Ik leg mijn bebloede mes weer op mijn bureau en doe mijn capuchon over mijn hoofd. Ik verberg de sneden in mijn arm weer met mijn mouw en start de muziek meer. De eerste teksten hoor ik van het liedje "It's murder", hoewel het maar iets van vijf verschillende zinnen zijn.
'Taste of blood, it's murder. Was it worth it? This is your fault, you chose this path.'
Ik sla dit liedje over en beluister nu het liedje "The experiment" dat gebaseerd is op de creepypasta van the Russian sleep experiment. Ik kijk naar Figaro wie op mijn bed ligt te slapen. Zijn zwarte vacht gaat regelmatig op en neer met zijn ademhaling en zijn groene oogjes zijn gesloten. Was ik maar een kat. Geen zorgen, geen vervelende familie om je heen, gewoon met jezelf en niet per se afhankelijk van iemand. De deur wordt opengedaan en papa komt naar binnen lopen. Ik kijk hem even aan en ga weer gewoon verder met het lezen van de Griekse tekst.
'Je weet toch dat we dit alleen willen voor je eigen bestwil?' vraagt hij met een vaste stem. Ik antwoord niet. Ik probeer al zo lang ervoor te zorgen dat hij trots is op me, maar hij negeert me gewoon compleet. Waarom zou ik nu op hem reageren?
'Ik weet hoe het is niet begrepen te worden, juist daarom willen we dit.' vervolgt hij en hij komt naast me staan terwijl hij een van mijn oortjes voorzichtig uit mijn oor haalt. Ik doe mijn boek dicht en ontwijk zijn blik.
'We willen alleen maar het beste voor je.'
Ik pak mijn mes en bekijk de zilveren klink. Mijn verse bloed en het opgedroogde bloed maakt het iets roder terwijl ik het aandachtig bekijk. In het deel dat nog schoon is, zie ik mijn weerspiegeling. De reflectie van een ongelukkig meisje. Mijn donkere, golvende haar is onverzorgd en mijn smaragdgroene ogen zijn vol verdriet. Maar toch is ze er nog. Toch geeft ze niet op en blijft ze vechten voor dat wat haar dierbaar is. Dan hoor ik Figaro even miauwen. Zijn ogen zijn groot en mijn hart smelt weg. Ik kijk naar buiten en zie een bos voor me uitstrekken. We leven niet in de stad, maar aan de rand van het bos. De stad is hier zo'n kilometer vandaan. Daar staat Freddy's ook.
'En als je dat nog niet wilt,' voegt papa eraan toe. 'Mag je best wat komen werken bij mijn restaurant. Gewoon schoonmaken en pizza's bezorgen aan de mensen die binnen zitten, dan kan je je angst misschien ook overwinnen.'
Ik wil graag zeggen dat hij dit doet om mij te helpen, maar ik weet dat hij het alleen maar doet voor de familie. Per slot van rekening is er geen enkel teken van liefde of zachtaardigheid in zijn stem te bekennen. Maar ik denk niet dat ik een keus heb. Ik knik en hij glimlacht. Hij loopt mijn kamer uit om mama het nieuws te vertellen, en even ben ik teleurgesteld in mezelf. Maar ach, weet je. Er komen veel kleine kinderen. Misschien kan ik met sommigen wel spelen of een baantje regelen als oppas. Dan kan ik sommige avonden even ontsnappen van deze gevangenis.

Een normale maandagochtend en mijn vader heeft me ziek afgemeld zodat ik kan werken. Ik kijk er echt tegenop, maar gelukkig hoef ik alleen maar schoon te maken. Zodra ik Freddy's binnenstap, krijg ik al meteen die rilling die ik altijd krijg. De animatronics zijn dan wel uitgeschakeld, maar toch voel ik hun aanwezigheid. Ik weet dat het niet mogelijk is, aangezien het maar robots zijn, maar toch. Het voelt, anders. Ook heb ik altijd dat als ik hier ben en ze staan liedjes te zingen voor kinderen, of in Foxy's geval, verhalen te vertellen, dat hun ogen zich meestal op mij richten. Soms blijven ze naar me kijken, andere keren kijken ze me even aan en kijken ze dan weer weg. Ik krijg dan altijd zo'n triest gevoel. Gelukkig kunnen ze dat nu niet doen. Jammer genoeg, ziet ik nu wel opgescheept met Michael en een van zijn oudere vrienden. Ze vinden het echt heel leuk om mij te pesten, maar nu zullen ze het echt goed kunnen.
'Wanneer gaat het eigenlijk open?' vraag ik papa. Het is kwart voor negen, dus wat ik aan het begin van deze alinea zei over een normale maandagochtend, neem ik terug.
'Over een kwartiertje,' antwoordt papa. 'Maar ik moet eerst nog even de animatronics aanzetten. Dus begin maar alvast met poetsen. Wanneer het open gaat wil ik dat je pizza's rondbrengt.'
Geen vijf minuten later staan de robots aan. Ze zingen geen liedjes en staan gewoon rechtop met lichtgevende ogen. Ze zullen pas beginnen met muziek maken om negen uur stipt, maar hun pupillen hebben zich wel op mij gericht. Ik krimp ineen en Michael en zijn vriend Thomas zien het gebeuren.
'Ah,' zegt ie. 'Is de kleine Laura bang?'
Ze lachen me keihard uit en ik gooi mijn bezem naar hun kop.
'Tyf effe een end op!' bijt ik hem toe. Ik pak mijn bezem weer en ga verder met vegen terwijl ik mijn ogen op de animatronics hou. Ze blijven me aankijken, maar dat blijken de andere medewerkers niet door te hebben. Het gordijn van Pirate Cove staat ook open en ook hier is Foxy naar me aan het kijken. Het geeft me zo'n ongemakkelijk gevoel, weet je wel? Al snel horen we de klokkentoren luiden en worden de deuren geopend. Ik loop, in de kleding van de pizzeria, rond om pizza's te brengen. Ook Henry komt binnenlopen, zo'n tien minuten nadat het restaurant is geopend. Hij praat even met papa en merkt dan mij op. Hij zwaait en ik zwaai terug, maar let niet op waar ik mijn voeten zet en struikel over een kind dat aan het rondrennen is en laat de pizza vallen. De kleuter valt ook en begint te huilen.
'Oh, sorry.' verontschuldig ik me terwijl ik de tranen in mijn ogen voel opwellen. 'Niet huilen, ik deed het niet expres.'
De moeder van het meisje komt al snel en helpt haar dochter overeind.
'Je hoeft je excuses niet aan te bieden,' zegt ze met een zachte stem. 'Agnes is gewoon een beetje gespannen, haar broer wilde hier per se naar toe alleen om de een of andere reden wordt ze hier zo nerveus. Het is niet het vallen dat haar liet huilen, hoor.'
Ik glimlach en sta op.
'Het spijt me dat ik je pizza liet vallen,' zeg ik. 'Ik haal wel een nieuwe.'
Agnes is nog steeds aan het huilen, maar door alle vrolijke kinderen kan je het niet horen.
'Ach,' zeg ik tegen haar. 'Het is niet erg, hoor. Ik weet hoe je je voelt. Het is alsof ze naar je kijken, nietwaar?'
Agnes knikt. 'Alleen kijken ze niet naar mij, maar toch geeft het me een stom gevoel.'
'Ja, dat begrijp ik. Hoe heb je deze angst gekregen?'
'Nachtmerries.' mompelt ze. 'En soms zie ik wel eens bloed op hun. Mama ziet het niet en zegt dat ik halluniseer.'
'Hallucineren?' vraag ik. 'Dat herken ik. Maar maak je maar geen zorgen, ik denk dat het maar saus is.'
Ik sta weer op en kijk naar haar moeder.
'Heb je toevallig een oppas nodig?' vraag ik. 'Want als je wilt, kan ik op je kinderen passen 's avonds.'
'Eigenlijk wel, kan je vanavond?'
Ik knik. 'Dan neem ik wel wat huiswerk mee, voor als ze slapen. Mag ik je adres weten?'

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen