Foto bij H50: Gevangen bij Seth ~ Khana

Ik voelde vaag een hand langs mijn nek glijden en ik mompelde wat. Het leek alsof mijn hoofd gevuld was met watten en onder mij was er een ruw oppervlak, maar ik kon mijn ogen niet openen. Wat was er ook al weer gebeurd? Er was een zandstorm geweest, we waren met wat dromedarissen door de woestijn aan het wandelen… wacht, we? Wie was er bij me? Opeens kwam Nick in mij op en meteen schoten mijn ogen open. Om mij heen zag ik tentdoeken en kisten, maar voor de rest was er niemand. Verward keek ik naar mijn omgeving, niet begrijpend hoe ik hier terecht kwam. Ik lag op mijn zij en mijn handen waren op mijn rug vastgebonden. “Eindelijk, je bent wakker”, zei iemand en geschrokken wou ik overeind komen, maar ik werd neergedrukt door een hand in mijn nek. “Blijven liggen, je wilt tenslotte niet dat de feniks wakker wordt…”, zei de persoon en hij liet me los, waarna hij in mijn gezichtsveld kwam.

De man had heel kort haar, een bruine huid en een lichte stoppelbaard. Hij hurkte voor mijn gezicht neer zodat we op dezelfde ooghoogte waren en zijn grijze ogen staarden mij eng aan. “Seth… Waarom ben je hier? Wat is er met Nick gebeurd?” vroeg ik onrustig en zijn mondhoeken kropen omhoog in een lichte grijns. “Maak je maar geen zorgen, hij is ongedeerd op een andere plaats… Ik zal je zelfs nog meer zeggen: hij gaat binnenkort weer vrijgelaten worden”, zei hij met die enge grijns en ik keek hem verward aan. Wat bedoelde hij daarmee? “Maar…”, zei hij opeens en haalde een rol duct tape boven, “… jij blijft nog wat langer bij mij.” “Wat? Nee, laat me…”, begon ik, maar hij scheurde snel een stuk tape af en plakte mijn mond dicht. “Wat stilte kan ook deugd doen”, zei Seth en ik keek hem beledigd aan. Hij stond op en wierp een korte blik op een kist wat verderop, maar draaide zich toen om en opende de tentflap. Kort draaide hij zich naar mij om en zei nog: “Rust maar goed uit, Khana. Vanaf morgen ga je met mij mee op stap om mythische wezens te vangen.” Compleet in de war keek hem aan, maar hij grijnsde enkel en verliet toen de tent. Waarom dacht hij dat ik hem ging helpen met mythische wezens vangen? Geen haar op mijn hoofd dat daaraan dacht…

Mijn maag rammelde voor de zoveelste keer en ik zuchtte. De nacht was al gevallen en het was een stuk kouder geworden, maar er was niemand hier gekomen na Seth. Hoe zou het met Nick zijn? Ik hoopte dat hij wat in orde was… Plots schoof de tentflap opzij en ik zag een luipaardenkop de tent binnenkomen. Hij keek eerst wat rond en toen hij mij zag, gingen zijn oren plat liggen en ik deinsde wat achteruit, voor zover dat ging. Langzaam kwam hij verder de tent in en wat mij meteen opviel, was de lange nek die het dier had. Meteen wist ik welk wezen het was en probeerde me zo stil mogelijk te houden, hoewel dit vrij moeilijk was door mijn luid kloppend hart en rammelende maag. Het serpopaard liep volledig de tent in en wandelde naar de kist waar Seth ook naar had gekeken. Hij snoof er even aan en ik hoorde een zacht geluid uit de kist komen. Zat de feniks daarin? Opeens schoten de oren van het serpopaard omhoog en toen ging alles heel snel.

“Grijp hem!” hoorde ik Seth schreeuwen en verschillende mensen trokken de tentwanden opzij, waardoor verschillende fakkels het serpopaard verlichtte. Het wezen grauwde en zijn haren gingen overeind staan, maar de mensen doken er gewoon op af en pinden hem helemaal tegen de grond. Met ontzette ogen keek ik toe en zag toen Seth op mij af komen. Hij ging bij mij zitten en gebaarde met zijn hoofd naar het serpopaard. “We moeten zelfs niet op stap gaan, de mythische wezens komen gewoon naar jou toe!” zei hij met een brede grijns en ik keek hem niet-begrijpend aan. Toen hij mijn blik zag, trok hij een wenkbrauw op en zei: “Wat? Zeg me nu niet dat je niet snapt wat er aan de hand is… Oh wacht, je kunt het niet zeggen.” Ik keek hem geïrriteerd aan en hij grijnsde. “Je bent één van de Zes, Khana”, zei hij toen en ik keek hem ongelovig aan. “Oh, geloof je het niet? Kijk daar dan maar eens: deze serpopaard werd door jouw aanwezigheid aangetrokken. Ik ook trouwens, maar als weerhyena valt dat niet zo hard op”, vertelde hij toen en lachte, net zoals een hyena zou lachen.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen