Foto bij 12.

Vrijdag 16:53

Katherina

Ruw duwt Harry zijn lippen op die van mij, "als het mij niet boeide, dan had ik je nooit opgebeld". Zijn handen gaan door mijn haar en hij zuigt op mijn onderlip, ik pak de rand van zijn broek en duw hem hard tegen me aan. Een grom komt uit zijn keel en hij dwingt me hem aan te kijken, zijn handen hebben mijn gezicht in een ijzeren greep. "Ik ben er achter dat jij me iets meer boeit dan ik had verwacht, dus voor jou geen 'plannetjes' meer. Ik ben blij dat je er weer bent, dit kost me moeite om toe te geven kleine". Dan verlaten zijn lange vingers mijn gezicht en haren en hij glijd naar beneden, ik laat mijn lichaam wat naar achteren vallen. Ik geniet van zijn ruwe vingers over mijn borst, ik hap naar adem als hij zijn andere hand tussen mijn benen laat glijden en me stergent langzaam over mijn kruis gaat. Harry buigt zich maar me toe, zijn haren vallen naar voren en kietelen mijn gezicht. Door de dagen in de gevangenis heeft hij stoppels en het kriebelt aangenaam als hij zijn lippen over mijn wang laat glijden en naar mijn keel gaat. Hij zuigt aan de huid van mijn keel, zachtjes en voorzichtig. Mijn handen op zijn rug duwen hem nog dichter tegen me aan, onder mijn vingertoppen voel ik zijn spieren bewegen. Ik kan me amper beheersen en rei tegen hem aan, God wat wil ik deze jongen graag. Op het moment dat zijn handen onder mijn topje glijden word er op de deur geklopt. "Alles goed hier binnen?" Harry zijn handen stoppen niet en hij wipt mijn BH aan de kant en knijpt in mijn borsten. "Alles goed hier", mijn stem slaat over als Harry in mijn tepels knijpt. Hij staart me met een grijns aan, genietend van wat er gebeurd. "We komen er zo aan", zijn tong glijd over mijn nek en zijn stoppels kietelen me nog meer. Ik heb niet de kracht hem van me af te duwen en laat me nu helemaal op tafel vallen, hijgend staart ik naar hem. Hij staat voor me, zijn borstkas gaat op en neer. Zijn gespierde lijf en tattoos nemen me helemaal in beslag, "je staart Katherina". Mijn ogen vermengen zich in die van hem, Knikkend geef ik zijn gelijk. "Kom, we moeten gaan". Hij stapt bij me vandaan en graait zijn shirt van de grond, als hij deze aan heeft loopt hij naar me toe. Zijn handen glijden in mijn haar, "zo dit tempt ze een beetje. Maar je lippen, die zijn nu zacht roze, we komen hier niet onschuldig weg Katherina". Mijn wangen branden door zijn handelingen en woorden, "in mijn tasje zit mijn lippenstift". Ik pak deze van de grond en smeer op gevoel de rode stift langs mijn lippen, voor keuring draai ik me om naar Harry. "Verdomme Kathy, wat had ik je graag geneukt". Een giechel ontsnapt me, mijn hand sla ik voor mijn mond. "Sorry, maar zo kun je niet tegen me praten Harry, we moeten gaan". Ik draai me al om, maar hij trekt me terug. "Ga je mij nu vertellen dat er verder geen plan is, je hebt niks uitgedacht?" “het plan was nog steeds woedend en bang voor je te wezen, daar ging het al mis”. De deur word open gedaan en mijn vader verschijnt in de opening, "Dit duurde belachelijk lang Katherina, schiet op. En jij, haal je handen van mijn dochter". Ik kijk hem aan, "Dit gesprek liep heel anders dan ik me had voorbereid, soms kun je niet alles uitdenken, soms ben je onbewust als persoon anders dan je denkt te zijn wie je bent". Mijn vader pakt me bij mijn andere arm en trekt me weg, ik voel Harry zijn vingers weg glijden. Als we de gang weer ingaan naar de ingang zie ik mijn moeder ongedurig staan wachten. Haar wenkbrauwen schieten omhoog als ze me ziet, "wat zie je eruit, wat is er gebeurd Katherina?" Voor ik antwoord kan geven klinkt een zwaar en heerlijk brits accent door tussen onze, "Haar woede nam de overhand, ze is hierdoor behoorlijk wat verwilderd". Ik draai me een stukje om zodat ik hem kan aankijken, "zo te zien heeft ze geen indruk gemaakt op die arrogante smoel van je". Jace stapt op me af en trekt me in een knuffel, met moeite laat ik het toe. Het voelt ongemakkelijk nu ik ineens in de handen van Jace ben, ik wurm me los en glimlach naar hem. "We gaan, die rat vertrekt later maar". Ik sla mijn armen over elkaar, "pardon? Waar is er met je taalgebruik gebeurt sinds ik weg was, is iedereen nu opeens anders?" Ik hoor Harry grinniken terwijl hij al zijn spullen bij elkaar raapt en richting de deur loopt. "Tot ziends kleintje, en jij zak, laten we hopen dat wel elkaar niet tegen komen". Met die woorden loopt hij weg, de deuren uit, vrij om weer te gaan en te staan waar hij wil. "Niemand snapt dat je hem laat gaan, waarom laat je hem in vredesnaam gaan?" Afkeurden kijkt mijn moeder richting de deur en mijn vader torent boven me uit, zijn armen over elkaar mij streng aan kijkend. "Ik laat niet iemand opdraaien voor iets wat nooit gebeurd is", ook ik sla nu mijn armen over elkaar en kijk iedereen boos aan. "Waarom moest je dan in vredes naam, o zo nodig verdwijnen?" De snauw van mijn moeder doet me pijn. "Ik hebt u al gezegd dat ik er niet meer over wil praten moeder. Gaan we naar huis?" Ik kijk Jace aan, die schuifelt wat ongemakkelijk heen en weer nu, "je gaat met ons mee". Ik kijk mijn vader aan, "wat? Nee, ik wil niet naar jullie. Ik kan prima weer naar Jace, ik zal me gedragen. Ik ga maar me werk, blijf bij Jace in de buurt en bel elke dag. Maar laat me alsjeblieft niet daar alleen achter". Mijn ouders wisselen een blik uit, "We zouden vrijdag weg, zakenreis. Dus dan ben je inderdaad weer alleen, weet je, prima. Maar je belt iedere avond, waag het niet nog zoiets stoms uit te halen. Daar jou hebben we een zeer goed klant laten wachten, dat kost een hoop geld." Ik voel tranen opkomen, "Ik ga". Ik loop de deuren uit en snikkend hou ik een taxi aan, als ik erin schuif kijkt de chauffeur me aan. "Alles goed meissie?" Ik knik, "graag naar upper east side, Park Avenue ". De taxi chauffeur knikt en probeert me wat op te vrolijken met woordgrappen en zet top 40 muziek aan. Tegen het einde van de rit voel ik me beter en bedank hem hartelijk en geef hem achterlijk veel fooi, als ik voor het huis van Jace sta komen zijn ouders naar buiten hollen. Ze slaan hun armen om me heen en knuffelen me, ik begin weer te huilen. ' Waarom heb ik niet zulke liefdevolle ouders? Die zich druk maken om mij en niet om hun klant'. “Hey, we hadden gerust samen terug kunnen gaan”, Jace stapt een taxi uit. Ik wurm me los uit de greep van zijn ouders, “ik moet ook een hartig woordje met jou spreken, naar binnen jij.” Ik wijs met mijn vinger naar de deur, hij grinnikt en loopt naar binnen. “Veeg die lach maar van je gezicht mannetje”, ik weeg woest de overige tranen van mijn wangen en smijt de deur van de kamer dicht. “Jij bent echt gek. Dacht je dat hij me verkracht had? Waarom wilde je in godsnaam hem daarvoor vast zetten?” Jace fronst zijn wenkbrauwen, “Lieve Kat, ik was ongerust, je reageerde op geen van onze telefoontjes. Je was voor het laatst bij hem gezien, zijn telefoontje was zeer verontrusten”. Ik schut mijn hoofd, “je weet toch hoe hij is? Hij zou mij nooit zoiets aan doen”, ik hoor zelf wat ik zeg, nu kan ik mezelf wel voor mijn kop slaan. "Hij zou niemand dat aan doen, geen enkele vrouw zou hij zo behandelen”. “Wat maakt jou dat zo zeker? Weet je wel wat hij allemaal uitspookt daar? Als ik jou was zou ik dat eens aan Jazz vragen, die heeft anders hele interessante verhalen over hem”. ‘Jazz, o ik ben Jazz helemaal vergeten’. “Nou het kan me niet schelen, ik zie hem nooit meer, heb al tegen je gezegd eerder dat het me spijt dat ik op niemand heb terug gereageerd, maar ik had geen behoefte aan ook maar iemand”. Ik loop de kamer uit de trap op naar mijn eigen kamer, als ik binnen stap sla ik hard de deur dicht. Woest, ik ben echt woest op iedereen. Terwijl het niemands schuld is behalve die van Harry, op hem zou ik boos moeten wezen. Dat was ik ook, maar het moment dat ik hem zag, zag ik ook de heel even zacht aardige persoon die in hem verschuilt zit, die studeerde en een leven probeerde op te bouwen. Tot waarschijnlijk Jace om de hoek kwam kijken, ik had geen idee dat Jace zo laag zou kunnen zinken.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen