. . .


Het eerste halfuur hield Juice het nog wel uit. Hij had op de alarmknop gedrukt, veel meer kon hij niet doen. Hij bevond zich in een ziekenhuis, dus een niet-werkende lift ontging heus niemand. Maar daarna… kroop de onrust toch zijn lijf binnen. Hij was op de grond gaan zitten. Door zijn natte kleding had hij het stervenskoud, hij probeerde het de Mayan echter niet te laten zien.
      Die zat in de andere hoek van de lift. Eerst was hij een tijd op zijn telefoon bezig geweest, nu scheen bij hem de verveling ook toe te slaan.
      ‘Hoe heet je?’ vroeg Juice na een tijdje.
      De stilte was drukkend. Als hij een normaal gesprek met die gast kon voeren dan voelde hij zich misschien minder gevangen.
      ‘Hoezo?’ snoof de ander. ‘Denk je dat we nu vriendjes gaan worden?’
      Juice sloeg zijn ogen neer en onderdrukte een zucht. Blijkbaar niet dus.
      Nou, dan bleven ze maar een uur zwijgen.

Na een uur was er echter nog geen enkele verandering in de situatie gekomen. Zijn liftgenoot had gebeld naar iemand die ook in het ziekenhuis was en ze waren ermee bezig, maar niemand wist hoelang het zou gaan gebeuren.
      Juice probeerde de negatieve gedachten uit zijn hoofd te weren. Toch – hij kon weinig anders doen dan denken op het moment. Hij had al een uur lang spelletjes op zijn telefoon gespeeld, maar zijn batterij ging hard achteruit en wie weet hoelang ze hier nog vastzaten. Hij dacht aan de nieuwsberichten die hij eens had gelezen. Over mensen die dagenlang opgesloten hadden gezeten, die alleen hadden overleefd door elkaars urine te drinken. Bovendien wisten ze niet wát er mis was. Wat als een van de kabels kapot was – als een ander het niet veel langer meer zou redden en ze naar beneden zouden storten? Hij wist dat het tussen zijn oren zat, toch dacht hij iets te horen kraken.
      Zijn ademhaling werd dieper, moeizamer. Plots begonnen zijn slapen te steken. Oh god, geen paniekaanval, niet nu… Hij wreef over zijn gezicht, probeerde zich op andere dingen te concentreren. Het lukte niet, het enige waar hij aan kon denken was dat hij hier straks een als een idioot zat te hyperventileren. De Mayan zou dan zien hoe zwak hij was. Straks wist de hele Oakland charter dat hij al zijn verstand verloor door een kapotte lift. Ze sleurden hem dan vast van z’n motor, trokken hem mee naar een of andere aftands gebouw en martelden hem daar totdat hij alle clubgeheimen had opgebiecht.
      Maar misschien kwam het wel niet zo ver. Misschien vielen ze straks wel te pletter, of kwamen ze hier om van de dorst. Hij had helemaal niets bij zich, de Mayan ook niet. En zelfs als dat wel zo was geweest zou hij het waarschijnlijk niet met hem gedeeld hebben.
      Hij kreeg amper lucht. Hij ging rechterop zitten, probeerde zich in te denken dat hij alleen was, dat hij niet in een crappy lift vastzat dat hij… Hij kneep zijn ogen stevig dicht, haalde diepe teugen adem. Het was alsof geen enkel beetje zuurstof zijn longen bereikte, alsof er gewoonweg een steen in zijn keel zat.
      Hij begon te zweten, schraapte zijn nagels over de lift van de vloer.
      ‘Hé. Wat is er? Hé.’
      Een hand op zijn knie, heel even.
      ‘Heb je een paniekaanval?’
      Juice kon niet antwoorden, hij voelde zich licht in zijn hoofd. Hij kon de lift al voelen vallen. Straks raakte het ding de grond en werden ze verpletterd.
      ‘Hé, kijk me aan.’
      Juice deed wat hij zei, blij dat iemand zei wat hij moest doen. Voordat hij verdwaald raakte in zijn hoofd, voordat hij stikte, voordat…
      ‘Rustig ademen. Oké? Welke kleur ogen heb ik?’
      Wat? Wat was dat nou weer voor vraag?
      Tot zijn angst bemerkte hij dat hij het niet eens kon zien. Het was alsof er een dikke rook tussen hen in hing. Was er brand? Hij haalde diep adem, maar wist niet meer hoe vuur rook.
      ‘Concentreer je.’ Weer voelde hij een zacht duwtje tegen zijn knie.
      Juice kneep zijn ogen tot spleetjes. De mist trok langzaam weg en zijn blik werd helderder.
      ‘Bruin,’ mompelde hij. ‘Koffiebruin.’
      Hij kromp ineen toen hij zijn stem hoorde. Wat was hij, een kleuter? Man, hij schaamde zich dood. Weer voelde hij een druk op zijn borst. Beverig haalde hij adem.
      ‘Hoe heet je?’ vroeg de ander.
      Juice haalde zijn schouders op en staarde naar de grond. Hij voelde zijn wangen gloeien van schaamte.
      ‘Ik ben Raine,’ zei de biker.
      ‘Juice,’ mompelde hij.
      ‘Oké, luister Juice. Dit is maar even, oké? Met een uur of twee hebben ze ons er heus wel uit gekregen. Dit is een ziekenhuis, ze hebben hier honderd noodprotocollen voor. Gelukkig zijn we gewoon twee gezonde mensen. Zonder water houden we het makkelijk drie dagen uit.’
      ‘Ik weet het,’ mompelde Juice. Hij wíst het ook. In zijn hoofd. Maar zijn lijf – het was alsof hij dat niet kon overtuigen en dat een eigen leven leidde.
      ‘Hier, dit helpt.’
      Juice keek opzij. Raine reikte hem iets kleurrijks toe. Toen hij het aanpakte, zag hij tot zijn verbazing dat het een Rubik’s Cube was.
      Een beetje verdwaasd keek hij de Mayan aan, die een mondhoek optrok. Opeens zag hij er helemaal niet meer zo hard uit. Juice voelde zijn schouders iets ontspannen en begon aan de kubus te draaien. Zijn handen bezighouden, dat hielp. Dezelfde kleur op een rij krijgen. Zeker een kwartier lang was hij met het ding bezig en dacht hij helemaal nergens aan, daarna werd hij zich weer bewust van Raine. Hij liet zijn handen zakken en keek opzij – hij wilde niet helemaal als een autist overkomen.
      ‘Hoe wist je wat je moest doen?’
      Hij had vaker paniekaanvallen gehad. De meeste mensen wisten niet echt hoe ze ermee moesten omgaan, ze werden ook panisch, of ze zeiden dat hij zich druk maakte om niets of dat het allemaal wel goed kwam.
      Raines ogen rustten even in die van hem, alsof hij zich afvroeg of hij wel iets over zichzelf wilde delen of niet. ‘Mijn zusje heeft ze ook. Paniekaanvallen. De kubus helpt haar altijd, daarom heb ik hem altijd bij me.’
      Juice boog zijn hoofd weer in schaamte. Het voelde alsof de biker hem even voor zijn kleine zusje had aangezien. Wat een afgang. Geen enkele Mayan zou hem ooit nog serieus nemen. Zijn vingers beefden. Of het door de kou kwam of doordat de paniek weer naar boven kwam, wist hij niet.
      ‘Waarom ben je hier?’ vroeg Juice. Praten hielp doorgaans, zichzelf afleiden. Dat moest Raine ook weten. Misschien kon hij zo ontdekken of de Mayans achter de aanval op Chibs zaten. ‘Charming is niet echt om de hoek voor je.’
      ‘Mijn zusje woont hier in de buurt. Ik was bij haar op bezoek.’
      Juice keek op van het puzzelblok en voelde een vreemd gevoel in zijn buik toen hij de blik van de man zag. Hij keek… verslagen.
      ‘Vanwege haar paniekaanvallen?’
      Raine schudde zijn hoofd. Hij streek even over zijn stoppelige kaken en keek Juice peinzend aan, alsof hij niet wist hoeveel kwaad het kon als hij zich voor hem openstelde. ‘Dat is m’n jongste zusje. Die heeft ze sinds ma zeven jaar geleden stierf, maar sinds vorig jaar is het tien keer zo erg.’ Hij boog zijn hoofd en staarde naar de grond. ‘Mijn andere zusje heeft borstkanker. Net als d’r moeder had. Het is uitgezaaid. Zevenentwintig is ze. Zal waarschijnlijk niet ouder worden.’
      Juice slikte. Jemig.
      ‘Kut man,’ mompelde hij. ‘Ik weet niet wat ik moet zeggen. Is er helemaal geen kans dat…?’
      Raine zuchtte diep. ‘Nee.’
      Juice boog zijn hoofd weer. Wetend dat zijn liftgenoot met zoiets heftigs worstelde, zorgde ervoor dat hij zijn eigen paniekaanval nog achterlijker vond.
      ‘Sammy, m’n jongste zusje, is niet alleen bang haar zus kwijt te raken, ze is ook bang dat ze het zelf krijgt. Die kans is best groot. Zo wordt wel gemonitord, maar goed, Rosa werd dat ook.’
      Aan zijn stem hoorde Juice dat Sammy niet de enige was die daar bang voor was, maar dat Raine ook zelf bang was haar óók aan die rotziekte kwijt te raken.
      ‘Heb je nog meer zussen? Of broers?’ vroeg Juice. Hij wist niet goed hoe hij op het andere onderwerp moest doorgaan, maar hij wilde er ook niet over zwijgen.
      ‘Nee, we zijn met zijn drieën. Rosa heeft wel een dochtertje van twee. Haar pa heeft ze nooit gekend, was een eikel.’ Hij rommelde wat op zijn telefoon en draaide toen het scherm naar hem stond. Er stond een klein meisje op met een gigantische sorbet. Haar glimlach was stralend en liet Juice’ lippen ook omkrullen. ‘Ze heet Sasha.’
      Er klonk trots in zijn stem door. Iets in zijn stem gaf Juice het gevoel dat hij straks voor het meisje zou gaan zorgen, of dat wellicht al deed, maar hij durfde er niet naar te vragen.
      Raine deed het schermpje weer uit en keek Juice vluchtig aan. Het was ook een beetje raar, familiefoto’s bekijken van iemand die hij net nog onder schot had willen houden. Maar hij geloofde dat kinderen iedereen zacht maakten.
      ‘Waarom ben jij hier?’ vroeg Raine na een tijdje.
      Juice had zich weer over de Rubik’s Cube ontfermd, nu keek hij echter weer op. Hij had het ding niet meer echt nodig, hij voelde dat hij weer gekalmeerd was. ‘Mijn broeder is twee dagen geleden neergeschoten. We weten niet door wie.’
      Hij beet op de binnenkant van zijn wang. Damn, waarom moest hij dat er nu bij zeggen? Daardoor leken ze wel een stel sukkels.
      Raine hield zijn blik even vast. ‘Je dacht dat ik de lift instapte om de klus af te maken?’
      Juice haalde zijn schouders op. Ze zaten beiden waarschijnlijk lang genoeg in dit leven om daar het antwoord op te weten. ‘Het had gekund.’
      Misschien kon het ook nog steeds wel. Die gast kon dat hele verhaal over z’n zusje gewoon uit z’n duim hebben gezogen – Juice zou het hem niet eens kwalijk nemen.
      ‘Is het ernstig?’
      Juice aarzelde. Hij wist niet wat hij wel of niet kon zeggen, of hij Chibs in gevaar bracht als hij er meer over zei. Tegelijkertijd dacht hij dat het kwaad nu toch al geschied was. Zij hadden vast ook een hacker die zo in de ziekenhuisbestanden kon komen om te zien hoe het er met zijn broeder voor stond.
      ‘Hij is in zijn borst geschoten, zijn long is beschadigd geraakt. Hij is buiten levensgevaar, maar moet nog wel ter observatie blijven.’
      Raine knikte langzaam. Toen trok hij een pakje sigaretten uit zijn broekzak en hield die naar Juice uit.
      ‘Roken in een ziekenhuis?’ vroeg hij met opgetrokken wenkbrauwen.
      De man haalde zijn schouders op. Een zweem van een grijns lag om zijn lippen. ‘Vandaag gaan ze deze lift toch niet meer gebruiken. Tegen die tijd is de stank wel weg.’
      Daar kon Juice niet zoveel tegen in brengen. Hij ging iets rechterop zitten en trok zijn klamme shirt los van zijn rug. Eigenlijk snakte hij naar een peuk. Hij viste een sigaret uit het pakje en stak hem aan.
      Met een zucht liet hij de rook tussen zijn lippen doorglippen. Hij leunde naar achteren tegen de wand van de lift. In tegenstelling tot het moment dat de lift vast kwam te zitten, was Juice nu stiekem blij dat hij niet alleen was.

Reacties (2)

  • FireBrick6

    Ja uhm. Tegen een paniekaanval zeggen dat die niet moet komen, werkt enkel averechts.
    Maar goed dat Raine aardig tegen Juice is (:

    6 maanden geleden
  • AmeranthaGaia

    Zo schattig! Ik ship het nu al!!!

    6 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen