Foto bij H52: Feniks ~ Khana

Terwijl Seth aan het lachen was, voerden de mannen het serpopaard weg. Het wezen maakte zielige geluidjes waar mijn hart van brak en Seth kuchte even om zichzelf te kalmeren. “Goed, je snapt dus waarom je bij mij blijft?” vroeg hij toen met een grijns en ik snoof even. “Mooi zo”, zei hij en klopte even op mijn hoofd, waarna hij opstond en begon weg te wandelen. Hij stopte bij de tentzeilen en hij leek even te zuchten, waarna hij zei: “Jij kunt zeker niet tegen temperatuurverschillen, of wel?” Ik trok een wenkbrauw op en hij begon met een dramatische zucht tussen enkele kisten naast hem wat te zoeken. “Jullie mensen zijn toch zo zwak… En waar is dat deken toch gebleven…”, hoorde ik hem mompelen en ik draaide met mijn ogen.

Opeens klonk er een luide, schrille kreet en kwamen er rookpluimen uit de kist wat verderop, waardoor Seth gealarmeerd keek. “Haal water! De feniks ontwaakt!” schreeuwde hij en meteen begonnen verschillende mannen haastig rond te lopen. De kist vatte echter volledig vuur en voor ik het wist, was er niets meer van over. De hitte was intens en Seth gromde gepijnigd terwijl hij van de kist weg wankelde. In het midden van de asresten van de kist stond een prachtige vogel met vuurkleurige veren. Hij keek Seth boos aan en sprong toen op hem af, maar het leek alsof hij er gewoon langs sprong en hij spreidde zijn vleugels. Al vliegend begon hij de tent in vuur en vlam te zetten en Seth rende zo snel mogelijk naar buiten. Het begon nogal warm te worden en door de rook begon ik te hoesten, voor zover dat ging. Mijn ogen traanden en ik probeerde weg te rollen, maar tot mijn grote frustratie ontdekte ik dat Seth mij aan het pakket onder mij had vastgemaakt. De vlammen kropen steeds dichter naar mij toe, maar ik kreeg me maar niet los.

Toen ik dacht dat ik het niet meer ging halen, voelde ik enkele klauwen rond mijn polsen krabben en opeens was ik vrij. Met een pijnlijk gezicht trok ik de duct tape van mijn mond en zag achter mij de feniks staan. Zijn ogen glinsterden en weerkaatsten de vlammenzee om me heen. Hij floot even en steeg toen op, om dan weg te vliegen. Snel hield ik mijn mouw voor mijn mond en volgde hem, waardoor ik niet veel later uit de brandende tent was. Om mij heen hadden nog andere tenten vuur gevat en ik zag vaag enkele mensen heen en weer lopen met emmers water. De feniks zat op een brandende paal en keek mij onderzoekend aan. “Bedankt om me te helpen… Weet jij waar Nick is? Blond, blauw ogen, wat groter dan mij…”, begon ik op te sommen, maar de feniks onderbrak mij met een kreet en begon te vliegen. Ik besloot hem maar te volgen, in de hoop dat hij mij naar Nick kon brengen.

Onderweg stak de feniks nog allerlei tenten in brand en ik had moeite met de rook. “Khana!” hoorde ik opeens iemand hoestend zeggen en tussen twee tenten door zag ik Nick uit de rook komen. “Nick, wat is er met jou gebeurd?” vroeg ik ontzet toen ik zijn gezicht zag. Hij zat onder de schrammen en sneeën en hij leek wel nat te zijn. Even keek Nick naar zichzelf, maar trok mij toen snel mee. “Wegwezen, de elfen zijn hier en ze leken absoluut niet blij”, zei hij en ik keek hem verbaasd aan. Voor ik echter iets kon zeggen, zag ik door de rook een gedaante razendsnel op ons af komen lopen en ik trok Nick meteen mee op de grond. “Wat…”, begon hij protesterend, maar toen sprong het serpopaard elegant over ons heen, waarna hij verder rende. “Was dat een serpopaard?” vroeg Nick verrast en ik knikte, waarna ik vroeg: “Ja, had je hem niet opgemerkt?” “Nee, Seth heeft weer een of ander poeder in mijn gezicht gegooid waardoor ik mijn krachten nog steeds niet terug heb”, zei hij gefrustreerd en we stonden weer op. Het hele kamp stond in lichte laaien en ik wist niet goed waar we nu heen moesten rennen.

“Hé, kijk daar eens!” zei Nick opeens en ik keek naar de plek die hij aanwees. Wat verderop zag ik tussen de vlammen door een gezette man met een tulband puffend en met kleine pasjes lopen. Het was ergens schattig om te zien, maar die schattigheid verdween al snel toen ik hem herkende. “Is dat niet…”, begon ik en Nick knikte, waarna hij vervolledigde: “… Fatin Husseini, hij moet berecht worden voor de illegale handel in mythische wezens. Zullen we?” Ik knikte en via enkele smalle wegen tussen de vlammen door hadden we hem al snel ingehaald. Hij had ons niets eens door totdat hij bijna tegen ons op botste. “Fatin Husseini, komt u maar met ons mee”, zei Nick in het Arabisch tegen de man. Even leek Fatin Husseini verward, maar hij begon toen wat in het Arabisch te roepen en trok een soort kromzwaard. Toen hij ons wou aanvallen, hoorde ik een vage klik en voor ik het wist, zat er een kleine pijl in zijn pols. Met een schreeuw liet hij zijn kromzwaard vallen en zowel Nick als ik draaiden ons om. “Nee maar, als dat Nick en Khana niet zijn…”, zei een schimmige gedaante in de rookwolk en zodra hij eruit kwam, kon ik het niet laten om hem stomverbaasd aan te kijken. “Aldeon?” vroeg ik verrast en hij tikte met twee vingers tegen zijn hoofd. “Fijn om jullie weer te zien”, zei hij met een geforceerde glimlach en uit de rook kwamen toen nog meer elfen tevoorschijn, maar zij keken een stuk bozer.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen