Foto bij ~Hoofdstuk 1~

Hey, dit is het eerste echte hoofdstukje van Fight back. Ik hoop dat jullie het iets gaan vinden! 😅


Ik schiet recht overeind en kijk verward om me heen. Ik ben toch in slaap kunnen komen ook al was er zoveel geluid beneden. Vannacht was echt vreselijk.
‘Damian, Rens en Nina!’ hoor ik mijn moeder schreeuwen waardoor ik vlug uit bed spring en bij mijn deur ga staan. ‘Kom onmiddellijk naar benden!’ Schreeuwt de vrouw. Waarschijnlijk hebben de jongens hun troep niet opgeruimd en heeft zij die net ontdekt. Ik kijk naar mezelf via de spiegel en zucht even. Wat zie ik er toch weer charmant uit. Mijn ravenzwarte haar pluist alle kanten op en onder mijn blauwe ogen zitten dikken donkere wallen. Ik zucht nogmaals en slof langzaam mijn kamer uit en trippel zachtjes de trap af naar beneden. Ik stap de woonkamer in en zie mijn twee angstige broers op de bank zitten. Voor hen op de salontafel zit onze moeder. Ze zit met haar rug naar me toe maar ik weet dat ze me binnen heeft horden komen. ‘Wat is hier in godsnaam gebeurd?!’ sist onze moeder en ik voel hoe elk haartje op mijn lichaam omhoog gaat staan. ‘Ik ben voor een nachtje niet thuis voor mijn werk en ik kom weer in een grote bende thuis!’ schreeuwt de vrouw waarop ik Damian en Rens in een zie krimpen. Ik weet nu dat je moet oppassen met wat je zegt een verkeerde zet en ze barst uit. Je kunt het een beetje vergelijken met een mijnenveld. Over liggen ze en je staat er op een en het is over geen kans meer om te ontsnappen. Mijn moeder is het zelfde als een mijnenveld erg gevaarlijk dus. Ik kijk naar mijn oudste broer en zie dat zijn gitzwarte haar voor zijn chocoladebruinen ogen hangt. Ik zie aan zijn houding dat hij zich groot probeert te houden. Dat probeert hij altijd maar ik kijk door zijn masker heen. Ik laat mijn blik afglijden naar mijn twee jaar oudere broer glijden. Ik zie dat hij zichzelf probeert te verbergen in de hoek van de bank. Zijn donkerbruine krullen pieken alle kanten op en zijn modderbruine ogen kijken angstig naar onze moeder. Alle drie zijn we zo anders van elkaar. Dat is ook niet zo raar als we allemaal zijn geadopteerd. We zijn alle drie stukjes vuilnis wat hier bij elkaar is gekomen. Onze ouders wilde ons niet en hebben ons toen maar weggegooid. ‘Nina sta daar toch niet zo!’ gromt mijn moeder waardoor ik opschrik uit mijn gedachtes. ‘Ga eens bij je broers op de bank zitten.’ sist ze waarop ik knik war best dom is omdat ze het niet kan zien. Vlug stap ik op de bank af en laat me tussen mijn broers inzakken. Ik kijk naar onze moeder en zie hoe ze met een woedende blik ons een voor een aankijkt. ‘Wat is hier gisteren gebeurd?’ Sist ze woedend. Dit is het moment dat je de waarheid moet zeggen. Je moet nu gaan bewegen en je moet eerlijk zijn want als je dat niet bent gaat de bom af en dat wilt niemand. Misschien is ze daarom ook agent geworden omdat ze zo goed is in mensen lezen.
‘Ik gaf een feestje met wat vrienden.’ Bekend Damian na een lange tijd van stilte.
‘Ze vroegen of ik mee deed en ik stemde er mee in. Later op de avond nodigde we nog wat mensen uit en die nodigde ook weer mensen uit.’ Vult Rens zijn broer aan.
‘Voor we het wisten zat het huis helemaal vol en liep het helemaal uit de hand.’ Maakt Damian zijn verhaal af. Ik laat mijn blik door de kamer heen glijden en kijk naar de grote smerige vlekken op de muren, naar de kapotte glazen flesjes op de grond en de kots hoopjes in de hoeken van de kamer. Het is een beetje uit de hand gelopen? Je kunt beter zeggen gigantisch. Straks glibbert die smerige kots nog naar me toe alsof het een levend wezen is.
‘En wat heb jij hier mee te maken, Nina?’ vraagt mijn moeder iets rustiger.
‘Nina heeft hier nik mee te maken ze heeft heel de avond beven gezeten.’ Beschermd Rens me waardoor Damian heb boos aankijkt.
‘Ik vroeg het aan Nina.’ Sist de vrouw voor ons.
‘Ik heb geprobeerd om in slaap te komen. Zie je die wallen onder mijn ogen niet?’ vraag ik de vrouw zachtjes waarop ze langzaam knikt.
‘Ga naar boven en maak je klaar voor school. Ik moet nog even een hartig woordje met je broers praten.’ Zegt ze waarop ik knik en vlug de kamer uit ren. Boven kleed ik me vlug aan en probeer mijn wallen wat te verbergen met een laagje make-up. Ik doe vlug mijn lenzen in en kijk naar mezelf via de spiegel. Mijn blauwe ogen kijken me moe en met een lege blik aan. Mijn ravenzwarte haar zit in een slordige knot en mijn wallen zijn wat minder zichtbaar.
‘Je ziet er niet uit!’ Sist de stem in mijn hoofd waarop ik zucht. Fijn hebben we haar ook weer! Ik weet al dat ik er niet uitzie dat zegt iedereen elke dag tegen me dus dan hoeft zij me dat niet nog eens te vertellen.

Heel langzaam stap ik de woonkamer binnen en zie ik hoe mijn broers hard aan het werk zijn om alles weer schoon te krijgen. Damian kijkt op en kijk me boos aan. Uit het niets verandert zijn boze blik in een zwakke glimlach en verbaast trek ik mijn wenkbrauw op.
‘Hey zusje, Zal ik je naar school brengen?’ vraagt de jongen me zachtjes waarop ik nog verbaasder ben. Dit doet hij alleen maar om onder zijn straf uit te kunnen komen. Ik schut haastig mijn hoofd en stap de jongen voorbij. Ik wil geen hulp van Damian. Hij gebruikt me alleen maar. Hij haat me!
‘Ik begrijp hem. Wie haat jou nou niet?’ vraagt ze me waarop ik zachtjes zucht. Altijd fijn om iemand bij je te hebben die je het meest van iedereen haat.
‘Nina, gaat alles goed?’ Vraagt Rens met een bezorgde uitdrukking op zijn gezicht.
‘Tuurlijk gaat alles goed. Waarom zou het niet goed met me gaan?’ vraag ik de jongen waarop hij zijn schouders ophaalt en een glimlach op zijn gezicht plakt. Ik druk bij de jongen een zachte kus op zijn wang en langzaam stap ik het huis uit. Ik wil niet naar school, ik haat het daar! Ik steek voorzichtig de straat over en stap het schoolplein op.
‘Ze kijken naar je!’ Sist ze in mijn gedachten ‘Ze praten over je!’ gaat ze veder waarop ik zachtjes zucht. Ik weet heus wel dat ze over me praten! Ze vinden me anders en dat klopt ik ben ook anders, maar hij zei altijd dat ik daarom zo speciaal was. Juist omdat ik anders ben. Tot tegen stelling van Damian ben ik de freak van de school. Damian is geliefd bij iedereen en Rens heeft zijn eigen vrienden groepje, en wat heb ik? Ik heb een stem in mijn hoofd die me continu loopt af te zeiken. Ik zucht en kijk om me heen. Iedereen kijkt naar mij en lacht gemeen naar me of praat over me. Wat doe ik hier überhaupt? Ik heb hier helemaal niks te zoeken. Niemand mist me als ik er niet ben. Ik draai me om en stap met grootte stappen het schoolplein weer af. Ik steek de straat over en stap weer het huis in. Mijn beide broers kijken me verbaast aan als ik weer binnen ben.
‘Nina Wat doe jij hier?’ hoor ik mijn moeder vragen en geschrokken draai ik me naar de vrouw om. Ik loop vlug op haar af en sla mijn armen om haar heen.
‘Ik wil niet meer naar school! Ik wil hier weg, niemand mag mij hier! Niemand geeft een fuck om mij of mijn gevoelens. Iedereen haat het me hier en ik haat het hier! Ik wil hier weg!’ breng ik boos uit en ik zie hoe beide broers een bezorgde blik in hun ogen hebben. ‘Mama, ik kan het niet meer aan om hier te leven. Ik wil ergens anders een nieuwe start maken.’ Zeg ik waarop de vrouw me iets van zich afduwt en me verbaast aankijkt.
‘Lieverd, zo erg is het toch niet?’ vraagt ze me waarop ik tranen in mijn ogen voel prikken. Vroeg ze me dat nu echt? Ik voel hoe de eerst tranen over mijn wangen lopen en al snel komt de eerste snik over mijn lippen. Ik zie de angstige blik in mijn moeders ogen wat me nog harde laat huilen. De laatste keer dat ze mij zag huilen was op mijn vaders begrafenis twee jaar geleden. Mijn moeder kijkt me aan en laat dan haar hoofd zakken.
‘Nina?’ hoor ik mijn broer Rens vragen en meteen kijk ik de jongen aan. Ik ren op hem af en sla mijn armen om hem heen.
‘Ik wil hier weg.’ Snik ik zachtjes tegen zijn hals. Ik voel zijn hand voorzichtig door mijn haren heen gaan en ik hoor dat hij heel zachtjes sussende worden in mijn oor fluistert maar verstaan doe ik ze niet. Dit voelt zoals vroeger mijn broer die me beschermd door me vasttehouden en te sussen. Maar alleen is dit niet de goede broer.
‘Mam, Misschien moeten we haar naar huis brengen.’ Hoor ik Damian zachtjes zeggen waardoor ik verbaast opkijk. Thuis? Weten ze dan waar ik vandaan kom?
‘Je hebt gelijk Damian.’ Zucht mijn moeder zachtjes. ‘Breng haar maar samen met Rens naar huis.’ hoor ik de vrouw zeggen en dan hoor ik een deur dicht klappen. Waarom heeft ze me nooit verteld waar ik vandaan kom?

Reacties (1)

  • Nootje_clove

    Wow,
    Als ik jouw was zou ik echt iets doen met dit talent en zeker verder schrijven want dit Is echt een mooi verhaal 💪🏻💚

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen