Foto bij Scar 88

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
'Ik ben weer veilig. Bij jou. Oké, Nathan? Dat ze dit filmpje nu pas sturen, is omdat ze ons willen treiteren zonder dat ze op het verkeerde moment wilden vrijgeven waar ze me gevangenhielden. Het is nu allemaal oké. Ik laat hen met rust. Zij laten mij met rust. We gaan gewoon weer verder met ons leven.' Ze glimlacht naar me om haar woorden meer kracht bij te zetten. Wetend dat ze de waarheid spreekt, sta ik mezelf toe om te ontspannen. 'En we hoeven ze geen van beiden ooit nog te zien.'

Na een tijdje van samen op de bank zitten besef ik opeens dat ik eigenlijk nauwelijks boodschappen in huis heb. In de week dat Paige weg was ben ik niet één keer naar de supermarkt geweest en kreeg ik door Hailey en Marco elke dag passief-agressief levensmiddelen in mijn handen geduwd en daar deed ik het mee. Ze moesten praktisch de hele tijd babysitten en ik sta enorm bij ze in het krijt, maar momenteel heb ik nog steeds niks te eten.
'Paige, ik ga even boodschappen doen. Ik heb haast niks meer in huis. Is er nog iets specifieks dat je wilt hebben?'
Ze denkt even na en zegt dan: 'Ik weet niet of je nog genoeg pijnstillers hebt, maar die heb ik de komende tijd waarschijnlijk wel hard nodig.'
'Ja, natuurlijk. Verder nog iets?'
'Thee?'
'Is goed. Ik zal het op het lijstje zetten. En misschien iets van eten? Denk je dat je misschien later op de dag iets van yoghurt binnen zal kunnen houden?' vraag ik, want ze is een week lang uitgehongerd en moet toch íéts eten? Zeker nu ze herstellende is, heeft ze het nodig, hoe misselijk ze ook is.
Ze knikt met tegenzin. 'Ja, prima.'
'Oké. Dan ben ik over een klein uurtje weer terug.' Ik geef haar een zachte kus en veeg een dwarse lok haar achter haar oor. 'Ik hou van je.'
'Ik ook van jou.'
En weg ben ik.

Iets meer dan een uur later - de vrouw voor mij in de kassarij wilde de manager spreken en het leek wel eeuwig te duren - kom ik weer thuis aan. Ik wil net mijn jas ophangen wanneer ik het geluid hoor van Paige die aan het overgeven is. Alsof die ene seconde ook maar íéts uitmaakt, laat ik mijn jas prompt op de grond vallen en snel ik naar het toilet voet, waar Paige op haar knieën voor zit.
'Paige, gaat het wel?' vraag ik, niet in staat mijn schrik te verbergen. Ze probeert iets te antwoorden, maar ze produceert alleen maar een verstomde kerm. Ik kniel direct naast haar neer en houd de haren uit haar gezicht. Haar vingers klampen zich zo hard om het porselein van het toilet heen dat haar knokkels wit zien. Ze begint te hoesten en ik wrijf met één hand over haar rug. Ze kokhalst, maar er komt niets meer uit. Ik werp een dappere blik in de wc. Omdat ze nog niets heeft gegeten vandaag, is het eigenlijk bijna alleen maar gal.
'De antibiotica,' weet ze kreunend uit te brengen.
'Het is oké. Die heeft je lichaam inmiddels wel opgenomen. Maak je maar geen zorgen,' druk ik haar op het hart.
Ze knikt, niet in staat iets te zeggen. Haar maag draait zich weer om, maar er komt niets meer uit. Ze snikt zachtjes mijn naam, haar stem doordrenkt met ellende. Het leed is in haar hele houding te zien. Haar hand gaat naar haar buik en ze laat een misvormde kreun horen.
'Het doet pijn,' snikt ze.
Ik geef een kus tegen haar schouderblad en wacht samen met haar tot ze zich goed genoeg voelt om weer op te staan, wat minstens een kwartier duurt. Ze blijft maar mompelen dat het haar spijt, en ik blijf maar zeggen dat het niet uitmaakt, dat het helemaal niet erg is.
Wanneer ze weer enigszins gekalmeerd lijkt te zijn, vraag ik: 'Wil je even in bad?'
Ze knikt en beweegt eindelijk van het toilet vandaan. Ze laat zich als een propje ellende tegen de muur zakken. Haar hand rijkt blind op en ze spoelt het toilet door.
'Ik zal even wat schone kleding en een handdoek voor je pakken, oké?' zeg ik.
Ze maakt een instemmende geluidje en ik begin alvast met het bad vol laten lopen. Tegen de tijd dat ik terugben, is het bad al vrij vol. Ik doe er een scheutje badschuim in en hurk voor Paige neer.
'Ik zal echt niet zomaar binnen komen, maar ik denk dat het het beste is dat je de deur van het slot laat. Gewoon voor het geval er iets gebeurt. Oké? Tenminste, ik neem aan dat je te koppig bent om me je verder te laten helpen?'
Ze knikt. 'Het lukt zelf wel.'
Ik knik en sta op. 'Niet twijfelen om te roepen wanneer je hulp nodig hebt, oké?'
Wetende dat ze waarschijnlijk pas om hulp gaat vragen wanneer het eigenlijk te laat is, houd ik mijn oren gespitst. Ik laat haar achter in de badkamer en pak de boodschappen uit, waarna ik tegen het aanrecht aan leun en wat nieuwsberichten lees op mijn telefoon. Ik ben te gespannen om even relaxed te gaan zitten.
'Nathan?' klinkt het na iets meer dan een half uur. Haar stem klinkt zachtjes en zwak. Als ik er niet op bedacht was geweest, had ik het waarschijnlijk niet gehoord.
Ik sta sneller dan dat mijn benen me kunnen dragen in de badkamer. Paige heeft haar kleren al aangetrokken en staat tegen de wasbak aangeleund. Ik loop snel naar haar toe en vouw mijn handen om haar armen heen, klaar om haar op te vangen in het geval dat er iets misgaat. Ze rust haar hoofd tegen mijn schouder en laat haar ogen dichtzakken.
'Paige? Gaat het? Wat is er aan de hand?' ratel ik nerveus.
'Ik voel me een beetje duizelig,' zegt ze kleintjes.
'Zal ik je even naar bed dragen?' vraag ik. Ze knikt, wat me vertelt dat ze zich echt heel slecht voelt, want onder normale omstandigheden zou ze zeggen dat het "beschamend" is en dat ze "heus wel zelf kan lopen". Ik til haar voorzichtig op, met een arm onder haar knieholtes en de andere achter haar rug. Ze laat haar hoofd tegen mijn borst vallen en doet vermoeid haar ogen dicht. Ik leg haar op het bed neer en dek haar toe. Eventjes strijk ik met de rug van mijn vingers over haar wang en kus haar voorhoofd, alsof ik de hersenschudding zo weg kan kussen. Net wanneer ik aanstalten maak om weg te gaan, zegt ze zachtjes mijn naam. Ik ga weer op de rand van het bed zitten en maak een vragend geluidje.
'Het-het spijt me dat je de hele tijd voor me moet zorgen,' mompelt ze. Even kijkt ze me aan en ik zie dat haar ogen nat zijn.
'De hele tijd? Liefje, ik wist vierentwintig uur geleden nog niet eens wat er aan de hand was. En bovendien zou ik alle dagen van mijn leven voor jou zorgen, als dat nodig zou zijn,' beloof ik haar.
Ik leg een hand op haar wang en in haar hals en leun eventjes mijn voorhoofd tegen dat van haar aan. Daarna geef ik haar nog een laatste kus en zeg ik: 'Ik hou zo, zo veel van je.'
Ze glimlach zwakjes. 'Ik ook van jou.'
Ik blijf nog even bij haar tot ik zeker weet dat ze slaapt, maar daarna laat ik haar weer met rust. Ze heeft het nodig.
Aangezien ik afgelopen week een wandelend wrak was, heb ik niet de tijd genomen om de post bij te werken en nu de brieven zich meer en meer opstapelen, neem ik even de tijd om mijn achterstand in te halen. Voor het eerst sinds Vadìms onaangekondigde bezoek is het weer echt een beetje rustig. Geen van beide zijn we nog helemaal oké, maar ik heb zo het vage vermoeden dat dat nog wel komt. Ik kijk even naar de gesloten deur naar de slaapkamer, alsof ik erdoorheen kan kijken en Paige kan zien slapen.
Misschien, durf ik toe te geven, komt het nog wel goed met ons.

Ik heb geen idee hoe laat het is wanneer ik 's nachts wakker word van Paiges gegil. Het is niet alsof ze nog nooit een nachtmerrie heeft gehad. En het is ook niet alsof ze zichzelf nog nooit wakker geschreeuwd heeft vanwege een van die nachtmerries. Maar toch is het nu anders. Ik heb nog nooit zo iets afschuwelijks gehoord. Ze gilt het uit zonder zich in te houden, alsof ze levend uiteen wordt gescheurd.
Mijn eerste reactie is om uit bed te springen en mijn pistool te pakken. Ik heb hem al bijna in mijn hand tegen de tijd dat ik besef dat ze niet echt in gevaar is en ik doe het nachtkastje weer dicht. Om alles beter te kunnen overzien, doe ik het nachtlampje aan.
Ze blijft gillen. Het houdt maar niet op. Ze wordt maar niet wakker. Soms lijken het wel woorden, maar niet in een taal die ik versta. En dan denk ik even mijn naam te verstaan. En dan weet ik het zeker. Het is genoeg om me uit mijn trance te halen en ik kruip het bed weer op, naar haar toe. Ik leg een hand op haar schouder en geef een zacht duwtje, tevergeefs hopend dat het genoeg is om haar te wekken. Ze ligt schokkend in bed, zo hard schreeuwend dat het me niet zou verbazen als ze morgen haar stem kwijt is.
'Paige?' vraag ik nerveus. Geen reactie. Ik kom niet eens boven het gegil uit.
Ik schud haar heen een weer, eerst heel voorzichtig, maar steeds ruwer, tot ze uiteindelijk wakker wordt en overeind schiet. Het gegil houdt op, verandert in een soort gekweld gekreun, alsof de droom haar fysiek pijn heeft gedaan. Snikkend en jammerend kijkt ze om zich heen, tot haar blik mij vindt en een tijdje nergens anders meer naar kan kijken. Ze maakt een piepend geluidje achter in haar keel, alsof ze erin stikt. Haar lijf beeft zo hard dat het me niet zou verbazen als ze uit elkaar zou vallen en ze is nat van het zweet. Ze haalt angstig adem, op een manier die zonder twijfel pijn doet aan haar ribben. Ik zou willen zeggen dat ze in paniek is, maar volgens mij is dat een onderschatting.
'Paige,' zeg ik weer. Ze hoort me niet, of misschien negeert ze me. Ze blijft om zich heen kijken, niet in staat om terug te keren naar de realiteit. Ik neem haar klamme gezicht in mijn handen, waardoor ze me eindelijk aankijkt, haar ogen groot en nat van de tranen. 'Paige, het was een nachtmerrie. Gewoon een nachtmerrie. Het is oké.'
'Nee.' Ze begint te snikken. 'Nee.'
Ze maakt zich van me los en vlucht weg, het bed uit, trillend en angstig om zich heen kijkend. Het duurt niet lang voordat haar benen het begeven en ze op haar knieën zakt. Ze buigt voorover, haar gezicht in haar handen terwijl ze huilt met meer verdriet en verlies dan ik aankan. Ik loop naar haar toe en ga naast haar zitten. Ik leg aarzelend een hand op haar rug, niet zeker wetend hoe ze zal reageren.
'Paige?'
Ze maakt een kermend geluid ten teken dat ze me hoort. Nadat ze na heel hard werken weer regelmatig genoeg adem haalt om voldoende zuurstof binnen te halen, draait ze zich naar me toe. Ze ziet er gebroken uit wanneer ze op mijn schoot kruipt, als een kind dat troost zoekt. Ze slaat haar armen en benen om me heen en begraaft huilend haar gezicht in mijn hals, die al snel nat wordt van haar tranen. Ik hoor haar zachtjes mijn naam snikken. Vlug vouw ik mijn armen om haar heen en ik wieg ons zachtjes heen en weer.
'Het is oké. Ik ben hier. Het was een nachtmerrie,' beloof ik haar. 'Ik ben hier.'
Ik geef een kus tegen haar haar en rust mijn wang tegen haar hoofd. Haar schouders schokken zachtjes. Ze ziet er zo gebroken uit dat ik niet durf te vragen waar de droom over ging. Nog nooit eerder is ze zo van slag geweest vanwege een nachtmerrie. Meestal is ze al snel weer voor rede vatbaar en weet ze zich te kalmeren. Maar nu lijkt het wel alsof iemand haar hart uit haar borstkas heeft getrokken en haar liet kijken hoe het stopte met kloppen.
'Ik til je even op, oké? Dan gaan we weer in bed liggen,' zeg ik en wanneer ze knikt, kom ik overeind.
Ik laat haar voorzichtig weer op het matras zakken en ik kom naast haar liggen. Ze kruipt weer dicht tegen me aan en zonder aarzeling houd ik haar weer vast. Terwijl ze huilt in mijn armen, wrijf ik over haar rug, strijk door haar haar, geef zachte kusjes tegen haar slaap, haar voorhoofd, haar haargrens.
'Mijn vader kreeg je te pakken,' zegt ze na een tijdje, zonder dat ik het hoef te vragen. Ik heb nog nooit zoveel angst in een stem gehoord. 'En ik.. Ik wilde hem tegenhouden, maar ik... En Vadìm... En-en mijn vader had een mes en ik... ik...'
Ze krimpt ineen en begint weer te snikkend, jammerend over dingen die niet verstaan. Ik geef haar weer een kus tegen haar hoofd en houd haar steviger vast. Aangezien ik meestal op mijn zij slaap, rol ik me op mijn rug om langer wakker te kunnen blijven. Ik trek haar bovenop me en terwijl ze met haar gezicht in mijn shirt gedrukt snikt, sla ik mijn armen om haar heen.
'Ik-Ik weet niet hoe ik zou moeten leven in een wereld zonder jou,' hoor ik haar zeggen. Ik krimp bijna ineen, want voor een week heb ik moeten weten hoe dat moet.
'We zijn veilig,' beloof ik haar. Mijn stem trilt een beetje, maar ik denk niet dat ze het hoort. 'Ik ben bij je, oké? We zijn veilig.'
Ik heb de zin nog niet eens volledig uitgesproken of de deurbel gaat. Met een kreet schiet Paige overeind. Ik maak aanstalten om op te staan, maar ze grijpt mijn pols vast. Ondanks dat ze ziek is en haar hand trilt, is haar greep vrij stevig.
'Niet gaan,' snikt ze, doodsbang. 'Nathan, niet opendoen. Alsjeblieft. Nathan, ik smeek het je.'
Ik geef een kus op haar haar en maak voorzichtig mijn arm los.
'Paige, het is oké. Ik ben zo terug.'
'Nee. Nathan, nee,' smeekt ze me. De deurbel gaat opnieuw. En meteen daarna nog een keer.
Eigenlijk wil ik helemaal niet opendoen, maar ik vrees dat de persoon aan de deur niet op zal geven en Paige zal zeker weten niet tot rust komen tot hij of zij weg is.
'Paige, het is oké. Ik weet wie het is en het is oké,' lieg ik - een leugentje voor eigen bestwil. Ik voel een litteken achter mijn oor ontstaan dat zich een weg splijt tot in mijn nek, vlak onder mijn haargrens. Ik bijt even mijn kiezen op elkaar. Fuck, dat doet zeer.
Ze stribbelt niet tegen wanneer ik opnieuw weg probeert te lopen, maar ik hoor haar nog altijd zachtjes huilen. Ik doe de deur op een kiertje open. Zeker niet meer dan dat. Er staat een man die ik niet van naam ken. Ik weet dat hij ook in het appartementencomplex woont, maar ik zou niet weten waar. Waarschijnlijk komt hij klagen over de geluidsoverlast. Alsof Paige het expres deed.
'Hoi, wat kan ik voor je doen?' vraag ik geduldig, maar ik doe niet ál te veel moeite om mijn norsheid te verbergen.
'Van wie kwam dat gegil?' vraagt hij gespannen.
'Waarom wil je dat weten?' Ik kan niet ontkennen dat ik een beetje paranoïde ben. Misschien is het een van haar vaders handlangers die zeker wil weten dat ze hier is.
'Omdat ik een vrouw hoorde gillen alsof ze vermoord werd,' kaatst hij terug.
Ze gilde alsof ík vermoord werd, denk ik, maar ik zeg het niet hardop.
'Alles is goed met haar,' zeg ik. Ik wil de deur weer dichtdoen, maar hij doet zijn voet ertussen en ik kijk hem boos aan.
Voordat ik iets kan zeggen, eist hij: 'Ik wil haar eerst zien voordat ik wegga. Midden in de nacht is er een vrouw de longen uit haar lijf aan het schreeuwen en het kwam uit jóúw appartement, vriend. Ik wil zeker dat je haar niet aan het vermoorden bent of zo. Ik wil haar spreken.'
Ik zucht. Paige is bont en blauw geslagen. Dat maakt niet zo'n goede indruk. Ik waardeer zijn bezorgdheid. Echt waar. Ik weet zeker dat het een goede gast is, maar de kans is vrij groot dat als ik met een gewonde vriendin aan kom zetten, hij niet zal denken dat ík een goede gast ben.
'Oké, prima. Ik ben zo terug.'
Ik doe de deur weer dicht en loop binnensmonds klagend naar de slaapkamer. Paige zit in de hoek met haar pistool op schoot. Ze heeft haar handen tegen haar oren gedrukt en snikt. Mijn borst verkrampt. Ik hurk voor haar neer en raak haar voorzichtig aan, waardoor ze angstig opkijkt. Zodra ze me herkent, haalt ze haar handen van haar oren en kijkt ze bang over mijn schouder.
Ik leg het pistool op haar nachtkastje en zeg: 'Paige, iemand heeft het geschreeuw gehoord en wil niet weggaan tot hij zeker weet dat je in orde bent. Wil je even meekomen en zeggen dat ik je niet aan het mishandelen ben?'
Ze knikt voorzichtig en ik help haar overeind. Haar knieën knikken en ik ben elk moment bang dat ze door haar benen zakt. Het is niet moeilijk om te zien dat ze nog steeds verschrikkelijk van slag is. Ik sla een arm om haar middel en loop met haar naar de voordeur. Zodra ik die weer opendoe, rilt ze van de koude nachtlucht. Ze kijkt de man voor de deur aarzelend aan.
Hij kijkt van Paige. Naar mij. En weer naar Paige. En weer naar mij. En weer naar Paige. Zijn gehele lijf is aangespannen alsof hij me elk moment voor mijn gezicht kan slaan, wat ik eigenlijk liever wil voorkomen.
'Wie heeft dat gedaan?' vraagt hij, doelend op haar blauwe plekken.
Het duurt even voordat ze erin slaagt te antwoorden. 'Niet Nathan. Hij-Hij zou dat nooit doen.'
Hij kijkt me even achterdochtig aan en gebaart dan met zijn hoofd naar mij. 'Dus hij heeft je geen pijn gedaan?'
Paige schudt snel haar hoofd. 'Nee. Nee, nooit.'
Hij speurt haar lichaam af voor littekens die ontstaan, maar hij ziet niets. En haar gezicht vertrekt ook niet van de pijn.
'Oké,' zegt hij dan langzaam. 'Maar waarom schreeuwde je?'
'Ik... Ik wil het niet... Het... Ik-Ik had een nachtmerrie,' weet ze stamelend uit te brengen. Ze kijkt ontwijkend naar de vloer, alsof ze zich vernederd voelt.
'Oh,' zegt hij. 'Oh... Ik... Ik vind het heel erg voor je.'
Ze slikt een paar tranen weg. 'Het spijt me dat ik je wakker heb gemaakt. Het... Het was niet mijn bedoeling.
'Nee. Nee, het is niet erg. Sorry voor het lastigvallen. Ik wilde gewoon niet dat er iemand vermoord zou worden en dat ik er niets aan had gedaan,' zegt hij snel en ze knikt zachtjes.
Paige draagt alleen maar ondergoed en een van mijn grote shirts, wat hij blijkbaar ook gezien heeft. Nu hij weet dat ze niet in accuut gevaar is, vindt hij het blijkbaar oké om even te gluren. Zijn blik blijft nét iets te lang hangen bij haar blote benen. Ik weet niet of ze het zelf ziet, maar ik wel. Ik trek haar bijna claimend iets dichter tegen me aan. Normaal ben ik niet echt jaloers, maar ik heb nu eenmaal een bloedmooie vriendin die ooit door een of andere klootzak verkracht is, dus ik ben niet van plan om wie dan ook in haar buurt te laten komen wanneer ze dat zelf niet wil. En misschien - heel misschien - kan ik niet ontkennen dat ik het niet zo leuk vind wanneer wildvreemde mannen zomaar naar de benen van mijn vriendin staren.
'Dank je wel voor je bezorgdheid. Het spijt me voor de commotie,' zeg ik. 'Fijne... eh... nacht.'
We zeggen elkaar allemaal een beetje ongemakkelijk gedag en ik doe de deur dicht. Wanneer ik me weer tot Paige wend, zie ik dat haar ogen nat zijn van de tranen. Ik neem haar in mijn armen en ze verbergt haar gezicht tegen mijn borstkas. Ze huilt niet, alsof ze het gewoonweg niet meer kan.
'Hey, liefje, wat is er aan de hand?'
'Ik-Ik schaam me gewoon,' stottert ze zachtjes.
Ik houd haar steviger vast en geef een kus tegen haar hoofd. 'Je hoeft je niet te schamen. Jij kan er zelf niets aan doen.'
'Het voelt gewoon zo stom,' zegt ze met krakende stem.
Ik strijk over haar haar en beloof haar dat dat niet hoeft. Omdat ze nog altijd wat zwakjes op haar benen staat, breng ik haar zo snel mogelijk weer naar bed en trek haar tegen me aan. Ze heeft het nog steeds koud, voel ik.
'Probeer maar weer iets te slapen, oké? Je hebt het nodig.'
Ze krimpt ineen.
'Ik... Ik durf het niet.' Haar stem breekt op hetzelfde moment als mijn hart. 'Ik ben zo bang dat ik weer een nachtmerrie ga krijgen.'
Ik wrijf troostend over haar rug.
'Probeer het toch maar. Als je weer een nare droom hebt, ben ik gewoon hier, oké?' Ze knikt zachtjes, maar niet geheel overtuigd. Ik geef een geruststellende kus op haar haar, als een belofte. 'Samen komen we de nacht wel door.'

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen