Helaas zag ik Keyon maar eventjes aan het einde van onze Efteling trip. In de bus zei ik gedag tegen Mert, en zodra Keyon switchde, viel hij bijna meteen in slaap met zijn wang tegen het raam geplakt. Omdat het warm was in de bus, had ik mijn jack uitgetrokken en die voorzichtig onder Keyon’s hoofd geschoven dat hij geen stijve nek zou krijgen. Terwijl ik dat deed, werd ik geconfronteerd met mijn eigen weerspiegeling in het donkere glas. Hoe hard Mert me ook had helpen boenen, zat er nog steeds wat opgedroogd bloed rond mijn neusgaten. Ik had een blauw oog en mijn rechter jukbeen zag er rood en schraal uit. Ik had tegen mijn broertjes gezegd dat ik een draak had bevochten, en al leken ze me niet helemaal te geloven, vroegen ze er niks over.

De tijd vliegt werkelijk als je het naar je zin hebt. Voordat ik het wist, waren we al weer bij de laatste dag van het kamp aangekomen. Als laatste avondmaal hadden we plastic zeilen over de tafels gespannen en patat van de tafel gegeten. De avond eindigde met een bonte avond waar een aantal van de kleintjes een liedje zongen of een dansje deden. Ik hielp mijn broertjes in hun toneelstukje waarin ik de draak speelde, die vervolgens iets té gewelddadig vermoord werd.

De laatste dag kon ik maar niet in slaap komen. En blijkbaar zat Keyon met het zelfde probleem, want toen de glow-in-the-dark wijzers van mijn horloge twee uur ‘s nachts aangaven, hoorde ik van onder de dekens Keyon zuchten en uit bed klauteren. Even later schuifelden zijn blote voeten over de vloer en ging de deur open- en dicht. Ik aarzelde even, maar besloot hem toen te volgen.

We troffen elkaar op het strand, waar ik Keyon in het nog-net-niet-natte zand zag zitten. Hij had zijn armen over zijn knieën geslagen en staarde naar de zee. Of naar de maan. Één van beide.
‘Hey,’ zei ik zacht, zodat hij niet zou schrikken. Ik ging naast hem zitten.
‘Hey, Yu,’ zei hij. Ik vond het grappig hoe hij me nu automatisch bij die bijnaam begon te noemen, om aan te geven dat híj het was, zonder dat letterlijk te zeggen.
‘Wat doe je hier?’ vroeg ik hem.
‘Ik kon niet slapen.’
‘Hoezo niet?’
Hij zuchtte, en het was zo’n diepe zucht waarbij je schouders en borst meegingen. ‘Omdat ik nog niet wil slapen, omdat het dan morgen is, en ik niet wil dat het het morgen is, omdat het dan allemaal voorbij is. Ik ga het hier echt missen.’
Hij zuchtte nog een keer, en deze keer zuchtte ik mee. Prachtig, was het niet? Om op een plek te zijn waar het zo rustig was dat je anderman’s ademhaling kon horen, en mee kon doen. In mijn mening was er niets dat twee wezens meer met elkaar verbond dan een ademhaling te delen.
‘Ik ook.’
‘Ik wil nog niet naar huis. Hier... hier... al klinkt dat ongelofelijk cliché, ...hier word ik begrepen. Hier hoeft de rest niet te doen alsof ze mij zijn omdat niemand mag weten dat ze bestaan.’
Ik dacht even na over Keyon’s woorden, en vroeg toen: ‘Ligt dat aan de plek? Aan het kamp, hier?’
Toen was het Keyon’s beurt om over mijn woorden na te denken, terwijl we allebei naar de kalme zee staarden.
‘Ik denk het eigenlijk niet, nu je het zegt. Of misschien ook wel, maar dan niet letterlijk. Het ligt aan de mensen, aan de sfeer. Maar misschien wordt de sfeer en worden de mensen ook wel beïnvloed door de omgeving, als je snapt wat ik bedoel.’
‘Mij hoef je niet te missen,’ zei ik meteen. ‘Ik bedoel, we kunnen morgen telefoonnummers uitwisselen en in contact blijven. Ik zou het ontzettend zonde vinden als onze vriendschap onder de afstand zou moeten lijden, en dat geldt ook voor de rest van het systeem.’
‘Meen je dat?’
‘Ja, man. Ik heb toch al gezegd dat ik graag met jullie op trek? Wat ze je ervan om in de herfstvakantie een keer langs te komen, hm? Ik kan je Breda laten zien, en misschien mag je wel mee oefenen met mijn band, als je dat wilt.’
Keyon leek niet zo goed te weten wat hij moest doen met al die vriendelijkheid en gezelligheid, en dat maakte me stiekem ongelofelijk verdrietig.
‘Graag,’ zei hij toen, en hij grijnsde breed. Ik grijnsde terug, en plotseling had ik een briljante ingeving.
‘Zin om te gaan zwemmen?’
‘Pardon?’
‘Je hebt me wel gehoord.’
Ik sprong op en begon mijn broek uit te trekken.
‘Ik heb geen zwembroek bij me,’ zei Keyon meteen.
‘Je hebt toch een onderbroek aan? Kom op, man, zo’n kans krijg je niet nog een keer.’
Ik had ondertussen ook al mijn shirt uit getrokken en draaide me om, om te kijken of Keyon al klaar was. Hij had zijn shirt al over zijn hoofd getrokken en naast zich op de grond gelegd, maar nu stond hij vertwijfeld naar zijn afgeknipte trainingsbroek te staren.
‘Is er iets?’ vroeg ik.
Hij schudde zijn hoofd, maar waarschuwde: ‘Niet schrikken,’ voordat hij zijn broek omlaag trok en bij zijn shirt schopte. Op zijn bovenbenen waren een aantal nare littekens te zien, die wit afstaken in het maanlicht.
Hij zag me kijken, en zei kortaf: ‘Bex. Geen zorgen, het zijn oude. Het gaat nu echt beter met hem.’
Ik knikte, en haalde even schokkerig adem. Ik had het moeten verwachten.
Voordat ik er nog iets over zou kunnen zeggen, was Keyon richting zee gerend en had me in het voorbijgaan tegen mijn achterhoofd gemept. Hij lachte, gierde en gilde toen het koude water zijn enkels raakte.
‘Kom dan!’
Ik sprintte achter hem aan en holde de zee in. In het donker was het lastig om niet te struikelen over de hobbels en bobbels van het natte zand.
Blijkbaar had Keyon het zelfde probleem, want toen hij tot zijn middel in het water stond, en nog een stap zette, tuimelde hij voorover het water in. Ik dook er achteraan en gierde het uit van de pret, en de kou.

Toen Keyon’s lippen paars begonnen te zien, en ik kramp in mijn kaak begon te krijgen van het klappertanden, besloten we terug te gaan. De douches waren in een apart gebouw buiten, dus nadat we allebei heel stilletjes een handdoek uit onze tas in de slaapzaal hadden gepakt, hoefden we daar niet meer bang te zijn dat we iemand wakker zouden maken.
De twee doucheruimtes werden gescheiden door een wal die niet compleet tot het plafond- of de vloer reikte. De hokjes waren goor, en deden me denken aan die bij een zwembad.
‘Hee Yu!’
Keyon’s handen verschenen boven het walletje, en plotseling werd ik natgespoten door zijn douchekop, over het muurtje heen. Ik rukte mijn douchekop ook los, en spoot terug.

Het was pijnlijk om te weten dat ik de volgende dag weer in mijn eentje onder mijn eigen douche zou staan.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen