Eerst had ik niet door dat het naar Keyon bedoeld was, totdat ik zijn benauwde uitdrukking zag.
‘Iemand van school?’ fluisterde ik.
Hij knikte.
Zonder te aarzelen draaide ik me om naar wie hem aangesproken had. Het was een zwartharige jongen met een blond meisje aan zijn arm, en hij zag er ongelofelijk arrogant uit.
‘Wat moet je?’ vroeg ik kil. Na alle verhalen die ik van Keyon gehoord had, was het onmogelijk om beleefd tegen een klasgenoot van hem te doen.
‘Ik wilde gewoon even met Keyon kletsen,’ zei hij quasi-onschuldig. ‘Hee Keyon!’
Keyon moest zich nu wel omdraaien. Hij keek de jongen doodongelukkig in de ogen. ‘Wat is er, Jasper?’
Jasper keek mij even spottend aan, iets te lang in mijn mening, en vroeg toen venijnig: ‘Heb je een vriendje?’
Keyon werd rood, en mompelde: ‘Houd je kop.’
Jasper liet een theatrale geschrokken uitdrukking zien. ‘Kijk nou toch eens! Heeft Keyon plotseling een grote mond gekregen? Kun je dat nog eens zeggen?’
Het meisje aan zijn arm giechelde.
‘Hij zei dat je je kop moest houden,’ zei ik kwaad. Als er iets was waar ik niet tegen kon, was het wel dit soort spottende vernedering. Dan had ik nog liever dat er gewoon gescholden werd.
‘Ach, komt je vriendje voor je op? Wat schattig!’
‘Niet zo schattig als ik je de hersenen in sla,’ beet ik terug.
‘Yu, stop,’ mompelde Keyon, en hij trok even zwakjes aan mijn mouw. Het was alleen het feit dat hij me ‘Yu’ noemde, wat niemand anders en alleen hij deed, dat me deed terug trekken. Het maakte me gewoon zo agressief om te weten wat deze persoon hem wel al niet in het verleden aan had gedaan, en me dan in te moeten houden omdat we in het openbaar waren. Het liefste had ik het dichtstbijzijnde harde voorwerp gepakt en het in zijn gezicht geramd.
Ik haalde en paar keer diep adem om te kalmeren.
‘Hoe lang zijn jullie al bij elkaar?’
Ik vroeg me af waarom hij steeds zo kinderachtig bleef doen over dat ik Keyon’s vriendje was, en blijkbaar zag hij mijn verwarring.
‘Volgens mij snapt hij niet waar we het over hebben, Keyon.’
Er blonk een geniepige glinstering Jasper’s ogen.
‘Heb je het hem nooit verteld? Is dit niet een mooi moment om die knappe jongeman naast je wat te vertellen?’
‘Waar hebben jullie het over?’ vroeg ik geërgerd.
Keyon keek niet naar me, maar hij zag er uit alsof hij wilde overgeven.
‘Wist je niet dat Keyon homo is?’ vroeg Jasper me.
Ik keek even verbaasd naar Keyon, maar zette me toen over die verbazing heen en beet terug: ‘Dus? Wat maakt dat nou weer uit? We zijn gewoon vrienden, hoor. Waarom kun je hem niet met rust laten? Je bent in de godverdomme Efteling. Heb je niet wat beters te doen? Ga de fucking speeltuin onveilig maken als je niks beters te doen hebt.’
Blijkbaar begon Jasper’s vriendinnetje het ook zat te worden, en ze trok aan zijn mouw.
‘Laten we nou maar gaan, voordat we in de problemen raken,’ zei ze. Jasper leek nog helemaal geen zin te hebben om te vertrekken, maar hij liet zich toch meesleuren.
‘Ik zie je nog wel op school, nicht!’
Tot mijn schrik leek Keyon bijna om te vallen toen Jasper weg was.
‘Hee, gaat het?’
Hij leunde met zijn onderarm op mijn schouder en het kostte hem een paar seconde om te reageren.
‘Jezus, ik begin opeens ongelofelijk te dissociëren.’
‘Kom, laten we die suikerspinnen even laten.’
Ik nam hem mee naar een bankje waar ik hem een flesje water uit mijn tas aanbood. Hij had me eerder verteld dat koud water drinken hielp om weer terug in de realiteit te komen. En het hielp inderdaad. Toen hij weer compleet bij bewustzijn was, kon ik het niet laten te vragen: ‘Waarom heb je me nooit verteld dat je homo bent?’
Hij werd opnieuw rood en wendde zijn blik af. Hij haalde zijn schouders op. ‘Ik vond het niet belangrijk... En ik was bang dat je het raar zou vinden.’
‘Keyon,’ zei ik, en ik moest mijn best doen niet te lachen. ‘Nadat ik er oké mee ben dat je zeven persoonlijkheden hebt, en je zowat om de dag in een meisje zie veranderen, hoe kun je het in je hoofd halen van me te verwachten dat ik er een probleem mee heb dat je op jongens valt?’
Hij grinnikte even, maar het klonk als nog ongemakkelijk. ‘Eh, dat is inderdaad niet heel slim van me...’ gaf hij toe. Ik gaf hem een duw en hij duwde terug. Ik kon voelen dat hij het er maar liever zo bij hield, en geen behoefte had aan een gesprek er over, dus respecteerde ik dat.
‘Zullen we naar het Sprookjesbos gaan?’ vroeg ik om de sfeer weer wat luchtiger te maken.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen