Foto bij 5 De boom in

Het is zaterdag. We vinden Louis elke zaterdag op dezelfde plaats terug: het Saint-George weeshuis in Doncaster. Met een bezem in zijn hand veegt hij allerlei kleurrijke slingers naar eenzelfde hoek. Buiten weerklinkt het geroep van enkele kinderen. Louis is alleen in de kamer en neuriet zachtjes mee met de radio. Ook Harry bevindt zich in Doncaster. Samen met enkele zakenpartners is hij aangekomen bij en potentieel pand dat kan dienen voor de uitbreiding van Harry’s product. De man brandt van nieuwsgierigheid; hij wil enorm graag een uitbreiding om nog betere service te kunnen leveren. Vol enthousiasme klopt hij dan ook aan bij het grote pand. Zijn partners lachen wat totdat er een tamelijk jonge vrouw opendoet en hen twijfelend begroet. Harry glimlacht beleefd en dringt aan dat hij wel degelijk aan het juiste adres is. De deur wordt gesloten. Het duurt even voordat de zware houten deur weer opengaat en er een oudere vrouw tevoorschijn komt.
“Judy, sorry voor de ontvangst. Niet iedereen is op de hoogte van jullie bezoek.” Ze laat de vier mannen binnen in de grote, lichte hal en sluit de deur stevig. “Ik zal jullie een korte rondleiding doorheen het gebouw geven.” De mannen beamen dat en zijn verbaasd dat het pand werkelijk zo groot en licht is. Harry heeft er onmiddellijk een goed gevoel bij en dat gevoel blijft wanneer hij enkele kamers gezien heeft.
“Dit is nu de knutselkamer, het heeft misschien een gekke vorm, maar is een erg leuke ruimte.” De vrouw laat de mannen binnen waardoor er meteen een oorverdovend lawaai in de lege ruimte is. De aanwezige Louis schrikt niet van de opengaande deur, maar wel van een bekend gezicht in een voor hem bekend gebouw. Hij doet zelfs de moeite niet om de bezem op te rapen terwijl drie mannen de kamer kort lijken te inspecteren en er eentje blijft staan.
“Louis, ik ben deze heren een rondleiding aan het geven.” Judy glimlacht naar de lieve jongen die niet terug glimlacht.
“Waarom doe je dat zelfs?” Hij vertrouwt het helemaal niet. Dit is geen inspectie van de staat, neen, dit zijn vier mannen in dure pakken met een interesse voor zijn geliefde gebouw. Dit zijn zakenmannen, en Harry is er ook eentje. Toch geen humaan beroep, hij moet echt wel gefortuneerd zijn.
“Ik zal het je dadelijk uitleggen, als ik klaar ben.” De glimlach op haar lippen is geforceerd terwijl Harry’s voeten zich losgemaakt hebben van de vloer en nu ook de ruimte inspecteren. Louis gaat recht tegenover haar staan.
“Je legt het me nu uit of ik sluit deze vier mannen hier op totdat ik een antwoord heb.” Het klinkt dreigend, maar Louis’ voorgevoel is dan ook allesbehalve goed. Voor hem kan dit nooit iets goeds zijn.
“Louis…” Ze zucht en trekt hem naar buiten. “Een momentje alsjeblieft”, de mannen lijken zich er niet aan te storen en beginnen te overleggen.
“Maak me niets wijs, dat zijn zakenmannen.” Judy zucht en wrijft kort doorheen haar grijze haren.
“Klopt, ik leid ze rond. Dit blijft geen weeshuis Louis, de stad wil een nieuw weeshuis iets verderop voor iedereen. Dus geen verschillende kleine instanties meer. Ik doe gewoon mijn job…” Louis lijkt bijna om te vallen…en dan te ontploffen.
“Wat?!” Het is absoluut erg hard om een fluistering te zijn. “Ze gaan dit verkopen?! Dat ‘nieuw’ weeshuis is absoluut veel kleiner dan de verschillende instanties nu! Ze kunnen hen nooit kwijt. Dit kan echt niet…” Hij begint te lachen, nep en heel erg pijnlijk. Judy weet niet wat ze met deze gepassioneerde man moet aanvangen.
“Ik kan er niets aan doen Louis, ik zet de rondleiding wel verder.” Hij schudt resoluut zijn hoofd en geeft haar een blik.
“Dat doe ik zelf wel, als het toch moet.” In ieder geval kan hij hen de realiteit onder ogen doen brengen en een beetje polsen naar Harry’s intenties. Zonder een reactie af te wachten, doet hij de deur terug open en glimlacht hij te lief naar de zakenmannen, de mogelijke kopers, nu nog. “Ik ben Louis, ik zal jullie verder rondleiden.” Harry fronst duidelijk even, maar zet terug een neutrale blik op als zijn blik die van Louis kruist. Het mooie beeld dat ze van elkaar hadden lijkt geschonden te zijn door de plaatsen en omstandigheden waarin ze elkaar deze keer treffen. “Dit is hier de eetzaal. Negeer de vochtplekken, het is een belachelijk grote ruimte.” Louis glimlacht wrang en blijft niet te lang staan om ze mee naar boven te nemen. Ze wandelen voorbij de verschillende kinderkamers. Elke stap doet pijn in Louis’ hart. Hoe kunnen ze hier iets anders van maken? Hoe kunnen ze er nu op gekomen zijn dit gebouw weg te doen? Hij slikt kort en stopt aan een groot raam dat uitkijkt op de tuin. Daar zijn allerlei kinderen aan het spelen, ver weg van het bezoek.
“Dit is een weeshuis nu, niet?” Een van Harry’s vrienden komt naast hem staan. Louis knikt en tuurt nog steeds naar buiten.
“Gelukkig wel ja.” De man negeert die opmerking en gaat terug naar zijn vrienden.
“Ik denk dat we het gezien hebben.” Er klinkt gehum achter de rug van Louis. Deze draait zich om en loopt weer verder.
“Dan zal ik jullie eruit laten.” Halverwege de trap houdt een hese stem Louis tegen. Een stem die hem kriebels geeft.
“Ik moet nog naar het toilet, gaan jullie al maar verder. Ik zie jullie op het kantoor.” Ze knikken en wandelen grijnzend de oude houten deur buiten, zonder ook maar aan de kinderen te denken. “Waar is het toilet?” Harry’s groene ogen bestuderen Louis. Waarom is hij hier en waarom verzet hij zich zo tegen dit bezoek?
“We hebben geen toilet.” Louis glimlacht alsof hij het meent en wil verder gaan.
“Louis”, en hij stopt. Het kost hem even moeite door alle emoties om zich toch om te draaien. “Ik weet niet waarom jij hier bent of wat er aan de hand is. Wil je het me uitleggen?”
“Als je niet ziet dat hier nu nog tientallen kinderen zijn, ben je serieus blind, Harry.” Hij glimlacht wrang en loopt verder om naar buiten te gaan. Naar de tuin met de vele spelende kinderen. Een mulatkleurige jongen vliegt hem meteen rond zijn benen.
“Marlin…” Hij geeft zijn vriend een aai over zijn bol en hurkt neer.
“We mochten met het speelgoed buiten spelen!” Zijn jonge stem krast enthousiast waardoor Louis kort glimlacht.
“Leuk hé?” Even is het stil.
“Ging je al weg?” Opnieuw is het stil. Louis knikt en probeert te blijven glimlachen.
“Ik kom volgende week weer terug, hoor. Misschien zelfs eerder. We zien wel.” De jongen slaat zijn armpjes rond Louis heen. Louis geniet van de knuffel waarna ze elkaar loslaten. Wanneer hij overeind komt, overvalt de hese stem hem weer. Net zoals Harry’s aanwezigheid hem in de bergen overviel.
“Ik moet nog steeds naar het wc.”
“Gebruik maar een boom.”

(cool)

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen