maak je maar liever druk over die rok die hier onlangs is gepasseerd. Straks valt hij aan en zijn jullie nietige mensen de feniks kwijt.” Meteen keken Khana en ik elkaar veelbetekenend aan. Dit was dus het kamp dat we zochten… Opeens weken de mannen uiteen en kwam er iemand rustig aangewandeld. “Wat is er aan de hand?” zei hij en ik gromde even. “Nick, is dat niet Seth?” hoorde ik Khana verward vragen en ik knikte. “Ja, dat is hem. Ik had zijn geheugen moeten wissen in de tempel…”, gromde ik en plots verdwenen de vage gestalten. “Waar zijn de woestijngeesten?” vroeg Khana, maar ik zag ze nergens.

Plots begon het uit het niets heel hard te waaien en knepen zowel Khana als ik onze ogen dicht. Het zand sneed in mijn gezicht en ik probeerde mezelf met mijn armen ertegen te beschermen, maar opeens stopte het. Toen ik mijn ogen opende, zag ik verbaasde gezichten van de mannen. Meteen sprong ik op, maar er werd tegelijkertijd iets in mijn gezicht gegooid en ik begon hard te hoesten. “Blijf van me af!” hoorde ik Khana roepen en toen klonk er een pijnlijke kreun, gevolgd door een geweerschot. Verwoed knipperde ik met mijn ogen en zodra ik weer beter kon zien, liet ik het zand snel opwaaien zodat de mannen niets meer zagen. Iemand riep al vloekend: “Seth, hij heeft verdomme een dubbele portie nodig… Seth!” “Snel, wegwezen hier!” zei Khana toen gehaast terwijl ze wankel opstond. Ik trok haar snel overeind en we liepen het kampement in.

“Nick, gaat het? Je ziet wat bleek”, vroeg Khana hijgend terwijl we doorheen het kamp liepen. “Het gaat we… kijk uit!” riep ik, maar het was te laat. Er werd een net over Khana heen gegooid en ze struikelde. Toen zag ik Seth opeens tevoorschijn komen en voordat ik iets kon doen, werd er weer iets in mijn gezicht gegooid. Weer hoestte ik, maar deze keer leek het alsof alle energie uit mij werd getrokken en ik viel neer. Met moeite wist ik mijn ogen open te houden en zag Seth vlak naast mij staan. “Bind hen vast… nemen straks wel Nicks parel af, hij… bijzonder krachtig… Khana niet… tevreden…”, hoorde ik hem vaag bevelen, maar toen viel ik in een donker gat.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen