Zes weken later


Dana omhelsde Kozik stevig. Zoals iedere keer vond ze het moeilijk om afscheid te nemen. Ze gingen elke twee weken ergens eten, maar steeds was het alsof er een stukje van haar hart achterbleef wanneer ze Charming verliet.
      Zes weken waren verstreken sinds ze waren verhuisd. Inmiddels huurden ze een appartement op loopafstand van het clubhuis en hadden ze een vaste oppas voor Casper. Het ging goed tussen Kip en haar. Er was liefde, er was passie.
      Maar er was ook gemis. Ze kon uren uit het raam staren, zich afvragend wat Juice op dat moment aan het doen was. Hoe hij zich voelde. Al die tijd had ze hem niet gesproken, niet gezien – en iedere dag miste ze hem een beetje meer.
      Hij had haar gezegd dat hij niet zonder haar kon – en nu begon ze zich af te vragen of zíj dat wel kon. Niet dat ze een keus had. Hij was degene die voor een ander had gekozen. Waarschijnlijk een wijs besluit, want volgens Fye ging het goed tussen hen. Niet zo goed dat ze Juice van de baby had verteld – dat dan weer niet. Ze had geluk dat haar zwangerschapsbuikje op zich liet wachten, anders had hij het allang doorgehad. Ze probeerde het van zich af te schudden. Het was Fye’s keuze. Zij had al vaak genoeg haar mening gedeeld. Haar leek het nog steeds het beste als ze het Juice gewoon vertelde. Zelfs als ze toch bij hem weg wilde en bang was voor de invloed die hij op hun kind zou hebben, dan geloofde ze dat Juice dat zou respecteren. Hij twijfelde net zo veel aan zichzelf als zij aan hem twijfelde. Misschien nog wel meer.
      ‘Je gedachten zijn weer veel te ver weg, meis.’
      Een blos verspreidde zich over haar wangen toen ze Kozik losliet. ‘Sorry,’ zei ze zacht.
      ‘Ben je gek meis.’ Hij hield haar blik even vast. ‘Vind je het moeilijk?’ vroeg hij zacht. ‘Dat ik de volgende maand ga trouwen en je hem weer zal zien? Op iets… wat je zelf graag met hem had gewild?’
      ‘Ik denk dat we het er allebei moeilijk mee zullen hebben,’ zei ze eerlijk. ‘Maar jouw bruiloft zou ik voor geen goud willen missen, Koz.’
      Twee dagen nadat Dana weg was gegaan, had Kozik Amy ten huwelijk gevraagd. Eerder hadden ze samen al een romantisch plan bedacht, maar uiteindelijk was hij zo zenuwachtig dat hij al op zijn knie zakte toen Amy deur opende. Huilend had de vrouw zich aan hem vastgeklampt – eindelijk was ze ervan overtuigd dat hij van haar hield, en van niemand anders.
      Ze glimlachte stilletjes toen ze zich het telefoongesprek herinnerde.
      ‘Mooi.’ Hij gaf haar een knipoog. ‘En nu ga je naar je broer, toch?’
      Dana knikte en slaakte een zucht. ‘Waar ik net zo zenuwachtig voor ben,’ gaf ze toe. ‘Ik ben nog nooit bij hem thuis geweest. Bizar hè? Ik kan me niet eens herinneren wanneer we voor het laatst iets samen hebben gedaan. Het wordt vast super ongemakkelijk.’
      Toch wilde ze het proberen. Een normale relatie met haar broer krijgen. En nu ze hem niet meer in het clubhuis zag, waren ze min of meer gedwongen om andere manieren te zoeken.
      ‘Het komt vast goed. Als jullie eenmaal op gang zijn gekomen, denk ik dat jullie uren kunnen blijven praten.’
      Ze glimlachte flauwtjes. ‘Happy die urenlang praat. Dat lijkt me een belevenis op zich.’
      ‘Het zal je verbazen.’ Hij kuste haar wang. ‘Nou, wegwezen jij. Voordat hij denkt dat je niet durft.’
      Dana grinnikte zachtjes. Ze had al zoveel doorstaan dat ze een avond met haar broer ook wel zou overleven. Ze zwaaide Kozik gedag en liep naar haar auto toe.

Tien minuten later belde Dana bij Happy’s huis aan. Toen hij opendeed, wist ze niet hoe ze hem moest begroeten. Hij ook niet, merkte ze het. Een grijnsje speelde om haar lippen toen hij haar een beetje onhandig omarmde. Hij leidde haar zijn appartement in. Hij woonde er pas net, en dat was ook te zien. Hoewel er niet meer aan geklust hoefde te worden, was er ook nergens een persoonlijk item te vinden. Het verbaasde haar niet eens als hij het gemeubileerd gehuurd had.
      Ze gingen op de bank zitten. De televisie stond aan, wat de stilte ietsje verbloemde. Voor ze het wist, zaten ze daar beiden naar te staren.
      Dana slikte een zucht weg. Dit ging een lange avond worden. Ze schudde haar ongemak van zich af, boog zich voorover en greep de afstandsbediening. Daarna zette ze de tv uit.
      ‘Heb je drank?’
      Hij trok een wenkbrauw op. ‘Wil je je bezatten? Je moet nog rijden.’
      ‘Ik slaap wel op je bank.’
      Hij leek te aarzelend.
      ‘Kom op, Hap. Wat gaan we dan doen? De hele avond naar de tv staren? De afgelopen tien jaar hebben we geen fatsoenlijk gesprek gevoerd. Ik wil met je praten vanavond. En dat gaat vast makkelijker na een paar glazen drank.’
      ‘Ik ben geen prater,’ bromde hij.
      Ze rolde met haar ogen. ‘Goh, dat had ik nog niet door.’
      Met een zucht kwam hij overeind, beende naar de keuken toe en zette een halve krat bier op de tafel. ‘Zo, genoeg?’
      Ze trok een mondhoek en telde ze. ‘Tien biertjes. Wat als we elkaar nou vijf vragen stellen. Voor elk biertje een. Die we eerlijk moeten beantwoorden. Het mag van alles zijn.’
      Hij rolde zijn ogen. ‘Dat is kinderachtig.’
      ‘Dat hangt van de vragen af. Kom op,’ ze gaf hem een schopje tegen zijn voet. ‘Doe je zusje voor één keer een plezier.’
      ‘Goed dan,’ bromde hij. Hij boog zich over de tafel, wipte twee flesjes open en schoof er één naar haar toe. ‘Begin jij dan maar.’
      Dana trapte haar schoenen uit, ging in kleermakerszit zitten en draaide zich iets meer naar hem toe. ‘Heb je ooit nagedacht over een leven zonder de club? Ik bedoel – een gezin stichten ofzo?’
      ‘Nee.’
      Dana snoof zachtjes toen hij niet uitbreidde. ‘Ben je überhaupt ooit verliefd geweest?’
      ‘Ga je nu al door naar je volgende vraag?’
      ‘Ik mag doorgaan over het onderwerp zolang je biertje nog niet leeg is,’ besloot ze met een grijns. ‘Dus, vertel maar.’
      Hij schudde zijn hoofd. ‘Nee, nooit.’
      ‘Zit je daar niet mee? Ik bedoel – mis je het niet?’
      ‘Eerlijk Deen? Als ik zie hoeveel stress het mensen oplevert zit ik daar echt niet op te wachten. Ik heb het prima alleen. Een meid in m’n bed ’s nachts is het enige wat ik nodig heb.’
      Dana kon het zich maar moeilijk voorstellen – vijfenveertig jaar oud zijn en nooit verliefd zijn geweest. Ze wist echter dat sommige mensen nooit zulke gevoelens ontwikkelden en ze was blij dat hij er in ieder geval niet mee worstelde. ‘Het kan ook mooi zijn. Ik heb ook veel mooie herinneringen.’
      ‘Mooie herinneringen die ook pijn doen.’
      Ze sloeg haar ogen neer. Dat was waar.
      Happy zette zijn flesje op de tafel neer om aan te geven dat dit onderwerp afgesloten was. Dana pakte die van haar, zette hem aan haar lippen en nam een slok.
      ‘Heeft naar Tacoma verhuizen je gelukkiger gemaakt?’
      Het was een vraag waar ze even over na moest denken. ‘Ja,’ zei ze uiteindelijk. ‘Het is niet altijd makkelijk. Maar ik geloof dat het beter is voor ons allemaal.’
      ‘Ook voor Juice?’
      Dana schrok een beetje toen ze zo plotseling zijn naam hoorde. Ze frunnikte aan het label van het bierflesje. ‘Ik denk het. Fye zegt dat het beter met hem gaat.’
      Happy snoof. ‘Dan ziet ze niet wat ik zie.’
      De stem van haar broer was donker en ze ging ietsje rechterop zitten. ‘Wat – wat dan?’
      ‘Hij is een schim van wie hij ooit was. Als ik in zijn ogen kijk, zie ik helemaal niks. Geen sprankje leven, geen sprankje vreugde. Nee, hij drinkt zich niet naar de kloten, hij is niet meer agressief. Maar dit baart me eerlijk gezegd nog veel meer zorgen. Het is alsof hij langzaam doodgaat.’
      Dana voelde een steek in haar buik. Met een nieuwe slok bier probeerde ze het weg te spoelen. ‘Het was zijn eigen keuze,’ zei ze zacht. ‘Hij wilde me niet meer terug.’
      ‘Je had niet zo snel moeten opgeven.’
      Ze verstijfde. ‘W-wat? Ik heb van alles geprobeerd! Ík wilde opnieuw beginnen, maar hij ging liever met Fye door!’
      ‘En je hebt je nooit afgevraagd waarom?’
      ‘Natuurlijk wel! Er kwamen altijd alleen maar vage antwoorden. Dat ik te veel pijnlijke herinneringen opriep, dat met Fye alles makkelijker was.’ Ze hield zijn blik vast. Aan zijn ogen zag ze dat hij het dom vond dat ze dat ook maar een moment geloofd had. ‘Hij hield gewoon niet zo veel van me als ik dacht,’ zei ze zacht. ‘En dat was een klap, na alles wat ik doorgemaakt had.’
      ‘Hij houdt meer van je dan je denkt.’
      Happy’s stem klonk suggestief, alsof ze daar een of andere conclusie uit moest trekken. Ze kneep haar ogen tot spleetjes. ‘Weet jij wat hem tegenhoudt?’
      Hij beet op de tandenstoker tussen zijn lippen. ‘Ja,’ zei hij toen. ‘Maar het is niet aan mij om je dat te vertellen. Misschien moet je dit spelletje eens met hem spelen.’
      Ze zuchtte en nam nog een slok. ‘Weet je waarom ik hem heb laten gaan?’
      Hij trok vragend zijn wenkbrauwen op.
      ‘Omdat Fye zwanger is. Al bijna vier maanden. Hij wordt vader – en na het verliezen van zijn kind gun ik hem deze kans op een nieuwe familie.’
      ‘Fye is zwanger?’ Happy staarde haar overdonderd aan.
      ‘Ze durft het hem niet te vertellen. Ze weet niet of ze wil dat het kind rondom hem opgroeit… vanwege zijn woedeaanvallen.’
      Ze sloeg haar ogen neer. Nog steeds deed het uitspreken van die woorden pijn. Dat Fye hem zou geven wat hun was afgenomen. Een diepe, schrijnende pijn – eentje die alleen hij kende.
      Ze zette haar flesje op de tafel neer, ze wilde het onderwerp afsluiten voordat haar humeur weer helemaal omsloeg.
      ‘Mijn beurt. Vertel me iets wat niemand anders over je weet.’
      Nieuwsgierig keek ze haar broer aan, benieuwd of hij met iets flauws zou aankomen of dat hun gesprek verder de diepte in zou gaan. Zijn ogen rustten even in die van haar, alsof hij zich hetzelfde afvroeg. ‘Wat wil je, Deen?’ vroeg hij, zijn stem ongewoon zacht. ‘Wil je dat we elkaar wat beter leren kennen… of dat we alles op tafel gooien en praten over dingen waar een normaal mens niet over zou willen praten?’
      ‘Jij bent nooit een persoon geweest die over koetjes en kalfjes praat. Zeg maar gewoon wat je op je hart hebt, ik denk niet dat er nog veel zal zijn dat mij zal schokken.’
      Hij knikte langzaam. ‘Ik heb nachtmerries,’ zei hij toen. ‘Alleen Tig weet het. Ik werd vaak schreeuwend wakker toen we in de cel zaten.’
      ‘Over mij?’ vroeg ze zacht.
      Hij knikte zuchtend. ‘Over alle dingen die hij met je kon doen. Die hij waarschijnlijk ook met je gedaan heeft.’
      ‘Maar dat is toch niets om je voor te schamen, Hap? Ik heb ze ook – Juice ook.’
      ‘Het is anders,’ antwoordde hij grimmig. ‘Juice loopt altijd over van emoties. Jij hebt er ook geen moeite mee. Maar ik… Ik heb ze altijd onder controle. Maar ’s nachts… verlies ik die controle en ik vind dat helemaal niks. Ik stuur de Croweaters altijd meteen na de seks weg, zodat ze er niet bij zijn als ik een nachtmerrie heb.’
      ‘Zijn ze niet minder geworden sinds ik terug ben?’
      Hij haalde zijn schouders op. ‘Niet heel erg. Juist nu je terug bent, heb ik als de dood dat ik je weer kwijtraak.’ Hij pauzeerde even en nam een slok van zijn bier. ‘Weet je honderd procent zeker dat hij dood is?’
      ‘Ja.’ Ze nam ook een slok. De vraag voor een biertje-methode was niet echt meer nodig, nu ze eenmaal spraken waren er genoeg vragen die bovenkwamen. Ze kon dan ook wel raden wat zijn volgende vraag was.
      ‘Hoe heb je het gedaan?’
      Behalve Kozik had ze er niemand over verteld. Zelfs Kip niet. Ze had nu echter het gevoel dat ze er klaar voor was. ‘Nadat we mijn dood in scène hadden gezet, werd hij milder, precies zoals ik verwacht had. Ik kreeg meer vrijheid. We verhuisden naar Oost-Europa omdat ik wilde dat Casper andere kindjes zou zien. Daar kon ik gaan en staan waar ik wilde en ik deed geen enkele poging om bij hem weg te gaan. Pas veel later, op Valentijnsdag. We deden al een tijdje bondage… dat wilde ik zelf zodat het hem niet argwanend maakte als ik hem vastketende. Ik had een politiekostuum gekocht, had hem aan het bed vastgeketend. We vreeën een beetje en daarna pakte ik er een mes bij. Die stak ik in zijn nek.’
      Happy keek haar aan. Iets duisters glom in zijn ogen, zijn kaak was strak. ‘Dus hij heeft amper geleden?’
      ‘Het was snel, ja. Ik wilde dat het snel was. Ik wilde dat het voorbij was. Het was bittere noodzaak. Hij had al zo’n enorme invloed op mijn leven, ik wilde niet dat wraakzuchtige gedachten me zouden gaan beheersen. Het was goed zo. Ik heb er vrede mee. Ik heb toegekeken hoe hij doodbloedde.’
      ‘Hij had langer moeten lijden,’ bromde Happy. ‘Je had hem aan mij moeten overlaten. Ik zou z’n huid van zijn lijf hebben gestroopt, ik zou hem duizend doden hebben laten sterven.’
      Dana zuchtte zachtjes. Hij zou nooit begrijpen dat ze niet alleen Maddox doodde, maar ook Ruben. Dat het gebeuren moest, maar dat het evengoed pijn deed.
      ‘Ik deed wat me de meeste zekerheid gaf,’ antwoordde ze uiteindelijk. ‘Mijn zoon in veiligheid brengen was belangrijker dan dat Maddox zijn verdiende loon kreeg.’
      Er gleed even een glimlach om zijn lippen. ‘Ik ben trots op je, Deen. Dat je zo’n goede moeder bent, ondanks alles wat er gebeurd is. Dat is niet altijd zo.’
      Dana dacht aan haar eigen moeder. ‘Geef je mij de schuld?’ vroeg ze zacht. ‘Van mama’s dood?’
      ‘Nee. Ik geef mezelf nog eerder de schuld dan jou. Ik had voor onze familie moeten zorgen, maar ik onderschatte Maddox. Ik heb hem zo vaak onderschat.’ Hij keek haar weer aan. Er glommen tranen in zijn ogen. ‘En dat spijt me, meisje. Mijn arrogantie heeft het leven niet makkelijker gemaakt voor je.’
      Dana haalde diep adem. Ze voelde haar handen trillen. Ja, ze had zich vaak afgevraagd hoe alles was gegaan als de jongens haar serieuzer hadden genomen. Maar ergens geloofde ze dat Maddox hem dan ook te slim was af geweest. Ze zette haar flesje neer, schoof iets opzij en sloeg haar armen om haar broer heen.
      Hij omhelsde haar terug, zijn armen stevig om haar heen. Opeens begonnen zijn schouders te schokken en hoorde ze hem snuivend ademhalen. Haar broer horen huilen zorgde ervoor dat de tranen ook in haar ogen brandden. ‘Het spijt me. Het spijt me zo. Je hebt zulke afschuwelijke dingen doorgemaakt… en het is nog steeds niet helemaal voorbij. Je bent nog steeds niet gelukkig. Ik wou gewoon – ik wou gewoon dat ik meer had kunnen doen.’
      ‘Het is goed…’ antwoordde Dana zachtjes en ze wreef over zijn rug. ‘Het is goed, Hap. Het is voorbij. Dingen zijn misschien niet zoals ik ze graag zou willen zien, maar we doen ons best om er iets moois van te maken en uiteindelijk vinden we allemaal heus wel onze draai.’ Ze liet hem weer los en gaf hem een bemoedigend glimlachje. ‘Jij deed wat jou het beste leek in die situatie. Dat deden we allemaal – en allemaal maakten we fouten.’
      ‘Jij niet,’ zei hij zacht. ‘Jij wist al die tijd hoe hij was.’
      ‘Nee, dat is niet waar Hap. Ook ik liep recht in zijn val.’ Ze zuchtte zachtjes, toen besloot ze het hem te vertellen. Ook zij had vreselijke fouten gemaakt. ‘Dit weten alleen Kozik en Juice… maar ik ben degene die Opie heeft gedood, Hap. Ik was met Opie aan het lunchen toen Maddox belde en zei dat hij Kenny en Ellie bij zich had. Hij liet een meisje door de telefoon spreken die net als Ellie klonk. Geen moment twijfelde ik, ook al bleek later dat ze gewoon in het clubhuis waren. Zo waren de spelletjes die hij speelde.’
      ‘Je – je hebt Opie vermoord?’ Hij staarde haar onthutst aan.
      ‘Maddox liet me kiezen. Ik moest Opie doden of hij zou zijn kinderen doden. Opie koos voor het eerste. Hij – hij omhelsde me toen het gebeurde.’ Haar vingers trilden toen ze langs haar vochtige ogen wreef. Het voelde als een leven geleden dat ze haar vriend door zijn hoofd schoot. ‘Kozik was bang voor wat Jax zou doen, dus we verzonnen het verhaal eromheen dat een handlanger van Maddox me had geprobeerd mee te nemen.’
      ‘Ik – ik kan niet geloven dat je dat in je had.’
      ‘Doen wat gedaan moet worden? Dat heb jij me geleerd, Hap.’ Ze glimlachte waterig. ‘Misschien hadden we naar het clubhuis moeten bellen en voorzichtig moeten peilen waar Opies kinderen waren. Maar dat deden we niet. We maakten in een inschattingsfout, net als die keer dat jij Maddox’ huis binnenviel en voor die moord op de agent opdraaide.’
      Er viel een diepe stilte. Alle onderwerpen die tot nu toe aangesneden waren, waren zwaar. Er kon er nog wel eentje bij. ‘Hoe was het om papa weer te zien, Hap?’
      Hij zuchtte diep. ‘Raar,’ zei hij toen. ‘Ik wilde niks met hem te maken hadden, maar omdat hij mijn bescherming geregeld had, had ik niet zoveel keus. Op een gegeven moment… accepteerde ik maar dat ik met hem opgescheept zat. Hij was… anders dan ik me hem herinnerde. Ik vond hem altijd een slappeling omdat hij het nodig vond om drugs te gebruiken. Maar na al die jaren in de gevangenis… heeft hij macht verworven, kond hij dingen gedaan krijgen.’ Hij was even stil. ‘Hij heeft ervoor gezorgd dat we een bewaker konden martelen waarvan we wisten dat hij connecties met Maddox had. Zo ontdekten we hoe Maddox zijn geld verdiende. En zo kwam Juice erachter dat zijn vriendin ook voor die klootzak werkte.’
      Het deed haar iets, dat haar vader haar zelfs vanuit de gevangenis geprobeerd had te helpen. Voor hem moest het net zo zwaar zijn geweest als voor haar broer.
      ‘Ga je nog een keer naar hem terug? Om hem te bezoeken?’
      Happy antwoordde niet. In plaats daarvan bestudeerde hij haar gezicht en stelde een tegenvraag. ‘Wil jij hem bezoeken?’
      Ze haalde haar schouders op. Wat er gebeurd was, was lang geleden. Nu ze zelf een dochter was kwijtgeraakt, besefte ze hoeveel pijn het hem moest doen dat zijn kinderen hem doodverklaard hadden. ‘Ik denk het wel,’ zei ze. Zuchtend pakte ze zijn handen. ‘Ik ben het gewoon moe, Hap. Boos zijn op mensen. Het vreet je op. Ik ben mijn hele jeugd boos geweest. Op papa, op mama, op jou. Op alle vrienden die me lieten stikken. En daarna, toen ik vastzat op het eiland… ging het hetzelfde. Was ik boos op jou, op Koz, op Juice, op mezelf… op Cherry. Hen vergeven bracht me zoveel vrede. Boos zijn is goed, het is menselijk… maar na verloop van tijd moet je het ook loslaten. Ik heb het losgelaten. Dus ja – ik wil papa eigenlijk graag zien.’ Ze kneep in zijn hand. ‘En ik zou het fijn vinden als je met me meeging. Als niet alleen de band tussen papa en mij hersteld… maar ook tussen ons, Hap. We zijn beiden zo veel verloren. Ik wil nu niemand meer kwijtraken.’
      Hij toonde haar een zeldzame glimlach. ‘Mijn kleine zusje. Wijzer dan ik ooit zal worden.’ Nu was het aan hem om in haar hand te knijpen. ‘Als je samen pa wilt bezoeken, zal ik met je meegaan.’

Reacties (2)

  • Sunnyrainbow

    Awh lief dat ze aan hun band werken!

    2 maanden geleden
  • AmeranthaGaia

    Het is fijn om te zien dat Happy zich iets meer blootgeeft. Hij is altijd zo mysterieus...

    2 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen