“Don’t let go,
Never give up,
It’s such a wonderful life.”
[color]


Justine Heidi Harbours

School viel verbazingwekkend mee, afgezien van het gaan zitten en opstaan die je achterste al pijn laten doen als je er geen flinke tik op hebt gehad. Het zachte zand van het strand van La Push is daar een behoorlijke verbetering bij, en het aangename briesje dat mijn witblonde haren zo nu en dan in mijn gezicht blaast doet ook wonderen.
      In eerste instantie wilde ik niet meekomen naar het strand, niet toen Seth me voor de eerste keer uitnodigde en niet voor de tweede keer toen Embry in staat leek om op zijn knieën te gaan. Ik durfde pas toe te geven toen Ariel met de subtiele hint kwam dat pap pas laat thuis zou komen van zijn werk en dat we anders toch alleen thuis zouden wezen. Dus nu zit ik alleen op een strandlaken, genietend van het briesje en de zwakke zon van La Push, kijkend naar mijn zusje die samen met Brady en Rachel aan de kustlijn met water aan het klieren zijn en naar de rest van de jongens die aan het voetballen zijn.
      ‘Je bent ook saai,’ zegt Embry, als hij ineens vanuit het niets naast me ploft op het strandlaken. Hij zakt onderuit, tot alleen zijn ellebogen zijn torso ondersteunen en hij kijkt me met een plagerige grijns aan. Vanochtend leek het wel alsof hij me iets kwalijk nam, en nu gebruikt hij die wolfachtige grijns en donkere bruine poelen om een onbekend gevoel in me los te maken. ‘Nog nooit heb je een potje voetbal meegedaan.’
      Ik rol met mijn ogen en richt ze op het voetbalspel voor me. Het kostte me genoeg moeite om op het strandlaken plaats te nemen zonder een grimas te vertonen, laat staan een activiteit met fysiek contact. Ik werp Embry een nonchalante blik, het feit dat hij geen shirt draagt en op een Griekse held uit een verhaal van Homerus lijkt proberend te negeren. Hij zit zo dicht bij me dat onze armen elkaar bijna aanraken en ik doe mijn best om de hitte die van zijn lichaam stroomt te blokkeren van mijn gedachten.
      ‘Dat is een manier om iemand te beledigen, Embry,’ zeg ik op dezelfde plagende manier terug. Ik veeg een lok haar achter mijn oor, terwijl ik hem een grijns van mezelf gun. ‘Bovendien maak ik jullie allemaal in als ik mee zou doen.’
      ‘Ah, dat zal het wel zijn,’ antwoordt Embry met een goedkeurend knikje.
      Voor even is het stil tussen ons. Het is niet perse een ongemakkelijke stilte, ik heb mijn blik op Ariel gericht, terwijl Embry in gedachten verzonken lijkt te zijn met zijn ogen op het voetbalspel.
      Het is nu ruim een maand geleden dat we hier zijn aangekomen, en in die maand zijn er zoveel dingen gebeurd die ik niet voor ogen kon houden. Het maken van vrienden ging een stuk makkelijker dan ik had verwacht en mijn grootste angst, dat Ariel getreiterd zou worden voor haar spraakachterstand en doofheid, is niet waar gekomen. Sterker nog, als ik haar zo onbezorgd Rachel en Brady zie onder spetteren, dan durf ik bijna te zeggen dat ze zich hier thuis voelt. God weet in ieder geval dat ik me thuis zou kunnen voelen, als mijn vader op een of andere manier permanent zou kunnen verdwijnen.
      ‘Er is een kampvuur van het weekend,’ verbreekt Embry ineens de stilte. Vanonder zijn wimpers kijkt hij op naar mij en geïnteresseerd kijk ik terug. ‘Iedereen zal er zijn, en Jake’s vader, de belangrijkste stamoudste, vertelt een paar stamverhalen. Ze zijn best interessant, als je ze nog niet honderd keer hebt gehoord. Bovendien is er eten. Jij en Ariel zouden moeten komen.’
      Onbewust kruipt er een glimlach op mijn gezicht en voor een seconde laat ik mezelf een tiener zijn. Ik vergeet het feit dat hij Ariel ook heeft uitgenodigd en gewoon voor een fractie van een seconde voel ik me dolgelukkig. Helaas is het feit dat ik geen gewoon leven leid en dat de keiharde realiteit me van iedere hoek altijd een klap in mijn gezicht probeert te verkopen. Nu alweer.
      ‘Dat klinkt geweldig, echt waar, Embry. Ik weet zeker dat Ariel de stamverhalen ook geweldig zou vinden, maar ik denk niet dat we het zaterdag kunnen maken,’ zeg ik, mijn glimlach veranderend in een verontschuldigende. Mijn hersenen werken op topsnelheid om een smoes te bedenken, want het de manier waarop Embry’s gezicht zijn teleurstelling verraadt doet mijn hart bijna laten breken. ‘Het is standaard familieavond, maar heel misschien, als ik mijn vader lief aankijk, kunnen we wel komen.’
      Direct kan ik mezelf wel voor mijn kop slaan. Waarom zou ik dat zeggen? Net zo zeker als het feit dat de zon in het oosten opkomt en in het westen zakt, zo zeker is het dat mijn vader me een corrigerende tik zou geven voor het überhaupt voorstellen van dat idee. En toch is het het waard als ik Embry’s gezicht tevreden zie opklaren. Oh, wat haat ik mezelf toch.
      ‘Uh-uh, niets ervan!’ roept een maar al te bekende, doch vandaag nog ongehoorde stem uit. Na het niet horen van die stem in twee weken, was ik bijna vergeten hoe zoet en gladjes het kon klinken.
      Met een glimlach op mijn gezicht kijk ik om naar Nessie en Jake, die ook het strand op komen lopen. Jake draagt een strandtas in zijn ene hand en een strandlaken in het andere, terwijl Nessie met te veel charme en uitbundigheid op mij en Embry komt afgelopen. Voor ik me ook maar voor iets kan voorbereiden, neemt Nessie naast me plaats, waardoor ik nog dichter naar Embry wordt gedwongen te schuiven, en slaat ze haar armen stevig om me heen.
      Ik zie wit van de pijn en ik moet er alles aan doen om een kreet om te toveren in een gedempte kreun. Toch is die hard genoeg om Nessie me abrupt los te laten en me bezorgd te onderzoeken. Niet dat er iets te zien valt onder mijn sokken, lange broek en coltrui, tenzij ze door een goed aangebracht laagje make-up kan kijken.
      Ik glimlach verontschuldigend, het duidelijk aangedane meisje een klopje op haar hand gevend. ‘De griep heeft mijn lichaam een aardige opdonder gegeven. De spierpijn is nog steeds niet helemaal weg.’
      Nessie knikt met medeleven, ondanks dat het lijkt alsof ze mijn leugen niet helemaal gelooft. ‘Hoe dan ook, vrijdag uit school kom je met mij mee naar mijn huis. Dan kan je eindelijk mijn familie een keer ontmoeten. En dan blijf je slapen en dan gaan we de volgende dag naar het kampvuur,’ ratelt Nessie aan een stuk door. Ze kijkt me enthousiast aan, haar betoverende ogen twinkelend met enthousiasme en haar glimlach zo mooi dat ze ieder wezen op aarde op zijn of haar knieën kan brengen. Ze werpt een blik op de zee, waarna haar glimlach alleen maar groter wordt. ‘Ariel komt natuurlijk ook, god wat zullen mijn zussen zich kunnen vermaken met jullie haren.’


~Damn, het spijt me zo erg dat ik zo lang afwezig ben geweest.

Reacties (2)

  • Slughorn

    Nawh ik vind haar nog steeds zo sneu.
    Er moet gewoon iets gebeuren

    1 jaar geleden
  • EvaSalvatore

    Geeft niks! Ben blij dat je er weer benr:)alles oke?

    1 jaar geleden
    • LaLoba

      Yess, thanks for asking, ik had het gewoon zo druk met school en werk, maar nu is het vakantie ^^

      1 jaar geleden
    • EvaSalvatore

      feel ya right there!

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen