De dagen tikken weg. Het is niet lang voordat ik weer word teruggeroepen naar de taken van de kroonprins, maar de momenten die ik kan vinden spendeer ik met Emma en onze zoon. Elke dag ontdekken we iets nieuws. Hij heeft op zijn linkerpols een moedervlek zitten die op een klavertje vier lijkt. Van wol krijgt hij jeuk en uitslag, dus al het beschikbare linnen is nu onofficieel eigendom van onze zoon. De enige man bij wie hij niet gaat huilen, is zijn vader. Tot groot ongenoegen van de koning, die overduidelijk smoorverliefd is op het jongetje hoe hard hij ook zijn best doet om dat te verbergen.
Gewikkeld in doeken ligt het jongetje in mijn armen blij te kirren, met grote heldere ogen die elke beweging van mijn vingers volgen. Als ik goed luister, hoor ik in de verte het geroezemoes van een menigte die zich verzamelt voor het paleis. In de kamer naast me wordt de laatste hand gelegd aan Emma's kapsel en jurk. Uiteraard is zij nog verzwakt en moe, maar het gaat al een stuk beter met haar. Ongeveer tien minuten lopen op rustig tempo gaat nu goed, verder wordt ze overal naar toe geduwd in een rolstoel terwijl ze luid klaagt over diezelfde rolstoel. Toch is ze, als ze weer eens probeert haar grenzen over te gaan, elke keer weer blij dat dat ding beschikbaar is om haar terug te brengen naar onze kamer.
In mijn armen begint het jongetje onrustig te worden. Ik wieg hem zachtjes. "Ssh, mama komt zo." fluister ik hem toe. "Je moet wel een goede indruk maken straks. Je gaat het volk ontmoeten." Daar is hij het duidelijk niet mee eens, want zijn oortjes rood worden - een teken dat hij op het punt staat het op een krijsen te zetten. Ik blijf hem zachtjes wiegen en hoop dat Emma snel terug is. Als hij echt begint te huilen, weet ik me daar weinig raad mee.
"Praat hem lekker plankenkoorts aan."
Emma staat in de deuropening. Ze zijn subtiel geweest vandaag; haar donkere haren hangen los over haar schouders, met een kleine knot om het uit haar gezicht te houden. Het zit vol kleine pareltjes, net als de jurk. De lichtblauwe stof past zo goed bij haar dat ik het liefste zou bevelen dat vanaf nu alleen maar deze kleur mag worden gebruikt voor haar kleding.
"Hij moet er maar aan wennen." lach ik, terwijl ik haar onze zoon overhandig met een gevoel van opluchting, dat direct wordt gevolgd door een vlaag schuld. Zij hebben niks door en hij kirt direct gelukkig als hij zijn moeder ziet. Emma straalt. Ik kus haar voorhoofd.
"Ze wachten op ons. Ben je er klaar voor?"
Ze knikt. "Laten we hem aan de hele wereld laten zien."
De menigte is doodstil als we het balkon op komen lopen. Mijn hart klopt in mijn keel, maar zoals altijd is het Emma's aanwezigheid die me er doorheen trekt. Hoewel ik weet dat het lang niet altijd zo is, komt ze totaal ontspannen over. Ze ziet het publiek amper vandaag, compleet gefocust op het mensje in haar armen. Ik haal diep adem. Dit komt goed.
Het is de priester die het grootste deel van de tijd vol praat. Een zegen, een dank, een vraag naar God of hij voor onze zoon wil zorgen. En dan is het tijd. De priester stapt opzij, Emma en ik stappen naar voren zodat het hele plein ons kan zien.
"Frankrijk." Verbazingwekkend genoeg trilt mijn stem niet. In plaats daarvan draagt hij de volgende woorden over de gehele menigte mee en voel ik niets dan trots. "Hierbij introduceer ik jullie... Julien Louis Jacques Reginald Castellon. Prins van Frankrijk, zoon van Lucien Castellon en Emmeline Middleton of the Scots, kleinzoon van Koning Jacques van Frankrijk en Reginald Middleton van Engeland."
De menigte juicht onze zoon toe. Julien schrikt ervan en zet het op een huilen. Emma lacht zachtjes en probeert hem te troosten.

Die avond zijn we allebei uitgeput. Na de ceremonie op het balkon was daar nog de high tea die mijn moeder perse wilde hebben met de hele familie. Na afloop hebben we nog even met Eailynn en Pascalle zitten kletsen in de tuin, maar al snel begon het te regenen en werden we naar binnen gedwongen. Eenmaal daar besloten dat we het klaar was voor vandaag. We namen een bad. Lieten ons insmeren met zachte oliën. Adoreerden onze zoon. Nu liggen we samen in bed, terwijl Julien vredig ligt te slapen in zijn wiegje aan ons voeteneind. Emma komt dichter tegen me aan liggen.
"Kan je niet zeggen dat je ziek bent?"
Een donkere krul die nog nat is van het bad ligt over haar rug; ik draai hem achteloos om mijn vinger en weer los, terwijl de overige vingers figuurtjes op haar huid tekenen. Ik glimlach naar haar. "Ik zou niets liever willen, dat weet je."
"Maar je doet het niet." Haar ogen zijn gesloten. Er heerst totale rust tussen ons beiden.
"Mon amour, er komen mensen van adel vanuit het hele land voor de vergadering... Ik moet gaan."
Ze puft haar ongenoegen, wat me aan het lachen maakt. "'s Avonds ben ik er weer. Net zoals elke avond."
"Totdat je koning bent." Het antwoord laat even op zich wachten, maar als ze dan komen liggen de woorden zwaar op mijn hart. "Dan moet jij alles regelen, zit je tot laat in je studie, moet je zoveel mensen ontmoeten en regeren... Je zal nog amper tijd hebben voor mij of Julien."
Ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen. Dat is een toekomst waar ik nog helemaal niet aan wil denken. En dus zeg ik: "Zo ver is het nog niet."
Emma glimlacht, knikt en kust me. Ik kus haar terug en verdrink in haar tederheid. We worden onderbroken door een geluidje uit de wieg dat klinkt alsof het jochie zo gaat huilen. Emma is direct alert, wil al uit bed komen, maar ik hou mijn arm stevig om haar heen om haar tegen te houden. Ze wil protesteren, maar het wordt alweer stil.
"Zie?" Ik trek haar weer dichter tegen me aan. "Hij kan al voor zichzelf zorgen."
Ze lacht zachtjes en legt een hand over mijn hart. "Dat heeft hij van zijn vader."
Ik leg mijn hand over de hare. "Niet alleen van hem."
De stilte tussen ons is net zo vredig als de slaap van Julien. Het duurt niet lang voordat we allebei wegzakken in een al even vredige slaap.

Het vuur in onze kamer is bijna uit als ik ontwaak. Emma is in haar slaap van me weggerold; ze ligt in dekens gewikkeld met haar rug naar me toe. Ik wrijf in mijn ogen, me afvragend waarom ik wakker werd. Had ik een nachtmerrie? Ik weet het niet meer. Ik voel mijn hartslag, maar die is niet versneld. Ik ben niet bezweet zoals normaal na een nachtmerrie. En toch ben ik klaar wakker. Als ik de slaap niet direct meer kan vatten, besluit ik maar om het vuur weer een beetje aan te wakkeren. Zo stil als ik kan leg ik extra hout op de nog gloeiende kolen en por een beetje in de as. Na wat voorzichtig blazen beginnen de vlammen aan het verse hout te likken. Ik blijf er even bij zitten.
Emma en ik hebben het niet meer gehad over mijn gevoelens en ideeën over een kind. Ik zou ook niet weten wat ik tegen haar moet zeggen. Elke keer als ik Julien in mijn armen heb, voel ik alleen maar doodsangst en wanhoop. Ik ben niet gemaakt om voor een kind te zorgen, om een zoon op te voeden. Ik kon mezelf amper opvoeden. Voor een bepaalde periode heb ik Eschieve opgevoed en ze is een ware rebel geworden. Om niet te spreken over het feit dat ze bijna werd vermoord terwijl ik degene was die op haar moest letten. Of dat ik haar een pijl door het been schoot. Ik ril, ondanks de hitte van het vuur, als de beelden van die helse nacht weer naar boven komen drijven.
Achter me hoor ik gekir. De beelden drijven weer weg als mijn aandacht terugschiet naar Julien. Hij is wakker. En als dat zo is, zal het niet lang duren voordat hij begint te huilen. Ik ga staan en kijk naar Emma, die nog steeds diep vertrokken is. Ze heeft zoveel gebroken nachten gehad, maar als Julien inderdaad gaat huilen zal ze niet rusten tot hij weer gekalmeerd is.
Ineens klopt mijn hart wel alsof ik een nachtmerrie heb gehad. Ik voel het tot in mijn slapen. Eenmaal aangekomen bij het wiegje, kijk ik in de heldere ogen van mijn zoon. Precies die van mij, als ik Emma moet geloven. En mijn moeder. En Eschieve. En Pascalle. En Kenna. Alleen Eailynn ziet het niet, maar ik vermoed dat dat is omdat ze mijn gevoelens wilde sparen.
Julien's gezichtje vertrekt. Ik moet snel zijn als ik wil dat Emma kan blijven slapen.
"Ssh.." fluister ik als ik hem oppak. Terwijl het jongetje op een arm ligt, pak ik zijn deken om hem in te wikkelen. Voor nu blijft hij stil, maar hij kijkt nog steeds bijzonder ontevreden. Ik twijfel om Emma wakker te maken. Wat moet ik nou met een huilende baby? Maar één blik op haar en haar ontspannen gezicht overtuigd me dat niet te doen. Zo stil als ik kan, terwijl ik heel hard mijn best doe om Julien genoeg af te leiden om niet te gaan huilen, verlaat ik de vertrekken. Aan de overkant van de gang, een paar kamers verderop, is een zitkamer voor ons ingericht. Het vuur brandt er altijd, er staat een schommelstoel voor de vlammen en alles wat we eventueel nodig zouden hebben voor onze zoon staat er binnen handbereik.
Zo ook, kom ik achter als ik de deur open, een vroedvrouw. Zodra ze me ziet binnenkomen springt ze op om het jongetje uit mijn armen te nemen. Na één blik op haar, begint Julien te huilen. Ik wimpel haar af. "Je suis son père. Je peux prendre soin de lui moi-même."
Ze kijkt enigszins bedenkelijk, maar gaat niet tegen me in. Als ze is vertrokken strijk ik neer in de schommelstoel, terwijl ik heel hard mijn best doe Julien te sussen. Maar de dam is gebroken en hij houdt niet zomaar meer op.
"Sebastien huilde nog minder dan jij, weet je dat?" berisp ik hem zachtjes. "Daar hoefde je maar naar te kijken en hij was stil."
Julien blijft huilen. Ik wieg, ik schommel, ik strijk met een duim over zijn handje en probeer vooral niet in paniek te raken. Ik wil Emma niet wakker maken. Ze heeft haar rust nodig. Uiteindelijk lijkt Julien zichzelf uit te putten. Hij wordt niet stil, maar er zit iets minder kracht achter het gehuil. Ik veeg een traan van zijn wang. "Je zou allang weer moeten slapen." sus ik. "Naar wat ik me heb laten vertellen, slaap je meer dan dat je wakker bent. Je wist me wel te pakken, met die timing van je."
Hij stopt met huilen en kijkt me verbaasd aan met die grote ogen.
"Eschieve was ook zo, die wilde ook nooit slapen. Na de geboorte van Sebastien ging ze alleen maar slapen als ik persoonlijk bij haar langs kwam om een slaapliedje te zingen."
Julien kirt. Gaapt. Grijpt mijn vinger in een vlezig vuistje. Volledig uitgeput.
"Je hebt het zelf gedaan, hoor." mompel ik. "Maar vooruit, als het bij een zesjarige werkt moet dat bij een baby ook wel lukken..."
Ik zing zachtjes en zie onmiddellijk weer een kleine Eschieve voor me, die complete stennis had geschopt omdat ze mij niet wilden halen voor haar slaapliedje. Uiteindelijk kreeg ze het voor elkaar, en binnen een paar minuten was ze onder zeil.
Bij Julien duurt het zelfs maar enkele seconden, maar al wiegend maak ik mijn liedje af.
"Petit ange aux yeux bleus
Sur les bras de ta mère
Sous la garde de Dieu
Ferme en paix ta paupière
Qu'un sommeil plein de douceur
Sur ta tête repose
Et que veille une rose
Dans le fond de ton cúur

Que ton ange gardien
Ma mignonne adorée
Ce soir t'abrite bien
Sous son aile dorée
Que la reine du ciel
Se penchant sur ta couche
Dépose sur ta bouche
Un baiser maternel.
"

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen