Foto bij Scar 100

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ik knik, opgeluchter dan ik toe zou willen geven, en doe twee dekseltjes op de koffiebekertjes, waarna ik er één aan haar geef.
'Kom,' zeg ik. 'Dan gaan we.'

Terwijl ik de politiewagen start en de weg op rijd om onze patrouille te beginnen, rekt Paige zich in de passagiersstoel even uit. Haar gezicht betrekt, alsof ze pijn heeft. Direct worden mijn handen klam rond het stuur.
'Paige, liefje, gaat het?' vraag ik bezorgd.
Ze knikt. 'Gewoon spierpijn.'
De afgelopen week is Paige haast elke dag even naar de sportschool gegaan. Ze begon langzaamaan, maar heeft haar trainingsschema elke keer een beetje verzwaard en zit nu haast weer op hetzelfde niveau als voordat ze ziek werd. Aangezien ze twee weken geleden nog doodziek was, ben ik de hele tijd al vrij sceptisch.
'Ik zei toch dat je misschien te snel ging,' zeur ik, alsof we een oud getrouwd stel zijn.
Ze glimlacht een beetje om mijn bezorgdheid, of misschien omdat ik als een zeurende opa klink.
'Je bent gewoon jaloers omdat ik over een tijdje gewoon meer push-ups kan doen dan jij,' plaagt ze me.
Ik ga erin mee en trek één mondhoek op.
'Dan heb je me duidelijk nog nooit push-ups zien doen. Ik weet ook niet honderd procent zeker of je dat wel aankunt. Zodra je ziet wat deze spieren kunnen... hmmm,' grap ik terwijl ik mijn rechterarm van het stuur haal en mijn biceps aanspan.
Ze begint te lachen en schut haar hoofd, waarna ze even op mijn arm klopt.
'Nou, Popeye, ga dan misschien een keer samen met mij naar de sportschool en verras me.'
Lichtelijk beledigd kijk ik haar aan.
'Ik train vaak genoeg,' mopper ik terwijl ik rem voor een stoplicht.
Aan de manier waarop de auto links van ons abrupt remt, zie ik dat hij waarschijnlijk van plan was om door het rood te rijden en pas op het laatste moment de politiewagen zag. Een van de redenen dat ik politieagent ben geworden is gewoon om te kijken hoe zenuwachtig mensen worden als ze me zien. Ik ben nooit teleurgesteld.
'De laatste tijd niet zo veel, of wel soms?' zegt ze uitdagend.
Het licht springt op groen en ik begin weer te rijden.
'Moet ik je er soms aan helpen herinneren dat ik al heel vaak bewezen heb dat ik je moeiteloos op kan tillen?'
'Oh, kom op! Moet ik je er soms aan helpen herinneren dat ik echt superklein ben?'
Ik kijk naar haar opzij, net op tijd om in haar blik te zien hoe ze haar fout realiseert.
'Oh, dus je geeft toe dat je klein bent?' zeg ik, me maar al te goed herinnerend hoe ze altijd begon te klagen als ik dat zei.
Ze zegt een paar geluidloze scheldwoorden en ik grijns.
'Oké, misschien zit ik wel een beetje onder het gemiddelde,' pruilt ze.
Ik glimlach.
'En ik vind dat je bloedmooi bent, Muisje,' druk ik haar op het hart.
'Dank je,' zegt ze terwijl ze haar koffie uit de bekerhouder haalt. Ze neemt een slok en mompelt met de beker nog altijd tegen haar mond: 'En misschien heb ik je toen we nog geen relatie hebben wel eens zien trainen in de sportschool van het politiebureau en kan ik niet ontkennen dat je er inderdaad goed uitziet als je push-ups doet.'
Ik kan niet anders dan trots grijnzen.
Mijn vriendin vindt dat ik er goed uitzie als ik push-ups doe.
'Dus ik maak hieruit op dat je al een oogje op me had voordat we naar Parijs gingen?' plaag ik haar.
Ze rolt met haar ogen.
'Je wéét dat ik al een oogje op je had voordat we naar Parijs gingen. Ik dacht alleen niet dat ik er iets mee zou moeten doen. Dus ik weet inderdaad al een tijdje dat ik heel afgeleid raak wanneer ik je push-ups zie doen.' Ze neemt weer een slokje van haar koffie en voegt er halfslachtig aantoe: 'En dat je er ontzettend goed uitziet in je uniform.'
Dit is nu al de beste werkdag ooit.
Ik neem ook een slok van mijn koffie en ga dan een beetje onzeker verzitten, mijn vingers trommelend op het stuur.
'De eerste keer dat ik je zag,' begin ik, met een beginnende blos op mijn wangen, 'wist ik gewoon niet wat voor houding ik mezelf moest geven omdat ik gewoon niet kon bevatten hoe mooi je was. Ik bedoel... zeker in het begin was ons contact echt reuze ongemakkelijk, maar ik wilde je gewoon voor de rest van de dag in de ogen kunnen kijken.'
Paiges wangen worden vuurrood en ze kijkt naar haar handen, die in haar schoot liggen. Haar plotselinge verlegenheid heeft iets heel aandoenlijks.
'Toen ik jou zag, viel me gelijk op dat je iets... veiligs... had. Het was niet dat ik je meteen vertrouwde, maar ik was niet bang voor je. Ik kon aan je zien dat je een goed persoon was,' zegt ze. 'Iets minder romantisch, misschien, maar ik wilde het toch even zeggen.'
Ik glimlach, serieuzer dan eerst, en haal mijn rechterhand van het stuur om heel even die van haar vast te pakken en er zacht in te knijpen. 'Ik ben er heel blij mee. Ik vind het een fijn idee dat je je niet te ongemakkelijk voelde in mijn buurt.'
Ze knikt en kijkt even uit het raam, alsof ze zich ineens weer herinnert dat we aan het werk zijn. Terwijl ik verder rijd, kom er opeens een bezorgde uitdrukking op haar gezicht en zonder weg te kijken van het raam leg ze een hand op mijn arm.
'Nathan, stop. Ik zag iets in dat zijweggetje daar,' zegt ze gespannen, haar stem zachter dan normaal alsof iemand haar zou kunnen horen.
Ik zet de auto aan de kant van de weg.
'Wat is het?' vraag ik, automatisch ook op een lager volume.
'Ik weet het niet. Een groepje gasten tegenover een jongen of zo. Ik denk dat ik pistolen zag,' zegt ze terwijl ze haar gordel losmaakt en de deur openduwt. Ik volg haastig haar voorbeeld.
Tegen de tijd dat ik de auto op slot heb, loopt ze al een paar meter voor mij uit en ik ren achter haar aan.
'Wacht, laat mij voorop,' zeg ik. Het is nu eenmaal haar eerste werkdag sinds meer dan drie weken en ze is nog steeds niet helemaal fit. En zelfs als ze dat wel zou zijn, zou ik nog steeds het liefste haar veiligheid willen garanderen.
Ze heeft blijkbaar al door dat dit geen strijd is die ze van me kan winnen, want ze laat me zonder slag of stoot voor, ook al voel ik de spanning bijna van haar af stralen. Of ik het nu wel of niet begrijp: ze houdt van me. En ook zij wil niet dat ik gewond raak. Dat maakt het een beetje moeilijker om de roekeloze werkstijl die ik door de voorgaande jaren van zelfhaat heen heb ontwikkeld te kunnen blijven hanteren.
Terwijl we de zijstraat naderen, begin ik onverstaanbaar geschreeuw te horen, steeds luider. Paige ik pakken allebei ons pistool en ik ben de eerste die de hoek om draait, mijn wapen op het groepje mannen gericht. Ze zijn inderdaad ook zelf gewapend. Ongeveer zeven mannen met pistolen staan tegenover één slungelige knul, nauwelijks volwassen. En die slungelige knul, besef ik, is mijn neefje Benjamin, die ik een paar maanden geleden uit de problemen begon te helpen. Ik had beloofd om voor hem te zorgen, wat ik ook heb gedaan, maar toen Paige vermist raakte, ben ik alles om me heen volledig vergeten en heb ik niet meer aan hem gedacht. Fuck.
Ik ben dusdanig van mijn stuk gebracht, dat het een tijdje duurt voordat ik in staat ben te roepen: 'Politie! Wapens neer!'
Alle mannen kijken in één ruk opzij, zien ons tweeën, en zijn niet van plan om hun wapens neer te leggen. Paige en ik beginnen op hen af te rennen en ze raken in paniek. De man die vooraan in het groepje staat, de overduidelijke leider, richt zijn wapen op de piepende Benjamin.
‘Heb je de fucking politie gebeld?! Jij fucking gore klootzak!’ schreeuwt hij.
En net wanneer hij de trekker overhaalt, stort Paige zich richting Benjamin en duwt hem uit de baan van de kogel. En daarbij komt ze zelf inbde vuurlinie terecht.
Ze is geraakt, is het enige wat ik kan denken. Ze is geraakt. Ze hebben haar geraakt.
Maar dan, na een ondraaglijke seconde, zie ik dat de kogel gewoon vlak langs haar is gegaan, zonder haar te raken. Nadat ik nog een stuk of tien keer extra gecontroleerd heb of ze echt niet gewond is, ren ik achter het groepje gangsters aan, die op de vlucht zijn geslagen. Ze rennen de andere kant op en slaan af naar links, waardoor ik ze even uit het oog verlies. Wanneer ik ook de hoek om draai, zijn de mannen weg en zie ik een busje wegscheuren. Ik pak mijn walkie-talkie, zeg dat er zeven gewapende mannen in een zwart busje zijn weggereden en geef het nummerbord door. Ik wacht niet eens op de reacties en ren weer terug naar Paige en Benjamin. Ben zit hyperventilerend op de grond, zichzelf heen en weer wiegend. Ik ren als eerst naar Paige toe, die er uitziet alsof ze elk moment van haar stokje kan gaan en staat de duizelen op haar benen. Het pistool is vlak langs haar hoofd afgegaan, en de klap was dusdanig hard dat ik de conclusie kan trekken dat ze nu alleen nog maar een piep hoort en niets anders. Zodra ze me ziet, struikelt ze in mijn richting en ik pak haar bij de schouders vast om haar overeind te houden. Haar wijd opengesperde ogen schieten paniekerig over mijn gehele lichaam, zoekend naar mogelijke wonden. Ik zeg dat ik niet gewond ben, maar ze kan me niet horen. Voorzichtig laat ik haar op de grond zakken en net op dat moment hoor ik dat Marco contact op probeert te nemen via de radio.
Ik neem op.
‘Marco? Ik ben het,’ antwoord ik een beetje gepikeerd. Alle protocollen lap ik aan mijn laats.
‘Oh, gelukkig. Is er iemand gewond?’ vraagt hij bezorgd.
‘Nee. Nee, dat niet. Alleen is er heel vlakbij Paige’s hoofd geschoten en ze kan nu nog niks horen, maar ik denk dat dat zo wel over gaat. Haar oren bloedden niet, dus het zal zo wel over zijn.’
Paige ziet mij in de radio praten, maar ze kan me nog steeds niet horen. Overweldigd kijkt ze om zich heen. Haar hand gaat naar haar linkeroor en ze raakt die even aan. Waarschijnlijk doet het nog even pijn.
‘Oké. Zorg dat ze zich aan het eind van de werkdag even bij de verpleging meldt voor controle. Gewoon voor de zekerheid. En als het niet goed gaat eerder. Er zijn mensen bezig om die mannen te vinden.’
‘Oké. Dank je. Ik moet gaan.’
‘Doei. Doe voorzichtig.’
Ik zet de walkietalkie weer op de neutrale stand en laat hem los. Dan dwing ik mezelf om naar Benjamin toe te lopen. Het voelt een beetje als verraad dat ik me liever op Paige zou focussen. Hij is familie. Hij is geen slechte knul. Ik hou van hem.
Maar ik hou meer van Paige.
Ik hurk voor hem neer en vang de blik die in zijn betraande ogen schuilgaat. Ik kan zien dat hij me herkent. Ik had gedacht dat hij onder invloed van het een of het ander zou zijn, maar hij ziet er vrij nuchter uit.
‘Hey, Ben, relax. Ik ben het. Ze zijn weg,’ zeg ik. Het voelt een beetje onwennig, geforceerd, ook al meen ik het wel.
‘Is Paige oké?’ vraagt hij angstig en hij kijkt opzij naar haar gestalte een paar meter verderop.
Onder andere omstandigheden was ik misschien alert genoeg geweest om op te merken dat ik hem haar naam nooit heb verteld, maar niet nu.
‘Het pistoolschot was gewoon heel vlakbij haar hoofd en ze hoort even een piep, maar dat zal binnen een paar minuutjes wel over zijn. Kun je me vertellen wat er aan de hand is?’
Hij schudt zijn hoofd.
‘Ik weet het niet. Ik begrijp er echt niks van, man. Oh, shit. Alles gaat naar de klote,’ jammert hij.
Ik kijk hem indringend aan.
‘Benjamin, waarom wilden die gasten jou iets aandoen?’ vraag ik.
‘Ik ben ze wat geld verschuldigd. Niet veel,’ zegt hij, zijn adem trillerig.
‘Hoeveel geld?’
‘Een paar honderd. Niet heel veel,’ antwoordt hij snel. Voor iemand zonder baan spreekt hij wel heel licht over een paar honderd dollar.
‘Hoe lang ben je al clean?’ vraag ik. Nu ziet hij er nuchter uit, maar wie weet hoe hij er gister aan toe was.
‘Een paar maanden geleden,’ antwoordt hij.
Mijn ogen flitsen gelijk naar de onbedekte delen van zijn lichaam, zoekend naar een litteken. Hij ziet het blijkbaar ook en zegt weer: ‘Echt. Ik meen het. Twee en een halve maand.’
Ik knik behoedzaam.
'Oké.' Ik kauw even op de binnenkant van mijn wang en schrik wanneer ik iets van bloed denk te proeven. 'Kun je veilig naar huis gaan?'
Hij knikt. 'Voor zover ik weet weten ze niet waar ik woon.'
Ik knik en haal mijn hand door mijn haar.
'Oké. Oké, Benjamin. Ik breng je naar huis. Dan ga je me vertellen wat er in godsnaam aan de hand is. En wanneer we die gasten te pakken hebben gekregen, moet je even meekomen naar het bureau en moet je een verklaring afgeven en dan doen we er alles aan om het weer goed te maken, oké?'
Hij knikt en wendt zijn blik af, zijn ogen rood van het huilen. Hij snift en wrijft even langs zijn ogen.
'Ik ben bang,' mompelt hij. Het klinkt klein. Heel klein. En ik kan het niet helpen dat ik opeens heel veel medelijden met hem heb.
Ik leg een hand op zijn knokige schouder en knijp er even in. 'Het is oké.'
Plotseling voel ik een hand tussen mijn schouderbladen en ik schrik op, maar als ik opzij kijk en Paige zie, slaat mijn schrik over in bezorgdheid. Ik ga weer rechtop staan.
'Hey, Paige, gaat het? Hoe voel je je?' vraag ik ongerust.
Ze knikt, maar ze ziet er nog altijd een beetje gedesoriënteerd uit.
'Gewoon nog een beetje duizelig, maar het gaat.'
Een paar seconden lang kijk ik haar aandachtig aan, bijna alsof ik door haar heen probeer te kijken. Ze kijkt bijna brutaal terug, als een schild om zichzelf te beschermen. Ik kan aan haar zien dat ze van slag is, en kan kan ook zien dat ze zichzelf met een hele hoop moeite bijeen aan het houden is. Eigenlijk wil ik mijn armen om haar heen slaan om haar tegen me aan treken, want er is net op haar geschoten en zeker met haar genezende hersenschudding is ze wat gevoeliger voor geluid. Maar ik weet dat we in het oppenbaar zijn, dat het niet kan, dus ik raak maar gewoon even lichtjes haar middel aan en hoop dat ze weet dat ik er voor haar ben.
‘We brengen Benjamin even naarbinnen huis, oké?’ leg ik snel uit. ‘En wanneer we weer terug op het bureau zijn, moet je even langs de verpleging.’
Ze opent haar mond al om te protesteren, maar ik onderbreek haar al voor ze begonnen is: ‘Het moet van Marco.’
Ze zucht en knikt toegeeflijk.
‘Prima, maar het gaat wel, hoor,’ stemt ze ermee in.
‘Tuurlijk,’ zeg ik, misschien net iets te cynisch, en ik steek mijn hand uit naar Benjamin, die stilletjes op de grond zit. Hij pakt hem aan en ik trek hem overeind.
Eens kijken hoe we hem uit deze puinhoop kunnen halen.

Reacties (1)

  • BethGoes

    Echt super lief hoe ze zo over elkaar praten!

    En oh nee he... wat heeft Benjamin nu weer geflikt!?

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen