Foto bij Scar 92

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Als ze zichzelf had weggegeven, had ze waarschijnlijk al die jeugdtrauma's moeten vertellen, keer op keer, tegen Marco, de FBI, een rechter. En dat terwijl ze doodsbang is dat haar vader haar - of mij - iets aan zal doen als ze hem verraadt. Ze zou waarschijnlijk haar baan verliezen. En haar vrijheid.
En, besef ik, ze zou bij me weggaan. Zodra er iets zou gebeuren wat haar een reden geeft om te geloven dat haar aanwezigheid in mijn leven me per direct in gevaar brengt, zou ze bij me weggaan. Misschien is het egoïstisch, maar de gedachte alleen al is zo doodeng dat het me verstikt. Ik kan me geen leven meer zonder haar indenken. Geen toekomst.
Dus ik knijp zachtjes in haar hand en beloof hij: 'Hij hoeft het niet te weten.'

Wanneer de nieuwe werkweek weer begint, blijf ik de eerste drie dagen thuis bij Paige, die zich het ene moment vrij goed voelt en loopt te klagen dat ik echt niet thuis hoef te blijven voor haar, maar het andere moment alleen maar piepend adem kan halen vanwege de pijn in haar ribben. Na één dag van diepvriespizza's besef ik dat ze waarschijnlijk gezond moet eten, dus ik waag me in de gevaarlijke wereld van superfoods en verse groenten. Binnen een paar uur loop ik mompelend over bloemkoolrijst en vitamines rond door de keuken, driftig boodschappenlijstjes makend terwijl Paige positief probeert te blijven.
Donderdag ga ik weer naar werk, ook al is het misschien niet helemaal vrijwillig. Paige oppert dat ik niet eeuwig thuis kan blijven en het misschien beter is voor eventuele roddels van onze collega's als ik niet wekenlang samen met haar wegblijf. Waarschijnlijk heeft ze gelijk, maar dat betekent niet dat ik het leuk hoef te vinden, dus een beetje mokkend rijd ik donderdagochtend naar het bureau.
Ik moet vandaag in mijn eentje patrouilleren volgens mijn vaste route. Het enige verschil is dat Paige er niet bij is en mijn
dag leven één grote eenzame, liefdeloze hel is.
De hele dag gebeurt er eigenlijk niks interessants. Ik word geen enkele keer opgeroepen via de radio en alles wat ik tegenkom zijn maar een paar kleine vergrijpen van mensen die veel banger zijn voor mij dan ik voor hen. Ik hoor niks van Paige, wat de verveling nog erger maakt, maar geen nieuws is goed nieuws, want ze zou gewoon zo veel mogelijk proberen uit te rusten en alleen bellen als er iets aan de hand was.
Wanneer ik aan het eind van de middag eindelijk klaar ben met mijn patrouille, een kwartiertje later dan eigenlijk gepland, loop ik het politiebureau binnen. De parkeerplaats is akelig stil en de rest van het gebouw ook, valt me op, maar ik neem me voor dat het niets is. Normaal duren mijn patrouilles minder lang, dus ik heb geen idee hoe druk het hier normaal is op dit tijdstip. Toch ben ik automatisch zo stil mogelijk wanneer ik de kantine binnenloop, want het voelt niet helemaal goed. Ik zie dat er maar drie mensen in de kantine zijn. Chris, die in stilte op een tafel zit en naar zijn schoenen kijkt. Hij ziet er verslagen uit, terwijl hij normaal gesproken als een arrogante haam rond paradeert. De tweede persoon die ik zie - veel belangrijker - is Paige, die om de een of andere reden trillend van angst door de kantine aan het ijsberen is. Haar ene arm heeft ze om zichzelf heengeslagen en de hand van de andere houdt ze voor haar mond. Haar bewegingen zien er koortsachtig en paniekerig uit en het lijkt bijna alsof ze elk moment door haar knieën kan zakken. Doordat ze er zo bleek uitziet, vallen haar schrammen en bloeduitstortingen nog meer op. Hailey, de derde persoon in de ruimte, legt haar hand op Paiges rug en zegt iets tegen haar wat ervoor zorgt dat ze haar hoofd schudt en ineenkrimpt. Hailey begeleidt haar voorzichtig naar de tafel en laat haar daar zitten. Terwijl Paige overduidelijk moeizaam adem probeert te halen, blijft ze in een troostend gebaar over haar rug strijken. Paige schudt weer haar hoofd. In die tussentijd blijf ik versteend in de deuropening staan.
Na een tijdje begin ik voorzichtig de kantine binnen te lopen, nog steeds niet helemaal van de schrik bekomen, en elk mogelijk woord blijft in mijn keel steken. Chris is de eerste die mij ziet en hij maakt een ondefinieerbaar geluid, iets tussen schrik en opluchting, waardoor Paige en Hailey ook opkijken.
‘Nathan,’ zegt Paige, zo zacht en ademloos dat het nauwelijks verstaanbaar is. Ze laat zich haast van de tafel af vallen en rent naar me toe. Een beetje overdonderd houd ik haar zo stevig mogelijk vast, mijn linkerhand tegen haar achterhoofd. Ze heeft haar armen om mijn nek geslagen en met haar gezicht in mijn hals gedrukt begint ze te snikken. Zachtjes stoot ze weer uit: ‘Nathan.’
Even schiet er door me heen dat Chris eigenlijk niet mocht weten dat we een relatie hebben en dat dat nu moeilijk te ontkennen valt, maar ik besef ook dat hij het eigenlijk al lang wist en zelfs als dat niet zo was, zou het me niet kunnen schelen.
‘Paige,’ zeg ik en ik houd haar nog iets steviger vast. Ik durf haar geen moment los te laten, want haar gehele lijf trilt nog altijd. ‘Paige, wat doe je hier? Je bent ziek.’
‘Ik was thuis en opeens belde Marco me en…’ Ik denk dat ze nog verder praat, maar alles gaat verloren in de golf van tranen die haar overspoelt en ze begint weer te huilen. Ik wieg ons zachtjes heen en weer en strijk sussend over haar haar.
‘Kom, ga even zitten. Dan kun je wat kalmeren,’ zeg ik, maar ze schudt haar hoofd en klampt zich wanhopig aan me vast.
‘Nee,’ snikt ze. ‘Nee, ik wil je niet loslaten.’
Mijn frons wordt nog dieper en ik wrijf over haar rug, waardoor ze weer lijkt te stikken in een snik.
‘Hé, Paige, wat is er aan de hand?’
Als door een adder gebeten maakt ze zich van me los en met paniekerige, koortsachtige ogen kijkt ze me aan, alsof ze zich zojuist iets heeft gerealiseerd. Haar bevende handen hebben nog steeds stevig mijn mouwen vast en haar knieën knikken, doodsbang. ‘Ben je gewond?’
‘Gewond? Nee, natuurlijk niet. Paige, waar heb je het over?’ stoot ik uit en ik leid haar voorzichtig naar een stoel. Ze laat zich er bevend op zakken en ik hurk voor haar neer. Ze kijkt me misselijk van ellende aan en de tranen stromen stilletjes over haar wangen. Ik neem haar gezicht voorzichtig in mijn handen en vraag: ‘Paige, wat is er aan de hand?’
Ze doet echt haar best om te antwoorden, maar ze is te erg in paniek. Hailey komt met tranen in haar ogen naar me toe en omhelst me ook krampachtig.
‘Doe dat alsjeblieft nooit meer.’
‘Doe wat nooit meer?’ vraag ik verbaasd en ik maak me voorzichtig van haar los. ‘Jezus Christus, waar is iedereen?’
Ik had niet gedacht dat ik het ooit zou doen, maar in een laatste poging kijk ik naar Chris om hulp.
‘Op zoek naar jou,’ antwoordt hij.
‘Op zoek naar mij?’ vraag ik verontwaardigd en ik pak mijn telefoon. Ik begin net “was ik kwijt dan?” te zeggen, maar mijn stem sterft weg. Ik heb 127 berichten en gemiste telefoontjes binnen, waarvan de meeste van Paige. Ik kijk met een verbijsterde uitdrukking op. ‘Wat is er aan de hand?’
‘Toen we je via de radio op probeerden te roepen voor een update, kregen we geen antwoord. Marco heeft geprobeerd je te bellen en daarna heeft hij contact met Paige opgenomen om te vragen of zij wist waar je was. Na een tijdje zijn alle eenheden opgeroepen om naar jou te zoeken. Ik ben teruggeroepen naar het bureau, want anders zou het hier te leeg zijn voor in geval van nood. Je bent al meer dan drie uur vermist.’
Paige is blijkbaar weer voldoende gekalmeerd om iets te zeggen, want ik hoor haar jammerend zeggen: ‘En er was een schietpartij bij de Irish Pub in Aiden Street en ze dachten dat je daar bij betrokken was geraakt en toen was je er niet en ze konden je niet vinden en ik was zo bang.’
‘Het spijt me. Paige, het spijt me echt. Ik had mijn telefoon gisteravond uitgezet omdat ik niet wilde dat jij wakker zou worden als ik een bericht kreeg en ik was vergeten om hem weer aan te zetten.’ Ik probeer Chris’ onpeilbare blik te negeren zodra ik verraden heb dat we vannacht in hetzelfde bed geslapen hebben. ‘En ik weet niet wat er mis is met de radio. Er is niks aan de hand. Het spijt me echt.’
Ze staat weer op om naar me toe te lopen en ik sla mijn armen weer om haar heen. Nog altijd zachtjes snikkend klampt ze zich aan mijn uniform bij mijn borst vast en ze rilt in mijn armen. Ik houd haar stevig tegen me aan en druk een kus op haar hoofd.
‘En waarom ben jij hier naartoe gekomen?’ vraag ik aan Hailey, die was gaan zitten en nu naar me opkijkt. Ze gebaart met haar hoofd naar Paige, die ik nog altijd dicht tegen me aan houd.
‘Paige kwam naar het bureau en wilde per se meehelpen zoeken. Ze was echt heel overstuur. Marco heeft me gebeld om haar kalm te houden. Je hebt haar echt heel bang gemaakt, Nathan,’ antwoordt ze en het klinkt niet speciaal beschuldigend, maar ik ben uit mezelf al heel goed in mezelf de schuld geven.
‘Het spijt me,’ zeg ik opnieuw en ik voel Paige zwakjes knikken, niet in staat om iets uit te brengen.
‘Ik heb net even doorgegeven dat je terug bent en dat het een misverstand was,’ doorbreekt Chris het moment, waarna hij mijn blik vangt en vraagt: ‘Nathan, kan ik je even onder vier ogen spreken?’
Ik twijfel even, maar knik dan.
‘Paige, ik ben zo terug. Is dat oké?’ vraag ik en ze knikt van ja en maakt zich van me los. Ze veegt snel de tranen van haar wangen, alsof ze ze wil verbergen. Ze ziet er zo verloren uit dat ik in een nog meer verloren gebaar een lok haar achter haar oor strijk, wanhopig om haar te kunnen troosten.
Ik volg Chris de kantine uit naar de verhoorkamer en doe de deur achter me dicht. Ik blijf er dichtbij staan, want eigenlijk wil ik zo snel mogelijk weer terug naar Paige. En ik vertrouw hem niet.
‘Wat is er aan de hand?’ vraag ik.
‘Dus… Jullie zijn officieel samen?’ Het klinkt een beetje ongemakkelijk en ik kan de toon in zijn stem niet helemaal plaatsen.
‘Hoezo? Wat is je punt?’
Hij haalt zijn schouders op.
‘Ik… Ik wilde het gewoon zeker weten,’ zegt hij en ik wil al weglopen, maar hij houdt me snel tegen. ‘Dat is niet het enige.’
‘Wat nog meer?’ verzucht ik.
Hij haalt een beetje verloren een hand door zijn haar en kijkt naar de deur, alsof hij haar daarachter kan zien. Bijna automatisch zet ik een stapje opzij, alsof ik zijn zicht zou kunnen blokkeren.
‘Wat… Wat is er in godsnaam met haar gebeurd?’
De haartjes op mijn armen gaan overeind staan. Ik doe alsof mijn neus bloedt, tevergeefs hopend dat hij er niet verder over zal gaan.
‘Waar heb je het over?’
‘Iemand heeft haar in elkaar geslagen. En ze is zo fucking mager geworden. Ze was er vorige week niet. Wie heeft dat allemaal gedaan?’
‘Als ze zou willen dat jij het wist, zou ze het je vertellen. Ik ga dat niet namens haar doen.’
Ik reik al naar de hendel om de deur open te doen, maar hij grijpt mijn pols vast om me tegen te houden. Door de verbazing heen slaag ik erin om hem waarschuwend aan te kijken, maar hij kijkt me indringend aan, bijna smekend.
‘Nathan, heb jij dat gedaan?’ vraagt hij, bloedserieus.
Ik trek mijn hand los. ‘Natuurlijk niet! Gast, wat denk jij wel niet?! Dat zou ik haar nooit aandoen! Waarom kan jou dat überhaupt schelen? Je hebt je continu als een klootzak gedragen bij haar in de buurt.’
Hij zucht. ‘Nathan, ik-‘
‘Nee, hou je kop. En laat haar met rust!’
Ik loop de kamer uit en smijt de deur achter me dicht. Zowel Hailey als Paige kijken me vanuit de andere kant van de kantine lijkbleek van angst aan en ik erken dat het misschien niet heel handig was om zo kwaad te worden met de twee meest getraumatiseerde mensen die ik ken in de buurt. Paige staat bezorgd op en loopt naar me toe. Haar vingers krullen zich rond mijn pols, zachtjes, maar dwingend. Ze probeert mijn blik te vangen, maar ik kijk weg.
‘Nathan, wat is er aan de hand?’ Haar blik glijdt naar iets achter me - Chris, waarschijnlijk - en volgt hem met haar ogen terwijl hij de kantine blijkbaar weer uitloopt.
Beseffend dat mijn dienst er voor vandaag opzit, ontwijk ik haar vraag en zeg ik: ‘Kom, we gaan naar huis, oké?’
‘Nathan,’ zegt ze, haar stem een stuk vaster en strenger dan eerst. Haar grip om mijn pols verstevigt. ‘Ik wil weten wat er aan de hand is.’
‘Ik leg het thuis uit, oké?’ beloof ik haar en ik druk een snelle kus op haar slaap. Daarna wend ik me tot Hailey. ‘Wacht jij op Marco of wil je naar huis? Heb je een lift nodig?’
‘Ik wacht hier en ga met Marco naar huis. Ga nou maar,’ zegt ze en ik knik, want om eerlijk te zijn wil ik niets liever dan gewoon naar huis gaan.
Nog altijd met een bezorgde blik pakt Paige mijn hand vast en we lopen weg. Aangekomen op de parkeerplaats, sta ik even stil.
‘Wacht, ben jij met je eigen auto gekomen?’ vraag ik en eigenlijk hoop ik dat het niet zo is, want ik weet niet of ik wil dat ze gaat rijden terwijl ze er zo aantoe is. Ze is al een heel stuk gekalmeerd, maar ze ziet er volledig afgepeigerd uit.
Ze schudt haar hoofd. ‘Ik ben te voet naar je op zoek gegaan en ben even later opgepikt door een politieauto. Die heeft me afgezet.’
Ik breng onze verstrengelde handen naar mijn mond en geef een kus op de rug van haar hand. ‘Het spijt me zo dat ik je zo heb laten schrikken.’
Ik wist niet dat het mogelijk was om je hoofd tegelijk te schudden en te knikken terwijl je je schouders ophaalt, maar blijkbaar wel, want Paige doet er alles aan om er niet uit te zien alsof ze staat te trillen op haar benen.
Ik breng haar snel naar de auto en na een tijdje van nét ietsje te hard rijden, legt Paige een hand op mijn knie.
'Nathan?' zegt ze kalmpjes, maar niet in staat haar bezorgdheid te verbergen. 'Wat heeft hij tegen je gezegd, Nathan?'
Ik knijp hard in het stuur. Mijn knokkels kleuren wit van de spanning.
'Hij dacht dat ik het gedaan had,' breng ik met opeengeklemde kaken uit.
Ze fronst. 'Wat gedaan had?'
Ik probeer mijn woede weg te slikken zodat ik die niet afreageer op het gaspedaal en zeg, opeens met bijna trillende stem: 'Hij dacht dat ik degene was die je pijn heeft gedaan.'
Ik voel me opeens heel stom door de medelijden op haar gezicht, want eigenlijk zou ik degene zijn die háár zou moeten troosten.
Ik haal even mijn linkerhand van het stuur om die door mijn haar te halen en zeg dan: ‘Ik zou dat nooit doen. Je weet dat ik dat nooit zou doen.’
Ze knijpt zacht in mijn knie, om haar woorden kracht bij te zetten.
‘Ik weet het,’ belooft ze me.
‘Gewoon... het idee alleen al dat iemand überhaupt kan dénken dat ik jou zou mishandelen...’
Ik haal weer een hand door mijn haar en zucht.
‘Sorry, Paige. Ik zou niet degene moeten zijn die zo van slag is. Voor jou is het allemaal veel erger,’ zeg ik.
Een tijdje is ze stil, starend naar haar voeten.
‘Ik dacht dat mijn vader je had,’ zegt ze mompelend. Ze schraapt haar keel en slikt haar tranen weg. Toch beeft haar stem vervaarlijk wanneer ze verderpraat. ‘Ik dacht dat hij je gepakt had als een manieren om mij te stangen, of zo. En ik-ik was zo bang. Ik verwachtte elk moment dat hij zou bellen om te zeggen wat hij met je gedaan had.’
Ze bijt hard op haar lip en ik zie de moeite die ze moet doen om niet te gaan huilen.
‘Fuck, Paige, daar had ik niet aan gedacht. Het spijt me zo. Ik zal vanaf nu driedubbelchecken of mijn telefoon aanstaat.’
Ze knikt en slaat even haar armen om zich heen. Ik leg mijn hand op haar knie terwijl ik verderrijd, zodat ze zeker weet dat ik er ben, dat ik oké ben, dat haar ergste angst niet was uitgekomen.
Zachtjes zegt ze: ‘Ik heb geen idee wat ik zou moeten doen als ik jou kwijt was geraakt.’

Reacties (1)

  • BethGoes

    Wedden dat Chris stiekem verliefd is op Paige!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen