Foto bij Scar 89

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
'Probeer maar weer iets te slapen, oké? Je hebt het nodig.'
Ze krimpt ineen.
'Ik... Ik durf het niet.' Haar stem breekt op hetzelfde moment als mijn hart. 'Ik ben zo bang dat ik weer een nachtmerrie ga krijgen.'
Ik wrijf troostend over haar rug.
'Probeer het toch maar. Als je weer een nare droom hebt, ben ik gewoon hier, oké?' Ze knikt zachtjes, maar niet geheel overtuigd. Ik geef een geruststellende kus op haar haar, als een belofte. 'Samen komen we de nacht wel door.'

Ik word wakker met Paige nog steeds in mijn armen. Ik draai me om zodat ik haar gezicht kan zien. Ze is nog altijd diep in slaap. Met één hand strijk ik voorzichtig over haar wang. Meteen valt het me op dat ze nog steeds erge koorts heeft. Zodra ze wakker is, zal ik haar gelijk haar antibiotica en koortsremmers geven. En waarschijnlijk een pijnstiller.
Hoewel ze zo bang was voor andere nachtmerries dat het nog best lang duurde voordat ze in slaap viel, is ze ‘s nachts gelukkig niet meer wakker geworden. Ik huiver bijna wanneer ik terugdenk aan haar gegil gisternacht. Als politieagent heb ik al genoeg gegil gehoord. En dit was het gegil van die jongen die ik vorig jaar november moest vertellen dat zijn zus zelfmoord had gepleegd. Dit was het gegil van de kersverse moeder die ik twee jaar geleden heb moeten vertellen dat haar man was omgekomen in een auto-ongeluk op weg naar het ziekenhuis waar ze nog geen uur eerder was bevallen van een dochtertje dat zonder vader op zou moeten groeien. Dit was het gegil van mijn tante Johanna toen ik haar vertelde dat Blueberry was overleden.
En dan was er die man nog, die kwam onderzoeken wat er aan de hand was toen hij de commotie hoorde. Ik heb geen idee wie hij is. Lang woont hij hier nog niet. Ik heb hem twee weken geleden volgens mij voor het eerst gezien. Het enige wat ik verder nog van hem weet, is dat hij blijkbaar bereid was om zijn leven op het spel te zetten voor een vreemde. En dat hij net iets te lang naar Paiges benen gestaard heeft. Ik moet nog even berekenen of het goede opweegt tegen het kwade.
Het duurt niet lang voordat Paige zelf ook wakker wordt. Ze rekt zich kreunend uit en geeft een zacht kusje tegen mijn schouder.
'Hoi,' mompelt ze.
Ik pak haar hand en druk mijn lippen er even tegenaan.
'Hey, lieverd. Lekker geslapen?'
Ze knikt en gaapt. Ze rekt zich weer even uit en rolt zich op haar rug, waarna ze direct met een verstomde kerm opveert, haar gezicht vertrokken van de pijn. Ik kom in een reflex ook een stukje omhoog en leg bezorgd een hand op haar onderarm.
'Doet je litteken zeer?' vraag ik. Ze knikt met opeengeklemde kaken en ik kom direct overeind. 'Ik zal de zalf pakken, oké? Ga maar vast liggen.'
'Wacht,' zegt ze met een blos op haar wangen. 'Kun je me een joggingbroek aangeven? Anders... eh... voel ik me te naakt.'
Ik knik meteen en rommel even door de kledingkast. Na een tijdje vind ik de donkergrijze sportbroek die ze aantrekt wanneer ze gaat joggen - niet te verwarren met een echte joggingbroek, die de hele wereld gebruikt voor allesbehalve joggen - en ik gooi het zachtjes naar haar toe. Ze vangt het gemakkelijk uit de lucht en bedankt me zachtjes.
'Ik ben zo terug,' zeg ik en ze maakt een instemmend geluidje terwijl ze de dekens van zich afgooit.
Ik loop de badkamer in en speur wat rond in de medicijnkastjes, tot ik ergens achterin weggestopt het potje vind dat de pijn van sommige grote littekens even kan verlichten. Aangezien ik het zelf al heel lang niet gebruikt heb, check ik even de datum op de deksel. Wanneer ik die heb goedgekeurd, loop ik de slaapkamer weer in.
Paige heeft de joggingbroek inmiddels aangetrokken. Ze heeft haar shirt uitgetrokken en houdt die beschermend tegen haar borstkas aangedrukt. Ze ligt op haar buik op het matras, haar armen onder zich gekruist en haar wang tegen het kussen.
Stilletjes ga ik naast haar zitten en draai de deksel open. Ik doe wat van de zalf op mijn vingertoppen en begin er zorgvuldig mee over de lengte van het litteken te smeren. Automatisch holt ze haar rug iets, alsof ze eraan wil ontsnappen. Ik zie de spieren in haar rug aanspannen en weer ontspannen.
'Koud?' vraag ik wanneer ik kippenvel op haar armen zie ontstaan.
'Jep.'
Omdat de huid zo gevoelig en pijnlijk is, wil ik het niet te hardhandig doen, maar het moet ook niet te zachtjes. Het duurt een paar minuten voordat ik alles er goed in heb gemasseerd. Ik vraag me af of het stom is dat het zo intiem voelt, maar zo voelt het wel. Wanneer ik klaar ben, druk ik even heel zacht een kus op de tatoeage op haar schouderblad.
'Ik ga even mijn handen wassen, oké? Blijf maar liggen. Dan kan het goed intrekken.'
Ze knikt een beetje onhandig, haar gezicht nog steeds opzij gedraaid op het kussen.
Ik loop even naar de badkamer om mijn handen te wassen en het potje terug te leggen op een iets beter vindbare plek. Tegen de tijd dat ik weer terug de slaapkamer in loop, ligt Paige er nog steeds. Ik laat mezelf naast haar neerploffen en rol me op mijn zij, zodat ik naar haar kan kijken. Ze had haar gezicht eerst de andere kant op gedraaid, richting de badkamerdeur, maar nu draait ze haar hoofd naar mij toe. Ze glimlacht zwakjes en sluit haar ogen weer. Ze is duidelijk eerder een avondmens dan een ochtendmens.
Ik kom op een elleboog iets overeind en strijk met mijn vrije hand over haar haren. Haar mondhoeken krullen weer wat omhoog en er gaat een zucht door haar heen die haar helemaal lijkt te ontspannen. Een tijdje zijn we allebei stil en blijf ik over haar haren aaien. Dan vraag ik: 'Herinner je je nog wat er gisternacht is gebeurd?'
In een fractie van een seconde lijkt haar hele lichaam aan te spannen en haar ogen vliegen open. Heel eventjes kijkt ze me aan, maar dan slaat ze haar ogen weer neer.
'Ja,' antwoordt ze. Ze slikt en vraagt met trillende stem: 'Ben je boos op me?'
Ik kan mijn verbazing niet verbergen.
'Boos? Nee, natuurlijk niet. Paige, waarom zou ik boos op je zijn?'
'Om... Omdat ik nogal een scène heb geschopt.'
Ik laat me weer op mijn zij zakken, zodat we op gelijke hoogte zijn. De hand die over haar haar streek, laat ik afzakken naar haar gezicht en ik aai eventjes over haar wang. Dan leg ik mijn vingertoppen onder haar kin en kantel haar hoofd ietsje omhoog, zodat we oogcontact maken. Ik kijk haar met een bezorgde frons aan.
'Ik ben echt niet boos op je. En als ik dat wel was, zou je me in mijn zak mogen trappen, want dan zou ik wel echt een héle grote klootzak zijn. Het is niet jouw schuld. Het is echt niet jouw schuld. Je had het niet kunnen voorkomen. En het is echt geen ramp of zo,' druk ik haar op het hart.
Even is ze stil, niet wetende wat te antwoorden. Dan komt er een frons op haar gezicht en vraagt ze: 'Wie was die man?'
Ik haal een schouder op.
'Ik weet het niet. Volgens mij woont hij hier in het appartementencomplex, maar ik heb hem een paar weken geleden pas voor het eerst gezien. Hij woont hier nog niet heel lang.'
Ze knikt zachtjes.
'Het is wel... aardig van hem, denk ik,' zegt ze langzaam, duidelijk druk aan het nadenken over wat er gebeurd is. De herinneringen zijn waarschijnlijk redelijk vaag. Ze was vrij ver heen.
Ik knik.
'Ja, dat wel. Maar... Ik kan het niet laten om even te klagen over het feit dat hij op het laatst naar je benen zat te staren,' zeg ik.
Haar rechtermondhoek gaat een beetje sarcastisch omhoog.
'Wat? Jaloers?' vraagt ze plagerig.
Ik sputter wat verontwaardigde, onverstaanbare woordjes, niet zeker wetend wat het goede antwoord is.
'Maak je maar geen zorgen, hoor,' zegt ze gekscherend. 'Die benen zijn alleen voor jou.'
'Nou, daar ben ik heel blij mee,' zeg ik half-cynisch en ik buig me voorover om haar een zachte kus op de lippen te geven. 'Heb je hoofdpijn of zoiets? Dan pak ik even een pijnstiller voor je.'
'Hoofdpijn, ja. En mijn geweldige ribben, natuurlijk,' antwoordt ze.
Ik geef haar nog een laatste kus en sta op, om even later weer terug te komen met een glas water en paracetamol. Ze heeft haar shirt inmiddels weer aangetrokken en zit rechtop in bed. Ik geef het haar aan en ga naast haar zitten. Wanneer ze klaar is, leg ik een hand op haar bovenbeen - dat blijkbaar alleen voor mij is - en vraag: 'Thee of koffie?'
'Doe maar thee,' antwoordt ze. Tot mijn verbazing protesteert ze niet meer tegen mijn overbezorgde, verzorgende gedrag. Die strijd heeft ze blijkbaar maar opgegeven, gelukkig.
Ik loop naar de keuken en zet de waterkoker aan. Ik ga maar op het aanrecht zitten en scroll wat door mijn telefoon tijdens het wachten. Wanneer het water gekookt is, zet ik voor ons beiden een kop thee en doe bij haar mok nog een scheutje koud water, want ik weet dat ze anders te vroeg zal drinken en haar mond zal branden.
Wanneer ik de slaapkamer binnenloop, zit Paige niet meer in bed. Ik zet de thee maar even op het nachtkastje neer. Ik vind haar in de badkamer, voor de spiegel. Ze kantelt haar hoofd een beetje en duwt testend haar vingertoppen tegen de gehavende stukken van haar gezicht - de blauwe plek op haar jukbeen en wang, de schaafwond op haar kaak, de ondiepe snee op haar voorhoofd, het gezwollen stukje van haar lip, de bloeduitstortingen die langzaam overlopen tot haar keel. Ik laat van achteren mijn armen om haar heen glijden en geef een kus tegen haar haar.
'Doet het pijn?' vraag ik bezorgd.
Ze haalt haar schouders op.
'De pijn is niet echt het probleem,' antwoordt ze. Ze lacht schamper en voegt eraan toe: 'Het probleem is eigenlijk nog meer dat het er echt voor geen meter uitziet.'
Ik geef een kus achter haar oor.
‘Maak je je daar zorgen over?’ vraag ik, bewust zonder ook maar íéts van spot in mijn stem.
Ze haalt haar schouders op, maar haar gezichtsuitdrukking zegt genoeg.
'Je weet dat ík je mooi vind, toch?' probeer ik, maar ik raak toch een klein beetje in paniek, want ik ben verschrikkelijk slecht in dit soort dingen.
Ze lacht schamper.
'Oh, kom op. Nú kan je dat toch niet zeggen?' Ze gebaart naar haar gehavende gezicht om haar bewering kracht bij te zetten.
'Denk je echt dat je blauwe plekken het enige is wat ik zie als ik naar je kijk?' vraag ik. Heel even kijkt ze me aan in de spiegel, in een flits. Dan kijkt ze weer naar de grond. 'Want... Want dat is niet zo.'
Het komt er een beetje stuntelig uit, maar ik meen het wel.
Ik draai haar naar me om en neem haar gezicht in mijn handen.
‘Je hebt nog steeds dezelfde grijze ogen die ik zo mooi vind, wat die ogen ook gezien hebben. En je hebt nog steeds hetzelfde schattige neusje, ook al haat je het als ik je schattig noem. En je hebt nog steeds dezelfde huid die ik zo graag tegen de mijne voel, of die nu blauw of geel of paars is. En je bent nog steeds dezelfde Paige waar ik zo ontzettend veel van hou, wat je ook hebt meegemaakt. Oké?'
Ze slikt iets weg en knikt bedeesd.
'Ik hou ook van jou.'
Ik glimlach en kus haar op de lippen, zo zachtjes dat ik haar onmogelijk pijn kan doen.
'Dan ga ik even ontbijt maken. En jij mag me niet meehelpen. Jij gaat braaf nog even in bed zitten en je thee opdrinken. De blauwe mok is van jou. Er zit wat koud water bij, want je bent veel te ongeduldig. Oké?'
Ze rolt met haar ogen, maar glimlacht toch.
'Ja, meneer.'
Ik geef haar nog een laatste kus en loop naar de keuken, waar ik voor mezelf wat brood begin te smeren en voor haar een kom yoghurt en de ontbijtgranen die zij lekker durft te noemen klaarmaak. Ik ben net agressief op zoek naar waar de honing ook alweer ligt wanneer ik opeens onregelmatige voetstappen hoor. Ik ga meteen rechtovereind staan.
'Paige?' vraag ik gealarmeerd. Het klinkt niet normaal. 'Paige, ben jij dat?'
'Nathan?' hoor ik haar zeggen. Haar stem trilt en klinkt zwakjes. En, besef ik, ze klinkt bang. Mijn maag verkrampt wanneer ik het hoor. 'Nathan, ik voel me niet zo-'
Ik ben nét niet op tijd bij haar om haar op te vangen wanneer ze bewusteloos op de grond valt.

Reacties (1)

  • BethGoes

    Oh nee! Snel naar het ziekenhuis!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen