De moeder van Agnes heeft met mij afgesproken dat ik vanavond zou komen om op haar en haar broer op te passen. En ik heb een nieuwe pizza voor ze gehaald. Wel ga ik nog steeds door met mijn werk. De animatronics kijken me soms nog steeds aan, maar ik kan geen reden bedenken waarom ze dat zouden doen.
'Hey, Laura!' hoor ik Henry plotseling roepen. 'Hoe gaat het ermee?'
'Oh,' zeg ik. 'Prima hoor, met jou?'
Hij knikt. 'Ook goed. Bedankt.'
Ik wil nog iets zeggen, maar al gauw hoor ik Michael roepen.
'Hey, zusje! Ik heb hier iets wat je even naar gevonden voorwerpen moet brengen!'
Hij loopt op me af met een teddybeer in zijn hand en geeft het aan mij.
'Oké, waar is dat?'
'Parts&Service.'
Ik bevries.
'En waarom kan jij dat dan niet doen?' vraag ik verontwaardigd.
'Duh, ik heb wel een leven.'
'Dat is geen argument!' roep ik nog terug, maar het heeft geen zin. Parts&Service, dus? Te gek, de laatste plek in de pizzeria waar ik naar toe wil. Ik wring me tussen de mensen door en ga naar de ruimte, bewust van de ogen die iedere beweging volgen. Ik open de deur en voel een wind over mijn lichaam gaan. gelukkig zie ik al gauw de doos. Ik ren er naar toe, open hem en leg de beer er in. Maar ik zie meer. Verschillend speelgoed van kinderen. Ik haal ze er allemaal uit om ze te bekijken. Poppen, kleurpotloden onder andere. Ook zie ik een foto. Er zijn zes kinderen op de foto te zien. Ze zijn allemaal rond de zes jaar oud. Je hebt vier jongens en twee meisjes. De oudste lijkt een jongen te zijn met bruine haren en donkere ogen. Hij draagt een bruine trui en een joggingbroek. Een andere jongen heeft zwarte, blauwe haren en draagt een paarsblauwe trui. Ook heb je een meisje met twee blonde staartjes en blauwe ogen met een geel jurkje aan. Dan heb je ook nog een jongen met rode haren en blauwe ogen met een haak in zijn hand en een rood shirt. Als laatste heb je de jongen met blonde haren en bruine ogen en de gele hoodie wie naast een meisje staat met bruine haren en smaragdgroene ogen. Ik herken de achtergrond meteen en voel hoe mijn hart breekt. Dit moet ik brengen bij de politie, misschien kunnen ze er wat mee. Ik sta op en wil net naar de deur lopen, wanneer deze uit zichzelf sluit. Nee, nee, nee. Het slot gaat erop en ik krijg een heuse paniekaanval. Ik voel me langzaam misselijk en duizelig worden en begin helemaal te trillen. Mijn hart begint harder te kloppen en ik zweet van top tot teen. Ik begin te hijgen van angst en ben doodsbang.
'En, zusje?' hoor ik Michael vragen aan de andere kant. 'Hoe gaat het daar?'
'Laat me eruit!' schreeuw ik met veel moeite. 'Alsjeblieft! Ik smeek je!'
'Ha!' lacht hij en ik hoor Thomas ook grinniken. 'Denk je nou echt dat ik dat ga doen? Tot over een uurtje! Haha!'
Ik voel me langzaam niet goed worden. Ik hou mijn kots in en voel me plotseling zo kwetsbaar. Hoe kan hij dat doen? En nog wel hier? Ik krimp langzaam in elkaar op de grond en ga in een hoekje zitten met al mijn lichaamsdelen bij elkaar geduwd. Ik begin te huilen terwijl ik een beetje zwarte vlekken zie. Toch val ik niet flauw. Met mijn bevende handen hou ik de foto voor mijn gezicht en zie ik de zes kinderen weer. Daar zijn ze nog zo gelukkig, zo blij. Wie had ooit gedacht dat dan voor hun alle zes zou veranderen? Ondanks het feit dat ik weg ben bij de diner room, voel ik nog steeds twee ogen op me gericht. In de hoek tegenover me zie ik twee, lichtgevende puntjes naar me kijken. Maar tja, dat krijg ik nu nou eenmaal. Hallucinaties. Werkelijk waar! Ik haat Michael! Na zijn eerste slachtoffer pest hij me zo erg! Dit kan hij me toch niet aandoen? Ik voel hoe mijn hersens alles door elkaar beginnen te halen. Zowel realiteit als verbeelding. Letters en cijfers, mensen en dieren, en verschillende woorden! Ik kan niet meer helder denken en wil gewoon dood. Ik wil dit niet meer. Tranen lopen over mijn wangen en ben nu echt hysterisch aan het worden. Ik verlies de controle over mijn mond en begin wartaal te spreken die toch nog zo bekend klinkt. Maar op dit moment kan ik er niet opkomen.
'Em pleh.'
Ik zeg het zacht. Zachter dan zacht. Is dit een of andere oude taal? Of heb ik de woorden gewoon omgedraaid? Hoe spreek je ook alweer goet Nederlandts? Je ne sais pas. Timeo.
klhadoiajef,adlksutoiwejklajsdfnaujeoicjadkj

Ik weet niet hoelang ik hier al zit, maar gelukkig zijn mijn hersenen weer onder controle. Uiteindelijk raak je het wel gewend, maar nog steeds ben ik aan het flippen. Want wat zou ik anders moeten doen? Ik ben nog steeds kotsmisselijk en de kamer tolt. Ik zit al uren in dezelfde houding en volgens mij is het al bijna middag. De zwarte vlekken zijn er ook nog en de witte puntjes in de duisternis ook. Alleen is degene die naar me kijkt nog het minste probleem. Zouden ze al afvragen waar ik ben?
'Ze gaan me hier nooit uithalen.' zeg ik tegen mezelf terwijl ik nog steeds onregelmatig adem. 'Ze gaan me nooit helpen. Ze houden niet van me. Ik ben waardeloos. Hopeloos. Ik ben niemand.'
Ik kijk naar de twee witte ogen.
'Herken je dat?' vraag ik. 'Het voelt alsof je er alleen voor staat. En ik ben volgens mij aan het sterven van binnenuit. Serieus, als ik hieruit kom, wil ik rennen. Mijn benen weer gebruiken. Het voelt alsof ik in een shock zit, weet je. Ik kan niet meer normaal denken. Ik heb al zoveel meegemaakt, waarom moet dit er ook nog bij? Je ne comprends pas. Ich habe auch gefühle! What's wrong with me? Timeo.'
Ik krijg zowat een hartaanval wanneer de deur met veel kracht wordt opengegooid. Henry komt binnen rennen en de ogen verdwijnen, maar hij heeft ze niet gezien. Hij rent op me af en ik zie zijn lippen bewegen, maar hoor niks. Nog steeds trillend pakt hij me vast en brengt naar de diner room. Mijn lichaam is verlamd. Ik zie dat er alleen nog maar medewerkers zijn en dat het buiten al donker is. Heb ik daar de hele dag gezeten? Papa loopt naar me toe, maar ziet er niet bezorgd of opgelucht uit. Hij kijkt me alleen maar aan. Henry legt me neer op een stoel en legt zijn hand op mijn voorhoofd om mijn temperatuur te checken. Nog steeds hoor ik niets, maar ik zie dat hij iets zegt. Ik kan mijn lichaam nog steeds niet bewegen en het is alsof mijn gehoor weg is, maar gelukkig komt het langzaam terug.
'Laura, gaat het wel?' vraagt hij en ik schud mijn hoofd. Een van de vrouwelijke medewerkers komt naar me toe en ik weet dat ze hier slechts werkt als bijbaantje. Ze is anders namelijk een dokter. Ik hoor haar vertellen dat ik alleen maar in shock ben en dus gewoon moet bijkomen. Maar zo voelt het niet. Zo voelt het helemaal niet.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen