Foto bij 4 Afscheid nemen bestaat niet

Wanneer de zon weer ontwaakt, staat Louis met haar op. Het felle licht schijnt in zijn licht blauwe ogen waardoor zijn pupillen onmiddellijk verkleinen en hij rond zich heen kijkt. Harry is er al…? De man zit op de rand van het stuk grond en ziet hoe de natuur langzaamaan wakker wordt. De dauw op het gras en Louis’ lichaam komt niet van kleine kaboutertjes, maar is een logisch natuurverschijnsel.
“Ben je al lang wakker?”, Louis stem is schor en pijnlijk waardoor hij even fronst en om zich heen kijkt.
“Net, ik hoorde vogeltjes fluiten. Dat is echt de mooiste wekker die ik ooit gehad heb.” Louis fronst opnieuw. Bedoelt hij echt het geluid of tellen personen ook als wekkers? In ieder geval lijkt de grote man echt gefascineerd. Wanneer hij zo kijkt, kan Louis zijn leeftijd zelfs slecht inschatten. Is hij begin twintig of eind twintig? Hij lijkt jong, maar ook heel volwassen. “Heb je hier lang buiten gelegen?” Louis haalt zijn schouders luchtig op, dat is toch een voldongen feit.
“Geen idee. Het was snikheet in die tent, ik kon niet slapen.” Harry humt en staat op om zijn rugzak, die iets verderop ligt, te nemen en er een zak brood met een fles water uit te halen.
“Ik trakteer je wel op brood; je moet stijf zijn van zo lang tegen een harde rots te zitten.” Harry heeft gelijk, Louis’ vermoeide spieren schreeuwen wanneer hij deze wil uitrekken.
“Dankje”, met twee handen neemt hij een snede roggenbrood aan en begint hij langzaam te kauwen. Louis maag lijkt enorm blij te zijn met het eten waardoor Louis snel tevreden om een extra boterham vraagt. Harry geeft hem er meteen vier en propt zelf ook gulzig zijn mond vol.
“Ik wist niet dat brood zo lekker kon zijn”, de man met de groene ogen geeft Louis een tevreden blik. Die lacht om die opmerking en eet zelf ook verder.
“Wat is je lievelingseten normaal?” Harry lijkt serieus te twijfelen bij die vraag en haalt uiteindelijk achteloos zijn schouders omhoog.
“Ik eet heel veel, behalve brood.” En toch had de man een zak brood mee op zijn tocht. Louis negeert die gedachte en geniet nog even van het opkomende zonnetje en het lekkere eten. “Ik heb geen zin om weer naar beneden te gaan…”, het komt heel abrupt uit de mond van de krullenbol.
“Omdat je geen zin hebt in bepaalde dingen of gewoon omdat het hier zo mooi is?” Louis houdt van zijn leven, maar op deze plek in de bergen is het gewoon te mooi om ervan weg te gaan. Ze zullen toch moeten.
“Beide.” Ze zijn beiden nieuwsgierig naar elkaars werk, maar reppen er geen woord over. Louis vindt het fijn om te kunnen speculeren over het mogelijke beroep van deze man, Harry vindt het daarentegen eerder frustrerend.
“Ben je een verpleger?”, het klinkt erg abrupt uit Louis’ mond. Harry begint te lachen en schudt al snel zijn donkerbruine krullen.
“Nee?! Je zit echt niet in de buurt…” Harry vindt het echt grappig en het duurt dan ook even voordat hij gestopt is met lachen.
“Lach me niet uit, het was maar een domme vraag.” Met de nadruk op dom, lijkt Harry te denken. Louis schudt zijn hoofd en eet traag verder van hun ontbijt.
“Ik durf bij jou niet eens een gok te doen…” Harry werpt een stiekeme blik op Louis, die nu ook naar beneden kijkt en de twijfel ziet. “Je bent zo… ontspannen en toch ook gedisciplineerd. En aardig, gok ik.” Louis begint traag te glimlachen en staat dan op om wat drinken te nemen.
“Dankjewel voor de observatie”, dat doet Harry weer lachen. “Je mag altijd de tent helpen opruimen sinds jij er langer ingelegen hebt dan ik.” Het lange lichaam van de man ontvouwt zich langzaam totdat ze beiden recht staan en zich om het stuk doek bekommeren. Hun handen raken elkaar regelmatig terwijl ze het samenvouwen totdat het terug in Louis’ rugzak past.
“Zullen we vertrekken dan?” De plaats waar de twee mannen staan is terug leeg en natuurachtig. Louis knikt en laat Harry voorgaan om aan de afdaling te beginnen.
Louis heeft al eventjes spijt dat zijn compagnon zo’n gezellige kerel is. Nu staan ze beneden aan de voet van de berg, op de parking waar twee auto’s staan. Een dure, snelle auto en een kleinere economische auto. Ze moeten afscheid nemen. Harry neemt het initiatief en verbreekt de stilte dan toch maar.
“Wil je nog contact houden met me? Anders is het nu het moment om gegevens uit te wisselen.” De knappe man glimlacht naar Louis die er een beetje onwetend bijstaat. Het lijkt ongemakkelijk, maar ze kunnen van elkaar niet inschatten of ze dat ook werkelijk zijn.
“Euhm…ja? Wat verkies jij? Telefoonnummer, e-mail…? Ik heb niet veel sociale media.”
“Ik zal je mijn nummer geven en dan stuur je me maar een sms’je, goed?” Louis kijkt voor een van de laatste keren naar de groene ogen en knikt dan. Harry’s autokeuze heeft hem verbaasd, maar langs de andere kant is het als een extra puzzelstukje dat hij nodig had om de man in te schatten. Hij moet zeggen dat hij een beetje teleurgesteld is. Harry is echt wel een rijkere kerel en hij toont dat door zulke auto’s en dure horloges.
“Is prima”, het klinkt droog. Louis hoest een keer en kijkt toe hoe Harry zonder enige twijfel zijn gsm-nummer op de handpalm van Louis krabbelt. De man heeft warme handen, Louis krijgt er koude rillingen van doordat zijn lichaam het iets minder warm heeft. “Dankjewel, dan…” Nu voelt hij zich wel ongemakkelijk en dat is een zekerheid. Harry glimlacht en geeft Louis een bemoedigend schouderklopje waarna hij zijn autosleutels uit zijn rugzak tovert.
“Ik hoor dan nog van je…?” Louis maakt ook aanstalten om naar zijn auto te gaan en opent deze om eindelijk die zware rugzak te kunnen dumpen.
“Ja, is goed.” Ze glimlachen beiden afwezig en rijden weg.

Horen ze nog van elkaar of laat Louis het zoals het is?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen