‘Hè Robin, help jij nou ook eens mee!’ klaagde ik.
‘Hoezo?’ vroeg mijn oudere zus verontwaardigd, en ze liet dramatisch haar zilveren haren uit haar knot vallen, alsof ze zich klaarmaakte om me te bevechten als dat nodig was.
‘Ik ben niet degene die op kamp ga.’ Ze bewoog haar hoofd heen en weer zodat haar haren in het rond zwiepten.
‘Ja maar...’ Ik wees verslagen op de drieling, die rondjes achter elkaar aan renden in de keuken en hun oningepakte weekendtassen totaal in de steek gelaten hadden. Normaalgesproken stond ik altijd klaar om ze te helpen als dat van me gevraagd werd, maar in de chaos van vakantie trok ik het allemaal niet meer.
Mijn eigen weekendtas stond nestjes al ingepakt bij de voordeur. Nou ja... laat dat “netjes” eigenlijk maar weg. Mijn weekendtas stond ingepakt bij de voordeur, en daar ging het om. Binnen tien minuten zou pa thuiskomen en ons naar het kamp in Zeeland rijden.
Met mijn broertjes en zus kennelijk niet aan mijn kant, begon ik dan maar zelf maar de overige essentiële spullen in de drieling’s tassen te mikken en die stuk voor stuk dicht te ritsen.

Geloof me als ik zeg dat ik normaalgesproken echt niet zo’n nukkige stresskip ben. Ik zie mezelf als best een chill persoon die voor veel openstaat en veel toelaat. Maar na achttien jaar met Robin geleefd te hebben, en zes jaar met de drieling kwamen ze soms een beetje mijn neus uit, ondanks dat ik stuk voor stuk zielsveel van mijn familieleden hield.

‘Ha, jullie hebben al ingepakt! Goed gedaan, kerels!’ zei pa toen hij de deur opende. Alledrie mijn broertjes kregen een klopje op de schouder; eerst Ted, doen Daan, toen Sem. Ik kreeg als laatste een klopje, en keek een beetje beteuterd omdat ík het inpakken grotendeels in mijn eentje had gedaan. Mijn vader zag het, en gaf me toen ook een klopje op mijn pas geknipte haar.
Toen Robin me steeds maar bleef complimenteren over wat een prachtig meisje ik was, zag ik zelf uiteindelijk ook in dat ik mijn paardenstaart zat was. Dus liet ik de zijkanten opscheren voor een wat mannelijker kapsel, maar ik liet de bovenkant toch lang genoeg om er een “manbun” van te maken, in het geval ik mijn lange haar zou missen.

Al was het maar een uur rijden vanaf Breda, voelde het een eeuwigheid totdat we eindelijk bij het kamp waren aangekomen.
Dit jaar wilden pa en ma met z’n tweetjes op vakantie om “grote mensen dingen” te doen. En nee, daarmee bedoelden ze geen seks, maar saaie museums en kerken bezoeken. Mijn moeder was kunstenaar, en mijn vader historicus, vandaar dat hun idee van een “leuke” vakantie wat afweek van die van ons.
Robin ging al op vakantie met haar vriendje Trevor, dus zouden mijn broertjes en ik naar zomerkamp gaan. Ik wist niet zo goed wat ik moest verwachten, maar ging met weinig tegenzin het avontuur tegemoet. Ik vond schoolkamp en werkweek altijd hartstikke leuk, dus dit zal ook vast wel meevallen.

Toen we allemaal veilig geland waren en afscheid van pa hadden genomen, nam ik gebruik van de gelegenheid om even de omgeving in me op te nemen.
Als stadse jongen was het duin en bos onbekend, maar geliefd, gebied. Het was niet alsof we nooit de natuur in of het strand op gingen, maar buiten jaarlijks Spanje of Frankrijk om keek ik toch het hele jaar tegen stenen straten en huizen op. Men had dan wel het Mastbos, maar als je je elke dag wezenloos werkte om ooit, op een dag, je VWO diploma te halen, was daar doordeweeks helaas geen tijd voor.
Ik snoof de geur van zand en zee op, en voelde me meteen thuis. Het gevoel van zand en platgetrapte dennennaalden onder mijn gympen was uitnodigend, bijna verleidend.
Plotseling werd ik uit mijn gedachten gewekt toen ik Sem aan mijn arm voelde trekken.
‘Yooooooeri?’
‘Wat is er?’
‘Heb je een pleister?’ Hij wees op Daan die sip naar zijn geschaafde knie zat te staren. Hij huilde niet, maar zag er wel uit alsof hij niet zou opstaan mits de pleister geplakt was.
‘Wat is er gebeurd?’ vroeg ik hem terwijl ik het velletje van de pleister uit mijn zak eraf pulkte.
‘Gevallen.’
‘Jullie moeten wel een beetje voorzichtig doen deze vakantie, ok? Straks krijg ik op m’n kop van pa omdat een van jullie je nek heeft gebroken.’
‘Ja ja,’ zei Daan snel. ‘We beloven het.’
Ik had de tijd niet ze te zeggen dat ik ze niet geloofde, omdat een van de leiding, een meisje in een rood shirt, in haar handen klapte en vroeg: ‘Is iedereen er?’
Het was stil, wat waarschijnlijk een ‘ja’ betekenende, maar ook het tegenovergestelde kon zijn.
‘Ik ga een namenlijst af, en als je jou naam hoort, steek je je hand op.’
‘Yoeri...’
Ik zag het meisje even aarzelen, haar wenkbrauwen fronzen en haar lippen tuiten bij het zien van mijn achternaam.
‘Jakovlev,’ hielp ik haar. Al mijn hele leven lang had ik mensen moeten helpen mijn achternaam uit te spreken. Mijn grootvader aan pa’s kant was een Rus, die naar Nederland verhuisde toen hij mijn grootmoeder leerde kennen.
Ik lette niet zo goed op tijdens de andere namen, waar ik van wist dat ik er later spijt van zou krijgen omdat ik niet al te best ben met namen.

‘Als iedereen nu drie groepen zou willen vormen met de mensen van jou leeftijd, dan kunnen we zo de slaapzalen indelen.’
Al, zoals ik al eerder heb gezegd, hield ik werkelijk van mijn broertjes, toch was ik blij te realiseren dat ik niet 24/7 met ze opgescheept zou zijn, als we op leeftijd verdeeld zouden worden.
Na een blik te werpen op mijn gezelschap, leek het er op dat ik de oudste was. Niemand anders leek ouder dan vijftien, op z’n minst. Toch wist ik een jongen te vinden waarvan ik schatte dat hij oud genoeg was om een slaapzaal te delen, al was zijn leeftijd schatten lastig omdat hij niet erg lang was en een zonnebril droeg.
‘Hoe oud ben jij?’ vroeg ik, om zeker te zijn.
‘Zeventien,’ antwoordde hij, lichtelijk kortaf. ‘Jij?’ vroeg hij toen.
‘Achttien,’ zei ik. ‘Mijn naam is Yoeri.’
‘Keyon,’ zei hij terug, met een minuscuul knikje mijn kant op.
Ik voelde me een tikkeltje ongemakkelijk. Ik kon niet goed plaatsen of hij verlegen was, of arrogant. Het feit dat hij met hevige bewolking een zonnebril droeg, deed me neigen naar de tweede optie, al zag hij er niet heel intimiderend of ruig uit. Hij wipte een beetje heen en weer op zijn voeten terwijl er meer kinderen tussen de twaalf en zestien zich bij ons voegden.

Eenmaal binnen, legde Keyon zijn tas op het bed naast dat van mij.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen