Iets wat ik vergeten te zeggen ben is dat dit verhaal zich ongeveer in eind jaren 90 of begin 2000 afspeelt.

Die middag stond een strandbezoek op het programma. Ik hielp mijn broertjes een opblaasboot dragen de weg ernaartoe, terwijl ik met het meisje van de speurtocht kletste. Haar naam was Femmie, en ze was erg aardig. Misschien niet al te snugger, maar wel aardig. Ze vertelde over een keer dat ze bijna verdronken was, en hoe een knappe badmeester haar toen het water uit gered had.

Na een uur zwemmen en mijn broertjes helpen met een gracht om hun zandkasteel te bouwen, merkte ik pas dat een zekere rode krullenbos afwezig was van het strandplezier.
Na een tijdje om me heen gekeken te hebben, zag ik Keyon bij de leiding op een handdoek zitten, geabsorbeerd in een schetsboek.
Het was dan ook niet heel warm buiten, dus wilde hij vast geen kou vatten.
Mijn wangen werden warm toen hij me zag staren, en even aarzelend naar me zwaaide. Een beetje betrapt zwaaide ik terug, en dook weer gauw de golven in.

Later die middag, terug bij het kamphuis en nadat iedereen gedoucht had, ging ik met wat andere jongens voetballen. Keyon zat in het gras in zijn eentje vliegensvlug en Rubik’s kubus– met wel acht of tien vakjes per rij– op te lossen. Toen ik hem vroeg of hij mee wilde doen, sloeg hij dat aanbod af. Maar een halfuur later legde hij de kubus weg, en kwam toch meedoen. Gek. Had hij zich bedacht? De kubus was nog niet opgelost, dus daar lag het niet aan. Misschien had hij zichzelf gewoon even over moeten halen om zich over zijn verlegenheid te zetten.

Tijdens het avondeten had hij het schetsboek van eerder op het strand bij zich, maar zat hij er niet in te kleuren. Ik vroeg of ik er in mocht kijken, en dat mocht.
‘Wauw, je kunt echt goed tekenen, man,’ zei ik bewonderend. De meeste tekeningen waren van gebouwen en planten; waarschijnlijk van de omgeving waar hij woonde. Toen kwam ik plots langs een tekening die nogal opmerkelijk was vergeleken met de rest. Het was iets slordiger, maar wel mooi. Op de tekening stond een knappe jongen afgebeeld die net als Keyon krullen had, maar die in zijn geval korter waren en nog iets warriger. Hij had een smal gezicht met een scherpe kaaklijn en een smalle neus.
‘Wie is dat?’ vroeg ik, wijzend op de tekening. ‘Heb jij die getekend?’ Het zag er zo anders uit dan de andere tekeningen, wat me intrigeerde.
‘Oh, nee, die is van Mert,’ zei hij.
‘Wie is Mert?’ vroeg ik nieuwsgierig.
Hij aarzelde even en zei toen: ‘Een vriend van me.’
Ik ging er niet verder op in en bladerde verder.

Die avond was er karaoke. Puur toevallig was ik naast Keyon gaan staan, en we keken toe hoe wat kleintjes Disney liedjes zongen. Ik was altijd met zang en optreden herlijk in mijn element, al vanaf toen ik klein was. Met een groepje vrienden hadden we onze band ‘Jazz Hands’ opgericht, en ik was zanger en gitarist.
Keyon stond een beetje afwezig in zijn cola te staren, dus vroeg ik of hij zin had een liedje met mij te zingen, als het groepje kleuters die nu op het podium stonden klaar waren.
‘Eh, ja, is goed,’ zei hij een beetje opgelaten. ‘Eerst even naar de WC.’
Hij haalde zijn hand door zijn krullen en waggelde naar het toilet.
In de tussentijd zocht ik naar een toepasselijk nummer.

Ik schrok een beetje toen hij plotseling weer naast me stond en over mijn schouder mee gluurde.
‘Dat vind ik een leuk nummer!’ zei hij, en hij wees op nummer 24. Zijn ogen ontmoetten die van mij en hij keek me vol hoop aan. Hoe kon ik daar nee op zeggen?
‘Nummer 24,’ zei ik tegen degene achter de computer.
Ik was totaal verbluft toen Keyon begon te zingen. Al was zijn stem dan niet de beste die ik ooit gehoord had, spatte het charisma er zo van af dat je niet anders kon dan versteld staan. Ik kon bijna niet geloven dat dat schuwe jongetje daar opeens zo zelfverzekerd stond te zingen, en soepel op de maat bewoog. En, al had ik het me misschien wel gewoon verbeeld, kon ik zweren dat hij even naar me knipoogde, net voordat het nummer eindigde.
Nadat we de microfoons neer hadden gelegd en ons bij de kinderen gevoegd hadden, kon ik hem niet meer vinden.

Ik dacht voor de rest van de avond niet meer aan hem. Ik ging wat rond met Femmie, dat meisje van de speurtocht en eerder, en haar broer.
Pas in de slaapzaal zag ik Keyon weer. Hij zat rechtop in bed met zijn benen opgetrokken, met het dekbed tot aan zijn kin. Hij zat een stripboek te lezen, en op zijn hoofd stond een koptelefoon die aan een walkman vast zat. Hij beet zachtjes op zijn lip en zag er zo geconcentreerd uit dat ik hem maar niet stoorde.

Er was iets onverklaarbaars aan hem, iets wat ik niet begreep, maar wat me wel intrigeerde. Ik wilde graag vrienden met hem worden en hem beter leren kennen, al was het maar om een glimp extra op te vangen van zijn onverklaarbaarheid. Want het voelde alsof er zo veel meer onder het oppervlakte lag dan wat ik nu kon zien, en zo veel meer te leren was dan ik nu wist. Het voelde alsof er iets heel belangrijks was aan hem dat ik nog niet wist. En al was dat ding dan misschien niet heel schokkend, bijvoorbeeld dat hij van pokeren hield, twee vaders had of een immigrant was, leek het alsof er iets was dat me weerhield van hem te kennen, de échte Keyon die werkelijk hij was als er niemand toekeek.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen