De opeenvolgende dagen waren gewoontjes. De activiteiten waren grotendeels op het terrein en anders in het bos, en er gebeurde niks opmerkelijks. Het enige abnormale wat ik over Keyon in die tijd geleerd had, was dat hij af en toe sommige woorden met een Rotterdams accent uitsprak, al had hij me verteld dat hij uit Den Haag kwam.
Maar zelfs het uitje naar Middelburg verliep heel soepel, als je de vermissing van mijn broertjes die pas na een halfuur zoeken weer opdoken niet meetelde.
Pas tien dagen nadat ik vriendschap met Keyon had gesloten, gebeurde er iets opmerkelijks. Al was het misschien een stuk schokkender dan “opmerkelijk”.

Een paar dagen geleden hadden we al met z’n allen voor een filmdoek gezeten om voetbal te kijken, maar die avond was het filmavond. Eerst keken we Bambi toen de kleintjes nog op waren, en, en Joost mocht weten waarom, toen die naar bed waren keken we een oude detective film. Het was geen klassieker, zo’n eentje waarvan iedereen van een generatie voor ons ‘m wel gezien zou hebben, maar meer het soort film dat men op de zolder van zijn pas overleden oma zou vinden. Het plot was niet heel interessant, maar blijkbaar ging ik er toch nog zo in op dat ik er pas veel te laat achter kwam dat Keyon niet meer naast me zat. Ik wist niet hoe lang hij al weg was, maar hij moest echt geruisloos vertrokken zijn.
Ik kon het niet verhelpen toch een beetje ongerust te zijn. Als er niets aan de hand was geweest, had hij zijn vertrek wel aangekondigd. Hij kon er nu echt niet onderuit komen met het excuus dat hij moe was en vroeg naar bed wilde.
Met een bezorgde kriebel in mijn buik liep ik de gang op, richting de slaapzaal. Net toen ik me bedacht dat hij daar misschien wel helemaal niet zou zijn, klonk er geluid vanachter de deur. Met mijn hand nog op de deurklink verstijfde ik. Vanuit de slaapzaal kwam een snijdend, snerpend gekrijs.
Zonder te twijfelen smeet ik de deur open, en holde ik naar binnen. Koortsachtig keek ik om me heen, op zoek naar wat er in hemelsnaam aan de hand was. Het duurde me even voordat ik me realiseerde dat er geen vechtpartij of gijzeling aan de gang was, en dat Keyon de enige persoon in de slaapzaal was, en dat het gegil en gekreun van hem afwezig was. Hij lag op bed met zijn hoofd in de kussens gedrukt en zijn beide handen als klauwen om de dekens geklemd. Hij kronkelde en beefde, als iemand die in onmenselijk veel pijn verkeerde. Met zijn tenen naar beneden trappelde hij in de dekens, wat er voor zorgde dat hij af en toe met zijn rug omhoog kwam voordat hij weer op het matras plofte.
Toen ik dichterbij was, hoorde ik pas dat hij hartverscheurend aan het snikken was.
‘Keyon!’ riep ik verschrokken uit. Ik wist niet wat ik moest doen, of wat er aan de hand was. Het leek op een epileptische aanval, maar dan pijnlijker en... hulpelozer.
Ik legde mijn hand op zijn schouder en schudde die, in een hopeloze poging om hem wakker te schudden uit wat er gaande was. Maar hij leek ontzettend van die aanraking te schrikken, en dook weg en snikte luider.
Pas na er wat tijd verstreken was, of dat twee minuten of een halfuur was wist ik niet, leek Keyon langzaam af te koelen, slap te worden, en uiteindelijk zat hij alleen nog maar zachtjes te snikken. Nog een minuut later, kwam hij omhoog.
Met de mouw van zijn trui veegde hij voorzichtig zijn tranen van zijn wangen, en streek hij zijn haar glad.
‘Yoeri,’ zei hij, een beetje beduusd toen hij me zag. Ik was ondertussen op mijn bed naast dat van hem gaan zitten. ‘Is de film nog gaande?’
‘Zou je me eerst niet even vertellen wat er zojuist met je aan de hand was?’ vroeg ik gepikeerd. Ik was bijna een beetje kwaad dat hij zo opeens deed alsof er niks gebeurd was.
‘Niks,’ zei hij, alsof ik een rare vraag stelde. ‘Gewoon een nachtmerrie. Ik was in slaap gevallen.’
En hij verwachtte dat ik dat geloofde?
‘Waarom vertrouw jij mij niet?’ vroeg ik kil.
‘Waarom geloof jij mij niet?’ vroeg hij, iets kalmer, al leek hij een beetje op zijn tenen getrapt.
‘Nee, de film is al afgelopen,’ ik gaf antwoord op zijn vraag van eerder, zonder op de rest in te gaan. Ik viste mijn pyjama uit mijn tas en ging zonder iets te zeggen douchen.

Zodra het koele water over mijn gezicht stroomde en mijn blonde haren strokleurig kleurde, kon ik beter nadenken. Ik probeerde op een rijtje te zetten wat er zojuist gebeurd was. Het enige wat me te binnen schoot was epilepsie, maar één van mijn vrienden had dat, en ik was er vrij zeker van dat hij niet huilde of schreeuwde wanneer hij een aanval had. Nee, dit was beslist iets anders geweest. En het kón geen nachtmerrie zijn geweest. Niemand kon onder normale omstandigheden zo veel lawaai maken en zo veel bewegen tijdens het slapen.
Iets zei me dat het iets was wat ik niet begreep, iets wat ik niet kende. Maar wat het ook was, het maakte me kwaad dat hij tegen me had gelogen. Ik wilde niet het soort persoon zijn dat snel gekwetst was, maar toch deed het pijn.
In de afgelopen dagen waren we heel close geworden. Hij had me verteld over school, het gepest, over hoe zijn pleegouders hun echte dochter voortrokken en over Mia, een meisje uit zijn klas die hem leuk vond en de dagen voor de vakantie hem maar niet met rust wilde laten nadat hij haar in paniek had afgewezen. Ook waren we er achter gekomen dat we fan waren van dezelfde band, en had hij in geuren en kleuren verteld over het concert waar hij naartoe was geweest. En ik had me ook blootgesteld aan hem, hem verteld over dingen die niemand anders wist, omdat hij zo’n goede, vertrouwelijke luisteraar was en zo ver uit mijn gebruikelijke sociale kringen lag. Ik vertelde hem over Floris en Kevin, mijn ‘vrienden’ uit de klas aan wie ik steeds een ergere hekel begon te krijgen omdat ze me onder druk zetten en vaak uitlachten, en hoe ik veel liever met mijn vrienden van de band optrok, maar dat ze allemaal een klas lager of een niveau lager zaten. Buiten alle nare dingen, deelden we ook de dingen die ons zin in het leven gaven, dingen waar we niet zonder konden. Ik had me nooit gevoeld alsof ik hem zo goed had gekend als toen.
En na alles wat we elkaar verteld en toevertrouwd hadden, deed het pijn dat er plotseling zo’n schokkend iets was dat hij van me verborgen hield. En plotseling voelde ik me weer compleet terug bij af, waar we begonnen waren op die dag dat ik hem had gevraagd hoe oud hij was.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen