. . .

Het was drie dagen geleden dat Amber naar Charming was gekomen. Zoals verwacht hadden de mannen geen spoor van haar achtervolgers gevonden, al was er ook niemand geweest die haar voor gek had verklaard. Juice had zich over haar ontfermd en zich als een echte knight in shining armor opgeworpen. Het was lief – maar ook wel vermoeiend, zeker omdat er helemaal geen gevaar wás. Zolang hij zich als haar beschermer opstelde vond ze nooit een manier om Happy's hart te winnen. De afgelopen dagen had ze nog geen enkele vooruitgang geboekt. Er was gisteren een héél kort gesprekje geweest. Wetend dat ze niet eeuwig de tijd had, was ze op hem afgestapt.
      'Hé, volgens mij heb ik inmiddels wel met iedereen gesproken behalve met jou,' had ze gezegd, waarna ze haar allercharmantste glimlach had laten zien. Blijkbaar was die minder charmant dan ze altijd had gedacht, want hij keek haar slechts koeltjes aan.
      'Ik heb je ook niets te vertellen. Ik vertrouw je niet.'
      En na die woorden was hij simpelweg weggelopen. De mysterieuze dame uithangen had blijkbaar niet echt zijn vruchten afgeworpen.
      Amber probeerde de neerslachtigheid van zich af te schudden. Ze mocht niet opgeven – ze kón niet opgeven want dan bestond ze over een paar weken niet meer. Voor de spiegel rolde ze haar shirt op tot onder haar borst. Sinds gisteren was de huid rond haar navel een beetje wazig; langzaam werd het doorzichtig. Via de spiegel zag je er niks van, maar wel als ze er direct naar keek en ze kon het ook voelen. Haar lichaam was een zandloper geworden – en de korrels vielen veel rapper dan ze wilde. Met een shirt kon ze de vervaging wel verbergen, maar wat als het dusdanig uitbreidde dat haar armen doorzichtig werden? Straks stopte men haar in een of ander gesticht om allerlei proeven met haar te doen alsof ze een of andere mislukte superheld was.
      Zuchtend staarde ze naar haar spiegelbeeld. 'Wat moet ik nou? Wat is dit voor een achterlijke missie? Waarom moet ik uitgerekend Happy's hart veroveren en niet dat van een van de andere mannen? Iemand als Juice – dat was een eitje geweest!'
      Plotseling kreeg de spiegel een blauwe gloed. Een moment later verscheen er een gezicht in, met bloedrood haar en priemende ogen. Amber deinsde achteruit, te verbijsterd om een gil te slaken.
      'Ben je gek?!' viel ze uit toen ze de griezel herkende die haar op deze achterlijke missie had gestuurd. 'Je bezorgt me bijna een hartaanval!'
      'Dat geeft niet, je bent toch al dood.' Hij trok een mondhoek op.
      Amber klemde haar kiezen op elkaar, daar had ze géén herinnering aan nodig. 'Je hebt me echt een onmogelijke opdracht gegeven! Laat me iets anders doen!'
      'Dat kan ik helaas niet toestaan. Jullie zielen zijn al aan elkaar verbonden.'
      'Nou hij merkt daar bar weinig van,' gromde ze.
      'Dat zal zijn aard zijn. Hij heeft überhaupt bijzonder weinig gevoel.' De man grinnikte.
      Amber staarde hem woest aan. 'Lach er maar om. Het is wel mijn leven dat hiervan afhangt! Die kerel heeft een hart van steen, wat moet ik daar in vredesnaam mee?!'
      'Ik kan je een beetje helpen, je wat sturing even.'
      'Nou graag!'
      'Ik moet je wel waarschuwen dat ik volgens sommigen een vreemd gevoel voor humor heb. Dat moet ook wel, als je de toegang bewaakt tot de domeinen van de dood. Niet de gezelligste baan. Ik sluit de kans niet uit dat je mijn hulp niet zal waarderen, maar het zal tot het gewenste resultaat leiden.'
      Amber bleef hem aanstaren, haar kaak trilde van boosheid. 'Hou op met in raadsels spreken! Help me of donder op!'
      'Ik kan allebei doen. De keuze is aan jou.'
      Met een grom klauwde ze met haar vingers door haar haren. Hij dreef haar tot waanzin. 'Wie de hel ben jij eigenlijk?'
      'Ik sta bekend onder vele namen.'
      'Laat me raden; Hades is daar één van?'
      Hij trok een mondhoek op. 'Bingo. Al moet ik toegeven dat ik wenste dat ik de krachten van Hades had, dan was ik een koning in plaats van een verveelde wachter.'
      Ze rolde met haar ogen. 'Wat is je meest gangbare naam? Het is handiger om op iemand te schelden als ik zijn naam weet.'
      'De meesten noemen me Anubis. Mijn echte naam is niet uit te spreken voor een sterveling.'
      'Ik ben geen sterveling meer.'
      'Fair enough. Maar dat is wel wat je weer wilt zijn, toch?' Hij hield zijn hoofd schuin. 'Heb je je weleens afgevraagd welke grootse dingen je te wachten staan als je het domein van de dood binnengaat? Ik zal nooit begrijpen waarom mensen zich zo aan hun miserabele leventje vastklampen.'
      'Sommige wezens zijn nu eenmaal met weinig tevreden. Ik wil gewoon mijn lichaam terug. Eentje dat niet vervaagt. Dus kun je me een handje helpen of niet? Want ik weet niet hoe ik tot die botte boer moet doordringen.'
      'Ik zal je een kans geven zijn hart binnen te glippen. Daar zijn echter wel risico's aan verbonden – zonder risico's is er voor mij geen zak aan.' Wederom krulden zijn lippen zich om in een macabere grijns.
      'Wat voor risico's?'
      'Dat laat ik in het midden. Ik hou van een verrassingselement.'
      'Maar wat moet ik doen dan?'
      'Dat zul je weten als het moment daar is. Volg je hart.' Hij lachte zachtjes. 'Of de replica ervan.'
      'Maar...'
      Er werd op de deur van de badkamer gebonkt. 'Amber? Gaat het goed? Tegen wie praat je?'
      'Oh fuck,' gromde ze.
      De spiegel lichtte fel op, daarna trok er een rood waas overheen en was Anubis verdwenen.
      Amber staarde nog even naar het voorwerp totdat ze er zeker van was dat er geen magie meer omheen hing, daarna opende ze de deur en keek ze Juice verontschuldigend aan.
      'Gekke gewoonte van me. Soms praat ik tegen mezelf voor de spiegel om mezelf zelfvertrouwen te geven.'
      Hij trok zijn wenkbrauwen op, daarna haalde hij zijn schouders op. 'Ik pak even wat kleren, dan ben ik weg hoor.'
      Amber zakte op de rand van het bed neer. 'Doe rustig aan hoor. Ik voel me al schuldig genoeg omdat ik je kamer confisqueer.'
      De eerste nacht had hij voorgesteld om in zijn eigen appartement te slapen zodat zij hier een bed en een badkamer had. Het was een prachtige tijdelijke oplossing, dus ze had geprobeerd niet overenthousiast te klinken toen ze met het voorstel instemde. Maar het werkte. Voor nu. Als hij niet de vaak de kamer binnenviel en zij niet vreemde spiegelbezoekjes bleef houden.
      Met een wrang gevoel dacht ze terug aan het gesprek dat ze net had gebeurd. Zijn spottende grijns, die zelfingenomen blik in zijn ogen... ze had zijn hulp moeten weigeren. En nu was het te laat.







Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen