Dit hoofdstuk is misschien een beetje saai, maar het is wel nodig om te lezen als je het verhaal wilt begrijpen. Voor alle aparte termen zal ik een extra hoofdstuk maken waarin die nog een keer in het kort uitgelegd worden, zodat je daar even naar terg kunt keren als er iets is wat je niet begrijpt.
Als een woord dikgedrukt is, betekent dat dat dit een nieuwe term is, die te vinden is in het uitleg hoofdstuk. Als een woord schuingedrukt is, betekent dat dat dit woord een Engels woord is waarvan ik niet zo goed weet of er een Nederlandse vertaling van is.
Extra notitie: ik heb besloten dat dit verhaal toch niet in 1990-2000 afspeelt, maar 2010-2015 omdat het anders erg lastig is voor Keyon en Yoeri om via het internet aan informatie te komen.

‘De karakters die dat hadden waren allemaal seriemoordenaars,’ zei ik kil. Ik wist dat ik Keyon had beloofd open te staan voor wat hij me vertelde, maar dat was té bizar. Bestond zoiets niet alleen in films?
‘Zo zijn wij niet, echt niet. Dat is de schuld van Hollywood, dat ze ons zo afbeelden. Geloof alsjeblieft dat de kans dat één van ons jou aanvalt even groot is als de kans dat een vreemdeling op straat je aanvalt. Nee, kleiner zelfs, omdat we je mogen. De enige voor wie we een gevaar zijn, is voor onszelf.’
Elke keer dat hij naar zichzelf verwees als een soort meervoud, werd mijn maag een stukje zwaarder. Mijn blik dwaalde even af naar de pleister op zijn wang.
‘Heeft een van hen dat gedaan?’ vroeg ik, en ik wees met een trillende vinger naar de schram. Dat was vast en zeker gedaan door de ‘slechte’ persoonlijkheid. Dat had ik wel gezien in zo’n film, hoe er eentje van hun de vorm van een monster aannam, en de originele persoon en zijn omgeving aanviel.
Keyon zuchtte, en had blijkbaar door wat er in mijn hoofd omging.
‘Zou je alsjeblieft alles wat je denkt te weten achter je willen laten? Niemand van ons is ‘slecht’. We zijn er allemaal voor een reden, en iedereen wilt het beste voor het systeem.’
‘Systeem?’ vroeg ik.
‘Zo noem je alle alters bij elkaar. Alters zijn die persoonlijkheden.’
‘Kun je ze niet gewoon... wegjagen?’ vroeg ik.
‘Nee, natuurlijk niet,’ zei hij een beetje gepikeerd.
‘Sorry,’ zei ik. ‘Ik wil het echt begrijpen, maar dit is zo’n onbekend gebied voor mij dat ik niet zo goed weet wat ik nou moet denken of vinden. Ben je er mee geboren?’
Hij schudde zijn hoofd, maar zag er ontzettend opgelucht uit dat ik in staat was het te begrijpen.
‘Het is een stoornis die zich ontwikkelt door heftige, herhaaldelijke jeugdtrauma. Je kunt het alleen krijgen vóór de leeftijd van ongeveer zeven, omdat dat is wanneer je persoonlijkheid volledig gevormd is. Als een kind voor die tijd herhaaldelijk door hele hevige gebeurtenissen gaat, kan zoiets ontstaan. Het ontstaat om het kind te beschermen, zodat die een normaal leven kan leiden terwijl de alters in kwestie de trauma verwerken en opslaan. Je weet wel als er iets ergs is gebeurd, en je daar het liefste niks mee te maken wilt hebben, en er niet meer aan wilt denken?’
Ik knikte. Dat gevoel kende ik wel, ja.
‘Dat heet dissociatie. Als een kind zo heftig van iets dissocieert, wordt er dus een alter gecreëerd, en heeft het kind zelf geen bijwerkingen of geheugen van de gebeurtenis, en draagt deze andere staat van bewustzijn de last. Soms hebben alters juist geen geheugen van trauma, en zijn ze er om zorgeloos te zijn. Dat is het simpelste hoe ik het uit kan leggen, al snap ik het als je het nog steeds niet begrijpt. Het heeft mij zelf een jaar gekost voordat ik het zelf begreep.’
‘Wist je zelf dan niet meteen dat je het had toen je het kreeg?’
Hij schudde heftig zijn hoofd. ‘Ik weet niet precies sinds wanneer ik het heb, maar we schatten zo dat de eerste er bij kwam toen ik drie was. Ik was veertien toen de dokter me de diagnose gaf, en pas vijftien toen ik hem geloofde en begreep. Sindsdien doen we ons best om alles te organiseren.’
‘Wat is er dan met je gebeurd?’ vroeg ik. Ik had een beetje buikpijn toen ik me probeerde in te beelden wat er wel niet met hem gebeurd was dat zo heftig was dat er een andere persoon voor gecreëerd moest worden om er mee om te gaan.
‘Dat weet ik niet precies,’ zei hij. ‘En om eerlijk te zijn heb ik het er ook nu liever niet over. Ooit zal ik het je vertellen.’
‘Ik..’ stamelde ik. ‘Ik heb nog zo veel vragen.’ Mijn hoofd tolde ervan, en er was te veel informatie om in één keer te verwerken.
‘Dat snap ik. Vraag gerust.’
‘Wie ben je nu?’
Hij grinnikte. ‘Ik ben gewoon Keyon. Ik ben altijd Keyon. Zie het niet als één persoon die zich anders gedraagt, maar eerder als een groepje vrienden die om de beurt een kamer in stappen. Als een andere alter front, dat betekent als ze controle over het lichaam hebben, weet ik niet wat er gebeurt. Het is alsof je buiten bewustzijn gaat, en dan weer wakker word op een andere plek op een ander tijdstip.’
‘Hoe weet je dan wat er is gebeurd? Ik bedoel, je hebt het meer dan twee weken van mij geheim weten te houden.’
‘Dit klinkt misschien een beetje alsof ik koekoek ben, maar ik kan ze horen, als ze willen communiceren. Het ligt er ook maar net aan tussen wie de communicatie gaat, maar vaak kunnen we communiceren met degene die front wat er gebeurd is en wat ze moeten doen. Sorry als dit allemaal lastig te begrijpen is. Ik heb weleens mensen het horen uitleggen met een auto als metafoor. De auto is het lichaam, en je hebt één iemand aan het stuur, die weet wat er gaande is op de weg, en die controle heeft over wat er gebeurt. Je kunt ook helemaal in de achterbak liggen, waar je geen idee hebt wat er gebeurt en waar je er ook totaal geen controle over hebt. Daarnaast kunnen op de achterbank zitten, waar je wel een beetje kunt zien wat er gebeurt, maar niet zo goed als degene achter het stuur. Je kunt af en toe wel praten met de bestuurder, maar het gaat niet heel gemakkelijk. Als laatste kunt je op de bijrijdersstoel zitten. Daar zie je alles gemakkelijk, kun je makkelijk met de bestuurder praten en zelfs een ruk aan het stuur geven als dat nodig is. Dat laatste heet co-conscious zijn, of co-con in het kort. Je kunt ook co-con zijn met letterlijk iemand op je schoot en dat je samen de auto bestuurt.’
Ik voelde me alsof ik weer in de brugklas zat en mijn geschiedenis huiswerk probeerde te begrijpen. Er was een vraag die vanaf het begin al op mijn tong lag, maar ik was te bang voor het antwoord om het te vragen. Toch wist ik dat ik er niet omheen kon draaien, en dat ik het op een gegeven moment toch te weten moest komen.
‘Hoeveel zijn er? Alters, bedoel ik. Met hoeveel zijn jullie?’
‘Sommige systemen zijn wel met vijftig, of honderd,’ zei hij. Hij zag mijn geschrokken uitdrukking en zei vlug: ‘Maar wij zijn maar met zeven, als je mij meetelt.’
‘Zou ik ze... kunnen ontmoeten? Is dat veilig?’
Keyon grinnikte. ‘Je hebt ze bijna allemaal wel een keer ontmoet, zonder dat je het wist.’
Hij haalde het notitieboekje waar ik hem eerder mee zag lopen tevoorschijn, en opende het op de eerste pagina. Die bevatte Keyon’s naam, leeftijd, een paar woorden die ik niet begreep en een tekening van hem.
‘Hierin houden we onze eigen informatie bij. Toen ik nog niet goed met de rest kon communiceren, gebruikten we notitieboeken om met elkaar te praten en over elkaar te leren. We hebben nog een apart boek als dagboek, waarin iedereen moet schrijven wat ze die dag gedaan hebben zodat we op de hoogte zijn.’
‘Wat betekent dat?’ vroeg ik, en ik wees op de woorden die onder het kopje ‘functie’ stonden.
EP betekent emotional part, dus dat ik herinneringen van trauma heb. En een long-term host betekent dat ik voor een langere periode de host ben. Dat betekent dat ik grotendeels van de tijd het stuur in handen heb.’
Hij sloeg de pagina om, en toen ik de volgende naam zag riep ik: ‘Aha!’
Keyon keek me niet-begrijpend aan.
‘Dus dat is wie Mert is! Sinds ik hem in dat schetsboek van je zag, vroeg ik me af wie hij nou precies was. Waarom ziet hij er anders uit dan jij?’
Keyon haalde zijn schouders op. ‘Alle alters zijn anders. We hebben andere leeftijden, uiterlijken, ideeën, meningen, geslachten, zelfs.’
‘Dus je bedoelt dat... dat er ook meisjes zijn?’
Zelfs in het donker kon ik zien dat hij rood werd, en hij knikte. Hij sloeg nog een pagina om en wees op een tekening van een roodharige vrouw van een jaar of dertig. Bovenaan de pagina stond er dat ze Eva heette.
Dat was allemaal te veel voor mij.
‘Sorry Keyon, kunnen we dit gesprek een ander keer voortzetten? Ik heb even tijd nodig om alle informatie te verwerken, en dit wordt me allemaal een beetje te bizar.’
Hij glimlachte een beetje ongemakkelijk en knikte. ‘Natuurlijk. Dus... je wilt wel nog steeds vrienden zijn?’
‘Zeker wel,’ zei ik. ‘Maar je moet me even de tijd geven.’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen