Henry vraagt me of alles goed komt, maar eerlijk gezegd weet ik het zelf niet meer. De duizeligheid trekt wel weg en stuff, maar nog steeds voel ik me niet goed. Ook de zwarte vlekken verdwijnen en ik hoef mijn kots niet langer in te houden. Mijn hartslag wordt weer normaal, net als mijn ademhaling, alleen blijf ik trillen.
'Wil niet meer.' zeg ik terwijl ik mijn ogen dichtknijp en met mijn hoofd schud. 'Wil niet meer. Wil echt niet meer.'
Ben bang. Nog steeds. En ik meen al mijn woorden. Ik wil het niet meer. Ik wil het echt niet meer. Maar ik weet dat het nog eens zal gebeuren.
'Kom, Laura.' zegt papa zonder enige emotie te tonen. 'We moeten naar huis. Het is al vier uur.'
Om zeven uur moet ik al oppassen. Ik kijk naar de animatronics die hoog boven me uit torenen. Freddy Fazbear, Bonnie the Bunny and Chica the Chicken. Ze kijken naar me. Een huivering gaat een rondje over mijn rug en ik piep als een klein kind. Ik hoor Michael en Thomas grinniken en papa zuchten. Ik stel hem teleur. Alweer. Ik sta op met trillende benen en loop met veel moeite naar de deur. Michael en papa volgen me en we gaan naar huis.

Ik bel aan bij Agnes en haar broer Louis en meteen doen ze enthousiast open. Ik heb een rugzak met mijn huiswerk mee en loop naar binnen. Agnes' moeder glimlacht.
'Fijn dat je er bent,' zegt ze. 'Voor een seconde dacht ik dat je niet meer zou komen.'
Haar vader, in tegenstelling tot zijn vrouw, kijkt me onderzoekend aan. Hij vertrouwt me kennelijk niet, maar dat kan ik hem niet kwalijk nemen.
'Laura!' roept Agnes vrolijk. 'Wat zullen we gaan doen?'
Ik geef geen antwoord.
'Hoe laat moeten ze slapen?' vraag ik haar moeder.
'Half acht, dus ik denk niet dat jullie veel kunnen doen.'
Teleurgesteld kijkt de tweeling omlaag en ik grinnik.
'Maak je maar geen zorgen, ik zal jullie een leuk verhaal vertellen.'
Ze glimlachen vrolijk en hun ouders vertrekken. Ik stop ze meteen in bed en ga aan de rand van Agnes' bed zitten om een verhaal te vertellen.
'Wat willen jullie?' vraag ik.
'Zolang het maar spannend is,' antwoordt Louis.
Ik grijns.
'Het was een donkere nacht. De sterren twinkelden hoog in de donkere hemel en de maan verlichtte de plekken. Twee zesjarige kinderen lagen te slapen in hun bed, toen ze ineens iemand hoorden.
"Wie is dat?" vroeg het meisje aan haar tweelingbroer. "Wat is dat?"
Het kwam van het raam. Het klonk als een soort getik. De twee kinderen keken elkaar aan en de angst was in hun ogen te zien. Het jongetje stond op en liep naar het raam om het gordijn open te doen. Toen zagen ze daar iets wat hun een hartaanval bezorgde. Het was een vrouw. Haar ogen waren blauw en ze had witte haren. Ze droeg een witte jurk en had een witte huid. Ze leek haast licht af te geven.
"W-Wie ben jij?" vroeg het meisje angstig.
De vrouw glimlachte.
"Niemand om bang voor te zijn," stelde ze hen gerust. "Ik ben de Vrouwe van de Nacht. En ik vraag jullie enkel om een gunst."
De kinderen keken elkaar aan, overduidelijk verbaasd en ze keken weer naar de vrouw.
"Ik wil dat jullie ervoor zorgen, dat wat er ook gebeurd, jullie nooit met een vreemd persoon meegaan, begrepen?"
"Waarom vertel je dit ons?" vroeg de jongen verbaasd. "We zijn niet dom!"
"Omdat het al eens is gebeurd." antwoordde ze en ze vervaagde zoals ze verschenen was. De kinderen hebben nooit begrepen waarom dit hen verteld werd, maar wat ze wel wisten, was dat als ze het advies niet hadden gebruikt, er nu hoogstwaarschijnlijk iets vreselijks gebeurd was.'

Ik ontwaak en strek mezelf uit. Figaro is gelukkig in zijn mandje gaan liggen, dus heb ik daar geen last van gehad. Wel had ik nachtmerries. Gister rond 9 uur waren Agnes' en Louis' ouders teruggekomen. Na het verhaal waren ze al in slaap gevallen. Nu heb ik volgende maand ook weer een afspraak om op te passen, maar dat is niet de reden voor mijn vreemde dromen. Wat wel de oorzaak zal zijn, is waarschijnlijk het feit dat ik gisteren te lang opgesloten heb gezeten in de Parts&Service. Ik droomde over de animatronics wie 's nachts ontwaken en op mensen jagen die hun restaurant betreden. Alleen, was dit anders. Ze leken niet op robots, maar op mensen. Althans, mensen in robots. Kinderen in robots. Ach, wat zal het ook? Het was maar een droom. Ik sta op en kleed me aan zodat ik daarna naar beneden kan gaan. Papa is weer de krant aan het lezen en Michael kijkt tv. Mama zit naast papa en is aan het ontbijten. Alle drie lijken ze geen enkele aandacht aan me te besteden. Dat vind ik wel fijn. Ik pak een broodje en open WhatsApp. Ik heb een nieuw bericht van Dane, mijn beste vriendin van de middelbare.
"Beterschap, heb het gehoord van mentor. Jammer dat je ziek bent."
'Papa?' vraag ik. 'Heb je me vandaag weer afgemeld?'
Mama knikt zodat papa zijn krant kan verder lezen. 'We vinden dat je minder naar school moet gaan, heeft alleen maar een slechte invloed op je?'
'Net als jullie,' zeg ik binnensmonds en ik app Dane terug dat het alleen maar een griepje is en dat het niks is om zorgen over te maken.
'Maar wat moet ik nu dan gaan doen?!' roep ik woedend.
'Hetzelfde als wij,' antwoordt Michael. 'Papa en ik gaan vanavond iemand overvallen, dus je kan ons helpen.'
Ik zucht. 'Te gek,' zeg ik sarcastisch. 'Mijn o zo lieve familie helpen met stelen van spullen van onschuldige mensen. Kan niet wachten.'

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen