Foto bij 72 - Niets nieuws

Paniek raasde door zijn lijf. Het schriftje – het zwarte schriftje was weg! Opnieuw haalde hij al zijn spullen uit zijn tas, schudde zijn boeken uit, keek onder de tafel, achter hem.
      Was hij het verloren? Had iemand het tussen zijn spullen gevonden? Nee – waarom zou iemand in zijn tas neuzen, uitgerekend dat schriftje opendoen én de inhoud vinden?
      Erik streek door zijn krullen. Zijn vingers beefden.
      God, als iemand het vond… De tranen verdrongen zich al in zijn ogen. Ze zouden van hem walgen, net zoals ze op zijn vorige school van hem hadden gewalgd. Zijn ademhaling zat vast in zijn keel, hij voelde zich licht in zijn hoofd worden. Hij herhaalde de ademshalingsoefeningen in zijn hoofd die hij van zijn therapeut geleerd had. Diep in, even vasthouden, diep uit.
      En opnieuw.
      Het hielp nauwelijks. Het was alsof er ineens ijs door zijn aderen vloeide. Het schriftje – hij moest het schriftje vinden! Hoe had hij ook zo stom kunnen zijn om het mee te nemen naar school?! Maar de gedachten… ze jeukten aan de binnenkant van zijn schedel, lieten de angst zijn geest weer beheersen, de angst dat alles precies hetzelfde zou gaan als op zijn vorige school…
      Hij voelde druppels langs zijn wangen glijden. O god, nu was hij ook nog aan het janken. Gauw veegde hij over zijn wangen, bang dat iemand het zou zien. Hij wierp een blik op de klok. Over vijf minuten ging de bel. Als hij het schriftje wél verloren was, moest hij het vinden voordat de gangen volstroomden.
      Hij stopte zijn spullen weer in zijn tas en liep de route die hij eerder vandaag had afgelegd. Zijn ogen gleden over de vloer. Niets – het was nergens!
      Weer kneep zijn keel dicht. Het kon toch niet zomaar verdwenen zijn? Had hij het per ongeluk in zijn kluisje gestopt? Hij verstevigde zijn pas, toen hij bij de trap kwam nam hij die met twee treden tegelijk.
      Door de paniek kon hij niet helder meer nadenken, hij begon te rennen tot hij bij zijn kluisje was. Zijn vingers beefden toen hij de sleutel in het gat probeerde te krijgen. Alsjeblieft, wees hier. Wees alsjeblieft hier.
      Eindelijk had hij het slot geopend. In een vlaag van paniek schoof hij alles uit zijn kluisje vandaan en spitte de berg boeken, werkboeken en schriften door.
      ‘Oh God…’ Hij kamde met zijn vingers door zijn haar toen hij het niet zag. ‘Oh God…’
      Waar kon het zijn? Wie had het gepakt?
      Plotseling greep iemand een handvol van zijn krullen beet en trok hem overeind.
      ‘Hé mooiboy,’ klonk een zachte, dreigende stem.
      Eriks maag kromp samen. Als hij nog niet gebeefd had, had hij dat nu wel gedaan.
      ‘Zoek je dit?’
      Hij slaagde er niet in om op te kijken. Ruw werd hij tegen de kluisjes aangesmeten. Hij voelde dat de andere leerlingen naar hem keken. Vingers priemden in zijn kin en rukten zijn hoofd omhoog. Een jammerkreetje vloog over zijn lippen toen Emilio’s ijskoude ogen zich in de zijne boorden.
      De jongen zwaaide met het schriftje.
      Erik kon wel janken.
      ‘Als je niet wilt dat ik de hele school laten weten wat voor een smeerlap je bent, kom je nu met me mee naar buiten.’
      Hij wilde niet – hij wilde écht niet, hij was veel te bang voor wat de jongen hem zou aandoen. Al sinds het moment dat hij hem op de allereerste dag van zijn stoel had getrokken en op de grond had geslingerd, veranderde zijn maaginhoud in ijs wanneer de jongen in de buurt was.
      Maar had hij een keuze?
      Emilio kon zijn leven tot een hel maken, zóú zijn leven tot een hel maken, dat voelde hij in iedere vezel van zijn lijf, maar was dat niet beter dan dat de hele schóól zou denken dat hij een perverseling was?
      ‘Oké,’ fluisterde hij. ‘Mag ik – mag ik alsjeblieft het schrift terug?’
      ‘Waarom? Zou dat je je kan rukken terwijl je het leest?’
      Erik voelde zijn wangen gloeien. Had hij alles gelezen? Hij had het Juan toch niet verteld? Oh – als June het wist… Schuld prikte in zijn buik. Ze zou het niet begrijpen, niemand zou het begrijpen…
      ‘Ik – ik wil gewoon niet dat iemand het ziet,’ fluisterde hij.
      ‘Nou dan weet je wat je te doen staat hè? Kom braaf met me mee.’
      De donkere blik in zijn ogen kneep zijn keel dicht. Beelden schoten door zijn hoofd – beelden waar hij van walgde. Stilletjes liep hij achter zijn klasgenoot aan naar buiten.
      ‘We gaan naar mijn auto.’
      Weer een steek in zijn buik. Wat zou hij in godsnaam doen? Hem ergens voor dood achterlaten? Had hij soms achterhaald waarom hij van zijn vorige school was weggegaan? Emilio leek hem hetzelfde type, misschien waren ze wel bevriend met elkaar. Misschien…
      Emilio gaf hem een harde duw. ‘Lopen, smeerlap.’
      Erik struikelde over zijn voeten. Op het nippertje kon hij zich overeind houden. Opnieuw gaf de jongen hem een duw in zijn rug en hij versnelde zijn pas totdat hij bij de parkeerplaats was aangekomen.
      Hij verstijfde toen hij Juan daar tegen een auto geleund zag staan. Woede cirkelde om hem heen. Eriks voeten weigerden dienst, hij kon zich opeens niet meer verroeren.
      ‘Lopen zei ik.’ Emilio trapte op zijn achillespees.
      Erik struikelde verder naar voren. Hij wist dat er geen ontkomen aan was. Hij kwam er het beste van af als hij gewoon meewerkte, dat had hij de afgelopen jaren wel geleerd.
      Emilio trok de deur open en duwde Erik erin. Dat de hele school het kon zien, leek hem niets te deren. Dat was een goed teken, toch? Dan lieten ze hem in ieder geval in leven.
      Hij schoof op de achterbank. Zijn trillende vingers klemde hij rond zijn knieën. Schichtig keek hij naar Juan toen die op de bijrijdersstoel plaatsnam. Het was niet moeilijk om in te zien waarom het Emilio was geweest die hem uit de school vandaan had geplukt in plaats van Juan zelf, hij wekte de indruk dat hij bij de geringste aanraking zijn zelfbeheersing zou verliezen en Eriks kop van z’n romp zou rukken.
      ‘Geef me je telefoon,’ droeg Emilio hem op.
      Erik deed wat hij zei en mompelde zijn pincode. Emilio gaf het toestel aan Juan, die een berichtje begon te typen. Naar June, waarschijnlijk. Om te zeggen dat er iets tussen was gekomen.
      Met zijn armen tegen onderbuik geklemd vanwege de steken, staarde hij uit het raam. Ze verlieten het schoolterrein. De twee jongens zeiden niets tegen elkaar. Erik staarde naar beneden. Stille tranen gleden langs zijn wangen.
      Hij wist niet of ze wat tegen hem zeiden tijdens de rit. Hij bleef naar beneden staren, bijna alsof hij in trance was, verstrikt in zijn gedachten, in zijn angsten, in zijn spijt. Het was een afgelegen bouwval waar Emilio de auto parkeerde.
      ‘Stap uit,’ commandeerde Emilio.
      Erik wilde gehoorzamen, zijn lichaam blokkeerde echter.
      ‘Stap verdomme uit!’ schreeuwde Juan plotseling. Het was het eerste wat Erik hem hoorde zeggen. Hij smeet de portier open, greep Erik bij zijn schouder en trok hem hardhandig uit de auto vandaan. Hij viel op de grond. Direct schopte een van de jongens hem tegen het hoofd. Zijn bril sneed in zijn vlees en hij jammerde door de pijn die door zijn schedel flitste.
      Juan hurkte naast hem neer en greep hem bij de kraag van zijn shirt. ‘Was het lekker? Over mijn vriendin fantaseren?’ Hij wachtte niet op antwoord. In plaats daarvan balde hij zijn vuist en sloeg hem in het gezicht.
      Erik deed niets. Zei niets. Liet zich slaan, schoppen.
      Het was niets nieuws. Sterker nog – hij had wel erger meegemaakt. Zijn passiviteit leek de twee jongens alleen maar kwaaier te maken. Ze sleurden hem van de grond, kwakten hem tegen de auto. Vuisten, overal op zijn lichaam. Bloed stroomde tussen zijn lippen door, uit zijn neus. Hij huilde, snotterde. Schreeuwde. Smeekte ze ten slotte om op te houden.
      Hij merkte niet eens dat hij viel, alleen dat hij op een gegeven moment op de grond lag. Koude tegels prikten in zijn verwonde wang.
      Door een waas van tranen en bloed keek hij Juan aan toen de jongen naast hem neer knielde en hem ruw bij zijn gezicht vastgreep. ‘Je praat nooit meer tegen June, kijkt haar nooit meer aan.’
      Zijn lippen bewogen, al kwam er geen geluid uit.
      ‘Hier zal ze nooit een woord over horen, noch over die ranzige fantasietjes van je. Je bedenkt maar een smoes. Heb je me begrepen?’
      Juans ogen boorden zich in die van hem. Hij kromp ineen.
      ‘J-ja,’ fluisterde hij met bevende lippen.
      ‘Mooi.’
      Plots greep de jongen hem bij de zijkanten van zijn hoofd, trok hem omhoog en ramde hem met zijn achterhoofd tegen de grond.
      Daarna werd alles zwart.

Reacties (2)

  • Sunnyrainbow

    Omg Juan!!

    1 jaar geleden
  • AmeranthaGaia

    Hoe denkt Juan in godsnaam dat June er niet achter gaat komen? Juans knokkels liggen waarschijnlijk helemaal open. En Erik is helemaal in elkaar geslagen en gaat June opeens een of ander smoesje vertellen over waarom hij niet meer met haar om kan gaan. Helemaal niet verdacht, hoor.

    1 jaar geleden
    • Croweater

      Juan heeft op het moment een niet-werkend brein :p

      1 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Ja, dat was me al een beetje opgevallen.

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen