. . .


Het gesprek met Anubis liet een wrange smaak in Ambers mond achter. De man had iets heel sinisters over zich. Bovendien was het moeilijk om zich voor te stellen dat hij haar écht wilde helpen; hij leek eerder op wat vertier uit te zijn. En wat zou een duister wezen als hem kunnen vermaken? Vast niet iets wat tot haar hobby's behoorde. Aan de andere kant reeg Happy graag voorbijgangers aan zijn mes wanneer hij hotdogs aan het bakken was, dus waarschijnlijk leden ze aan dezelfde aandoening. Misschien had hij zelf naar de aarde moeten komen. Wat als hij echt zoiets idioots voor haar in petto had? Moest ze de biker meenemen op een date waarbij ze kinderen gingen martelen of dieren levend gingen ontleden? Een rilling kroop langs haar rug, en tegelijkertijd vroeg ze zich af wat ze eigenlijk overhad voor het terugkrijgen van haar leven. Als er iemand anders moest sterven om haar de kans te geven te leven, zou ze daar dan in meegaan? Was ze echt zo egoïstisch? De gedachte dat ze niet heel hard Nee! schreeuwde, maakte haar misselijk.
      Ze moest onder de mensen komen, zichzelf afleiden en vooral zo normaal mogelijk doen. En dus liet ze Juice' kamer achter zich en liep ze naar het clubhuis. Het einde van de middag naderde; etensgeuren dreven haar tegemoet en ze liep naar de keuken toe om te kijken of ze kon helpen.
      Amber zei niet veel terwijl ze bijsprong waar ze kon, en ook niet toen ze aan tafel zaten te eten. Ze luisterde liever naar de gesprekken van de anderen in de hoop iets te horen wat ze later zou kunnen gebruiken. Veel was dat niet. Het waren gewone mannenonderwerpen; eten, vrouwen, auto's en motors. De paar vrouwen die aan tafel zaten spraken met elkaar, maar zaten voor Amber net te ver weg om met hen mee te kunnen praten.
      Links naast zich voelde ze iemand naar zich staren. Ze wist dat het Happy was, die haar non-verbaal duidelijk wilde maken dat het nu echt wel tijd was dat ze opsodemieterde. Hoewel ze zijn blik probeerde te negeren, kriebelde het zweet in haar nek, en een beetje cynisch vroeg ze zich af of hij überhaupt in staat was om naar iemand te kijken zonder de indruk te wekken dat hij het bloed van diegene wilde drinken.
      Een paar stoelen bij haar vandaan filterde ze Chibs' stemgeluid tussen dat van de anderen vandaan. 'Hoe gaat dat nou?' vroeg hij aan Juice, waarna hij duidelijk met zijn ogen haar kant op seinde.
      Juice' blik schoot naar haar toe en zijn lippen bogen om in iets wat het midden hield tussen een grijns en een glimlach toen hun ogen elkaar ontmoetten. Amber zuchtte inwendig. Als hij maar niet dacht dat dat wat ging worden. Hij was aardig en charmant, maar oh, hij oogde zo jong met die hanenkam en tattoos op zijn hoofd. Alsof hij net van de middelbare school af kwam. Ze wilde toch wel een wat volwassenere vent.
      Niet dat het uitmaakte wat zij wilde. Binnenkort was ze toch dood. Echt dood. Omdat Happy haar niet wilde, of omdat hij haar op miraculeuze wijze wel wilde en ze tijdens wurgseks om het leven kwam.

Na het eten verlieten de Sons, of in elk geval degene die volledig tot de club toegelaten waren, het clubhuis. Aangezien Tara nachtdienst had en de kinderen achterliet, besloot Amber zich daarover te ontfermen. Zelf had ze nooit een kinderwens gehad, maar dat betekende niet dat ze het niet leuk vond om met kinderen op te trekken. Zolang ze haar handen er maar van kon aftrekken zodra ze er genoeg van had. Ze haalden haar over om mee te doen met verstoppertje, en ze grijnsde naar Half-Sack toen die er ook niet in slaagde om nee te zeggen. De kinderen vonden het vooral leuk als de grote mensen gingen zoeken, dus ging Half Sack eerst en zij daarna.
      Ze was net opnieuw door de kinderen naar buiten gestuurd om te gaan tellen toen er een enorme klap klonk. De grond leek te schudden en een moment later regende er brandend puin rondom haar neer.
      Als verdoofd staarde Amber vooruit. Vlammen likten aan het dak, en de achterste ramen braakten vlammen uit. Haar handen beefden. Had – had Anubis dit gedaan? Nee... nee dat kon niet toch? Mensen renden naar buiten toe, rook vormde zich zo snel dat ze nauwelijks wat kon zien. Kip kwam hijgend tot stilstand, hij had een jongetje over zijn schouder gelegd, zijn huilende zusje hield hij bij de hand vast. Er misten nog twee kinderen... Tot haar opluchting zag ze Gemma daarna naar buiten komen, hoestend, maar met Abel in haar armen. Alleen Thomas was er nog... Het jochie was zo'n drie jaar oud, waarschijnlijk had hij geen flauw idee wat er aan de hand was. Alleen van het spelletje had hij al niet veel begrepen, hij was steeds in zijn vaders clubkamer geslopen en had daar de dekens over zich heen getrokken.
      Daar is hij nu ook!
      Gemma drukte Abel tegen zich aan, prevelde de naam van haar andere kleinzoon en keek in paniek om zich heen. Even wisselde ze een blik met Half Sack. Hij had Kenny op de grond gelegd en betastte voorzichtig een hoofdwond.
      'Hij is in Jax' slaapkamer.'
      Net toen ze weg wilde rennen, greep de prospect met de rare naam haar pols vast. 'Laat mij gaan, ik...'
      'Nee. Blijf bij de andere kinderen.' Ze rukte zich los en holde het brandende clubhuis in. De rook deerde haar niet, hitte voelde ze niet. Een beetje verdwaasd bleef ze naast de bar stilstaan. Ze zou zich doodsangst moeten voelen, haar lichaam zou moeten blokkeren omdat ze in een brandend gebouw liep en het enige wat zij zich afvroeg, was of het vuur haar zou branden. Ze schudde de absurditeit van zich af en holde dieper het clubhuis in, naar de slaapkamers. Zij mocht dan wel immuun zijn voor het helse vuur, maar dat gold niet voor de kleine Thomas.
      Zodra ze de smalle gang in was gestapt, zag ze dat er brandende brokstukken lagen. Achterin was het plafond in gestort, maar Jax' kamer was gelukkig niet zo ver. Ze sloeg de deur open en probeerde iets door de rook heen te zien. De muur bij het voeteneinde van het bed stond in brand, het eerste vuur sprong al over op het beddengoed.
      Thomas was er niet.
      'Thomas?!' riep ze.
      Het vuur loeide echter, het gebouw kraakte. Een zacht kinderstemmetje zou ze niet horen. Als zij een bang kind was... wat zou ze dan doen? Ze viel op haar knieën en keek onder het bed. Ja, daar was hij, hij lag helemaal tegen de muur aan, compleet verstijfd.
      'Kom hier jongen.'
      Toen hij niet reageerde, kroop ze onder het bed en trok hem naar zich toe. Zijn ademhaling was heel zwaar en hij kon zijn ogen amper openhouden. Tranen prikten in haar ogen – wat haar verbaasde, ze had niet verwacht dat ze nog kon huilen. Ze stond op, drukte het kind tegen zich aan en rende de gang weer op. Met een donderend geraas viel er weer een stuk plafond naar beneden, ze draaide zich om, keek naar het raam dat al gesprongen was door het vuur.
      Dan daar maar doorheen. Ze stapte de badkamer in, gooide de kraan open zodat hun kleren en haren nat waren en daarna beschermde ze het hoofd van de in shock zijnde Thomas met haar hand. Toen ze terug in de slaapkamer kwam zag ze helemaal niets meer door alle rookvorming. Vertrouwend op haar gevoel bewoog ze zich door de rook. Ze voelde zich benauwd en hoestte, al vroeg ze zich af of haar luchtwegen er echt last van hadden of dat het allemaal tussen haar oren zat.
      'Hou me goed vast Thomas!' Ze drukte het ventje tegen zich aan, liep met snelle pas de rook in en voelde aan de muur totdat ze de vensterbank had gevonden. Haar kleding begon te smeulen en ze hoorde de kleine jongen gillen.
      'Oh klootzak, hou op!' snauwde ze naar Anubis.
      Hoe kon hij dit hulp noemen? Dit was een vreselijk drama, het meest afschuwelijke wat ze had meegemaakt. Ze hees zichzelf over de vensterbank en liet zich door het gat vallen, waarbij ze zo draaide dat ze op haar rug terugkwam zodat ze Thomas opving. Ook zijn kleding smeulde, ze sloeg de vlammen uit en kroop naar achteren, weg bij het brullende gebouw.
      Ze legde de jongen in het gras. Haar ogen liepen vol tranen. Het was een wonder dat hij het overleefd had, daar moest Anubis de hand in hebben gehad. Maar tegen welke prijs? Zijn rechterarm zat onder de brandwonden, net als een deel van zijn kaak. Het bewustzijn was hij verloren en hij ademde moeizaam – maar hij ademde tenminste nog. Toen ze hem weer optilde, zag ze dat haar eigen armen rood en vurig waren, en op sommige plekken kookten de resten van haar kleding. Hoe ze dat in vredesnaam moest gaan verklaren wist ze niet, alles waar ze nu aan kon denken was Thomas snel naar het ziekenhuis brengen.
      Met iedere stap die ze zette, voelde haar lichaam zwaarder en was het alsof iets haar vanbinnen opvrat. Dit was haar schuld. De jongen zou voor eeuwig getekend zijn en het was haar schuld.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen