. . .

Haar hart bonsde in haar keel. Ze versnelde haar pas totdat haar voeten pijn deden en keek gejaagd over haar schouder. Er was niemand te zien. Toch kon ze het gevoel dat ze gevolgd werd, dat iemand haar constant in de gaten hield, van zich af schudden. Ze nam een omweg naar huis zodat ze geen donkere steegjes hoefde te passeren, maar zelfs met andere mensen op straat wist ze dat ze pas tot rust zou komen als ze in haar kamer was.
      De onrust was een paar dagen na de ontvangst van de roos begonnen. Samen met Davey was ze ergens wezen eten en toen al had ze het gevoel gehad dat iemand hen volgde. Met haar vriend aan haar zijde had ze het vooral vreemd gevonden, paniek was er niet geweest.
      Nu wel, nu ze alleen was. Ze had zelfs klamme handen en ze vervloekte haar angst. Nog even en ze durfde helemaal niet meer de deur uit. En voor wat? Niets dan een gevoel, het zat allemaal tussen haar oren. Nooit had ze verwacht dat ze zo makkelijk bang te maken was, ze had juist altijd gedacht dat ze een stoere chick was.
      Ze keek weer over haar schouder. Daar – bij dat steegje, was dat een schaduw? Haar adem bleef in haar keel hangen, haar hart werd koud. Een zwerfhond snelde de straat over. Abigail perste haar lippen op elkaar, dit was absurd!
      Abigail had het gevoel dat ze de marathon had gerend toen ze de deur achter zich sloot. Een laag zweet lag op haar voorhoofd en ze was blij dat Ashley er niet was om haar uit te lachen. Ze zakte op haar bed neer. Nog steeds bonkte haar hart wild en iedere keer dat ze voetstappen op de gang hoorde, veerde ze op. Ze veegde onder haar ogen langs toen die vochtig werden. Waar kwam die stress toch vandaan? Ze pakte haar telefoon en stond op het punt om Davey te bellen, maar ze wist dat hij een optreden gaf en daarnaast zou hij er waarschijnlijk lacherig over doen in een poging haar gerust te stellen. Ze scrolde iets verder naar beneden en klikte toen Juice' naam aan. Zijn stem had altijd een kalmerende werking op haar, nu vast ook.
      'Hé Abby!' klonk het vrolijk.
      Ze sloot haar ogen even toen ze hem hoorde. Tjee, wat miste ze hem opeens. Het was weken geleden dat ze hem had gezien, ze kon zich niet eens meer herinneren hoe zijn armen om haar heen hadden gevoeld en toch was ze ervan overtuigd dat ze dát nu nodig had.
      'Hé,' antwoordde ze zacht. Ze haalde diep adem, ze stond op het punt om te breken.
      De toon van zijn stem veranderde direct. 'Wat is er? Huil je?'
      'Nee,' mompelde ze. 'Bijna.'
      Ze veegde langs haar ogen, haar lippen begonnen te trillen.
      'Waarom? Wat is er gebeurd?'
      'Niks,' bracht ze moeizaam uit. 'Het slaat nergens op. Ik – ik moest je stem gewoon even horen.'
      'Oké.' Hij was even stil. 'Wil je dat ik naar je toe kom?'
      Ze glimlachte kleintjes. Wat een lieverd was het toch. Maar het zou middernacht zijn tegen de tijd dat hij hier was, ze wilde dat niet van hem vragen. 'Nee, dat hoeft niet.'
      Ze hoorde dat de achtergrondruis minder werd, waarschijnlijk was hij naar zijn kamer gegaan. 'Je weet dat je me alles kan vertellen hè? Wat houdt je tegen?'
      Ze boog haar hoofd. 'Ik weet het niet. Ik heb gewoon... de hele tijd het gevoel dat iemand me achtervolgt.' Ze snifte zachtjes. 'Ik voel me net een klein kind dat bang is in het donker. Ik – ik had dat nooit. Zelfs niet toen ik jong was. Zelfs – zelfs hier in mijn kamer voel ik me niet veilig.'
      'Kom anders een paar dagen hiernaartoe,' opperde hij. 'Even ertussenuit? Het is bijna weekend, je kan heus wel een dagje skippen. Dan kun je hier even bijtanken. Ik zal er persoonlijk op toezien dat niemand je lastigvalt.' Ze kon hem zijn mondhoek zien optrekken. 'En ik zal ook mijn best doen om niet te vervelend te zijn.'
      Ze lachte zachtjes en veegde langs haar ogen. 'Ik heb een project waar ik aan moet werken.'
      'Dus? Dat kan je toch ook hier doen?'
      Daar kon ze niet zoveel tegen inbrengen. Ze verlangde opeens heel erg naar huis, naar haar familie, naar haar vrienden. 'Oké. Ik heb morgen tot de lunch college, daarna kom ik.'
      'Awesome!'
      Het enthousiasme in zijn stem stuurde een warme golf door haar heen en ze merkte dat ze iets ontspande. 'Praat tegen me,' zei ze zacht. 'Je leidt me af van de geluiden op de gang.' Ze sloeg haar ogen neer en beet op haar lip. Nu klonk ze echt als een lafaard.
      In plaats van haar te vertellen dat er niets was om bang voor te zijn – wat ze zelf ook heus wel wist, maar wat niets aan het angstige gevoel veranderde – begon hij te praten. 'Nou, ik heb eigenlijk wel wat leuks te vertellen.' Er klonk een zenuwachtig lachje. 'Ik heb een date, volgende week dinsdag.'
      Abigail ging verrast iets rechter op zitten. 'Echt? Ik dacht dat Sons niet aan dates deden.'
      'Ze is geen Croweater,' antwoordde hij. 'Dus ik kon haar niet gewoon meenemen naar mijn kamer.'
      Even was er een vreemd gevoel in haar maag, maar ze duwde het vlug weg. Ze was blij voor hem. Hij verdiende een lieve vriendin. 'Waar heb je haar ontmoet?'
      'Het is een vriendin van Michelle. Ze had me al een paar keer in de stad gezien en had tegen haar vriendin gezegd dat ze me wel leuk vond. Toen nam Mies haar mee naar een feest om haar aan me voor te stellen en toen zijn we de hele avond met elkaar opgetrokken.'
      Aan zijn stem hoorde ze dat hij bloosde, en het riep herinneringen op aan de tijd dat zij elkaar hadden leren kennen en zij de reden van zijn rode wangen was. 'Ik vind het superleuk voor je. Hoe heet ze?'
      'Angel.'
      Ze trok een mondhoek op. 'Ziet ze er ook uit als een engel?'
      'Eigenlijk wel. Ze heeft blond haar en een heel lief gezicht.'
      Ze floot plagend. 'Iemand is hier een beetje verliefd.'
      'Misschien. Een beetje.' Hij lachte zacht. Abigail had geen twijfel dat het meisje over haar oren zou zijn zodra ze die lach hoorde.
      'Heb je al bedacht wat jullie gaan doen?'
      'Nee. Ik wil iets... leuks doen. Niet gewoon naar de film ofzo.' Hij was even stil. 'Weet jij iets?'
      'Ik zal erover nadenken,' beloofde ze. 'Maar ik weet zeker dat de date voor haar geslaagd is zodra ze achter op je motor mag zitten en haar armen om je heen kan slaan.'
      'En dan maar hopen dat ik niet zo afgeleid raak dat ik op een auto knal.'
      'Nee? Wil je daar geen gewoonte van maken? Lekker tegen je crush aan kruipen in een ziekenhuisbed?'
      Hij schoot in de lach. 'Sommige dingen zijn alleen de eerste keer leuk.'
      Ze grinnikte. 'Sommige dingen zijn alleen met mij leuk, bedoel je.'
      'Dat ook.'
      Er viel even een stilte, maar dat was niet onprettig.
      'Abby?' vroeg hij na een tijdje.
      'Hmm?'
      'Ik vind het rot dat je je onveilig voelt. Maar ik ben wel blij dat je dit weekend naar Charming komt.'
      'Je bent bang dat je zonder mijn mentale support voor dinsdag overleden bent aan een overdosis zenuwen?'
      Hij gniffelde. 'Zoiets. Het geeft me in elk geval iets om over te praten, met jou is het nooit saai.'
      'Ik moet huiswerk maken, schat.'
      'Ik bedenk wel een manier om dat spannend te houden. En zelfs als dat niet lukt – dan kan ik haar in ieder geval vertellen hoe jij bescherming zocht bij een stoere vent als ik.'
      'Lul.'
      Hij schoot in de lach. 'Ik hou ook van jou.'
      Ze glimlachte. Plotseling wenste ze dat het al morgen was en ze hem een stevige knuffel kon geven.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen