“Walkin' all day with my feet on fire, tryin' to get closer to you
Walkin' all day with my feet on fire, that's what I've gotta do”


Justine Heidi Harbours
Vijf dagen later…

‘Nee,’ zeg ik direct als ik Alice, de zus van Nessie, een zwart jurkje omhoog zie houden. Het is absoluut geen lelijke jurk, waarschijnlijk een stuk duurder dan ik ooit zou kunnen betalen, maar hij is zo kort dat al mijn blauwe plekken duidelijk te zien zullen zijn. Als ik iets in de afgelopen dagen heb geleerd tijdens mijn verblijf bij de Cullens, dan is het wel dat ze niets ontgaat.
      Het verbaasde me hoe vriendelijk de Cullens ons opvingen. Tegen de tijd dat Nessie’s vader, dokter in het ziekenhuis van Forks, en moeder, een hartverwarmend type, mij op haalden van het ziekenhuis, lag Ariel al in bed in een kamer met zoveel boeken dat ik er direct verliefd op was. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om het nieuws aan haar te breken, en bovendien vermoedde ik toch wel dat ze het al wist.
      De volgende dag toen ik het haar wel vertelde kon ze niet eens een traan laten. Niet dat ik het haar persoonlijk kwalijk kon nemen. Ik had haar echter wel op het hart gedrukt dat ze hoe dan ook vandaag, de dag van de begrafenis, de rouwende dochter moest spelen.
      ‘Deze dan?’ vraagt Alice als ze een tweede jurk omhoog houdt. Deze is ook zwart, maar een stuk langer dan de vorige en het bedekt mijn schouders en armen. Ik geef een goedkeurend knikje en Alice legt het kostbare stuk stof netjes over mijn logeerbed. Daarna pakt ze een bijna dezelfde jurk voor Ariel, legt die op het bed, en verlaat in stilte onze logeerkamer.
      Geluk bij ongeluk bleek Alice een specialist te zijn in plannen, onder andere in het plannen van begrafenissen, al moest ze toegeven dat haar voorkeur wel uitging naar bruiloften. Binnen twee dagen had ze de begrafenis van mijn vader gepland, met zo nu en dan de vraag of ik liever dit of dat wilde en of dat Ariel wel of niet wilde spreken. Uiteraard weigerde Ariel, waardoor de plicht op mijn schouders rustte. Ik wilde de gedachten niet toelaten in mijn hersenen, maar soms leek het wel alsof Alice precies wist wat ik wilde, wanneer ik het wilde en hoe ik het wilde. Soms was het bijna eng.
      In stilte kleden Ariel en ik ons om. Ik rits haar jurk dicht en zij de mijne. Ze heeft haar eigen haren al netjes in gevlochten en het duurt niet lang voordat mijn witblonde lokken ook netjes bijeen gebonden zijn. Nessie had niets minder dan de waarheid gesproken toen ze zei dat haar zussen zich goed zouden vermaken met onze lange haren, maar toen Rosalie, een andere zus van Nessie, aan de slag ging met Ariel, wist mijn zusje niet hoe ze zich moest gedragen. Om de paar seconden ging ze anders zitten, sloeg ze haar benen over elkaar, vervolgens haar enkels en uiteindelijk gaf ze aan Rosalie toe dat ze het niet prettig vond. Op dat moment had ik zoveel medelijden met haar dat ik bijna in tranen uitbarstte. Ze kon niet eens iemand haar haren laten vlechten, zoals bijna alle vriendinnen bij elkaar doen, omdat ze geteisterd werd door herinneringen van onze vader. Ik denk dat Rosalie ook een vorm van medelijden voelde, want ze glimlachte triest en bond alleen snel een elastiekje in Ariel’s half gevlochten haar.
      ‘Ben je er klaar voor?’ vraag ik aan Ariel. Ik strijk een lok liefkozend achter haar oor en veeg de eerste traan sinds vijf dagen van haar wang. ‘Het is alleen vandaag nog, love, na de begrafenis gaan we naar huis, zonder vader.’
      ‘Alleen vandaag nog,’ antwoordt Ariel met een glimlach zo somber dat ik liever had dat ze niet glimlachte.
      Ik geef een goedkeurend knikje en leidt de weg naar beneden. Het huis van familie Cullen is enorm, met ontzettend veel glazen ramen. Het is compleet het tegenovergestelde van wat ons huis was. Ons huis had weinig ramen, zeker geen versieringen of dingen die het als thuis lieten voelen en op de een of andere manier, hoe hard de zon ook mocht schijnen, hing er een duistere sfeer. Nooit kan ik het toegeven, maar het huis van de Cullens voelt meer als thuis dan welk huis waar we in hebben geleefd dan ook.
      Ondanks dat de laatste paar dagen hel zijn geweest en ik ze voornamelijk gespendeerd heb met het onderzoeken van mijn vaders contactlijsten en verzekeringen, terwijl ik mijn zelfbeschuldigingen zo goed als kwaad mogelijk probeerde te negeren, zijn er bepaalde dingen mij ook niet ontgaan. Ariel en ik eten tegelijk met Nessie, en soms met Jake, die ons altijd aankijkt alsof we de zieligste wezen in de wereld zijn, maar de rest van de familie eet altijd op andere tijden. Ik heb Esme gevraagd of ze het niet vervelend vond om twee keer te koken, of ik niet moest betalen voor het eten, en dat ik best zelf voor mij, Ariel en Nessie eten kon verzorgen, maar Esme wimpelde het af met zo’n liefde dat ik even sprakeloos was. Ook lijken de Cullens allemaal stuk voor stuk Noorse goden, met hun perfecte huid en matchende ogen, ondanks dat ze allemaal geadopteerd zijn door dokter Carlisle en Esme.
      Ik kijk even verbaasd op als ik de hele familie beneden in pak of jurkje zie staan. Ja, voor de laatste paar dagen heb ik met de meeste mensen kennis gemaakt, maar ik had niet verwacht dat ze allemaal naar de begrafenis zouden komen. Ik voel me voornamelijk op mijn gemak bij Esme en Nessie, maar ook bij Bella, die op haar eigen ongemakkelijke manier een toeverlaat probeert te zijn. Rosalie daarentegen is wat meer afstandelijk en haar vriendje, Emmett jaagt me helemaal de stuipen op het lijf met zijn lichaam zo gespierd dat hij de hulk had kunnen wezen. Edward en Jasper, respectievelijk de vriendjes van Bella en Alice, die iets te druk voor mijn smaak was met haar onvoorspelbare bewegingen, kijken mij en Ariel altijd met verbeten gezichten aan, alsof we ze mentaal pijn doen, dus vanzelfsprekend bleven we bij hun uit de buurt.
      En ondanks alles dat ze al voor ons gedaan hebben, gaan ze alsnog mee naar een begrafenis voor een voor hun onbekend persoon. Het bezorgt me een raar gevoel in mijn onderbuik, niet persé op een onprettige manier, en voor een seconde kan ik het niet helpen om mezelf af te vragen of het zo voelt om familie te hebben. Niet dat ik daar ooit nog achter zou komen.
      ‘Wat, je dacht toch niet dat we jullie alleen zouden laten gaan?’ vraagt Alice, een kleine glimlach rond haar lichtjes rood gestifte lippen. God weet dat ze er zonder ook al geweldig uitziet, maar ik heb geleerd dat het pixie-achtige meisje graag haar best doet om uit te sloven. ‘Kom, op naar de auto’s.’


Guys, een tijdje geleden ben ik begonnen met een nieuw verhaal. Het draait hierom Bellamy Blake van The 100 en het zou de wereld voor mij betekenen als jullie het wilden bekijken. Het is wel op Wattpad geschreven, maar als je alsnog geïnteresseerd ben: KLIK

Reacties (2)

  • SPECS

    Helaas ben ik niet into the '100', maar ik ben zeker into dit verhaal:)
    Arem Jasper en Edward :'
    )

    1 jaar geleden
  • Slughorn

    Oeh ben benieuwd hoe dit afloopt en of de waarheid nog boven tafel komt

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen