Ik moest een manier verzinnen om met ze mee te gaan. Ik wilde ze leren kennen. Ook al hoeven ze niet te weten dat ik Shadow’s vader ben, maar wat maakte Shadow een mens? Koos hij daar zelf voor? Of was het iets wat hij zelf nog niet eens wist.
Er ging opnieuw een week voorbij en ze kwamen weer langs mijn kraam.
“Oh, Shadow mag ik er weer eentje kopen bij deze schattige draak?” Schattig? Alsjeblieft niet zeg, je weet niet half wat je voor je hebt staan.
“Ik vind je nog steeds te jong om te drinken, dus liever niet.” Wist ik maar een manier om te vertellen dat ik samen met ze wilde leven, maar op het moment was er niets wat bij mij opkwam.
Misschien werkt het als ik mij dan schattig ging gedragen. Net als een puppy ofzo.
Ik schoof een fles met twee pootjes naar haar toe als in ‘neem maar mee’ en ze nam het dan ook mee. Uiteindelijk werd dat voor een tijdje iets wat we in het geheim deden, maar Shadow kwam er na een paar weken al achter en stond toen boos voor mijn kraam, in zijn eentje.
“Wil je haar dronken voeren ofzo, ben je gestoord?” Ik draaide mijn kop vragend scheef en keek hem even aan.
“Ze leek mij oud genoeg om te drinken, zie ik eruit alsof ik drank mag drinken? Vast niet, precies mijn punt.” Shadow zuchtte, en rolde met zijn ogen om mijn reactie.
“Ze is nog jong, ze is dertien, ziet zij eruit als dertien volgens jou?” Dertien? Dat is vreemd, ze leek ouder dan dertien. Ieder geval, zover ik menselijke lichaamsverhouding met leeftijd ken.
“Dat is dan een fout van mij, zou ik misschien mee mogen, om sorry tegen haar te zeggen? Dan weet ze dat ze niet meer naar mij toe kan komen voor een fles.” Hij knikte dan maar.
“Best, ga maar mee. Ik geloof dat de markt straks toch zich sluit. Ik ga even nog wat andere boodschappen doen, ik neem wel wat extra’s mee voor het avondeten.” Dat klonk eigenlijk vrij aanlokkelijk, wel vreemd dat hij mij zomaar mee wilde nemen, misschien zag hij niet in hoe gevaarlijk ik eigenlijk was, misschien maar beter ook.
Even later kwam hij terug met een paar tassen. Ik had ondertussen mijn kraam al opgeruimd en achter slot en grendel gezet, bij mijn depot en wandelde met hem mee.
“Is het niet vermoeiend te lopen op zulke korte pootjes?” Hij keek mij aan terwijl ik naar boven moest kijken. De mensen waren niet zo groot, maar ik was kleiner, eigenlijk best een stuk kleiner.
“Nah, ik word niet zo snel moe, het is iets waar je gewend aan raakt.” Dat was ieder geval geen leugen.
Eenmaal bij hun thuis, had ik niet verwacht dat ze best een groot huis hadden. Dit noemde ze al een vakantiehuisje waar ze met zijn tweeën woonde.
“Waarom hebben jullie zo’n gigantisch huis,” was mijn best botte vraag. Shadow keek mij eventjes aan en keek toen ook om zich heen, alsof het de eerste keer was dat hij zich dit realiseerde.
“Ik denk dat ik daar nooit eerder over heb nagedacht, ik woon hier al zolang ik mij kan herinneren.” Strange, dacht ik bij mijzelf. Je zou toch wel moeten herinneren hoe je hier bent gekomen? Of iemand heeft echt een zooitje van zijn hersens gemaakt.
“Juist… Het is best een grote plek ieder geval, zeker voor mij.” Shadow moest er lichtjes van lachen, en we wandelden verder. Even later kwamen we Ichie tegen die in de badkamer bezig was en gooide een of andere slof naar mijn kop. Wat? Had ik iets verkeerds gezegd ofzo?
“Gluur niet zo naar me, engerd!” Dank je, laatst zei je nog dat ik schattig was.
Shadow deed de deur maar weer dicht.
“Waarom heb je de deur niet gewoon op slot? Dan was dit niet gebeurd, en wees eens lief voor onze gast.” Het was kort even stil, het enige wat je hoorde was het water in het bad dat klotsend heen en weer ging. Dus nu ben ik al een gast? Technisch gezien was ik ook een gast. Iemand die Ichie moest gaan vertellen dat ze geen drank meer van mij mocht krijgen, of kopen.
“Ik voel mij niet graag opgesloten…” Het was opnieuw even stil, en Shadow wandelde dan weer weg, dat was het wel zo’n beetje. Hij wandelde naar de keuken dat op de begaande vloer bevond. En begon met het bereiden van het eten. Hij leek het vaker te hebben gedaan en bakte daarbij ook het vlees. Om eerlijk te zijn had ik nog niet echt meegemaakt hoe gekookt eten smaakte, alles wat ik at was altijd uit de natuur geweest. Of rauw van de markt. Als ik at, tenminste. Tijdens het koken merkte ik op dat Ichie uit de badkamer was gekomen, en wat kledij had aangetrokken, ze keek mij aan waarbij ze zich herinnerde hoe schattig ik eruit zag en pakte mij op om te knuffelen.
“Zo schattig, en warm!” Eerlijk gezegd vond ik daar maar niets aan en beet in haar arm. Vrij zachtjes, maar nog steeds. Ik beet. Ze schreeuwde kort en liet mij vallen.
“Ondankbaar kreng!” Dat is pas een gespleten persoonlijkheid.
“Sorry, ik begon trek te krijgen.” Ik keek haar aan en ze keek vreemd terug.
“Beter voeren we dit kleintje, voordat het mij helemaal begint op te eten.” Iets waarbij Shadow weer moest lachen, Ichie zette het bestek en borden klaar, en ging op haar plaats zitten. Ik ging naast de lege stoel zitten die bedoelt was voor Shadow, maar ik was eigenlijk te klein om de tafel goed te kunnen zien.
“Dat is eerlijk gezegd vrij triest om te zeggen, maar ik ben te klein voor de tafel.” Ichie pakte wat dikke boeken van een klein boekenkastje en deed die op de stoel, waar ik dan op kon zitten. Nu kwam ik ieder geval hoger boven de tafel uit.
“Dat is beter, denk ik.”
“Geen dank.” Shadow wandelde met een paar pannen en zette die op de tafel. Het eten rook heerlijk. Hij schepte wat op mijn bord en ik begon ervan te eten zonder bestek, waarbij Ichie vreemd bij opkeek.
“Hebben draken geen manieren?” ze zei het eerder op een vragende manier dan gemeen bedoelt. Ze was waarschijnlijk gewoon nieuwsgierig, en ik keek op naar haar.
“Manieren? Eten met bestek en vork? Waarom is dat nodig? Uiteindelijk komt alles toch in de maag. Dat hoop ik dan, tenminste.” Zonder er mij er wat van aan te trekken ging ik zo verder eten en Ichie keek mij nog aan met een scheef en verbaast hoofd.
Het eten was trouwens echt geweldig, het was lang geleden dat ik heerlijk voedsel had gegeten. Of beter gezegd iets nieuws. Een nieuwe manier van smaak.
Ik keek op toen mijn bord leeg was en zag dat Shadow en Ichie verre van klaar was. At ik zo snel?
“Je had zeker honger, er is nog wel wat in de pan als je wil?” Shadow wees met zijn vork naar de pan en ik at er maar uit, misschien niet precies wat hij bedoelde maar ik vond het prima. Ichie moest ditmaal ervan lachen.
“Je neemt dingen vrij letterlijk, of niet?” Ik keek op vanuit de pan waar ik mijzelf heb in laten liggen.
“Waarom niet?” Mijn vraag werd helaas niet beantwoord.
“Dus, hoe laat wilde je eigenlijk naar huis gaan, sir…” begon Shadow.
“Bijter, mijn naam is Bijter. En… Om eerlijk te zijn. Ik heb geen huis om naar toe te gaan.”
“Oh, vandaar de honger.” Zei Ichie vrij snel na mijn zin. Ik knikte om het maar een reden te geven van mijn schranspartij, en ging toen weer terug op mijn plek zitten toen de pan ook leeg was.
“Op de markt staan is zeker dan je enige manier om geld te verdienen?” Je moest eens weten hoeveel geld ik daar al wel niet door heb verdient, ik zou prima een huis ervan kunnen kopen, maar ik dacht er nooit bij na.
“Eigenlijk wel. Als anderen een draak aannemen worden ze alleen maar gebruikt als wandelende kaars. Die dan betaald wordt met voedsel. Dat is niet een leven dat ik wil. Ik wil voor mijzelf geld kunnen verdienen en dat is precies wat ik heb gedaan.” Shadow glimlachte.
“Dat is heel goed van je.” Misschien was het de grote, of mijn manier van spraak, maar ik had het idee alsof ze dachten dat ik nog maar een jonge draak was. Niet dat het mij interesseerde, ik krijg misschien een kans op een huis op deze manier.
“Je kan best hier komen wonen, als je mij niet meer gaat bijten. Want dat deed echt pijn.” Ik wilde niet meteen ja zeggen, maar ik knikte dan wel meteen, wat eigenlijk precies hetzelfde is…
“Graag zelfs, jullie lijken mij erg aardige wezens, en hopelijk word ik dan niet misbruikt als wandelende kaars.” En zo kreeg ik dus eindelijk weer een huis, sinds Qalia.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen