Foto bij Scar 101

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
‘We brengen Benjamin even naarbinnen huis, oké?’ leg ik snel uit. ‘En wanneer we weer terug op het bureau zijn, moet je even langs de verpleging.’
Ze opent haar mond al om te protesteren, maar ik onderbreek haar al voor ze begonnen is: ‘Het moet van Marco.’
Ze zucht en knikt toegeeflijk.
‘Prima, maar het gaat wel, hoor,’ stemt ze ermee in.
‘Tuurlijk,’ zeg ik, misschien net iets te cynisch, en ik steek mijn hand uit naar Benjamin, die stilletjes op de grond zit. Hij pakt hem aan en ik trek hem overeind.
Eens kijken hoe we hem uit deze puinhoop kunnen halen.

Terwijl we naar Benjamins huis rijden, zit hij ineengedoken op de achterbank en zit Paige naast me in de passagiersstoel.
'Benjamin, luister...' begin ik met een zucht. 'De afgelopen drie weken heb ik geen contact met je gehad. En dat spijt me enorm. Er is alleen iets gebeurd... Iets waardoor ik even totaal van het padje af was. Het was niet alsof ik je expres... uh... vergeten... was, maar-'
'Ik weet wat het was,' onderbreekt hij me.
Heel even dreig ik de auto te laten slippen en ik veer met een ruk op. Paige legt snel een hand op mijn arm die kalmerend bedoelt is, maar mij eigenlijk alleen maar haar paniek laat zien.
'Wacht, wat?!' stoot ik uit en ik kijk hem in de spiegel aan. 'Wat... hoe... Wát?'
'Nathan, relax,' probeert Paige snel. Ik doe mijn ontzettende best om te gehoorzamen. 'Weet je nog toen ik Ben voor het eerst zag?'
Ik knik. Het was dat dag dat ik uit het ziekenhuis ontslagen werd nadat ik beenmerg had gedoneerd aan Hailey. Aangezien ik die dag weer voor het eerst bij Benjamin op bezoek wilde na het maandenlang negeren van alles wat met mijn familie te maken had, gaf Paige mij een lift naar zijn huis. Zij bleef zelf in de auto zitten, maar ze heeft hem waarschijnlijk wel gezien in de deuropening. Ze heeft waarschijnlijk ook gezien dat hij een pistool vasthad en helemáál niet blij was om me te zien.
'Ja,' zeg ik. 'Ja, dat weet ik nog.'
'Ben had mij in de auto zien zitten en wist niet of hij me kon vertrouwen, dus later heeft hij mijn identiteit achterhaald via het internet en heeft hij contact met me opgenomen om te kijken of ik wel goede bedoelingen had. Sindsdien heb ik hem een beetje geholpen wanneer hij dat nodig had. Gewoon de dingen die hij niet aan jou wilde vragen. Toen ik... toen ik verdween... is hem dat natuurlijk ook opgevallen en ik ben vorige week langs te gaan om het hem te vertellen. In grote lijnen, in ieder geval,' legt ze uit.
Ik neem één seconde de tijd om mijn blik van de weg te halen en haar verbijsterd aan te kijken.
'Je hebt al die tijd contact met hem gehad en je dacht niet dat je dat mij kon vertellen?' breng ik uit. Ik weet niet of ik verbaasd of boos of gekwetst ben.
'Hij heeft me gevraagd of ik het niet wilde zeggen,' antwoordt ze, waarna ze heel even naar Benjamin kijkt en dan weer naar mij. 'Het is moeilijk voor hem om alles aan jou te vertellen en te vragen. Je bent familie. Naar jou kijkt hij op.'
Ik frons en kijk weer in de spiegel naar Benjamin, die voor een fractie van een seconde mijn blik ontmoet, maar hem dan weer afwendt.
'Bij wat voor dingen heb je haar dan om hulp gevraagd?' vraag ik. 'Niets gevaarlijks, toch?'
Ik koester geen wrok tegen Benjamin - totaal niet - maar als hij Paige in gevaar heeft gebracht, kan hij beter maar niet verwachten dat ik niet boos word. Misschien is het oneerlijk om er kwaad over te worden, maar als hij al zo nodig iemand in gevaar wil brengen, wil ik dat ik dat ben. Het is mijn verantwoordelijkheid.
Hij maakt zich ietsje kleiner en kijk stug naar zijn schoenen. Hij schudt zijn hoofd van nee en kauwt even op zijn lip. Dan haalt hij zijn schouders op en mompelt hij: 'Soa-test.'
Ik zet direct de auto stil aan de kant van de weg en draai me geschrokken om in mijn stoel zodat ik hem aan kan kijken.
'Was die positief of negatief?' vraag ik verschrikt.
'Negatief,' antwoordt hij snel.
Ik haal een hand door mijn haar en laat mijn opgekropte adem ontsnappen. Goddank.
'Benjamin,' begin ik. 'Je moet altijd een condoom dragen, oké? Kijk, ik snap dat je misschien zou denken dat het voor die éne keer niet uitmaakt, maar luister gewoon naar me: gebruik altijd een condoom. De kans voor een man om hiv te krijgen na onbeschermde seks is echt maar zo'n 0.01% per keer, maar als je bijvoorbeeld seks hebt met iemand die Syfilis heeft, is de kans 30% per keer. En chlamydia en gonorroe komen nog vaker voor. Zeker gonorroe is heel besmettelijk en-'
Naast mij barst Paige in lachen uit en ik kijk haar beledigd aan.
'Sorry,' brengt ze tussen het lachende gehik door uit. 'Sorry, maar je klinkt echt als een vader.'
Ik kijk haar quasi-vuil aan en rol dan met mijn ogen. Ik start de auto weer en rijd de weg weer op.
'Je moet gewoon goed opletten, oké?' zeg ik en in de spiegel zie ik hem knikken. 'En als er weer zoiets gebeurt, mag je echt wel naar mij toe komen, hoor. Ik zou je echt wel geholpen hebben, natuurlijk. Je hoeft je er niet voor te schamen.'
Benjamin rolt met zijn ogen en ineens voel ik me inderdaad de vader van een wel heel irritante tienerzoon.
'Weet ik,' verzucht hij. 'Maar Paiges preek over soa's was minder lang.'
Paige glimlacht even vraagt dan: 'Hoezo wist je überhaupt al die data uit je hoofd?'
Ik maak een gekweld geluid en zeg dan op klaaglijke toon: 'Vorig jaar moest ik namens de politie een voorlichtingscampagne voorbereiden over veilige seks. Dat was niet bepaald wat ik in gedachte had toen ik agent besloot te worden.'
Paige geeft een quasi-geruststellend klopje op mijn knie.
'Maak je maar geen zorgen. Op een dag zul je inspecteur worden. En hoofdinspecteur en misschien wel commissaris en op een dag zul je waarschijnlijk zelfs andere surveillanten en agenten rotklusjes kunnen laten doen. Misschien mag je ooit zelfs aspiranten gaan pesten.'
Ik zucht en rijd de straat waar Benjamin woont binnen. Aangezien dit een hele foute buurt is waar eigenlijk nooit politie komt, ben ik ontzettend op mijn hoede, en hoewel ik zie dat ze zo nonchalant mogelijk probeert te doen, doet Paige hetzelfde.
'Nou, joepie. Een droom die uitkomt,' zeg ik sarcastisch, maar daarna valt het gesprek een beetje stil. Het duurt niet lang voordat we aankomen bij zijn huis en ik parkeer de auto. Ik hoop maar dat het niet te veel aandacht trekt.
Benjamin doet met handen vol nicotinevlekken zijn sleutel in de deur en laat ons binnen. Bijna moederlijk legt Paige een hand op Bens rug en wrijft over zijn vuile shirt. Hij krimpt een beetje ineen en lijkt ineens op een gewond hertje, alsof hij na al die tijd niet meer weet wat hij met affectie moet doen en nu moet improviseren.
'Ben, misschien moet je eens even gaan douchen en schone kleren aantrekken, oké? Heb je nog warm water?' vraagt ze en hij mompelt een zachte "ja", waarna hij zijn kamer in verdwijnt. Ze kijkt hem met een droevige glimlach na.
Nu we binnen zijn en we even niet meer of agent Bourgeoiselle en Darling hoeven te zijn, sla ik mijn armen om haar heen en trek haar bijna angstvallig tegen me aan, opeens weer overvallen door de paniek die ik voelde toen ik het pistool af hoorde gaan en dacht dat ze geraakt was.
'Gaat het, liefje?' vraagt ze wanneer ze mijn spanning voelt en ze wrijft geruststellend over mijn rug.
Ik schud mijn hoofd. 'Die ene seconde dat ik dacht dat je dood was duurde veel te lang.'
Ze geeft een kus tegen mijn schouder en slaat haar armen dichter om me heen.
‘Het is oké,’ zegt ze zachtjes. ‘Ik ben hier.’
Ik knik, maar toch duurt het nog een paar seconden voor ik haar los kan laten. Ze glimlacht geruststellend naar me en ik strijk een losse pluk haar achter haar oorschelp. Heel even gaat ze op haar tenen staan en drukt vederlicht haar lippen tegen de mijne.
‘Ik hou van je,’ zegt ze zachtjes.
‘Ik ook van jou,’ antwoord ik, mijn stem een beetje schor.
Eigenlijk wil ik de rest van de dag blijven staan, maar ik besef dat we allebei nog plichten hebben en laat haar gaan. Ik kan moeilijk met haar gaan staan tongen in het vervallen huis van mijn drugsverslaafde neefje.
Ik kijk een beetje doelloos om me heen en zeg dan: 'Misschien moeten we eens wat proberen op te gaan ruimen.'
Ze knikt. 'Ik denk dat we een keer een weekend langs moeten komen en even echt een grote schoonmaak moeten houden. Anders krijgen we dit nooit schoon.'
Ik knik en begin rondslingerende stukken afval - voornamelijk verpakkingen voor eten, hier een daar een paar gebruikte heroïnenaalden en flesjes bier - van de grond en onder de bank vandaan te halen terwijl Paige een lege vuilniszak zoekt om het allemaal in te doen. Na een tijdje komt ze terug en zij houdt de zak open terwijl ik achteloos al mijn vindingen erin gooi.
'Het spijt me dat ik je niet verteld heb dat ik af en toe Benjamin met wat dingen hielp, maar hij heeft me laten beloven dat ik het niet zou zeggen,' legt ze uit.
'Het is niet erg. Ik ben niet boos. Ik was gewoon verbaasd. En ik was bang dat hij je misschien had betrokken bij dingen waar hij je eigenlijk buiten had moeten laten,' stel ik haar gerust.
'Hij is een goed persoon,' zegt ze. Ik knik. 'En ik geloof echt dat het niet te laat voor hem is. Ik denk dat hij sterk genoeg is om zijn leven weer op orde te krijgen.'
'Ik ook,' zeg ik.
Net op dat moment komt Benjamin de kamer weer binnen, met kleren die schoner zijn dan de outfit die hij net aanhad, maar al zeker een tijdje niet gewassen zijn.
'Hey, Ben. Hoe lang geleden is het dat je even al je kleren hebt gewassen?' vraagt Paige, nog voordat ik zelf een manier heb bedacht om het aan te kaarten.
Hij ontwijkt stug onze blikken en mompelt: 'Mijn wasmachine is twee weken geleden stuk gegaan.'
Paige knikt. 'Ik zal even voor je kijken of ik het kan maken. Kun jij in die tussentijd met Nathan even praten over wat er allemaal aan de hand is?'
We knikken allebei en terwijl zij wegloopt, gaan wij op de bank zitten. Hij peutert onzeker een beetje aan de pluisjes die op zijn trui zitten.
'Hey, Ben. Kun je me vertellen wat er gebeurd is? Wie waren dat?' vraag ik.
Hij slikt. De eerste paar keren dat ik hem weer zag, was hij kwaad op me en was hij op elk moment bereid een kogel door mijn kop te jagen. Nu is hij weer een verlegen tiener die niet meer wist waar hij het moest zoeken toen zijn moeder zijn gezicht niet meer begon te herkennen.
'Het zijn een paar gasten die... Dat waren mijn... uh... mijn voormalige drugsdealers. Ik ben twee maanden geleden gestopt, maar ik... ik was ze nog wat geld verschuldigd en ik heb niet genoeg. Ze... Ze werden nogal kwaad,' weet hij uit te brengen.
'Hoeveel ben je ze nog verschuldigd?'
'Honderdvijfenzeventig. Ik heb bijna alles afbetaald,' murmelt hij.
Ik knik en haal een hand door mijn haar.
Na heel lang nadenken, zeg ik: 'Oké. Je krijgt het geld van me. Tenzij je ooit schatrijk wordt, hoef je het me niet terug te betalen. Je hoeft alleen maar je zaken weer op orde te krijgen en op tijd aan te geven wanneer je hulp nodig hebt. Of een soa-test. En aanstaand weekend komen Paige en ik langs om even grondig schoon te maken. Of alleen ik. Dat ligt eraan hoe goed Paige zich voelt.'
Hij knikt, ook al zie ik aan zijn gezicht dat hij het moeilijk vindt om hulp aan te nemen. Maar nu ik al zo lang met Paige samen ben, ben ik daar inmiddels wel aan gewend.
'Is...' Hij kijkt me even zenuwachtig aan. 'Is ze erg ziek?'
Ik haal mijn schouders op.
'Ze... Ze is wel heel erg ziek geweest. Het gaat nu beter met haar, maar nu ze weer werkt kan het zijn dat ze in het weekend vrij moe zal zijn,' antwoord ik.
'Mag ik zelf even bepalen hoe het met me gaat?' hoor ik Paige opeens zeggen. Ze komt net de kamer weer binnenlopen, haar armen onder ondefinieerbare smurrie, en loopt naar de keuken om het ervan af te wassen.
'Sorry,' roep ik haar achterna.
'Excuses aanvaard,' zegt ze een beetje korzelig, maar ik kan horen dat ze niet echt boos is.
Even later komt ze de woonkamer binnen, haar armen gelukkig weer schoon, en ze laat zich naast me op de bank neerploffen.
'Dus, Ben, hoe gaat het met je werk?' vraagt ze.
Ik kijk verbaasd op. 'Werk?'
Hij knikt. 'Al bijna drie. Ik heb het Paige vorige week verteld.'
'Waar werk je?' vraag ik.
'Ik heb een fulltime baan bij een slagerij,' antwoordt hij nerveus. 'Het-Het levert niet heel veel op, maar het geeft wel wat zekerheid en ik... ik weet dat het niet een droombaan is, maar-'
'Maak je geen zorgen, ik ben trots op je. Goed bezig,' zeg ik en ik grijns. 'Je bent afgekickt. Je hebt een baan. Het moeilijkste deel heb je achter de rug.'
Hij knikt en voor het eerst glimlacht hij, een beetje voorzichtig, alsof hij bang is dat het elk moment kan breken.
Net wanneer ik nog iets kan zeggen, krijg ik opeens weer een oproep via de radio. Ik neem op.
'Hallo?' vraag ik.
'Hey, Nathan,' hoor ik Marco zeggen. 'We hebben die mannen gevonden en gearresteerd. Kunnen Paige, jij en Benjamin naar het bureau komen? Dan kan Ben ook gelijk een verklaring afleggen.'
Even ben ik uit het veld geslagen. Dan stotter ik: 'Hoe weet jij nou weer dat het om Benjamin gaat?'
'Nathan, gast, er zit een tracker in de auto. Denk je echt dat ik niet wist dat je bij Benjamin was?' zegt hij.
'Oh. Oh, natuurlijk,' stotter ik.
'En laat Paige gelijk langs de verpleging gaan,' zegt hij. Paige zucht luidruchtig en ik probeer niet te lachen. Blijkbaar hoort hij het zelfs over de radio, want op strenge toon voegt hij eraan toe: 'Paige, als je moeilijk gaat doen kan ik je ook aan Hailey verlinken en die kan een stuk onaardiger doen dan de arts op het bureau.'
Paige staat snel op en strijkt haar uniform glad.
'Oké, we gaan meteen.'

Reacties (1)

  • BethGoes

    Wat goed dat Benjamin een baan heeft!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen