Zijn vingers gleden over het gladde, koude staal. Het was even aanlokkelijk als het afstotelijk was. De Glock lag in zijn schoot – al een paar uur.
      Hij had geen haast.
      Niemand zou hem hier vinden. Nooit.
      Over een uur of twee zou de zon ondergaan, misschien dat hij daar op wachtte. Nog een laatste beetje pracht zien, voordat hij voor altijd zijn ogen sloot. Een stukje pracht dat hij niet kapot kon maken, dat er nog steeds zou zijn nadat zijn laatste hartslag weggestorven was.
      Zouden ze iets vermoeden? Iemand had vast naar het clubhuis gebeld omdat hij Mikey niet van school had opgehaald. Met een strak gevoel in zijn borst dacht hij aan de jongen, die al zoveel te verduren had gehad. Maar het was voor hem het beste. De laatste twee jaar kon hij bij een stabiel pleeggezin gaan wonen, in plaats van bij zijn verknipte oom.
      Het was voor iedereen het beste als hij er niet meer was.
      Voor zijn ongeboren kind.
      Voor Fye.
      Voor Dana.
      Dan kon hij hun geen pijn meer doen – als ze hem ooit nog zouden willen zien. Waarschijnlijk gaf het hun zelfs rust en zagen ze gerechtigheid in zijn dood. Het was geen daad van wanhoop, zoals het in het verleden was geweest.
      Het was een daad van vastberadenheid.
      Hij was een monster – en het monster moest dood. Iets waar hij niemand mee wilde belasten – dus dan zou hij het zelf gaan doen. Hier, bij de eerste herinnering aan de duisternis die zich in hem verborg. Zij had het monster in hem doen ontwaken, met de leugens die ze in zijn oor gefluisterd had. Het monster had haar uiteindelijk gewurgd, had haar resten hier achtergelaten… En dit was ook de plaats waar hij zijn leven wilde loslaten.
      Daar waar het vredig was, waar een intens verdriet onder de oppervlakte lag, maar waar hij ook een paar dierbare herinneringen aan had. Aan zijn broeders, die hem hier stuk voor stuk terzijde stonden terwijl hij hier haar as uitstrooide en het engelenbeeld oprichtte. En met Dana… met Dana was hij hier ook geweest. Ze hadden hier hand in hand gelopen, hadden in het gras gezeten. Hij had gehuild, zijn gezicht in haar blonde lokken geduwd terwijl hij haar stevig vasthield. Hij had toen zelfs overwogen of hij haar over Cherry zou vertellen.
      “Ik zou je nooit kunnen haten, Juice.”
      Dat had ze tegen hem gezegd. Hij had haar niet geloofd. Hij wist dat ze hem nu haatte, hij kon het voelen. Een deel van zijn hart was altijd met dat van haar verbonden geweest. Een sprankje warmte – een sprankje dat nu gedoofd was. Het was klaar.
      Hij haalde diep adem, snoof de geur van het groen op, luisterde naar het gekwetter van de vogels. Zou hij dat straks missen? Zou hij nog iets kúnnen missen? Was er een tweede leven, een plaats waar hij zijn dochtertje terug zou zien?
      Die kans achtte hij niet groot. Als er een hemel en een hel was, zou hij naar de laatste gaan. Dan zouden mensen als Maddox zijn gezelschap zijn. Hoe dan ook zou hij altijd van Tabitha gescheiden zijn… maar misschien was dat maar beter ook. Ze kon maar beter niet weten wat een stuk verdriet haar vader was.
      Hij pakte het pistool op, sloot zijn vingers eromheen. Zijn slaap, in zijn mond… Hij was er nog niet helemaal uit hoe hij het zou doen. Het hoefde ook nog niet – hij wilde de zon nog één keer onder zien gaan. Pas als alles donker werd, wilde hij in het donkerte blijven.
      Zijn telefoon vibreerde in zijn zak. Werktuigelijk haalde hij het eruit en wierp er een nonchalante blik op. Zijn ogen sperden zich open toen hij zag dat het niet zijn broeders waren, maar Dana.
      Moest hij opnemen? Haar stem nog een laatste keer horen? Kreeg hij de kans om afscheid van haar te nemen? Waarschijnlijk wilde ze hem alleen de huid vol schelden, hij twijfelde er niet aan dat Fye naar haar toe was gegaan. Hij gunde dat haar… om haar gal te spuwen, om uit te spreken dat ze klaar met hem was, dat ze hem nooit meer wilde zien. Haar gaf het misschien wat vrede, en hem ook, als hij bevestigd werd dat dit het beste was.
      Niettemin trilden zijn vingers toen hij het telefoontje aannam en het toestel tegen zijn oor drukte. Hij trok zijn knieën op en tuurde naar beneden. ‘Hé,’ zei hij zacht.
      ‘Juice! Godzijdank!’ Haar stem klonk emotioneel en liet de haartjes op zijn armen overeind komen. ‘Waar ben je?’
      Haar vraag verwarde hem. Wat maakte dat haar uit? Ze moest hem uitschelden, verwensingen naar hem toe slingeren. ‘Alleen,’ mompelde hij.
      ‘Heb je pillen op?’
      ‘W-wat?’ Zijn maag kromp samen.
      ‘De vorige keer deed je het met pillen. Nu ook?’
      ‘Nee,’ mompelde hij. Hij haalde een hand over zijn hanenkam – het gesprek had een compleet andere wending genomen.
      ‘Waar ben je?’ vroeg ze opnieuw.
      Hij was even stil. Toch kon hij geen reden bedenken om te liegen. ‘Bij het meer. Waar ik Lottes as heb uitgestrooid.’
      ‘Ik ben naar je onderweg.’
      Zijn hand beefde zo erg dat het toestel bijna tussen zijn vingers vandaan glipte. ‘Waarom?’ fluisterde hij.
      Plotseling begon ze te snikken. ‘Omdat ik me zorgen maak, Juice. Ik voel… ik voel gewoon de strijd in je hoofd.’
      Het horen van haar verdriet liet de tranen al snel over zijn eigen wangen rollen. ‘Ik wil niemand meer pijn doen,’ snikte hij. ‘Als ik er niet meer ben…’
      ‘Dan doe je me juist pijn, Juice. Dan doe je me meer pijn dan iemand me ooit heeft aangedaan.’
      Hij kromp in elkaar. ‘Je moet me haten,’ fluisterde hij. ‘Je moet me haten, Dana.’
      ‘Ik hou van je. Ik hou nog steeds van je en ik zal altijd van je blijven houden. Alsjeblieft lieverd. Laat me daar straks niet aankomen en je lijk vinden.’
      Zijn hoofd kon het gewoon niet bevatten. Dat ze nog steeds van hem hield.
      Er viel een diepe, intense stilte. Hij hoorde haar nog steeds zachtjes sniffen. De achtergrondgeluiden vertelden hem dat ze aan het rijden was.
      ‘Hoe wilde je het doen?’
      Juice staarde naar het wapen in zijn schoot. ‘Ik wachtte… op de laatste zonnestralen.’ Hij veegde langs zijn ogen. ‘Ik heb mijn pistool bij me.’
      ‘Wil je er nog steeds een einde aan maken? Nu je weet – nu je weet dat ik van je hou? Nu je weet hoeveel pijn dat mij zou doen?’
      ‘Nee.’ Hij beet op zijn lip. ‘Maar ik… ik weet ook niet of dit echt is. Dana zou… Dana zou het me niet vergeven. Wat ik Cherry aandeed.’
      ‘Ik zeg ook niet dat ik het je al vergeven heb. Maar dat betekent niet dat ik niet van je hou of dat ik wil dat je jezelf iets aandoet. Ik – ik heb je nodig Juice. Ik voel me leeg zonder jou, er ontbreekt iets alsof de helft mijn ziel weggescheurd is. Ik weet dat jij dat ook voelt. Geef me – geef me alsjeblieft een kans voordat je het opgeeft. Ik geloof dat we de duisternis in jou samen kunnen verslaan. Ik geloof nog steeds in onze liefde. Dat die onze wonden kan helen. Dat we weer samen kunnen zijn. Alsjeblieft schat, gooi dat pistool in het meer, wacht op me en… en geef ons een kans. Geef ons een kans na alles wat we hebben doorgemaakt – dat het… dat het niets voor niets was.’ Even was ze stil, toen fluisterde ze: ‘Dat ons kindje niet voor niets is gestorven.’
      Een scherpe steek trok door zijn middenrif en hij kneep zijn ogen stevig dicht. De pijn woekerde door iedere vezel van zijn lijf.
      Ons kindje.
      ‘Ik ben een monster Dana,’ fluisterde hij.
      ‘Er zit een monster ín je,’ verbeterde ze hem. ‘En hij kan eruit. Ik geloof dat hij eruit kan.’ Ze was even stil. Juice snikte zachtjes, de tranen bleven over zijn wangen rollen. ‘Hou je van mij, Juice? Hou je écht van mij?’
      Het was het enige wat Juice op dit moment zeker wist. ‘Ik hou meer van jou dan van wie of wat dan ook ter wereld.’
      ‘Hou je meer van mij dan dat je jezelf haat?’
      Hij boog zijn hoofd en fluisterde: ‘Dat weet ik niet.’
      ‘Het is een keuze die je moet maken. Kies je voor liefde of kies je voor haat?’
      ‘Liefde,’ murmelde hij. ‘Ik kies voor liefde.’
      ‘Loop dan naar de waterkant en gooi dat pistool zo ver als je kan. Doe het voor mij, Juice, als je het niet voor jezelf kan doen. Doe het voor mij en voor Tabitha.’
      Hij wilde het – hij wilde naar de waterkant lopen en doen wat ze zei, maar zijn ledematen voelden loodzwaar en het voelde alsof een duistere kracht hem tegen de grond aan drukte. Een ijzige kippenvel trok over zijn armen. Heel even was het alsof er een andere aanwezigheid was, alsof zijn duisternis zich naar buiten had geperst.
      Hij dacht aan Maddox, aan die maniakale grijns op zijn gezicht toen hij boven op de kansel had gestaan en als een oppermachtige demon op hem had neergekeken.
      Die dag had Maddox gewonnen.
      Het voelde alsof de man nu weer voor hem stond – de man die zo veel van hem afgenomen had.
Weer was hij gebonden, weer kon hij alleen maar zijn verlies onder ogen komen.
      Maddox is dood, Juice. Een fluistering dwarrelde als een zuchtje wind om hem heen. Breek je banden met hem. Schud zijn duisternis van je af. Loop naar het water en gooi het pistool erin.
      ‘Oké.’ Zijn lippen bibberden, zijn hele lijf trilde toen hij overeind klauterde. Het waren zware stappen, alsof hij zich door een moeras worstelde, maar hij bleef doorlopen tot hij de waterkant had bereikt. ‘Ik sta aan het water,’ zei hij zachtjes.
      ‘Goed zo lieverd. Gooi het nu weg.’
      En hij deed het. Hij slingerde het geweer zo ver het water in als hij kon. Direct daarna zakte hij door zijn benen en viel in het gras. Hij begon te huilen – te huilen zoals hij in geen maanden gedaan had.
      Voor het eerst voelde het bevrijdend.

Reacties (3)

  • NicoleStyles

    just:O(H):((flower)

    2 maanden geleden
  • Sunnyrainbow

    Holy shit wat goed geschreven! Arme Juice.. zo in de knoop met zichzelf..

    2 maanden geleden
  • VampireMouse

    WOOOW heftig wakker worden zo.
    Mooi geschreven!!
    😍😍

    2 maanden geleden
    • EvaSalvatore

      Same maar wow wat goed geschreven!

      2 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen