HET VERLEDEN


Een lange tijd had June zitten twijfelen of ze naar Jordy zou gaan of dat ze haar moeder zou vertellen wat er was gebeurd. Uiteindelijk deed ze geen van beiden. Ze was gewoon zo ontsteld, ze scháámde zich gewoon voor haar vriend en zelfs degenen die ze normaal gesproken met alles vertrouwde, durfde ze het niet te vertellen. Haar deed het pijn, en ze twijfelde er niet aan dat het haar moeder ook pijn zou doen. Ze had eindelijk een schoonzoon en ze wist dat haar moeder van hem hield, en dan deed hij zóiets. Ze kon er gewoon niet bij met haar verstand – echt niet.
      Hoewel haar moeder ongetwijfeld doorhad dat er iets mis was, drong ze niet aan en June was er blij om. Ze wilde gewoon onder de dekens kruipen, niet denken aan wat Juan gedaan had en pas morgen nadenken over hoe het nu verder moest.
      Want ze hield van hem – ze hield zielsveel van hem.
      Maar als hij geen berouw toonde over een daad als deze… dan wist ze dat ze niet met hem samen kon zijn.

June werd wakker toen haar telefoon afging. Ze ging rechtop zitten. Haar oogleden voelden dik en ze vermoedde dat ze zichzelf in slaap had gehuild. Haar keel voelde rauw. Ze tastte naar het vibrerende toestel en trok het van haar nachtkastje af. Het was Erik, zag ze tot haar verbazing.
      ‘Hé.’ Haar stem klonk schor toen ze opnam.
      ‘June? June…’ Haar naam klonkend slepend en anders dan hij het normaal gesproken uitsprak, alsof er iets in zijn mond zat. ‘Ik… Ik wilde zeggen dat het me spijt. Ik was wanhopig. Wilde je niet pijn doen… Sorry June.’
      Hij fluisterde, plakte de woorden aan elkaar. Het kostte haar intens veel moeite om hem te kunnen verstaan.
      ‘Zeg me… zeg me alsjeblieft… dat je bij hem weggaat. Hij is niet goed June. Hij is gemeen. Hij heeft… ze hebben…’ Ze hoorde een snik.
      Haar buik wrong zich samen. ‘Het spijt me Erik,’ fluisterde ze. Ook in haar ogen brandden de tranen. ‘Ik kon nog steeds niet geloven dat ze je in elkaar hebben geslagen.’
      Het was even stil. Ze hoorde hem huilen en het brak haar hart.
      ‘Ze – ze deden nog veel erger. Ik – ik kan niet meer June. Sorry. Ik hoop – ik hoop dat je onze strip wil afmaken. Mis me – mis me niet lieve June. Maar ga – ga alsjeblieft bij hem weg. Je verdient zo veel beter.’
      De haartjes op haar armen gingen overeind staan. Dit klonk als een afscheid. ‘Erik? Erik wat bedoel je?’
      Een lange, diepe zucht. Daarna begon hij weer te huilen.
      ‘Het doet zo’n pijn.’
      ‘Wat? Wat doet pijn Erik?’
      ‘Mijn buik. Maar het – het gaat zo over. Het gaat zo over lieve June. Ik wilde – ik wilde gewoon even je stem horen. Ik denk – ik denk dat je de enige vriend bent die ik ooit heb gehad.’
      Een plotse golf van angst dook boven op haar.
      ‘Erik! Waar ben je? Wat is er aan de hand?’
      ‘Dag June,’ zei hij zachtjes. ‘Als er beschermengelen bestaan… dan zal ik de jouwe worden.’
      ‘Erik?’ Stilte. ‘Erik!!’
      Hij had opgehangen.
      June sprong op van haar bed. Niet huilen, niet huilen, bleef ze tegen zichzelf zeggen. Ze was bang dat Erik een einde aan zijn leven probeerde te maken en waarschijnlijk was ze de enige die hem kon redden. Ze mocht niet in paniek raken, ze zou het zichzelf nooit vergeven als hij straks echt dood was en haar emotionele toestand daar de reden voor was.
      Maar wat moest ze doen? Hoe kon ze hem vinden? Waar zou iemand naartoe gaan als hij er een einde aan wilde maken? Waarschijnlijk een plek waar niemand hem zou kunnen vinden.
      Haar ademhaling ging zo vlug dat ze duizelig werd. Ze moest hem vinden, maar hoe… hóé. De telefoon was het enige aanknopingspunt dat ze had. Als ze de politie belde, konden die dan uitvogelen waar het telefoontje vandaan was gekomen? Maar daar zou waarschijnlijk zo veel tijd overheen gaan, ze durfde niet alles daarop in te zetten.
      Mateo, dacht ze toen. Ze wist dat hij een reputatie als hacker had, dat hij toen hij op school zat dikwijls zijn cijfer had veranderd. Natuurlijk konden dat verzinsels zijn, zoals zoveel dingen die over hem gezegd werden. Toch dacht ze dat het de beste gok was en ze belde Juan.
      ‘June?’ Juans stem klonk gespannen.
      ‘Mateo – is Mateo er?’
      Hij was even stil. ‘Wat is er? Ben je in orde lieverd?’
      Nee, ze was niet in orde. Haar lippen begonnen te beven en voor ze het wist was ze weer aan het huilen. ‘Geef me alsjeblieft Mateo, Juan.’
      ‘Oké.’
      Zijn stem klonk afgemeten, maar dat was wel het laatste wat haar op het moment iets kon schelen.
      ‘Hé. Alles oké meis?’
      Voor het eerst in haar leven kalmeerde Mateo’s stem haar. Hoewel Juan makelijk in de stress schoot en in paniek raakte, leek Mateo onwrikbaar. Precies wat ze op dit moment nodig had.
      ‘Kun je een telefoongesprek traceren? Ik – ik denk dat een vriend van me zelfmoord aan het plegen is. Ik – ik weet niet wat ik moet doen.’ Panisch veegde ze langs haar ogen. Ze trilde over haar hele lijf.
      Hij was even stil. ‘Ja, dat kan ik wel. Wat is zijn nummer?’
      ‘Ik weet het niet uit mijn hoofd,’ fluisterde ze. ‘Ik – ik sms het naar je.’
      ‘Goed zo, meis. Ik heb hem zo gevonden. Ik stuur Juan om je op te halen terwijl ik uitzoek waar hij is.’
      June snifte zachtjes. ‘Dank je.’
      Na het telefoontje liep ze naar de badkamer to en waste haar gezicht, hopend dat de frisse kou haar zou helpen om scherp te blijven. Later was er nog genoeg tijd om te huilen, nu moest ze haar hoofd erbij houden.
      Ze liep zachtjes naar beneden en doorkruiste de stille woonkamer. Haar moeder sliep.
      Buiten bleef ze aan de weg staan. Ze keek uit naar Juans motor en was dan ook een beetje verdwaasd dat er opeens een auto voor haar stopte. Het raampje werd naar beneden geschoven.
      ‘Nou, stap in dan,’ klonk het kortaf.
      Verdwaasd staarde June Emilio aan. Wat deed hij hier? Toch liep ze vlug om de auto heen en ging op de bijrijdersstoel zitten. Voor ze de gordel kon vastmaken, scheurde hij alweer weg.
      ‘Waar is Juan?’ vroeg ze stilletjes.
      ‘Die heeft een paniekaanval.’
      Emilio keek haar niet aan. Zijn gezicht was star, alsof hij boos was dat iemand zijn avond verpestte door zelfmoord te willen plegen. Ze dacht aan Juan. Hij gaf zichzelf vast de schuld van Eriks wanhopige daad. Hoewel ze nog steeds kwaad op hem was – nu misschien nog wel meer dan tevoren – vond ze de gedachte dat hij dacht dat iemand dood wilde om wat hij gedaan had, ondragelijk. Hij was hooguit de druppel geweest. June was zelf ook in elkaar geslagen, maar dat was geen reden om er een einde aan te willen maken. Hoewel ze had gedacht dat Erik en zij een goede band met elkaar hadden, zag ze nu in dat hij haar nooit had laten weten wat er écht in hem omging. Want bij zo’n drastische actie, moest er heel veel pijn aan vooraf zijn gegaan.
      Ze staarde naar buiten. Iedere seconde die voorbijgleed voelde als een verspilde. Beelden plaagden haar. Van Eriks bloedende polsen, zijn sparteldende lijf aan een een touw, zijn verbrijzelde lichaam onder een viaduct. Ze kon het niet tegenhouden; ze begon weer te snikken.
      Heel lichtjes voelde ze een hand vlak boven haar knie, die na een korte aarzeling een kneepje gaf. ‘Hé, we vinden hem wel. Het komt wel goed.’
      Zelfs Emilio’s stem klonk geëmotioneerd – iets wat ze nog nooit had gehoord. Nog nooit had ze hem een poging zien doen om iemand te troosten. Het stelde haar niet echt gemak, het voelde geforceerd, al waardeerde ze het gebaar. Het moest voor hem een flinke drempel zijn.
      Ze spraken niet tegen elkaar terwijl ze naar Juans huis reden. Zijn hand verplaatste zich naar de versnellingspook en gek genoeg wenste June dat hij zijn hand daarna weer teruglegde – wat hij niet deed. Ze had gewoon een vreselijke behoefte aan een troostende omarming, een troostend gebaar. Zelfs als dat van Emilio kwam.

‘Hij is thuis,’ zei Mateo zodra ze binnen was gestapt. Zijn ogen waren onrustig, het was alsof hij het zich persoonlijk aantrok. Het verraste haar dat behalve Emilio ook hij geraakt was. Had ze de jongens dan al die tijd zo anders ingeschat?
      ‘Thuis?’ herhaalde ze verdwaasd. ‘Iemand die zelfmoord pleegt… die doet dat toch niet thuis?’
      ‘Vaak wel. Als een soort… gerustelling,’ zei Mateo. ‘Ik heb de ambulance al gebeld.’
      ‘Kunnen we – kunnen we erheen?’
      Mateo knikte. Langs haar heen keek hij Emilio aan.
      ‘Ik blijf bij Juan,’ zei deze.
      June voelde zich schuldig omdat ze nog niet eens de woonkamer in was gelopen, maar het was Erik die in levensgevaar was en niet Juan. Bovendien was ze bang dat zijn paniek die van haar zou aanwakkeren en op het moment was ze liever bij iemand die rust uitstraalde.
      Maeo gaf haar een klein duwtje tegen haar schouder, alsof hij ook wilde belette dat ze naar Juan ging. Vlug verliet ze het halletje en liep naar de auto toe.
      ‘Wat zei hij precies?’ vroeg Mateo zodra hij achter het stuur zat.
      ‘Ik kon hem slecht verstaan.’ Ze probeerde zich zijn woorden te herinneren. ‘Hij zei dat hij niet meer kon… dat ik hem niet moest gaan missen. Dat hij hoopte dat hij een beschermengel zou worden… mijn beschermengel.’
      Tranen gleden weer langs haar wangen.
      ‘Hoe klonk hij?’
      Mateo’s vragen klonken doelbewust, ze zorgden ervoor dat het verdriet en de angst haar niet meesleurden.
      ‘Klonk hij berustend? Was hij in paniek?’
      ‘Hij – ik denk dat hij dronken was. Hij zei – hij zei dat hij erge buikpijn had.’
      Mateo streek langs zijn stoppelige kin en keek haar vluchtig aan. ‘Ik denk dat hij een overdosis heeft genomen met flink wat drank. Da’s positief meis. Ik denk dat je er snel bij was, ze zullen z’n maag leegpompen.’
      Die hoop nam toe toen ze bij Eriks huis aankwamen en de ambulance daar al zagen staan. Ze stapten uit en bleven vlak naast de ziekenwagen staan. Mateo sloeg een arm om haar heen en drukte haar dicht tegen zich aan.
      June trilde over haar hele lijf. Ze leunde tegen hem aan, bang dat ze anders door haar benen zou zakken. De deur stond op een kier, maar ze wist niet wat ze beter kon doen, naar binnen gaan of hier blijven. Aangezien ze toch al amper in staat was om zich te verroeren, deed ze het laatste.
      Na wat een eeuwigheid leek, ging de deur open. Ambulancebroeders stapten naar buiten, Erik lag op een brancard.
            z‘Hij is niet afgedekt,’ fluisterde Mateo. ‘Hij leeft nog.’ Hij kuste haar slaap.
      Het zien van zijn doodsbleke gezicht was afgrijselijk. Zijn ogen waren gesloten, ze zag zijn borst niet op en neer gaan. Eigenlijk was ze er helemaal niet zo van overtuigd dat hij nog leefde.
      En toen kwam zijn moeder naar buiten. Helemaal in tranen. Het was alsof ze June niet eens zag, ze liep straal langs haar heen en ging in de ambulance zitten.
      June huiverde, ze had het koud.
      Toen de ambulancedeuren sloten en het voertuig met gillende sirenes in beweging kwam, kromp ze in elkaar. Wat als dit de laatste keer was dat ze hem had gezien? Wat als ze morgen te horen kreeg dat hij dood was?
      Ze begon weer te huilen. Mateo draaide zich naar haar toe en trok haar in zijn armen. Ze greep hem stevig vast, drukte haar gezicht tegen zijn harde borst.
      Hoeveel ze ook op elkaar leken, hij voelde anders, hij rook anders.
      ‘Juan,’ fluisterde ze. ‘Ik – ik wil naar Juan.’
      ‘Natuurlijk lieverd.’ Hij tilde haar kin op en keek haar aan. ‘Ik breng je naar Juan en ik zal zorgen dat iemand ons op de hoogte houdt over Erik.’
      June vroeg niet hoe. Ze twijfelde er niet aan dat hij zo zijn manieren had – zoals hij die voor alles had.

Zodra ze de kamer binnenkwam, keek Juan op. Hij zat op de bank, ineengedoken. Zijn ogen waren rood, zijn wangen betraand. Emilio zat naast hem, maar aan zijn blik zag ze dat hij ook niet wist wat hij met zijn vriend aanmoest.
      Voor ze naar hem toe kon lopen, gleden Mateo’s vingers om haar pols en hield hij haar staande. Zijn bruine ogen hielden haar blik vast.
      ‘Als je naar hem toe gaat, moet je bij hem blijven.’ Hoewel zijn stem zacht was, was zijn toon niet minder dwingend. ‘Wat hij ook zegt. Hoe boos je ook wordt. Als je hem nu gaat kalmeren en straks toch weggaat, maak je alles nog veel erger.’
      ‘Ik blijf bij hem,’ zei ze zacht. Hem zo zien, zorgde ervoor dat haar boosheid naar de achtergrond werd gedwongen.
      ‘Beloof het me, June. Hij zit erdoorheen, hij weet straks niet meer wat hij zegt en hij gaat je iets opbiechten wat hij eerder vandaag nog voor zich had willen houden omdat hij bang is je voorgoed kwijt te raken. Als je van hem houdt zoals ik denk dat je van hem houdt, dan moet je naar hem toe gaan en bij hem blijven. Zo niet – ga dan naar huis toe en geef hem niet de hoop dat je onvoorwaardelijk van hem houdt. Dan komt de klap nog tien keer harder aan.’
      June keek opzij.
      Er straalde zoveel wanhoop van hem af dat ze bang was dat ze dit beeld haar leven lang zou zien als ze hem nu de rug toekeerde. Wat kon hij gedaan hebben waardoor niet alleen hij dacht dat ze het zou uitmaken, maar zelfs zijn broer? Het kon niet alleen om die afranseling gaan.
      ‘Heeft hij Erik vanavond nog gezien?’ vroeg ze indringend.
      Mateo keek niet weg. ‘Ja.’
      ‘Heeft hij door jullie…’
      Ze slikte, het antwoord lag voor de hand. Ze begreep nu ook waarom zelfs Emilio zo van slag was, waarom Mateo zo behulpzaam was. Ze voelden zich schuldig.
      ‘Juan heeft niets gedaan,’ zei Mateo. ‘Hij wilde naar huis.’
      June wist niet of ze hem geloofde. Het verbaasde haar niks als hij zijn broertje gewoon vrij probeerde te pleiten.
      ‘Wat – wat hebben jullie hem aangedaan?’
      June voelde zich koud tot op het bot. Ze was misselijk, ze kon niet eens bedénken wat ze hem aan hadden gedaan.
      Mateo keek opzij naar Juan, die paniekerig zijn hoofd schudde. Toen legde hij een hand op haar zij en duwde haar zachtjes naar het halletje toe.
      ‘Juan vond een schrift,’ begon hij toen hij de tussendeur dicht had gedaan. ‘Van Erik. Het ligt hierbinnen, hij heeft mij stukken laten lezen. Mijn porno is er nog braaf bij. Het ging over jou, June. Over Erik en jou. Het waren hele gedetailleerde seksscènes. Waar je hem pijpte, waar hij je anaal nam, waar hij je vastbond.’
      Ze kromp in elkaar toen hij het opsomde. Steken trokken door haar buik. Nee – nee dit kon toch niet? Dit sloeg nergens op, dit kon Erik niet zijn!
      ‘Hij schreef ook over Juan. Dat hij je obsessieve vriendje was. Dat hij je sloeg. Dat hij je dreigde om te brengen als je hem zou verlaten.’
      June sloeg een hand voor haar mond. Ze kon het niet bevatten. Plotseling begreep ze de woede die door Juan heen moest zijn gegaan. En toch – toch kon ze het niet geloven. Het paste zo totaal níét bij Erik…
      ‘Toen jij vanavond vertelde dat hij gay was, geloofde geen van ons dat. Waarom zouden we ook? We hadden zijn fantasieën over jou gelezen. Hij had z’n afstand van jou moeten houden, in plaats daarvan kwam hij met zo’n domme smoes aan. Blijkbaar had hij de boodschap niet begrepen. Dus we haalden hem op, bij z’n huis. Hij kwam vrijwillig in de auto zitten. We brachten hem naar een afgelegen plek, daar zei Emilio dat hij voor hem neer moest knielen en moest bewijzen dat hij gay was door hem te pijpen. Dat deed ie. We dwongen hem niet, dreigden ook niet. Vroegen alleen of hij het wilde bewijzen en we waren allemaal overdonderd toen hij dat werkelijk deed. E vond het lekker,’ ging hij schouderophalend verder. ‘Blijkbaar had hij ervaring, dus ik droeg hem op om mij ook te pijpen.’
      June stapte van hem weg. Ze had het gevoel dat ze moest overgeven. ‘En – en Juan?’ perste ze eruit.
      ‘Die wil alleen jouw lippen voelen,’ zei hij met een scheve grijns.
      Een golf hitte trok door haar heen, ze moest bijna écht overgeven. Hoe kón hij nog een luchtige opmerkinge maken na wat hij had gedaan!
      Opeens kon ze niet langer met hem in één ruimte zijn. Ze schoot langs hem heen naar de voordeur en vluchtte het huis uit. Net toen ze de voortuin uit was, kwam er een golf braaksel omhoog en gaf ze over. Snikkend veegde ze met de rug van haar hand langs haar mond.
      Wat was er mis met die gasten? Met hen allemáál? Waren alle jongens zo geschift? Zo oversekst, zo… walgelijk?!
      Ze sloeg haar armen om zich heen, beeldde zich in dat het die van Juan waren en probeerde te bepalen of ze dat fijn zou vinden of niet.
      Ze wist het niet.
      Ze wist echt niet meer wat ze moest voelen.

Reacties (2)

  • VampireMouse

    Omg.. Wat een zooitje.
    Arme june. Mag k dr haar vasthouden en dr troosten:(

    1 jaar geleden
  • AmeranthaGaia

    Ik snap het echt als ze boos is op Juan. Hij heeft het Erik niet bij zichzelf laten doen, maar als hij echt wilde, had hij Mateo en Emilio wel tegen kunnen houden.

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen