Foto bij Scar 91

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ik heb geen idee hoe lang het duurt tot ik weer bewust genoeg ben om haar op te tillen en naar bed te dragen. Zelfs wanneer ze toegedekt in bed ligt, zo veilig als maar kan, kan ik haar niet alleen laten. Ik ga op mijn rug bij haar liggen en leg haar bovenop me, haar wang tegen mijn borstkas. Ik sla een arm om haar heen en laat haar niet meer los. Mijn andere hand vindt haar pols en ik vouw mijn vingers eromheen, zodat ik haar hartslag kan voelen. Ik klamp me haast wanhopig vast aan het ritme. Het is het enige wat ik nog voel.
Het is het enige wat me ervan kan overtuigen dat ze niet echt dood is.

De uren daarna brengt Paige voornamelijk slapend door. Ik was van plan om haar elke twee uur wakker te maken, maar dat schijnt niet nodig te zijn, want om de zoveel tijd wordt ze uit zichzelf al wakker. Sommige uren zelfs wel meerdere keren. De eerste paar keer is ze helemaal de weg kwijt en lijkt het - zoals Hailey al zei - bijna alsof ik op een klein kind moet passen. Ze praat in het begin haast nauwelijks. Alles bestaat uit afkeurende, gepijnigde of goedkeurende geluidjes.
Elke keer dat ze wakker wordt, geef ik haar wat water en probeer ik haar iets te laten eten. En bijna elke keer lukt het me om een of twee lepels yoghurt naar binnen te krijgen, maar niet veel meer dan dat.
Wanneer ze uiteindelijk telkens weer in slaap zakt, ligt ze de hele tijd op haar buik of op haar zij. Blijkbaar heeft ze nog steeds last van haar litteken - meer dan van haar ribben. Terwijl ze in slaap probeert te vallen, strijk ik over haar haar of zij of haar rug op de plaatsen waar het litteken niet komt.
Hoewel ik het stilzitten na een tijdje echt zat begin te raken, ga ik de slaapkamer zo min mogelijk uit, bang dat ze wakker wordt en zal denken dat ik haar heb achtergelaten. Om niet te sterven aan een overdosis verveeldheid, pak ik na mijn tijdje mijn laptop er gewoon bij.
Rond twee uur ‘s middags wordt ze weer wakker. Ik kan heel lastig inschatten hoe bewust ze bij de situatie is, maar ik heb de tijd niet om het uit te zoeken, want opeens zegt ze zin te hebben in rijst.
Ik vraag of ze er iets van groenten of vlees bij wil, maar nee, dat wil ze niet. Ik vraag haar of ze er kruiden in wil, maar nee, dat wil ze niet. Ze wil er niks doorheen. Gewoon rijst. Ik ben al lang blij dat ze überhaupt openstaat voor vast voedsel, dus ik geef de cultuurbarbaar een kus op haar wang en sta op om haar te voeden.
Een paar minuten later - lang leve de snelkookrijst - loop ik de slaapkamer binnen, met een bak rijst en het glas water dat ze overduidelijk nodig gaat hebben om die droge hap zaagsel weg te krijgen.
Om te testen hoe wakker ze nou werkelijk is, ga ik op de rand van het bed zitten en houd een lepel rijst voor haar mond, kijkend of ze me haar wel of niet laat voeren. Ze laat het toe, wat me vertelt dat ze zich nog steeds erg verschrikkelijk voelt, of gewoon weer in kleine kinderenfase is. Langzaam voer ik haar lepel na lepel, terwijl ik haar tussendoor af en toe wat water geef om het weg te slikken. Nadat ze klaar is, geef ik haar de rest van haar drinken en leg de vaat op het nachtkastje. Ik strijk een pluk haar achter haar oor en geef een kus op haar voorhoofd.
‘Hoe voel je je?’ vraag ik, mijn stem een tikkeltje te bezorgd.
‘Mijn hoofd doet pijn,’ zegt ze, haar stem een beetje haperend. ‘Ik-Ik kan gewoon niet nadenken, of zo. Alles voelt zo wazig. Ik voel me mezelf niet.
Ik geef haar nog een kus. 'Dat komt waarschijnlijk door de hersenschudding. Ik vind het echt heel erg voor je, liefje. Ik hoop dat je je later weer beter voelt. Over een paar uurtjes mag je weer een pijnstiller.'
Ze knikt en gaat weer liggen, haar gezicht vertrokken van de pijn. Ik zak naast haar neer en strijk even teder over haar haren.
'Probeer maar weer te gaan slapen, oké? Ik hou van je.'
Ze slikt en kijkt weg.
'Niet zeggen,' mompelt ze zachtjes.
Ik voel mijn maag plotseling verkrampen en ik krimp bijna ineen. Ik loop in mijn hoofd direct alles na wat ik de afgelopen zevenentwintig jaar gedaan heb, zoekend naar dat ene wat haar boos heeft kunnen maken.
'W-Wat? Waarom?' stotter ik.
Ze brengt haar hand even naar haar mond en bijt op haar knokkel. Met gebroken stem antwoordt ze: 'Om-omdat ik bang ben dat ik dan misschien ga huilen.'
Ik leg een hand op haar wang en strijk met mijn duim over de zachte huid onder haar oog. Ik zie haar grijze ogen gestaag vochtig worden en ze probeert het weer weg te slikken.
'Hey, liefje. Dat is helemaal niet erg. Het mag best. Ik hou dan natuurlijk nog steeds van je.'
Ze knippert wanhopig een paar tranen weg en ik sla een arm om haar heen. Langer dan ik dacht vecht ze er nog tegen, maar na een tijdje beginnen haar schouders toch lichtjes te schokken. Ik kus haar haar terwijl ze zachtjes huilt met haar gezicht tegen mijn shirt gedrukt.
‘Sorry,’ snikt ze. ‘Ik weet niet waarom ik zo doe. Ik-ik word opeens ogewoon heel emotioneel van praktisch alles. Het spijt me.’
‘Het is niet erg,’ beloof ik haar.
Haar handen drukken tegen haar ribben aan, die ongetwijfeld met elke snik zeer doen. Ik wieg haar zachtjes heen en weer en probeer haar zo goed mogelijk te troosten, ook al gaat ze ongetwijfeld zometeen weer in slaap vallen en zich hier later helemaal niks meer van herinneren.
'Het spijt me zo. Ik voel me gewoon zo'n... zo'n wrak. Het is gewoon zo stom. Ik weet dat het onredelijk is,' murmelt ze.
'Het maakt niet uit of het wel of niet onredelijk is,' zeg ik en ik geef haar nog een kus op haar haar. 'Als je je slecht voelt, is dat oké. En het maakt het niet meer of minder belangrijk?'
Ze snift even.
'Ik vind het echt heel stom dat je zo lief bent. Zo lief ben ik zelf helemaal niet. Dat is oneerlijk.'
Ik glimlach zwakjes. 'Als je niet lief bent, waarom noem ik je dan constant liefje?'
Ze nestelt zich iets dichter tegen me aan, de tranen al bijna allemaal weg.
'Omdat je best wel een idioot bent, soms.'
Nog voor ik een comeback heb kunnen bedenken, is ze weer knock-out. Dat noem ik pas oneerlijk. Zo kan ik het ook: iemand een idioot noemen en dan gewoon gaan slapen voordat ze het er oneens meer kunnen zijn.
Hoofdschuddend geef ik nog een laatste kus op haar voorhoofd en dek haar toe, om daarna mijn laptop te pakken en weer weg te duiken in de wereld van kattenfilmpjes. Ik ben een simpele man.

Het duurt een uur voordat ze weer wakker wordt. Één blik vertelt me al dat het anders is dan de vorige keren. Ze is weer zo goed als helder. Of in ieder geval in staat om deze situatie te onthouden.
'Hey, liefje. Hoe voel je je?'
Ze gaat overeind zitten en fronst.
'Mijn hoofd doet zeer, maar verder gaat het wel, denk ik,' antwoordt ze na een tijdje.
Ik strijk een losse pluk haar uit haar gezicht en stop het weg achter haar oor - vooral een manier om subtiel te kijken of ze nog steeds erg warm aanvoelt, wat wel zo is.
'Weet je nog wat er precies gebeurd is?' vraag ik. Hoewel ik praktisch al mijn medische kennis van incorrecte films heb, zou het me niet verbazen als de klap haar herinneringen wat wazig heeft gemaakt, zeker gezien de staten waarin de afgelopen uren is.
Ze knikt langzaam, met een frons op haar gezicht.
'Ik... Ik stond op uit het bed en opeens voelde ik me heel duizelig,' zegt ze traag, alsof ze diep moet nadenken over elk woord. 'En... Daarna zijn de herinneringen een beetje wazig. Ik weet nog dat ik flauw ben gevallen. Ik zag jou nog naar me toe komen. Maar daarna...' Ze zucht en wrijft even over haar voorhoofd. 'Zijn Hailey en Marco langs geweest?'
Ik knik. 'Ik wist niet of ik een ambulance moest bellen en omdat Hailey een dokter is... Ik wist gewoon niet wat ik moest doen, dus ze heeft je even onderzocht.'
Ze knikt weer, nog steeds fronsend.
'Ja. Ja, dat herinner ik me. Hailey scheen met een lamp in mijn oog - wat een bitch. En ze... ze stelde me allemaal vragen en toen-'
Van het een op het andere moment verstrakt haar hele lijf. Ze ademt niet eens meer.
'Paige?' vraag ik, en daarna, een octaaf hoger: 'Paige?'
Ze kijkt me ineens aan. Ik zie een angst in haar ogen die het me moeilijk maakt om te ademen.
'Ik heb de verkeerde naam gezegd,' zegt ze. 'Hailey vroeg hoe ik heette en ik zei Agraishka.'
Ik neem haar hand op de mijne, alsof ze anders weg zal vallen in haar paniek.
'Ze hebben er niet naar doorgevraagd,' zeg ik snel. 'Je hebt verder niks weggegeven.'
'Heb ik mijn achternaam gezegd?' vraagt ze indringend, haar ogen nog altijd groot als schoteltjes. 'Nathan, heb ik mijn achternaam gezegd?'
Ik schud mijn hoofd en ze laat een zucht ontsnappen.
'Alleen je voornaam. Daarna verbeterde je jezelf,' antwoord ik, waarna er weer een frons op mijn gezicht komt. 'Denk je soms dat...'
'Marco mijn achternaam zou herkennen? Het is goed mogelijk. Mijn vader is een prioriteit van de regering. Hij heeft er misschien ook wat van gehoord. En ik... ik wil niet dat hij het weet, Nathan.'
Ik geef een kus op haar hand en wrijf er even over met mijn duim.
'Hij weet het niet. Het is oké.'
Ze knikt en ik zie dat ze zich langzaam weer laat ontspannen. Ik kan me haast niet voorstellen wat er door haar heen moet zijn gegaan. Als ze zichzelf had weggegeven, had ze waarschijnlijk al die jeugdtrauma's moeten vertellen, keer op keer, tegen Marco, de FBI, een rechter. En dat terwijl ze doodsbang is dat haar vader haar - of mij - iets aan zal doen als ze hem verraadt. Ze zou waarschijnlijk haar baan verliezen. En haar vrijheid.
En, besef ik, ze zou bij me weggaan. Zodra er iets zou gebeuren wat haar een reden geeft om te geloven dat haar aanwezigheid in mijn leven me per direct in gevaar brengt, zou ze bij me weggaan. Misschien is het egoïstisch, maar de gedachte alleen al is zo doodeng dat het me verstikt. Ik kan me geen leven meer zonder haar indenken. Geen toekomst.
Dus ik knijp zachtjes in haar hand en beloof hij: 'Hij hoeft het niet te weten.'

Reacties (1)

  • BethGoes

    Arme Nathan en Paige...

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen