Eigenlijk wilde Fye haar niet loslaten. Dana had haar leven zo’n ommezwaai gegeven door terug te keren uit de dood, maar tegelijkertijd was ze ook een goede vriendin geworden. Ze had veel aan haar steun gehad, de gesprekken over Juice hadden haar vaak geholpen en zorgden ervoor dat het makkelijker was om met haar vriend om te gaan.
      En nu ging ze weg.
      Hoezeer Dana ook op haar ingepraat had dat het voor iedereen het beste was; ze geloofde het niet. Juice had Dana nodig, hoe moeilijk ze dat ook vond. Zíj had Dana nodig. Natuurlijk – ze konden elkaar bellen. Maar dat was niet hetzelfde. Ze wist hoe die dingen gingen. Drie jaar geleden was ze naar Charming verhuisd en hoewel ze met haar vriendinnen had afgesproken regelmatig contact te houden, was dat niet gebeurd. Nu zou het weer zo gaan. Uit het oog, uit het hart. Zo was het nu eenmaal.
      Uiteindelijk trok ze toch haar armen van Dana terug en veegde langs haar vochtige ogen. Daarna keerde ze zich naar Kip. Hem kende ze niet heel goed, maar het was een lieve man. De twee pasten perfect bij elkaar en de liefde tussen de twee was sterk. Ze kon het niet helpen dat er een steekje jaloezie door haar heen schoot omdat niet alleen Juice zoveel van Dana hield, maar ook Kip.
      Kip omhelsde haar kort en gaf haar een kus op haar wang. ‘Als er iets is kun je altijd bij ons terecht, dat weet je hè?’
      Ze knikte dankbaar, al dacht ze niet dat ze het ooit zou doen. Straks hadden zij met z’n drieën het perfecte leventje; Fye wilde daar dan niet binnenwalsen en de drama terug in hun leven trekken. Ze gunden hen hun geluk. Ze hadden het verdiend.
      Fye zakte door haar knieën en gaf ook Casper een knuffel. ‘Jou ga ik ook missen, kleine man.’
      Hij gaf haar een smakkerd op haar wang, maar daarna pakte hij zijn moeders hand vast en keek enthousiast naar hem op. ‘Hebben we nu iedereen doei gezegd mama? Ik wil naar het nieuwe huis!’
      ‘We zullen eerst een tijdje in een hotel blijven,’ antwoordde Dana en ze streek door zijn blonde haren. ‘Dan gaan we een mooi huis zoeken. Het is een lange rit. Moet je nog plassen?’
      Een bedenkelijke frons verscheen op zijn voorhoofd, daarna knikte hij. ‘Ja, moet nog plassen!’
      Dana ging met hem de deur naar de toilet door. Onbewust streek Fye over haar buik toen ze aan haar eigen kindje dacht. Ze was nu twee maanden zwanger. Waarschijnlijk had ze nog zo’n maand voordat het zichtbaar zou worden. Een maand om te beslissen wat ze wilde.
      Al wist ze dat eigenlijk wel. Gisteren had ze gezien waartoe Juice in staat was. Dana had haar uitgelegd hoe het kwam. Dana. Niet Juice zelf. Die had de hele nacht en daaropvolgende dag niets van zich laten horen. Hij was vannacht niet thuisgekomen, wie wist waar hij vannacht geslapen had. En met wie.
      En toch… toch was het zo vreselijk moeilijk om hem los te laten. Om er helemaal alleen voor te staan. Weer hield ze zichzelf voor dat er nu misschien écht een verandering plaats zou vinden, nu Dana en Kip niet langer in Charming woonden. Ze was bang voor wat de toekomst haar zou brengen. Er was een kans dat Juice en zij dichter naar elkaar zouden groeien, er was ook een grote kans dat het tegenovergestelde gebeurde. Dat hij Dana niet uit zijn hoofd kon zetten, ook niet als ze niet meer in de buurt was.

Juice kwam eerder thuis dan normaal. Ze was bezig geweest de keuken schoon te maken toen de achterdeur openging. Hij begroette haar niet met een knuffel of een kus en zei alleen zacht: ‘Hé.’
      Ze draaide zich naar hem toe.
      Hij was een puinhoop. Ze zag het in zijn ogen, in zijn verslagen houding. Het zorgde ervoor dat ze hem wilde omhelzen en tegelijkertijd was ze zich maar al te bewust van het feit dat het een andere vrouw was die dit effect op hem had.
      ‘Hé,’ antwoordde ze daarom alleen.
      Hij stak zijn handen in zijn zakken en zette een paar stappen naar haar toe. Zijn blik was op haar schoenen gericht terwijl hij tegen de koelkast leunde.
      ‘Ik heb het weer verkloot,’ zei hij. ‘Ik weet het. Sorry. Ik durf niet eens meer om een nieuwe kans te vragen.’
      Fye zuchtte. ‘Ik weet ook niet of ik je die nog durf te geven, Juice.’
      ‘Ze is weg,’ mompelde hij. ‘Ze komt niet meer terug. Ik – ik denk dat dat goed is. Als ik haar niet meer zie. Niet steeds geconfronteerd wordt met het leven dat ik ben kwijtgeraakt.’
      Eindelijk richtte hij zijn gezicht op. Zijn ogen waren verwilderd, emotioneel. ‘Ik hoop het,’ zei ze zacht. ‘Maar dit is je laatste kans, Juice. Als ik weer bang van je wordt, dan geef ik het op.’
      Hij knikte begripvol en liep naar haar toe. Tegenover haar bleef hij stilstaan en pakte hij haar handen vast. ‘Dank je,’ zei hij. ‘Dank je voor nog een laatste kans. Ik zal het niet verpesten. Ik – ik wil je niet kwijt. Niet jou ook,’ voegde hij er droevig aan toe.
      Fye wist dat ze het verdriet in zijn ogen nooit zou kunnen negeren. Zijn verdriet was überhaupt wat hen samen had gebracht. Die dag dat ze hem op het kerkhof aantrof had ze hem gelukkig willen maken en ze bleef daar maar in falen.
      Terwijl ze haar armen om hem heen sloeg en zijn bovenlijf tegen dat van haar voelde, dacht ze aan het kindje in haar buik. Hij was er zo dichtbij – en toch wist hij niet dat het er was. Zou dat hem gelukkig maken?
      Je laatste kans, Juice, dacht ze. ‘Je laatste kans om me ervan te overtuigen dat je het vaderschap aankunt.


Reacties (1)

  • Sunnyrainbow

    O Fye.. zielig, maar niks delen met Juice is niet handig...

    2 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen